Harpiste Anneleen Schuitemaker: ‘De harp koos mij’
door Marije Bosnak 06 mrt 2026 06 maart 2026
Ritmisch met het slagwerk, ondersteunend voor een houtblazer, of solistisch boven de strijkers, Anneleen Schuitemaker houdt van de verschillende rollen die ze als harpiste in het orkest vervult.
Als klein meisje droomde ze ervan om viool te spelen, in een mooie jurk op het podium. ‘Maar de harp koos mij’, vertelt Schuitemaker, ‘want toen ik tijdens een open dag eindelijk een viool in mijn handen kreeg, leek het alsof het instrument me afstootte. Ik voelde geen enkele klik en was enorm teleurgesteld. Ik hoorde een ander geluid in dezelfde ruimte. Het bleek afkomstig van een harp en ik was blown away. Zo warm en rustgevend. Het was liefde op het eerste gehoor.’
Haar route richting het Concertgebouworkest was als een rechte lijn. Ze studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Erika Waardenburg en kreeg orkestles van haar huidige collega Petra van der Heide en later van Sandrine Chatron. Toen ze op haar 21ste voor het eerst meespeelde in het orkest, tijdens het Prinsengrachtconcert in 2013, wist ze: dit wil ik, dit is mijn doel. ‘Het was met stip een van de mooiste en belangrijkste momenten in mijn leven. Iedereen speelde zo mooi en ik voelde me zo uitgenodigd en uitgedaagd om nog beter te spelen.’
‘Een koraal van de koperblazers of een pizzicato in de contrabassen kan me enorm inspireren; de harp heeft een heel orkest in zich’
Na het conservatorium studeerde Anneleen achtereenvolgens aan verschillende orkestacademies in Nederland en Duitsland, en in 2018 deed ze auditie voor het Concertgebouworkest. Ze werd niet aangenomen – niemand kreeg de baan. In plaats van bij de pakken neer te zitten, richtte ze zich vol overgave op de volgende gelegenheid, een jaar later. ‘Achteraf zie ik dat ik die eerste keer veel te enthousiast was; ik wilde zó graag, ik was net een puppy die overal tegenaan rent.’ De tweede keer was de druk natuurlijk nog hoger. Maar eenmaal door naar de finale van het proefspel lukte het Anneleen alles te geven. ‘Ik kon echt laten horen wie ik ben en wat ik wilde. En een kwartier later – dat vergeet ik nooit meer: ‘Je hebt de baan!’ Alles kwam bij elkaar en ik kon de hele wereld aan. Nog steeds leef ik mijn droom, alweer voor het zesde seizoen.’
Kamermuziek op grote schaal
Wanneer er twee harpen nodig zijn, speelt Anneleen tweede naast haar collega, soloharpiste Petra van der Heide. Bij programma’s met één harp wisselen ze elkaar regelmatig af. Anneleen ervaart de plek van de harpist soms als een eilandje binnen het orkest. De grote uitdaging van die positie is om op allerlei manieren de verbinding te zoeken met de andere groepen. ‘Ik ben een kameleon: het ene moment vorm ik een bedje voor de solo van een houtblazer, later heb ik een percussieve rol samen met het slagwerk, om vervolgens solistisch en open boven het orkest uit te klinken. Dat past bij mij, ik vind het leuk om elk programma weer uit te zoeken welke rol ik wanneer vervul. Als tweede harp volg ik de timing van de eerste; ik beweeg en adem mee. Ben ik de enige harp, dan observeer ik tijdens de eerste repetitie vooral. Ik heb de partituur bestudeerd, ken mijn partij en kijk met wie ik passages samen heb. Soms moet ik zelf leiden en anderen dwingen naar mij te luisteren. Af en toe overleggen we onderling over bepaalde passages: wat doe jij daar? Hoe articuleer jij? Maar met zulke goede musici hoeft dat bijna niet. Gregor [Horsch, aanvoerder cello – red.] en ik hoeven elkaar maar aan te kijken om precies te weten hoe we gelijk kunnen zijn. Of Dominic [Seldis, aanvoerder contrabas – red.] gebaart tijdens een repetitie vanaf de andere kant van het orkest: speel je dit arpeggio vóór de eerste tel, of erop? Dat is genoeg. Eigenlijk is het kamermuziek maken op grote schaal.’
