Contrabassist Felix Lashmar: ‘Mijn bas is als een Tesla’ / ‘Een perfect run gebeurt bijna nooit’
door Stella Vrijmoed 01 mei 2026 01 mei 2026
Samen met zijn goede vriend Léo Genet deed Felix Lashmar auditie voor een baan in het Concertgebouworkest en samen kregen ze een plek in de contrabassectie. Al acht jaar is Felix nu onderdeel van de ‘motor van het orkest’.
De Britse Felix Lashmar draait zijn hand niet om voor een interview in het Nederlands. Toen hij de baan bij het Concertgebouworkest kreeg, begon hij meteen met taallessen, aangeboden door het orkest. ‘Mijn vrouw en ik krijgen thuis een privédocent’, zegt hij. ‘Daar hebben we zoveel geluk mee.’ Hun twee kinderen zitten op een lokale basisschool, waar hij Nederlands spreekt. En het kantoorwerk dat hij doet voor het verenigingsbestuur van het orkest gaat ook helemaal in het Nederlands, vertelt hij met lichte trots. ‘Op het podium heb ik het niet zo nodig – een dirigent als Jaap van Zweden doet misschien alleen de eerste paar zinnen in het Nederlands. Maar al zijn we een internationale instelling, ik vind het wel belangrijk om de Nederlandse identiteit van het orkest vast te houden.’
Familie
Felix kende het orkest al goed voordat hij het proefspel deed in 2018. Dankzij de connectie met aanvoerder Dominic Seldis, destijds zijn docent in Londen, speelde hij in 2014 al voor het eerst mee in het Concertgebouworkest. Op het programma stond het contrabasconcert Wolf Totem van Tan Dun, waarin Seldis de solist was. In zijn eerste maand in Nederland als student werd Felix bovendien al uitgenodigd voor de grote Azië-tournee in 2015.
‘Het orkest voelde al aan als familie’, zegt de bassist, die ook al deel had uitgemaakt van de Academie van het Concertgebouworkest. Maar het proefspel was nog steeds een uitdaging: ‘Er waren twee plekken. Dat hielp psychologisch een beetje. En ik kon het delen met mijn goede vriend Léo Genet, met wie ik heb gestudeerd [afgelopen maart stond Léo in de rubriek Orkestlid, hier terug te lezen]. We deden samen auditie en kregen op dezelfde dag de baan. Dat was een groot moment in mijn muzikale leven.’
Kan altijd beter
De eerste jaren in het orkest waren geweldig, vertelt Felix. Hij leerde veel nieuw repertoire, kreeg een nieuwe bas en een nieuwe strijkstok tot zijn beschikking. ‘De hele sectie heeft stapje voor stapje betere instrumenten en stokken gekregen, waardoor de klankmogelijkheden alleen maar groter zijn geworden. Ik zit zo lekker in het orkest nu. In het begin was het wel spannend. Maar nu kan ik me meer in de muziek verliezen. En omdat we in de bassectie al acht jaar samen spelen met dezelfde leden, vinden we elkaar snel.’
‘Mijn bas is als een Tesla: zet je voet licht op het pedaal en hij schiet al weg’
Toch blijft het een uitdaging om elke avond de perfecte, consistente dynamiek, expressie en intonatie te vinden met zes of acht basspelers. ‘Het is als een synchrone dans: om het honderd procent goed te doen, is bijna onmogelijk. Het spel is voor mij om daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen.’
De Britse Felix Lashmar draait zijn hand niet om voor een interview in het Nederlands. Toen hij de baan bij het Concertgebouworkest kreeg, begon hij meteen met taallessen, aangeboden door het orkest. ‘Mijn vrouw en ik krijgen thuis een privédocent’, zegt hij. ‘Daar hebben we zoveel geluk mee.’ Hun twee kinderen zitten op een lokale basisschool, waar hij Nederlands spreekt. En het kantoorwerk dat hij doet voor het verenigingsbestuur van het orkest gaat ook helemaal in het Nederlands, vertelt hij met lichte trots. ‘Op het podium heb ik het niet zo nodig – een dirigent als Jaap van Zweden doet misschien alleen de eerste paar zinnen in het Nederlands. Maar al zijn we een internationale instelling, ik vind het wel belangrijk om de Nederlandse identiteit van het orkest vast te houden.’
Familie
Felix kende het orkest al goed voordat hij het proefspel deed in 2018. Dankzij de connectie met aanvoerder Dominic Seldis, destijds zijn docent in Londen, speelde hij in 2014 al voor het eerst mee in het Concertgebouworkest. Op het programma stond het contrabasconcert Wolf Totem van Tan Dun, waarin Seldis de solist was. In zijn eerste maand in Nederland als student werd Felix bovendien al uitgenodigd voor de grote Azië-tournee in 2015.
