Violiste Nadia Ettinger: ‘Het Concertgebouworkest leek een verre droom’
door Joost Galema 10 jan. 2026 10 januari 2026
In haar kindertijd bewonderde ze thuis, in een Luxemburgs dorp, de opnamen van het Concertgebouworkest. Als ze daar toch eens in zou mogen spelen?
Zestien lentes oud nog maar was Nadia Ettinger toen ze voor het eerst plaatsnam op een stoel van het Concertgebouworkest. In twee seizoenen reisden de Amsterdammers destijds langs alle landen van de Europese Unie en traden daar side by side op met lokaal talent. In oktober 2016 mochten een veertigtal tieners uit België en Luxemburg in het Brusselse Bozar en de Luxemburgse Philharmonie aanschuiven voor Richard Wagners Vorspiel uit ‘Die Meistersinger von Nürnberg’.
‘Intimiderend’, noemt Ettinger – nu tweede violiste in het orkest – die ervaring. ‘Tot dan toe belichaamde het Concertgebouworkest een verre droom, de wereldtop die we van buitenaf bewonderden. We kregen één repetitie in het conservatorium in Brussel met een assistent. Hij bereidde muzikaal voor, maar wees ons ook op de nodige regels. Zo ergerde chef-dirigent Daniele Gatti zich volgens hem aan strijkers die met gekruiste onderbenen op hun stoelen zaten te spelen. We moesten onze voeten stevig op de vloer planten.
Van het concert beklijft alleen nog de herinnering aan hoe zenuwachtig ik was. Ooit, was toen mijn gedachte, hoop ik genoeg ervaring te verzamelen om me niet meer zo angstig te voelen. En dat is gelukt. Nu – na ruim twee jaar in het orkest – voelt het als een thuis: warm en ontspannen.’
Metgezel
Nadia Ettinger kwam ter wereld in een klein Luxemburgs dorp, een half uur ten noorden van de hoofdstad. Ze is de dochter van een leraar Duits en een moeder die opgroeide in Wit-Rusland, waar ze computers programmeerde en wiskunde onderwees. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie begin jaren negentig reisde ze naar Duitsland. Daar ontmoetten haar ouders elkaar, toen op een dag in een supermarkt haar moeder een jongen vroeg of hij wist waar de augurken stonden.
‘Mijn ouders houden van klassieke muziek’, vertelt Ettinger, ‘hoewel beiden geen instrument bespelen. Maar vanuit hun achtergrond als onderwijzers weten ze hoe belangrijk de invloed ervan is op de ontwikkeling van een kind. Daarom luisterde mijn moeder tijdens de zwangerschap veel naar Mozart en Vivaldi. Op mijn tweede kochten ze voor mij een kleine duplo-piano van één octaaf. En ik vond het geweldig om daarop te experimenteren met de melodieën die ik thuis of in de auto hoorde.’
Haar talent bleef niet onopgemerkt en haar ouders begonnen aan een zoektocht naar een pianoleraar. Daar bleek peuter Nadia nog te jong voor. ‘Wel was er in de buurt een school waar kinderen van mijn leeftijd al strijkinstrumenten leerden bespelen. Waarom mijn keuze op de viool viel, herinner ik me niet meer. Vermoedelijk was het toeval. Sindsdien werd de viool mijn onafscheidelijke metgezel. Eerst als een soort speelkameraadje. Vanaf mijn achtste begon ik serieuzer te musiceren.’
Geen solist
Op dat moment ontfermde violiste Laurence Koch zich over Ettinger. ‘Zij kwam uit een muzikale familie en was die jaren mijn voorbeeld. Ze inspireerde me om techniek te koppelen aan zeggingskracht, aan het vermogen om mensen met de muziek te beroeren en ontroeren. Elf jaar lang kreeg ik les van haar, onder meer aan het Conservatoire de la Ville de Luxembourg. In die periode bracht ze me ook in contact met haar vader Philippe Koch, die een klas met jonge talenten onderwees aan het Koninklijk Conservatorium in Luik.’
‘Het solistenbestaan leek me indrukwekkend, maar ook uitputtend, zenuwslopend en eenzaam’
Gezien de prijzen en onderscheidingen die Ettinger in haar jonge jaren won, zijn buitenstaanders snel geneigd te denken aan een solistenloopbaan. Maar al vroeg, rond haar veertiende, besloot ze haar toekomst daar niet te zoeken. ‘Solist zijn is een competitief leven, waaraan je je moet willen overgeven. Het leek me zeker indrukwekkend, maar ook uitputtend, zenuwslopend en eenzaam. Bovendien bestaat mijn geluk uit het samen musiceren in kleine of grote bezettingen. Ik koester twee dromen: op hoog niveau muziek maken en een gezin. Ik wil graag ergens wortelen, liefst met een vaste aanstelling. Het Concertgebouworkest is een droombaan in dat opzicht.’
