Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
luisterkunstenaars

Hoe luistert een akoesticus?

door Rahul Gandolahage
24 mei 2021 24 mei 2021

In de rubriek Luisterkunstenaars spreekt Preludium mensen die in hun dagelijks leven op een bijzondere manier hun oren gebruiken. Deze maand: akoestisch specialist Margriet Lautenbach.

  • Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

    Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

  • Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

    Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

  • Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

    Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

  • Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

    Margriet Lautenbach

    foto: Jérôme Schlomoff

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Ik heb een enorme haatliefdeverhouding met geluid. Het is prachtig en het is vreselijk. Kon je je oren maar dichtdoen, net als je ogen. Ik ben heel zuinig op mijn oren, ik heb altijd oordoppen bij me. En als het dan nog te luid is, ga ik gewoon weg.’

Luister je anders dan anderen?

‘Ik moet veel in concertzalen zitten en naar concerten luisteren. Maar ik kom in eerste instantie niet voor de muziek. Het is mijn werk om de muziek en mijn muzikale smaak van de akoestiek los te rafelen en die laatste te analyseren. Ik luister naar de klankkleur van de zaal, naar wat de zaal doet met de klank van de strijkers, van de blazers, van het geheel. Hoor ik groepen separaat, of hoor ik het orkest als geheel? Bereikt alles wel op tijd je oren? Je hebt zalen waar een bepaalde groep veel later komt of helemaal niet. Ik heb weleens in een zaal gezeten waarin het klonk alsof de trompetten op het plafond zaten. Zoiets komt vaak door wat we een akoestisch defect noemen.

‘Het klonk alsof de trompetten op het plafond zaten.’

Dat scheiden van de muziek en de akoestiek is soms lastig. De zaalakoestiek kan ervoor zorgen dat een orkestklank gaat ‘rommelen’, maar het kan net zo goed aan het orkest zelf liggen. Daarom probeer ik in dezelfde zaal naar zoveel mogelijk muziek van zoveel mogelijk verschillende orkesten te luisteren.

In een optimale zaal hoor je een orkest dichterbij dan het werkelijk zit. Net als bij een Dolby-Surround-systeem moet je ín het geluid zitten. Maar het blijft ook een kwestie van smaak. Sommige mensen willen graag een zo transparant mogelijke klank waarin je alle details hoort. Andere mensen horen juist graag wat extra galm die de tonen aan elkaar bindt.’

Wat hoor je graag?

‘Oh alles, van klassieke muziek tot techno. Als ik van muziek kan genieten, betekent dat vaak vooral dat de akoestiek niet al te slecht is. Maar muziek kan nog zo mooi zijn, als de akoestiek niet klopt, hoef ik niet verder te luisteren. Om de ruimteakoestiek van een zaal goed te kunnen beoordelen is muziek waarin alle instrumentgroepen tegelijk spelen heel prettig. Dus bijvoorbeeld geen stuk van Messiaen, waarin de groepen nogal eens los van elkaar spelen; dan is analyseren lastig. Beethoven maakt het een stuk makkelijker.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Geluid dat niet thuishoort op die plek of dat tijdstip. Gefrummel aan snoeppapiertjes in de concertzaal. Daar kan ik zo boos van worden. Ik snap het wel, maar waarom pakken mensen het altijd zo langzaam uit? Kies dan een snoepje zonder een papiertje! Ja, dan neig ik wel naar misofonie [aandoening die zich kenmerkt door een afkeer van bepaalde geluiden, red.].

In een zaal is het afschuwelijk als je niet alle instrumenten hoort. Ook vreselijk: een zogenaamde ‘flutter­echo’. Dat is een akoestisch defect waarbij de echo van een geluid heen en weer reflecteert tussen twee parallelle oppervlakken.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Laat ik dan een concert in het Kulturpalast in Dresden noemen. Aan de akoestiek van die zaal heb ik veel gewerkt, waardoor ik automatisch toch een beetje analytisch zat te luisteren. Het Concert­gebouworkest onder leiding van Daniele Gatti speelde Prokofjevs Derde pianoconcert met Daniil ­Trifonov. Dat speelden ze zó mooi. Het nam me over. Volledig. Ik kon niet meer analytisch denken. De muziek won. Dat hoefde nooit meer te stoppen.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Voorgangers in deze rubriek zeiden het ook al, maar ik wil het nog eens herhalen: echte stilte. Dat is een zeldzaamheid in ons leven. Ook biologisch heeft stilte een doel. Onze oren dempen harde geluiden een beetje. Je hebt vast wel eens gemerkt dat je wat minder hoort na een luid concert. Stilte maakt onze oren juist weer gevoeliger. We moeten beschermd worden tegen een overmaat aan geluid. Als we beloond worden met stilte, kunnen we meer genieten van mooie geluiden.’

 

Wie is Margriet Lautenbach?
Margriet Lautenbach studeerde bouwkunde en akoestiek. Ze is al 25 jaar akoestisch adviseur, sinds 2003 bij het gerenommeerde Peutz, dat akoestische oplossingen realiseerde voor onder meer Het Concertgebouw en de Amsterdamzaal van het Concertgebouworkest, maar ook voor stadions, markthallen en supermarkten.

