Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
boekentip

Een stapje dichter bij het raadsel Bach

door Bert Natter
26 jan. 2024 26 januari 2024

Schrijver Bert Natter deelt maandelijks een literair-­muzikale tip. Deze keer De Cellosuites (2009) van Eric Siblin. ‘Voor mensen die meer over Bach willen weten, maar niet te veel.’

  • De Cellosuites

    door Eric Siblin

    De Cellosuites

    door Eric Siblin

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

  • De Cellosuites

    door Eric Siblin

    De Cellosuites

    door Eric Siblin

  • Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

    Bert Natter

    foto: Eduardus Lee

Met enige regelmaat geef ik lezingen over Johann Sebastian Bach en elke keer valt het mij op dat het publiek hongert naar kennis over het leven van ‘de mens achter de componist’. Ik zeg dan dat er genoeg biografieën bestaan om die honger te stillen.
‘Ja, maar,’ zeggen die hongerigen dan, ‘die zijn zo dik!’

In weerwil van de vrij specifieke titel is De Cellosuites van Eric Siblin bij uitstek een boek voor mensen die meer over Bach willen weten, maar niet te veel. Siblin is een Canadese popmuziekjournalist die aan het begin van deze eeuw bij toeval verzeild raakt in een klassiek concert, waar de Cellosuites van Bach worden gespeeld. Hij wil direct meer over deze muziek weten. Het resultaat is een onderhoudend boek dat over veel meer gaat dan die zes suites alleen.

Uitgebreid vertelt Siblin het verhaal van de man die we wel de ­ontdekker van deze meesterwerken mogen noemen, het Catalaanse wonderkind Pablo Casals, die als dertienjarige de suites ontdekt, we spreken 1890. Bach schreef de werken zo’n 150 jaar eerder en ze werden al die tijd beschouwd als lesmateriaal. Casals is de eerste die delen voor publiek zal spelen en die de suites in hun geheel zal opnemen.

Zelf onderneemt Siblin pogingen om Bachs muziek beter te begrijpen, zo geeft hij zich optimistisch op voor een Bach-weekend, waar een cantate zal worden ingestudeerd. In een hilarisch hoofdstuk vertelt hij hoe hij ontdekt hoe lastig zelfs de koorpartij voor de bassen te zingen is.

Voor het weekend van de uitvoering aanbreekt, wordt hij onzeker en neemt hij zangles. Zijn eerste docent bekent dat hij Siblin ‘bewondert omdat hij het lef heeft in deze meerstemmige spaghetti te duiken.’ De zanglerares die hem daarna begeleidt, vindt het heerlijk om Bach te zingen. Al snel manoeuvreren ze soepel door de hondsmoeilijke koorpartijen, althans, zijn lerares gaat er vlotjes doorheen, Siblin blijft achter op de vluchtstrook van de Bach-Autobahn en steekt zijn duim op, in de hoop op een lift. Maar hij zet door. Aan het eind van het weekend voert hij de cantate uit voor publiek — het eenvoudige slotkoraal komt als een loutering voor publiek, koor en orkest en als een verlossing voor de auteur. Deze ervaring brengt Siblin een stapje dichter bij het raadsel Bach — en de lezer van dit fijne boek met hem.

Op zondag 18 februari speelt Jonathan Manson Bachs Eerste cellosuite in de Kleine Zaal. Verder op het programma: fluitsonates met Emmanuel Pahud en Trevor Pinnock.

Met enige regelmaat geef ik lezingen over Johann Sebastian Bach en elke keer valt het mij op dat het publiek hongert naar kennis over het leven van ‘de mens achter de componist’. Ik zeg dan dat er genoeg biografieën bestaan om die honger te stillen.
‘Ja, maar,’ zeggen die hongerigen dan, ‘die zijn zo dik!’

In weerwil van de vrij specifieke titel is De Cellosuites van Eric Siblin bij uitstek een boek voor mensen die meer over Bach willen weten, maar niet te veel. Siblin is een Canadese popmuziekjournalist die aan het begin van deze eeuw bij toeval verzeild raakt in een klassiek concert, waar de Cellosuites van Bach worden gespeeld. Hij wil direct meer over deze muziek weten. Het resultaat is een onderhoudend boek dat over veel meer gaat dan die zes suites alleen.

Uitgebreid vertelt Siblin het verhaal van de man die we wel de ­ontdekker van deze meesterwerken mogen noemen, het Catalaanse wonderkind Pablo Casals, die als dertienjarige de suites ontdekt, we spreken 1890. Bach schreef de werken zo’n 150 jaar eerder en ze werden al die tijd beschouwd als lesmateriaal. Casals is de eerste die delen voor publiek zal spelen en die de suites in hun geheel zal opnemen.

Zelf onderneemt Siblin pogingen om Bachs muziek beter te begrijpen, zo geeft hij zich optimistisch op voor een Bach-weekend, waar een cantate zal worden ingestudeerd. In een hilarisch hoofdstuk vertelt hij hoe hij ontdekt hoe lastig zelfs de koorpartij voor de bassen te zingen is.

Voor het weekend van de uitvoering aanbreekt, wordt hij onzeker en neemt hij zangles. Zijn eerste docent bekent dat hij Siblin ‘bewondert omdat hij het lef heeft in deze meerstemmige spaghetti te duiken.’ De zanglerares die hem daarna begeleidt, vindt het heerlijk om Bach te zingen. Al snel manoeuvreren ze soepel door de hondsmoeilijke koorpartijen, althans, zijn lerares gaat er vlotjes doorheen, Siblin blijft achter op de vluchtstrook van de Bach-Autobahn en steekt zijn duim op, in de hoop op een lift. Maar hij zet door. Aan het eind van het weekend voert hij de cantate uit voor publiek — het eenvoudige slotkoraal komt als een loutering voor publiek, koor en orkest en als een verlossing voor de auteur. Deze ervaring brengt Siblin een stapje dichter bij het raadsel Bach — en de lezer van dit fijne boek met hem.

Op zondag 18 februari speelt Jonathan Manson Bachs Eerste cellosuite in de Kleine Zaal. Verder op het programma: fluitsonates met Emmanuel Pahud en Trevor Pinnock.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.