Als klein meisje droomde ze ervan om viool te spelen, in een mooie jurk op het podium. ‘Maar de harp koos mij’, vertelt Schuitemaker, ‘want toen ik tijdens een open dag eindelijk een viool in mijn handen kreeg, leek het alsof het instrument me afstootte. Ik voelde geen enkele klik en was enorm teleurgesteld. Ik hoorde een ander geluid in dezelfde ruimte. Het bleek afkomstig van een harp en ik was blown away. Zo warm en rustgevend. Het was liefde op het eerste gehoor.’
Haar route richting het Concertgebouworkest was als een rechte lijn. Ze studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Erika Waardenburg en kreeg orkestles van haar huidige collega Petra van der Heide en later van Sandrine Chatron. Toen ze op haar 21ste voor het eerst meespeelde in het orkest, tijdens het Prinsengrachtconcert in 2013, wist ze: dit wil ik, dit is mijn doel. ‘Het was met stip een van de mooiste en belangrijkste momenten in mijn leven. Iedereen speelde zo mooi en ik voelde me zo uitgenodigd en uitgedaagd om nog beter te spelen.’
‘Een koraal van de koperblazers of een pizzicato in de contrabassen kan me enorm inspireren; de harp heeft een heel orkest in zich’
Na het conservatorium studeerde Anneleen achtereenvolgens aan verschillende orkestacademies in Nederland en Duitsland, en in 2018 deed ze auditie voor het Concertgebouworkest. Ze werd niet aangenomen – niemand kreeg de baan. In plaats van bij de pakken neer te zitten, richtte ze zich vol overgave op de volgende gelegenheid, een jaar later. ‘Achteraf zie ik dat ik die eerste keer veel te enthousiast was; ik wilde zó graag, ik was net een puppy die overal tegenaan rent.’ De tweede keer was de druk natuurlijk nog hoger. Maar eenmaal door naar de finale van het proefspel lukte het Anneleen alles te geven. ‘Ik kon echt laten horen wie ik ben en wat ik wilde. En een kwartier later – dat vergeet ik nooit meer: ‘Je hebt de baan!’ Alles kwam bij elkaar en ik kon de hele wereld aan. Nog steeds leef ik mijn droom, alweer voor het zesde seizoen.’
Kamermuziek op grote schaal
Wanneer er twee harpen nodig zijn, speelt Anneleen tweede naast haar collega, soloharpiste Petra van der Heide. Bij programma’s met één harp wisselen ze elkaar regelmatig af. Anneleen ervaart de plek van de harpist soms als een eilandje binnen het orkest. De grote uitdaging van die positie is om op allerlei manieren de verbinding te zoeken met de andere groepen. ‘Ik ben een kameleon: het ene moment vorm ik een bedje voor de solo van een houtblazer, later heb ik een percussieve rol samen met het slagwerk, om vervolgens solistisch en open boven het orkest uit te klinken. Dat past bij mij, ik vind het leuk om elk programma weer uit te zoeken welke rol ik wanneer vervul. Als tweede harp volg ik de timing van de eerste; ik beweeg en adem mee. Ben ik de enige harp, dan observeer ik tijdens de eerste repetitie vooral. Ik heb de partituur bestudeerd, ken mijn partij en kijk met wie ik passages samen heb. Soms moet ik zelf leiden en anderen dwingen naar mij te luisteren. Af en toe overleggen we onderling over bepaalde passages: wat doe jij daar? Hoe articuleer jij? Maar met zulke goede musici hoeft dat bijna niet. Gregor [Horsch, aanvoerder cello – red.] en ik hoeven elkaar maar aan te kijken om precies te weten hoe we gelijk kunnen zijn. Of Dominic [Seldis, aanvoerder contrabas – red.] gebaart tijdens een repetitie vanaf de andere kant van het orkest: speel je dit arpeggio vóór de eerste tel, of erop? Dat is genoeg. Eigenlijk is het kamermuziek maken op grote schaal.’
De harp als heel orkest
‘Hoewel ik ooit viel voor de warme, zachte en misschien wel stereotype klank van de harp, houd ik ook van het vurige karakter – juist de diversiteit van de klankmogelijkheden vind ik geweldig. Daarom speel ik zo graag in een orkest. Als ik even niet speel, luister ik hoe andere instrumentgroepen kleuren en articuleren – dat probeer ik dan naar mijn eigen instrument te vertalen. Zo kan een koraal van de koperblazers of een pizzicato in de contrabassen me enorm inspireren; de harp heeft een heel orkest in zich.’ Vanuit die klankvoorstelling probeert Anneleen alle mogelijkheden uit. ‘Hoe dichter je met je handen bij de klankkast speelt, hoe droger en hoe meer gearticuleerd het klinkt. In het midden vibreren de snaren het meest. Ook verschillende vingerzettingen beïnvloeden de klank. De ene vinger is sterker dan de andere, en sommige hebben een mooiere toon dan andere.’