Zestien lentes oud nog maar was Nadia Ettinger toen ze voor het eerst plaatsnam op een stoel van het Concertgebouworkest. In twee seizoenen reisden de Amsterdammers destijds langs alle landen van de Europese Unie en traden daar side by side op met lokaal talent. In oktober 2016 mochten een veertigtal tieners uit België en Luxemburg in het Brusselse Bozar en de Luxemburgse Philharmonie aanschuiven voor Richard Wagners Vorspiel uit ‘Die Meistersinger von Nürnberg’.
‘Intimiderend’, noemt Ettinger – nu tweede violiste in het orkest – die ervaring. ‘Tot dan toe belichaamde het Concertgebouworkest een verre droom, de wereldtop die we van buitenaf bewonderden. We kregen één repetitie in het conservatorium in Brussel met een assistent. Hij bereidde muzikaal voor, maar wees ons ook op de nodige regels. Zo ergerde chef-dirigent Daniele Gatti zich volgens hem aan strijkers die met gekruiste onderbenen op hun stoelen zaten te spelen. We moesten onze voeten stevig op de vloer planten.
Van het concert beklijft alleen nog de herinnering aan hoe zenuwachtig ik was. Ooit, was toen mijn gedachte, hoop ik genoeg ervaring te verzamelen om me niet meer zo angstig te voelen. En dat is gelukt. Nu – na ruim twee jaar in het orkest – voelt het als een thuis: warm en ontspannen.’
Metgezel
Nadia Ettinger kwam ter wereld in een klein Luxemburgs dorp, een half uur ten noorden van de hoofdstad. Ze is de dochter van een leraar Duits en een moeder die opgroeide in Wit-Rusland, waar ze computers programmeerde en wiskunde onderwees. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie begin jaren negentig reisde ze naar Duitsland. Daar ontmoetten haar ouders elkaar, toen op een dag in een supermarkt haar moeder een jongen vroeg of hij wist waar de augurken stonden.
‘Mijn ouders houden van klassieke muziek’, vertelt Ettinger, ‘hoewel beiden geen instrument bespelen. Maar vanuit hun achtergrond als onderwijzers weten ze hoe belangrijk de invloed ervan is op de ontwikkeling van een kind. Daarom luisterde mijn moeder tijdens de zwangerschap veel naar Mozart en Vivaldi. Op mijn tweede kochten ze voor mij een kleine duplo-piano van één octaaf. En ik vond het geweldig om daarop te experimenteren met de melodieën die ik thuis of in de auto hoorde.’
Haar talent bleef niet onopgemerkt en haar ouders begonnen aan een zoektocht naar een pianoleraar. Daar bleek peuter Nadia nog te jong voor. ‘Wel was er in de buurt een school waar kinderen van mijn leeftijd al strijkinstrumenten leerden bespelen. Waarom mijn keuze op de viool viel, herinner ik me niet meer. Vermoedelijk was het toeval. Sindsdien werd de viool mijn onafscheidelijke metgezel. Eerst als een soort speelkameraadje. Vanaf mijn achtste begon ik serieuzer te musiceren.’
Geen solist
Op dat moment ontfermde violiste Laurence Koch zich over Ettinger. ‘Zij kwam uit een muzikale familie en was die jaren mijn voorbeeld. Ze inspireerde me om techniek te koppelen aan zeggingskracht, aan het vermogen om mensen met de muziek te beroeren en ontroeren. Elf jaar lang kreeg ik les van haar, onder meer aan het Conservatoire de la Ville de Luxembourg. In die periode bracht ze me ook in contact met haar vader Philippe Koch, die een klas met jonge talenten onderwees aan het Koninklijk Conservatorium in Luik.’
‘Het solistenbestaan leek me indrukwekkend, maar ook uitputtend, zenuwslopend en eenzaam’
Gezien de prijzen en onderscheidingen die Ettinger in haar jonge jaren won, zijn buitenstaanders snel geneigd te denken aan een solistenloopbaan. Maar al vroeg, rond haar veertiende, besloot ze haar toekomst daar niet te zoeken. ‘Solist zijn is een competitief leven, waaraan je je moet willen overgeven. Het leek me zeker indrukwekkend, maar ook uitputtend, zenuwslopend en eenzaam. Bovendien bestaat mijn geluk uit het samen musiceren in kleine of grote bezettingen. Ik koester twee dromen: op hoog niveau muziek maken en een gezin. Ik wil graag ergens wortelen, liefst met een vaste aanstelling. Het Concertgebouworkest is een droombaan in dat opzicht.’