Bekijk de minidocu over het mysterie van de akoestiek: 

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Ik heb een enorme haatliefdeverhouding met geluid. Het is prachtig en het is vreselijk. Kon je je oren maar dichtdoen, net als je ogen. Ik ben heel zuinig op mijn oren, ik heb altijd oordoppen bij me. En als het dan nog te luid is, ga ik gewoon weg.’

Luister je anders dan anderen?

‘Ik moet veel in concertzalen zitten en naar concerten luisteren. Maar ik kom in eerste instantie niet voor de muziek. Het is mijn werk om de muziek en mijn muzikale smaak van de akoestiek los te rafelen en die laatste te analyseren. Ik luister naar de klankkleur van de zaal, naar wat de zaal doet met de klank van de strijkers, van de blazers, van het geheel. Hoor ik groepen separaat, of hoor ik het orkest als geheel? Bereikt alles wel op tijd je oren? Je hebt zalen waar een bepaalde groep veel later komt of helemaal niet. Ik heb weleens in een zaal gezeten waarin het klonk alsof de trompetten op het plafond zaten. Zoiets komt vaak door wat we een akoestisch defect noemen.

‘Het klonk alsof de trompetten op het plafond zaten.’

Dat scheiden van de muziek en de akoestiek is soms lastig. De zaalakoestiek kan ervoor zorgen dat een orkestklank gaat ‘rommelen’, maar het kan net zo goed aan het orkest zelf liggen. Daarom probeer ik in dezelfde zaal naar zoveel mogelijk muziek van zoveel mogelijk verschillende orkesten te luisteren.

In een optimale zaal hoor je een orkest dichterbij dan het werkelijk zit. Net als bij een Dolby-Surround-systeem moet je ín het geluid zitten. Maar het blijft ook een kwestie van smaak. Sommige mensen willen graag een zo transparant mogelijke klank waarin je alle details hoort. Andere mensen horen juist graag wat extra galm die de tonen aan elkaar bindt.’

Wat hoor je graag?

‘Oh alles, van klassieke muziek tot techno. Als ik van muziek kan genieten, betekent dat vaak vooral dat de akoestiek niet al te slecht is. Maar muziek kan nog zo mooi zijn, als de akoestiek niet klopt, hoef ik niet verder te luisteren. Om de ruimteakoestiek van een zaal goed te kunnen beoordelen is muziek waarin alle instrumentgroepen tegelijk spelen heel prettig. Dus bijvoorbeeld geen stuk van Messiaen, waarin de groepen nogal eens los van elkaar spelen; dan is analyseren lastig. Beethoven maakt het een stuk makkelijker.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Geluid dat niet thuishoort op die plek of dat tijdstip. Gefrummel aan snoeppapiertjes in de concertzaal. Daar kan ik zo boos van worden. Ik snap het wel, maar waarom pakken mensen het altijd zo langzaam uit? Kies dan een snoepje zonder een papiertje! Ja, dan neig ik wel naar misofonie [aandoening die zich kenmerkt door een afkeer van bepaalde geluiden, red.].

In een zaal is het afschuwelijk als je niet alle instrumenten hoort. Ook vreselijk: een zogenaamde ‘flutter­echo’. Dat is een akoestisch defect waarbij de echo van een geluid heen en weer reflecteert tussen twee parallelle oppervlakken.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Laat ik dan een concert in het Kulturpalast in Dresden noemen. Aan de akoestiek van die zaal heb ik veel gewerkt, waardoor ik automatisch toch een beetje analytisch zat te luisteren. Het Concert­gebouworkest onder leiding van Daniele Gatti speelde Prokofjevs Derde pianoconcert met Daniil ­Trifonov. Dat speelden ze zó mooi. Het nam me over. Volledig. Ik kon niet meer analytisch denken. De muziek won. Dat hoefde nooit meer te stoppen.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Voorgangers in deze rubriek zeiden het ook al, maar ik wil het nog eens herhalen: echte stilte. Dat is een zeldzaamheid in ons leven. Ook biologisch heeft stilte een doel. Onze oren dempen harde geluiden een beetje. Je hebt vast wel eens gemerkt dat je wat minder hoort na een luid concert. Stilte maakt onze oren juist weer gevoeliger. We moeten beschermd worden tegen een overmaat aan geluid. Als we beloond worden met stilte, kunnen we meer genieten van mooie geluiden.’

 

Wie is Margriet Lautenbach?
Margriet Lautenbach studeerde bouwkunde en akoestiek. Ze is al 25 jaar akoestisch adviseur, sinds 2003 bij het gerenommeerde Peutz, dat akoestische oplossingen realiseerde voor onder meer Het Concertgebouw en de Amsterdamzaal van het Concertgebouworkest, maar ook voor stadions, markthallen en supermarkten.

Bekijk de minidocu over het mysterie van de akoestiek: 

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.