Gewoon Anneleen
De baan in het Concertgebouworkest heeft Anneleen veel rust gebracht. Waar ze vroeger in haar privéleven veel moest laten om deze positie te bereiken, heeft ze inmiddels een balans gevonden tussen harp spelen en andere dingen in het leven. Het belang hiervan ondervond ze tijdens de covid-pandemie, toen ze zou beginnen aan haar proefperiode bij het orkest. ‘Alles werd afgezegd en ineens verdween ook mijn behoefte om de harp aan te raken. Dat gevoel kende ik niet en was heel beangstigend. Tegelijkertijd was het een wake-upcall: wie ben ik als ik geen harp speel? Wie ben ik buiten de muziek? Al mijn prestaties waren tenslotte op een podium met dat instrument. Achteraf ben ik dankbaar voor die periode. Soms word je geleefd in dit vak, en ik denk dat de drukke agenda een leegte maskeerde. Ik realiseerde me dat ik ook gewoon Anneleen ben, die meer leuk vindt dan harp spelen: bij familie en vrienden zijn, in de bergen lopen en nieuwe plekken op de wereld ontdekken. En dat ik ontspanning en een gevoel van vrijheid nodig heb.’
Inmiddels plant Anneleen bewust momenten met haar telefoon op vliegtuigstand. Lachend: ‘Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een origamipakket dat ik kocht tijdens de Aziëtournee.’ Naast haar baan in het orkest geeft ze nu zelf orkestles op het Conservatorium van Amsterdam, omdat ze haar enthousiasme en ervaring wil overdragen op jonge harpisten. Ook speelt ze regelmatig kamermuziek met collega’s. ‘Maar alleen omdat ik er plezier in heb, en alleen als ik er honderd procent voor kan gaan.’
Ademen
In vrije weken gaat ze met haar man op reis. De verbinding met de natuur is onmisbaar voor de balans in haar leven. ‘Ik kies eigenlijk altijd plekken met weidsheid. Waar ik kan ademen. Boven op een berg, die stilte, met alleen de wind en vogels om me heen. Alles waar ik me druk om maak verdwijnt, of wordt superklein. Daarna kan ik alles weer aan.’ De reiservaringen inspireren Anneleen ook in haar werk. ‘Als iets bijvoorbeeld majestueus moet klinken, denk ik aan zo’n moment in de bergen. Die beelden uit de natuur en de herinnering aan hoe ik me toen voelde helpen me bij het spelen.’
De harpen van Anneleen Schuitemaker
De harp als heel orkest
‘Hoewel ik ooit viel voor de warme, zachte en misschien wel stereotype klank van de harp, houd ik ook van het vurige karakter – juist de diversiteit van de klankmogelijkheden vind ik geweldig. Daarom speel ik zo graag in een orkest. Als ik even niet speel, luister ik hoe andere instrumentgroepen kleuren en articuleren – dat probeer ik dan naar mijn eigen instrument te vertalen. Zo kan een koraal van de koperblazers of een pizzicato in de contrabassen me enorm inspireren; de harp heeft een heel orkest in zich.’ Vanuit die klankvoorstelling probeert Anneleen alle mogelijkheden uit. ‘Hoe dichter je met je handen bij de klankkast speelt, hoe droger en hoe meer gearticuleerd het klinkt. In het midden vibreren de snaren het meest. Ook verschillende vingerzettingen beïnvloeden de klank. De ene vinger is sterker dan de andere, en sommige hebben een mooiere toon dan andere.’
Gewoon Anneleen
De baan in het Concertgebouworkest heeft Anneleen veel rust gebracht. Waar ze vroeger in haar privéleven veel moest laten om deze positie te bereiken, heeft ze inmiddels een balans gevonden tussen harp spelen en andere dingen in het leven. Het belang hiervan ondervond ze tijdens de covid-pandemie, toen ze zou beginnen aan haar proefperiode bij het orkest. ‘Alles werd afgezegd en ineens verdween ook mijn behoefte om de harp aan te raken. Dat gevoel kende ik niet en was heel beangstigend. Tegelijkertijd was het een wake-upcall: wie ben ik als ik geen harp speel? Wie ben ik buiten de muziek? Al mijn prestaties waren tenslotte op een podium met dat instrument. Achteraf ben ik dankbaar voor die periode. Soms word je geleefd in dit vak, en ik denk dat de drukke agenda een leegte maskeerde. Ik realiseerde me dat ik ook gewoon Anneleen ben, die meer leuk vindt dan harp spelen: bij familie en vrienden zijn, in de bergen lopen en nieuwe plekken op de wereld ontdekken. En dat ik ontspanning en een gevoel van vrijheid nodig heb.’