‘Het orkest voelde al aan als familie’, zegt de bassist, die ook al deel had uitgemaakt van de Academie van het Concertgebouworkest. Maar het proefspel was nog steeds een uitdaging: ‘Er waren twee plekken. Dat hielp psychologisch een beetje. En ik kon het delen met mijn goede vriend Léo Genet, met wie ik heb gestudeerd [afgelopen maart stond Léo in de rubriek Orkestlid, hier terug te lezen]. We deden samen auditie en kregen op dezelfde dag de baan. Dat was een groot moment in mijn muzikale leven.’
Kan altijd beter
De eerste jaren in het orkest waren geweldig, vertelt Felix. Hij leerde veel nieuw repertoire, kreeg een nieuwe bas en een nieuwe strijkstok tot zijn beschikking. ‘De hele sectie heeft stapje voor stapje betere instrumenten en stokken gekregen, waardoor de klankmogelijkheden alleen maar groter zijn geworden. Ik zit zo lekker in het orkest nu. In het begin was het wel spannend. Maar nu kan ik me meer in de muziek verliezen. En omdat we in de bassectie al acht jaar samen spelen met dezelfde leden, vinden we elkaar snel.’
‘Mijn bas is als een Tesla: zet je voet licht op het pedaal en hij schiet al weg’
Toch blijft het een uitdaging om elke avond de perfecte, consistente dynamiek, expressie en intonatie te vinden met zes of acht basspelers. ‘Het is als een synchrone dans: om het honderd procent goed te doen, is bijna onmogelijk. Het spel is voor mij om daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen.’
Bovendien, hoe beter je wordt, hoe dieper je in de muziek wilt gaan om alle details eruit te laten springen, zegt Felix. ‘Het publiek merkt zulke details waarschijnlijk niet op, maar ze kunnen het wel ruiken en voelen als wij een perfect run doen. Dat gevoel is voor ons ongelooflijk, maar het gebeurt bijna nooit. Er is altijd wel iets dat beter kan.’
Stilteretraite
Hij vergelijkt muziek maken met mediteren: je moet er helemaal voor in het moment zijn en daarvoor heb je opperste concentratie nodig. Sinds hij oefent met mediteren, is zijn focus verbeterd. ‘Tijdens repetities droomde ik vaak weg wanneer de dirigent in overleg was met een andere sectie. Nu vind ik saaie momenten makkelijker, ik luister nu mee of oefen zelf iets in stilte. Zelfs afwassen of vuilnis buitenzetten vind ik nu minder moeilijk.’
Het liefst zou hij een keer op stilteretraite gaan om zijn meditatiepraktijk te verdiepen, maar de baan en het gezin eisen te veel tijd op. Naast zijn orkestbaan doet hij een paar keer per jaar een tournee met het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Daar kan hij ook zijn ei kwijt als basgitarist. Het combineren van stijlen en instrumenten vindt hij het mooist. ‘Klassiek is altijd de bull’s eye, maar ik vind het ook cool om pop- en rockmuziek te leren. Bij het NBE krijg ik elke tournee wel te maken met een nieuwe stijl.’ Zo speelde hij voor het eerst met Surinaamse musici en moest hij zich binnen een paar dagen in flamenco verdiepen. ‘Een nieuwe stijl, met nieuwe timing en groove. Bovendien ben ik bij het NBE de enige strijker – ik voel me daar haast een solist.’
Hoe anders is dat in het Concertgebouworkest. ‘Daar ben ik tutti-speler. Wij zijn de motor van het orkest. Dat kun je het beste horen in Mahlers Negende symfonie. In het laatste deel, het Adagio, horen we het mooie thema van deze symfonie bij de strijkers. De bas is daar zo laag, wij sturen het hele strijkorkest aan met deze lijn. Het is een van mijn favoriete momenten uit het repertoire. En het is precies ook een van die momenten die je nooit goed genoeg kan spelen.’
De contrabas van Felix Lashmar
Bovendien, hoe beter je wordt, hoe dieper je in de muziek wilt gaan om alle details eruit te laten springen, zegt Felix. ‘Het publiek merkt zulke details waarschijnlijk niet op, maar ze kunnen het wel ruiken en voelen als wij een perfect run doen. Dat gevoel is voor ons ongelooflijk, maar het gebeurt bijna nooit. Er is altijd wel iets dat beter kan.’
Stilteretraite
Hij vergelijkt muziek maken met mediteren: je moet er helemaal voor in het moment zijn en daarvoor heb je opperste concentratie nodig. Sinds hij oefent met mediteren, is zijn focus verbeterd. ‘Tijdens repetities droomde ik vaak weg wanneer de dirigent in overleg was met een andere sectie. Nu vind ik saaie momenten makkelijker, ik luister nu mee of oefen zelf iets in stilte. Zelfs afwassen of vuilnis buitenzetten vind ik nu minder moeilijk.’
