Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
luisterkunstenaars

Hoe luistert een muziekdocent?

door Rahul Gandolahage
15 sep. 2021 15 september 2021

In de rubriek Luisterkunstenaars spreekt Preludium mensen die in hun dagelijks leven op een bijzondere manier hun oren gebruiken. Deze maand orthopedagogisch muziekdocent Lars van den Oever.

Lars van den Oever

Lars van den Oever

Lars van den Oever

Lars van den Oever

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Ik ben de hele dag met luisteren bezig. Voor mijn leerlingen, die allemaal een licha­melijke of mentale beperking hebben, is muziek een middel en een doel. Het is een middel om hun achterlopende ontwikkeling te stimuleren. De handicap en de intensiteit daarvan verschillen per leerling, dus ik moet elke les weer goed luisteren, nadenken, anticiperen op wat ik hoor. Kinderen met een cerebrale parese, bijvoorbeeld, zijn deels verlamd. Als we gaan trommelen, kun je heel goed het verschil tussen een sterke en een zwakke hand horen. Het is dan de uitdaging muzikaal aan de slag te gaan met de ontwikkeling van die zwakke hand. Daarmee train je uiteindelijk de hersenen.

Aan de manier van spelen hoor je ook of kinderen sociaal introverter zijn. Juist door hen muzikaal te stimuleren zichzelf te laten horen, ontwikkel je hun durf. Het trekt kinderen uit hun schulp.

Maar het muzikale doel is er ook altijd. Dat is waarin orthopedagogische muziekbeoefening verschilt van muziektherapie. Kinderen leren uiteindelijk, hoe klein ook, muziek luisteren en maken.’

Luister je anders dan anderen?

‘Ik hoop het niet. Ik zou willen dat iedereen hoort wat ik kan horen. Maar ik ben wel iemand die vooral naar de muziek luistert, niet naar tekst. Ik denk dat mensen voor allerlei verschillende dingen gevoelig kunnen zijn. Konden we dat maar van elkaar horen!

Door mijn werk luister ik niet zozeer anders in het dagelijks leven, maar omdat ik dagelijks zie wat er allemaal in de weg kan liggen van een goed gehoor, waardeer ik mijn oren wel heel erg.’

Wat hoor je graag?

‘Ik vind het heerlijk om van een muziekstuk achter elkaar verschillende versies te beluisteren. De Vier letzte Lieder van Richard Strauss, bijvoorbeeld, dat is echt zo’n werk dat ik dolgraag in veel uitvoeringen hoor. Stemkleuring, timing, klankkleur van het orkest, alles verandert.

In mijn werk vind ik graag met alle kinderen hun manier van muziek maken. Ik heb kinderen die bijna helemaal verlamd zijn en alleen kunnen communiceren met hun ogen. Zij kunnen soms toch op een of andere manier een geluid maken. Een hoofdbeweging naar achteren, bijvoorbeeld, waardoor je een tik hoort in de rolstoel. Dat is dan hun manier van georganiseerd geluid maken, waarmee het voor mij en voor hen onbetwistbaar muziek is.’

Wat ik echt niet wil horen is ‘het kan niet’.

Wat wil je liever niet horen?

‘Eigenlijk is er geen enkel geluid dat me stoort. Nagels op een schoolbord, prima. Net gooide iemand hier glas in de glasbak. Dat gaat altijd fles na fles. Daar zit een cadans in, ook dat wordt muziek.

Wat ik echt niet wil horen is ‘het kan niet’; dat je kinderen met een beperking geen muziekles zou kunnen geven. Kinderen denken dat zelf wel eens, of hun ouders. Daar neem ik geen genoegen mee. Zij kunnen op hun manier muziek maken. En ook naar muziek leren luisteren kan altijd.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Een leerling met een heel zeldzaam syndroom waardoor de hersenen trager werken, wilde zelf een voorstelling maken over zijn beperking. Met mij schreef hij zijn eigen liedjes, die ik aan de piano begeleidde. In een theatertje hier in Eindhoven zong hij Wordt jullie dan eindelijk eens wij?. Hij wil er gewoon bij horen. Dat was erg ontroerend.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Luister eens naar wat wetenschappers als Dick Swaab, Erik Scherder, Henkjan Honing en Mark Mieras te vertellen hebben over de werking van muziek in de hersenen. Je realiseert je dan hoe fijn het is dat muziek zoveel met onze hersenontwikkeling doet. Dan zie je wat ik in mijn werk dagelijks zie. Aan hun boodschap wil ik graag toevoegen: je hoeft niet ergens de beste in te zijn om ervan te genieten. Ook dat zie ik elke dag.’


Wie is Lars van den Oever?

Lars van den Oever (31) studeerde orthopedagogische muziekbeoefening aan het Conservatorium Maastricht. Op een mytylschool in Eindhoven werkt hij nu met 180 kinderen tussen de 4 en 18 jaar oud met een lichamelijke of mentale beperking. Hij geeft klassikaal en individueel muziekles om hun ontwikkeling te stimuleren. Daarvoor gebruikt hij slagwerk, piano en gitaar, en dirigeert hij.