Inmiddels plant Anneleen bewust momenten met haar telefoon op vliegtuigstand. Lachend: ‘Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een origamipakket dat ik kocht tijdens de Aziëtournee.’ Naast haar baan in het orkest geeft ze nu zelf orkestles op het Conservatorium van Amsterdam, omdat ze haar enthousiasme en ervaring wil overdragen op jonge harpisten. Ook speelt ze regelmatig kamermuziek met collega’s. ‘Maar alleen omdat ik er plezier in heb, en alleen als ik er honderd procent voor kan gaan.’
Ademen
In vrije weken gaat ze met haar man op reis. De verbinding met de natuur is onmisbaar voor de balans in haar leven. ‘Ik kies eigenlijk altijd plekken met weidsheid. Waar ik kan ademen. Boven op een berg, die stilte, met alleen de wind en vogels om me heen. Alles waar ik me druk om maak verdwijnt, of wordt superklein. Daarna kan ik alles weer aan.’ De reiservaringen inspireren Anneleen ook in haar werk. ‘Als iets bijvoorbeeld majestueus moet klinken, denk ik aan zo’n moment in de bergen. Die beelden uit de natuur en de herinnering aan hoe ik me toen voelde helpen me bij het spelen.’
De harpen van Anneleen Schuitemaker
‘In het orkest kunnen Petra en ik kiezen uit harpen van twee verschillende bouwers: Camac uit Frankrijk en Horngacher uit Duitsland. Van beide merken beschikt het orkest over twee instrumenten, eigendom van de Foundation Concertgebouworkest. Als we niet op tournee zijn, staan ze in Het Concertgebouw. De Horngacher heeft een diepere, zwaardere klank en bespelen we bijvoorbeeld in muziek van Mahler en Richard Strauss – waar we veel klank moeten maken in een grote orkestbezetting. De Camac is juist geschikt voor stukken waarin de harppartij meer open ligt en een lichtere klankkleur gevraagd wordt, bijvoorbeeld in Franse muziek.
Een van de Camacs (op de foto) heb ik persoonlijk mogen uitzoeken. De aankoop is mogelijk gemaakt door de Swiss Global Friends van het orkest. Het is een prachtig instrument. In het lage register klinkt hij vol en warm en in de hoogte is hij mooi helder. Ergonomisch is de Camac ook fijn, de Horngacher is zwaarder en je moet verder naar voren reiken bij het spelen. In het huis van het Concertgebouworkest aan de Gabriël Metsustraat staat nog een vijfde harp van het orkest, voor kamermuziek en om op te studeren. Thuis bespeel ik een harp van het merk Lyon & Healy, in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.
Bekijk ook de luistertips van Anneleen Schuitemaker
‘In het orkest kunnen Petra en ik kiezen uit harpen van twee verschillende bouwers: Camac uit Frankrijk en Horngacher uit Duitsland. Van beide merken beschikt het orkest over twee instrumenten, eigendom van de Foundation Concertgebouworkest. Als we niet op tournee zijn, staan ze in Het Concertgebouw. De Horngacher heeft een diepere, zwaardere klank en bespelen we bijvoorbeeld in muziek van Mahler en Richard Strauss – waar we veel klank moeten maken in een grote orkestbezetting. De Camac is juist geschikt voor stukken waarin de harppartij meer open ligt en een lichtere klankkleur gevraagd wordt, bijvoorbeeld in Franse muziek.
Een van de Camacs (op de foto) heb ik persoonlijk mogen uitzoeken. De aankoop is mogelijk gemaakt door de Swiss Global Friends van het orkest. Het is een prachtig instrument. In het lage register klinkt hij vol en warm en in de hoogte is hij mooi helder. Ergonomisch is de Camac ook fijn, de Horngacher is zwaarder en je moet verder naar voren reiken bij het spelen. In het huis van het Concertgebouworkest aan de Gabriël Metsustraat staat nog een vijfde harp van het orkest, voor kamermuziek en om op te studeren. Thuis bespeel ik een harp van het merk Lyon & Healy, in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.
Bekijk ook de luistertips van Anneleen Schuitemaker