Academie
Ettinger trok na de conservatoria in Luxemburg en Luik verder naar het noorden, naar Amsterdam. ‘Voor mijn masterstudie zocht ik nieuwe impulsen. Ik heb mijn net breed uitgegooid en Tjeerd Top kwam bovendrijven. Opnamen van hem, ook als plaatsvervangend concertmeester bij het Concertgebouworkest, maakten veel indruk op me. En het Concertgebouworkest stond al sinds mijn jeugd aan de top of my list. Het klinkt zo – hoe zeg ik dat? – smooth, met mooie contrasten tussen verschillende emoties in de partituur. Wie zoals ik een orkestmusicus wil worden, gaat alles luisteren en vergelijken. En dan was voor mij destijds Amsterdam wel de plek waar het gebeurde.’
Zoals meer strijkers beschouw ik mijn viool als een persoonlijkheid, iets wat leeft
Ze nam proeflessen, onder andere bij Top. Dat moest via een Zoomverbinding vanwege de covid-lockdowns. En op die manier deed ze ook haar toelatingsexamen voor het Amsterdamse conservatorium. ‘Ik weet niet meer wie erover begon, maar op een dag lag plotseling de vraag op tafel of er een kans was om in het Concertgebouworkest te spelen als remplaçant. Voor mij een droom. Was ik klaar voor die stap, had ik het niveau? Ik twijfelde, maar Tjeerd zei tot mijn verbazing: ‘Natuurlijk kun je dat. Geen probleem.’ Hij suggereerde ook om auditie te doen voor de Academie van het Concertgebouworkest.’
En dat deed Ettinger met succes. Ze behoorde tot de Europese toptalenten die bij het Concertgebouworkest een opleiding op maat krijgen. ‘We repeteerden en speelden in het orkest, konden les nemen bij zelfgekozen orkestmusici, maakten samen kamermuziek, kregen auditietrainingen en mochten – als we dat wilden – met een therapeut praten over de spanningen die het muziekleven met zich meebrengt.’
Auditie
Die ervaringen en lessen in de Academie kwamen van pas, want gedurende die tijd – nu zo’n tweeënhalf jaar geleden – wist ze een auditie te winnen voor een positie als tweede violist in het Concertgebouworkest. Haar droom werd werkelijkheid. Mooie herinneringen bewaart ze er nu al aan. ‘De Negende symfonie van Mahler met Daniel Harding [in 2022, aan het begin van haar academiejaar, red.] was meeslepend, de ‘Leningrad’-symfonie van Sjostakovitsj met Semyon Bychkov in april 2025 ging zo diep door alle geschiedenis die hij ons hierover vertelde. En dan waren er nog de Brahms-symfonieën met John Eliot Gardiner, die we zo’n drie jaar geleden [in mei 2023, red.] ook speelden in mijn thuisland Luxemburg.
Moest ik een soundtrack voor mijn leven kiezen, dan zou het Brahms zijn. In zijn muziek zit zoveel tederheid. Voor mijn gevoel draagt ieder mens een kind mee in zichzelf. En wat Brahms doet, is dat kind in je raken.’
De viool van Nadia Ettinger
Academie
Ettinger trok na de conservatoria in Luxemburg en Luik verder naar het noorden, naar Amsterdam. ‘Voor mijn masterstudie zocht ik nieuwe impulsen. Ik heb mijn net breed uitgegooid en Tjeerd Top kwam bovendrijven. Opnamen van hem, ook als plaatsvervangend concertmeester bij het Concertgebouworkest, maakten veel indruk op me. En het Concertgebouworkest stond al sinds mijn jeugd aan de top of my list. Het klinkt zo – hoe zeg ik dat? – smooth, met mooie contrasten tussen verschillende emoties in de partituur. Wie zoals ik een orkestmusicus wil worden, gaat alles luisteren en vergelijken. En dan was voor mij destijds Amsterdam wel de plek waar het gebeurde.’
Zoals meer strijkers beschouw ik mijn viool als een persoonlijkheid, iets wat leeft
Ze nam proeflessen, onder andere bij Top. Dat moest via een Zoomverbinding vanwege de covid-lockdowns. En op die manier deed ze ook haar toelatingsexamen voor het Amsterdamse conservatorium. ‘Ik weet niet meer wie erover begon, maar op een dag lag plotseling de vraag op tafel of er een kans was om in het Concertgebouworkest te spelen als remplaçant. Voor mij een droom. Was ik klaar voor die stap, had ik het niveau? Ik twijfelde, maar Tjeerd zei tot mijn verbazing: ‘Natuurlijk kun je dat. Geen probleem.’ Hij suggereerde ook om auditie te doen voor de Academie van het Concertgebouworkest.’
