Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
boekenhoek

Standbeeld

door Bert Natter
25 okt. 2022 25 oktober 2022

Schrijver Bert Natter deelt maandelijks een literair-­muzikale tip. Deze keer Mendelssohn op het dak (1960) van Jiří Weil.

  • Mendelssohn op het dak

    door Jiří Weil

    Mendelssohn op het dak

    door Jiří Weil

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

  • Mendelssohn op het dak

    door Jiří Weil

    Mendelssohn op het dak

    door Jiří Weil

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

Anders dan de titel Mendelssohn op het dak doet vermoeden, gaat dit boek niet over Mendelssohn zelf, maar over een standbeeld van de componist. Het verhaal is zo ijzersterk dat veel mensen en websites geloven dat het echt is gebeurd. Het zou ook een onbedaarlijk komische anekdote zijn, ware het niet dat de historische context een huiveringwekkende weergave is van het joodse leven in Praag gedurende de Tweede Wereldoorlog.

De joodse communist Jiří Weil (1900-1959) overleefde de Duitse bezetting van zijn woonplaats Praag door zijn eigen zelfmoord in scène te zetten (hij zou in de Moldau gesprongen zijn) en vervolgens de rest van de oorlog onder te duiken. Na de bevrijding schreef hij een hele reeks romans, maar hij maakte de publicatie van zijn meesterwerk Mendelssohn op het dak, waar hij vijftien jaar aan werkte, niet mee.

‘Dit is nog ernstiger plichtsverzuim dan hoogverraad. Mendelssohn staat op het dak!’

De rode lijn in het boek wordt gevormd door de kluchtige verwikkelingen rond een beeld van Felix Mendelssohn dat op het dak van een concertzaal in het door de Duitsers bezette Praag staat. Als de door de nazi’s aangestelde Reichsprotektor Reinhard Heydrich na een voorstelling van Mozarts Don Giovanni naar de rij beelden van componisten bovenop de zij­gevel van het gebouw kijkt, roept hij uit: ‘Dit is nog ernstiger plichtsverzuim dan hoogverraad. Mendelssohn staat op het dak!’

Hij verordonneert direct dat het beeld moet worden neergehaald. Aanvankelijk belandt dit belangwekkende bevel op het bordje van een gemeente­ambtenaar die in dienst van de SS is getreden, maar aangezien hij hoogtevrees heeft, schakelt hij twee werkmannen in die het dak op moeten. Het probleem is: ze weten geen van allen hoe ­Mendelssohn eruitziet. Uiteindelijk besluiten de twee werk­lieden — op grond van de ver­derfelijke rassen­theorie van de nazi’s waar ze wel het een en ander van hebben opgestoken — het beeld van de man met de grootste neus om te trekken. Maar net als ze daarmee aan de gang gaan, heeft de SS-gemeenteambtenaar door dat ze bezig zijn het standbeeld van de door de nazi’s vereerde Richard Wagner neer te halen!

Het geklungel met het beeld in de eerste helft van het boek staat in schril contrast met wat er in de rest wordt beschreven: de massamoord door de nazi’s op de joden. Dat maakt dat de lezer het lachen om het gehannes met Mendelssohn langzaam maar zeker vergaat.

Anders dan de titel Mendelssohn op het dak doet vermoeden, gaat dit boek niet over Mendelssohn zelf, maar over een standbeeld van de componist. Het verhaal is zo ijzersterk dat veel mensen en websites geloven dat het echt is gebeurd. Het zou ook een onbedaarlijk komische anekdote zijn, ware het niet dat de historische context een huiveringwekkende weergave is van het joodse leven in Praag gedurende de Tweede Wereldoorlog.

De joodse communist Jiří Weil (1900-1959) overleefde de Duitse bezetting van zijn woonplaats Praag door zijn eigen zelfmoord in scène te zetten (hij zou in de Moldau gesprongen zijn) en vervolgens de rest van de oorlog onder te duiken. Na de bevrijding schreef hij een hele reeks romans, maar hij maakte de publicatie van zijn meesterwerk Mendelssohn op het dak, waar hij vijftien jaar aan werkte, niet mee.

‘Dit is nog ernstiger plichtsverzuim dan hoogverraad. Mendelssohn staat op het dak!’

De rode lijn in het boek wordt gevormd door de kluchtige verwikkelingen rond een beeld van Felix Mendelssohn dat op het dak van een concertzaal in het door de Duitsers bezette Praag staat. Als de door de nazi’s aangestelde Reichsprotektor Reinhard Heydrich na een voorstelling van Mozarts Don Giovanni naar de rij beelden van componisten bovenop de zij­gevel van het gebouw kijkt, roept hij uit: ‘Dit is nog ernstiger plichtsverzuim dan hoogverraad. Mendelssohn staat op het dak!’

Hij verordonneert direct dat het beeld moet worden neergehaald. Aanvankelijk belandt dit belangwekkende bevel op het bordje van een gemeente­ambtenaar die in dienst van de SS is getreden, maar aangezien hij hoogtevrees heeft, schakelt hij twee werkmannen in die het dak op moeten. Het probleem is: ze weten geen van allen hoe ­Mendelssohn eruitziet. Uiteindelijk besluiten de twee werk­lieden — op grond van de ver­derfelijke rassen­theorie van de nazi’s waar ze wel het een en ander van hebben opgestoken — het beeld van de man met de grootste neus om te trekken. Maar net als ze daarmee aan de gang gaan, heeft de SS-gemeenteambtenaar door dat ze bezig zijn het standbeeld van de door de nazi’s vereerde Richard Wagner neer te halen!

Het geklungel met het beeld in de eerste helft van het boek staat in schril contrast met wat er in de rest wordt beschreven: de massamoord door de nazi’s op de joden. Dat maakt dat de lezer het lachen om het gehannes met Mendelssohn langzaam maar zeker vergaat.

Meer boekentips van Bert Natter:

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.