Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
boekenhoek

Opus 111

door Bert Natter
27 sep. 2022 27 september 2022

Schrijver Bert Natter deelt maandelijks een literair-­muzikale tip. Deze keer Otmars zonen (2019) van Peter Buwalda.

  • De cover van Otmars zonen

    De cover van Otmars zonen

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

  • De cover van Otmars zonen

    De cover van Otmars zonen

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

Beethovens laatste piano­sonate kreeg het opusnummer 111 mee en telt slechts twee delen. Het is een van de vijf tweedelige piano­sonates die hij schreef, maar bij deze roept de ogenschijnlijke beknoptheid vragen op: heeft Beethoven niet een derde deel gecomponeerd en is dat misschien verloren gegaan?
Op de megalomane, vierdelige Hammer­klavier-sonate na is de Pianosonate nr. 32 in c klein de langste sonate van Beethoven. De componist corrigeerde eigenhandig de eerste druk van de partituur en het is zeker dat twee geniale delen voor Beethoven voldoende waren. Maar niet voor Peter Buwalda, want die verzon er een verloren gewaand middendeel bij. In zijn tweede roman, Otmars zonen, duikt het unieke manuscript op, dat in bezit zou zijn van de geniale/getikte pianist Dolf Appel­qvist, de biologische zoon van de Otmar uit de titel.
Veel meer komen we in dit eerste boek van wat een trilogie moet worden nog niet over deze intrigerende vondst te weten. Daarin treffen we talloze even smakelijke als pijnlijke anekdotes aan uit de wereld van de klassieke muziek. Dolf en zijn zus Tosca, die viool speelt, worden door hun vader als wonderkinderen beschouwd en klaargestoomd voor een bestaan als wereldsterren op de internationale concertpodia.

Maar het draait niet alleen om muziek in Otmars zonen. De tweede zoon van Otmar Smit is een pleegkind dat toevallig ook Dolf heet en hij wordt ondanks zijn gebrek aan muzikaal talent omgedoopt in ‘Ludwig’. Deze Ludwig werkt in de olie-industrie en verkeert in de veronderstelling op een Siberisch schiereiland bij toeval zijn volbloed vader te hebben ontmoet, net op het moment dat hij voor het eerst verneemt over de bizarre vondst van zijn stiefbroer.

Om meer te weten over deze sensationele primeur (is het stuk werkelijk van Beethovens hand of is het een vervalsing van Appelqvist, die zich op pathologische wijze met de grote meester vereenzelvigt?), zullen lezers de publicatie van de volgende twee delen van Buwalda’s bizarre literaire tour de force moeten afwachten.
Voor de ongeduldigen doet zich echter een unieke gelegenheid voor om het stuk uit het boek te horen. Op verzoek van Peter Buwalda schreef pianist en componist (én schrijver) Thomas Beijer namelijk het ‘ontbrekende’ derde deel van de sonate, hij koos bescheiden voor een slotdeel. In de Kleine Zaal zal Beijer de ‘complete’ sonate vertolken, bijgestaan door Peter Buwalda, die zal vertellen over zijn trilogie-in-wording.
Beethovenpuristen zullen het blas­femie, hoogmoed of zwendel noemen, voor mij is het fantastische fictie.

Beethovens laatste piano­sonate kreeg het opusnummer 111 mee en telt slechts twee delen. Het is een van de vijf tweedelige piano­sonates die hij schreef, maar bij deze roept de ogenschijnlijke beknoptheid vragen op: heeft Beethoven niet een derde deel gecomponeerd en is dat misschien verloren gegaan?
Op de megalomane, vierdelige Hammer­klavier-sonate na is de Pianosonate nr. 32 in c klein de langste sonate van Beethoven. De componist corrigeerde eigenhandig de eerste druk van de partituur en het is zeker dat twee geniale delen voor Beethoven voldoende waren. Maar niet voor Peter Buwalda, want die verzon er een verloren gewaand middendeel bij. In zijn tweede roman, Otmars zonen, duikt het unieke manuscript op, dat in bezit zou zijn van de geniale/getikte pianist Dolf Appel­qvist, de biologische zoon van de Otmar uit de titel.
Veel meer komen we in dit eerste boek van wat een trilogie moet worden nog niet over deze intrigerende vondst te weten. Daarin treffen we talloze even smakelijke als pijnlijke anekdotes aan uit de wereld van de klassieke muziek. Dolf en zijn zus Tosca, die viool speelt, worden door hun vader als wonderkinderen beschouwd en klaargestoomd voor een bestaan als wereldsterren op de internationale concertpodia.

Maar het draait niet alleen om muziek in Otmars zonen. De tweede zoon van Otmar Smit is een pleegkind dat toevallig ook Dolf heet en hij wordt ondanks zijn gebrek aan muzikaal talent omgedoopt in ‘Ludwig’. Deze Ludwig werkt in de olie-industrie en verkeert in de veronderstelling op een Siberisch schiereiland bij toeval zijn volbloed vader te hebben ontmoet, net op het moment dat hij voor het eerst verneemt over de bizarre vondst van zijn stiefbroer.

Om meer te weten over deze sensationele primeur (is het stuk werkelijk van Beethovens hand of is het een vervalsing van Appelqvist, die zich op pathologische wijze met de grote meester vereenzelvigt?), zullen lezers de publicatie van de volgende twee delen van Buwalda’s bizarre literaire tour de force moeten afwachten.
Voor de ongeduldigen doet zich echter een unieke gelegenheid voor om het stuk uit het boek te horen. Op verzoek van Peter Buwalda schreef pianist en componist (én schrijver) Thomas Beijer namelijk het ‘ontbrekende’ derde deel van de sonate, hij koos bescheiden voor een slotdeel. In de Kleine Zaal zal Beijer de ‘complete’ sonate vertolken, bijgestaan door Peter Buwalda, die zal vertellen over zijn trilogie-in-wording.
Beethovenpuristen zullen het blas­femie, hoogmoed of zwendel noemen, voor mij is het fantastische fictie.

Meer boekentips van Bert Natter:

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.