Bekijk Muziek en het brein, een muzikaal college met Erik Scherder en Dick Swaab:

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Ik ben de hele dag met luisteren bezig. Voor mijn leerlingen, die allemaal een licha­melijke of mentale beperking hebben, is muziek een middel en een doel. Het is een middel om hun achterlopende ontwikkeling te stimuleren. De handicap en de intensiteit daarvan verschillen per leerling, dus ik moet elke les weer goed luisteren, nadenken, anticiperen op wat ik hoor. Kinderen met een cerebrale parese, bijvoorbeeld, zijn deels verlamd. Als we gaan trommelen, kun je heel goed het verschil tussen een sterke en een zwakke hand horen. Het is dan de uitdaging muzikaal aan de slag te gaan met de ontwikkeling van die zwakke hand. Daarmee train je uiteindelijk de hersenen.

Aan de manier van spelen hoor je ook of kinderen sociaal introverter zijn. Juist door hen muzikaal te stimuleren zichzelf te laten horen, ontwikkel je hun durf. Het trekt kinderen uit hun schulp.

Maar het muzikale doel is er ook altijd. Dat is waarin orthopedagogische muziekbeoefening verschilt van muziektherapie. Kinderen leren uiteindelijk, hoe klein ook, muziek luisteren en maken.’

Luister je anders dan anderen?

‘Ik hoop het niet. Ik zou willen dat iedereen hoort wat ik kan horen. Maar ik ben wel iemand die vooral naar de muziek luistert, niet naar tekst. Ik denk dat mensen voor allerlei verschillende dingen gevoelig kunnen zijn. Konden we dat maar van elkaar horen!

Door mijn werk luister ik niet zozeer anders in het dagelijks leven, maar omdat ik dagelijks zie wat er allemaal in de weg kan liggen van een goed gehoor, waardeer ik mijn oren wel heel erg.’

Wat hoor je graag?

‘Ik vind het heerlijk om van een muziekstuk achter elkaar verschillende versies te beluisteren. De Vier letzte Lieder van Richard Strauss, bijvoorbeeld, dat is echt zo’n werk dat ik dolgraag in veel uitvoeringen hoor. Stemkleuring, timing, klankkleur van het orkest, alles verandert.

In mijn werk vind ik graag met alle kinderen hun manier van muziek maken. Ik heb kinderen die bijna helemaal verlamd zijn en alleen kunnen communiceren met hun ogen. Zij kunnen soms toch op een of andere manier een geluid maken. Een hoofdbeweging naar achteren, bijvoorbeeld, waardoor je een tik hoort in de rolstoel. Dat is dan hun manier van georganiseerd geluid maken, waarmee het voor mij en voor hen onbetwistbaar muziek is.’

Wat ik echt niet wil horen is ‘het kan niet’.

Wat wil je liever niet horen?

‘Eigenlijk is er geen enkel geluid dat me stoort. Nagels op een schoolbord, prima. Net gooide iemand hier glas in de glasbak. Dat gaat altijd fles na fles. Daar zit een cadans in, ook dat wordt muziek.

Wat ik echt niet wil horen is ‘het kan niet’; dat je kinderen met een beperking geen muziekles zou kunnen geven. Kinderen denken dat zelf wel eens, of hun ouders. Daar neem ik geen genoegen mee. Zij kunnen op hun manier muziek maken. En ook naar muziek leren luisteren kan altijd.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Een leerling met een heel zeldzaam syndroom waardoor de hersenen trager werken, wilde zelf een voorstelling maken over zijn beperking. Met mij schreef hij zijn eigen liedjes, die ik aan de piano begeleidde. In een theatertje hier in Eindhoven zong hij Wordt jullie dan eindelijk eens wij?. Hij wil er gewoon bij horen. Dat was erg ontroerend.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Luister eens naar wat wetenschappers als Dick Swaab, Erik Scherder, Henkjan Honing en Mark Mieras te vertellen hebben over de werking van muziek in de hersenen. Je realiseert je dan hoe fijn het is dat muziek zoveel met onze hersenontwikkeling doet. Dan zie je wat ik in mijn werk dagelijks zie. Aan hun boodschap wil ik graag toevoegen: je hoeft niet ergens de beste in te zijn om ervan te genieten. Ook dat zie ik elke dag.’


Wie is Lars van den Oever?

Lars van den Oever (31) studeerde orthopedagogische muziekbeoefening aan het Conservatorium Maastricht. Op een mytylschool in Eindhoven werkt hij nu met 180 kinderen tussen de 4 en 18 jaar oud met een lichamelijke of mentale beperking. Hij geeft klassikaal en individueel muziekles om hun ontwikkeling te stimuleren. Daarvoor gebruikt hij slagwerk, piano en gitaar, en dirigeert hij.

Bekijk Muziek en het brein, een muzikaal college met Erik Scherder en Dick Swaab:

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.