En dat deed Ettinger met succes. Ze behoorde tot de Europese toptalenten die bij het Concertgebouworkest een opleiding op maat krijgen. ‘We repeteerden en speelden in het orkest, konden les nemen bij zelfgekozen orkestmusici, maakten samen kamermuziek, kregen auditietrainingen en mochten – als we dat wilden – met een therapeut praten over de spanningen die het muziekleven met zich meebrengt.’
Auditie
Die ervaringen en lessen in de Academie kwamen van pas, want gedurende die tijd – nu zo’n tweeënhalf jaar geleden – wist ze een auditie te winnen voor een positie als tweede violist in het Concertgebouworkest. Haar droom werd werkelijkheid. Mooie herinneringen bewaart ze er nu al aan. ‘De Negende symfonie van Mahler met Daniel Harding [in 2022, aan het begin van haar academiejaar, red.] was meeslepend, de ‘Leningrad’-symfonie van Sjostakovitsj met Semyon Bychkov in april 2025 ging zo diep door alle geschiedenis die hij ons hierover vertelde. En dan waren er nog de Brahms-symfonieën met John Eliot Gardiner, die we zo’n drie jaar geleden [in mei 2023, red.] ook speelden in mijn thuisland Luxemburg.
Moest ik een soundtrack voor mijn leven kiezen, dan zou het Brahms zijn. In zijn muziek zit zoveel tederheid. Voor mijn gevoel draagt ieder mens een kind mee in zichzelf. En wat Brahms doet, is dat kind in je raken.’
De viool van Nadia Ettinger
‘Via de Foundation Concertgebouworkest speel ik nu op een achttiende-eeuwse viool van de Milanese bouwer Landolfi. Voorheen werd het instrument bespeeld door Sylvia Huang [orkestlid van 2014 tot 2022, red.]. Het heeft een warm en rond geluid. Je kunt er luid op spelen zonder dat de klank scherp wordt. Ik kwam hier met mijn eigen Franse viool, gemaakt door Joseph Hel, maar die miste wel wat volume. Tjeerd Top liet me een keer op zijn Stradivarius spelen, en toen merkte ik wel hoe groot het verschil was.
Ik heb toen twee instrumenten geprobeerd uit de collectie van de Foundation. De Franse Vuillaume klonk penetranter, meer een instrument voor een solist, vond ik. De Italiaanse Landolfi voelde warmer. En dat past beter bij me. Al vond ik de keuze best moeilijk. Zoals meer strijkers beschouw ik mijn viool als een persoonlijkheid, iets wat leeft, wat niet altijd in een goed humeur is. Op tournee in Azië afgelopen herfst was hij – voor mij is het een hij – niet erg blij met alle verschillen in temperatuur en vochtigheid. Op een gegeven moment lieten zelfs de snaren los.’
Benieuwd naar Nadia's favoriete muziek? Bekijk hier haar luistertips!
‘Via de Foundation Concertgebouworkest speel ik nu op een achttiende-eeuwse viool van de Milanese bouwer Landolfi. Voorheen werd het instrument bespeeld door Sylvia Huang [orkestlid van 2014 tot 2022, red.]. Het heeft een warm en rond geluid. Je kunt er luid op spelen zonder dat de klank scherp wordt. Ik kwam hier met mijn eigen Franse viool, gemaakt door Joseph Hel, maar die miste wel wat volume. Tjeerd Top liet me een keer op zijn Stradivarius spelen, en toen merkte ik wel hoe groot het verschil was.
Ik heb toen twee instrumenten geprobeerd uit de collectie van de Foundation. De Franse Vuillaume klonk penetranter, meer een instrument voor een solist, vond ik. De Italiaanse Landolfi voelde warmer. En dat past beter bij me. Al vond ik de keuze best moeilijk. Zoals meer strijkers beschouw ik mijn viool als een persoonlijkheid, iets wat leeft, wat niet altijd in een goed humeur is. Op tournee in Azië afgelopen herfst was hij – voor mij is het een hij – niet erg blij met alle verschillen in temperatuur en vochtigheid. Op een gegeven moment lieten zelfs de snaren los.’
Benieuwd naar Nadia's favoriete muziek? Bekijk hier haar luistertips!