Het liefst zou hij een keer op stilteretraite gaan om zijn meditatiepraktijk te verdiepen, maar de baan en het gezin eisen te veel tijd op. Naast zijn orkestbaan doet hij een paar keer per jaar een tournee met het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Daar kan hij ook zijn ei kwijt als basgitarist. Het combineren van stijlen en instrumenten vindt hij het mooist. ‘Klassiek is altijd de bull’s eye, maar ik vind het ook cool om pop- en rockmuziek te leren. Bij het NBE krijg ik elke tournee wel te maken met een nieuwe stijl.’ Zo speelde hij voor het eerst met Surinaamse musici en moest hij zich binnen een paar dagen in flamenco verdiepen. ‘Een nieuwe stijl, met nieuwe timing en groove. Bovendien ben ik bij het NBE de enige strijker – ik voel me daar haast een solist.’
Hoe anders is dat in het Concertgebouworkest. ‘Daar ben ik tutti-speler. Wij zijn de motor van het orkest. Dat kun je het beste horen in Mahlers Negende symfonie. In het laatste deel, het Adagio, horen we het mooie thema van deze symfonie bij de strijkers. De bas is daar zo laag, wij sturen het hele strijkorkest aan met deze lijn. Het is een van mijn favoriete momenten uit het repertoire. En het is precies ook een van die momenten die je nooit goed genoeg kan spelen.’
De contrabas van Felix Lashmar
‘Ik speel op een Engelse bas uit 1810 van John F. Lott, uit de collectie van de Foundation Concertgebouworkest. Dit is een snel en gevoelig instrument: dat betekent dat je al direct een klank krijgt als je iets kleins met je stok of vingers doet. Ook zachte en snelle dingen kun je er duidelijk op spelen, er is geen weerstand op de linkerhand. Met andere bassen moet je harder werken om er geluid uit te krijgen. Het voelt een beetje alsof ik valsspeel met mijn bas. Hij is als een Tesla: je zet je voet maar licht op het pedaal en hij schiet al weg.
In de loop van de jaren heb ik van alles veranderd aan mijn bas om de klank te optimaliseren. Een nieuw staartstuk of met metaal omhulde darmsnaren, bijvoorbeeld. Mijn stok is voor mij persoonlijk gemaakt in Parijs, door de bekende strijkstokkenmaker Boris Fritsch. Ik stond bij hem twee jaar op een wachtlijst. Ik wilde graag iets dat snel reageert, ik ben fan van een direct attack. Je kan een strijkstok vergelijken met goede banden op een sportwagen: die moeten grip op de weg hebben.
Orkestmuziek speel ik altijd op mijn Engelse bas, maar ik heb ook nog twee andere bassen. Daar oefen ik thuis op, of ik gebruik ze bijvoorbeeld als ik een jazzy, poppy klank wil, zoals voor het Nieuwjaarsconcert met het Nederlands Blazers Ensemble.’
Benieuwd naar de favoriete muziek van Felix? Beluister het hier.
‘Ik speel op een Engelse bas uit 1810 van John F. Lott, uit de collectie van de Foundation Concertgebouworkest. Dit is een snel en gevoelig instrument: dat betekent dat je al direct een klank krijgt als je iets kleins met je stok of vingers doet. Ook zachte en snelle dingen kun je er duidelijk op spelen, er is geen weerstand op de linkerhand. Met andere bassen moet je harder werken om er geluid uit te krijgen. Het voelt een beetje alsof ik valsspeel met mijn bas. Hij is als een Tesla: je zet je voet maar licht op het pedaal en hij schiet al weg.
In de loop van de jaren heb ik van alles veranderd aan mijn bas om de klank te optimaliseren. Een nieuw staartstuk of met metaal omhulde darmsnaren, bijvoorbeeld. Mijn stok is voor mij persoonlijk gemaakt in Parijs, door de bekende strijkstokkenmaker Boris Fritsch. Ik stond bij hem twee jaar op een wachtlijst. Ik wilde graag iets dat snel reageert, ik ben fan van een direct attack. Je kan een strijkstok vergelijken met goede banden op een sportwagen: die moeten grip op de weg hebben.
Orkestmuziek speel ik altijd op mijn Engelse bas, maar ik heb ook nog twee andere bassen. Daar oefen ik thuis op, of ik gebruik ze bijvoorbeeld als ik een jazzy, poppy klank wil, zoals voor het Nieuwjaarsconcert met het Nederlands Blazers Ensemble.’
Benieuwd naar de favoriete muziek van Felix? Beluister het hier.