Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
luisterkunstenaars

Hoe luistert een koordirigent?

door Rahul Gandolahage
17 feb. 2021 17 februari 2021

In de rubriek Luisterkunstenaars spreekt Preludium mensen die in hun dagelijks leven op een bijzondere manier hun oren gebruiken. Deze maand: koordirigent Hans Veldhuizen.

Hans Veldhuizen

foto: Emmely Siebrecht

Hans Veldhuizen

foto: Emmely Siebrecht

Hans Veldhuizen

foto: Emmely Siebrecht

Hans Veldhuizen

foto: Emmely Siebrecht

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Alles. Er is niets belangrijker dan mijn gehoor, ik ben er de hele dag mee bezig. Ik hoor mijn eigen voetstappen en elke krakende tak. Dat is fijn, maar ook wel eens een valkuil. Dat er nu buiten een hond blaft, bijvoorbeeld, hoor ik direct. Behoorlijk vermoeiend ook, hoor. Ik heb twintig jaar voor de klas gestaan, maar daar ben ik toch maar mee gestopt. Veel te veel geluidsprikkels. Als ik voor een koor sta, is het wel weer handig. Ik hoor snel wie er in het koor net naast zingt. Met het zingen op anderhalve meter afstand al helemaal. Dat is trouwens een mooi experiment waar ik na corona graag mee doorga. Zo los van elkaar hoor je meer authenticiteit in de stemmen.’

Luister je anders dan anderen?

‘Je zult me niet met veel plezier in een concertzaal zien zitten. Muziek moet je doen, niet horen. En al helemaal niet terwijl je stilzit. Ik vind het maar merkwaardig dat muziek zo’n luisterfunctie heeft gekregen. Daarbij zijn veel dirigenten ook nog eens doorgeslagen in polijsten. In onze cultuur is muziek luisteren ook meteen kritisch oordelen. Maar ik wil eigenheid horen. Het hoeft niet perfect. Het moet leven. Er is nooit iemand die me gelooft als ik dit zeg, maar ik kan soms meer genieten van een Matthäus-­Passion gezongen door een amateurkoor dan door een professioneel koor. Het is misschien minder zuiver, maar vaak zo vol passie.’
‘Wanneer ik wél naar een concertzaal zou komen? Als iedereen meezingt.’

Wat hoor je graag?

‘Ik luister vooral naar de muziek die ik voorbereid voor een cursus. Ik ben niet iemand die een plaatje opzet voor een avondje Tweede symfonie van Beethoven. Maar als ik iets hoor, vind ik het leuk om er een themaatje uit te plukken en dat voor mezelf te spelen en te onderzoeken op de piano. Aan nieuwe ontdekkingen kom ik vooral door gesprekken, ook met cursisten die verzoekjes doen.’

‘Hoestende mensen bij een concert, nog een reden dat ik liever niet in de concertzaal luister.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Een wielerpeloton dat je vanachter nadert en waarvan de voorste renner heel hard roept: ‘LINKS!’ Daar moet ik een uur van bijkomen. Ik ben behoorlijk schrikkerig. Of hoestende mensen bij een concert, nog een reden dat ik liever niet in de concertzaal luister. Maar ook hard versterkte muziek. Geluidsmensen zetten het geluid vaak veel te hard. Het probleem is niet dat muziek te zacht is, mensen zijn gewoon niet stil genoeg. Bij te hard versterkte muziek stroomt er een vloedgolf van geluid van het podium de zaal in die alle mogelijke participatie van het publiek verstomt.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Misschien het zingen van een schoolkoor, waarin kinderen voor het eerst het gevoel krijgen van tjee, wat is dit gaaf! Of een koorproject dat ik deed met statushouders, waarin liedjes werden gezongen uit hun eigen cultuur. Dat zijn erg bijzondere luister­ervaringen. Ik moet bij iemand een persoonlijke klik horen met de muziek die hij of zij maakt. Daar geniet ik het meest van.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Dat is mijn werk. Ik laat continu mensen horen wat ik ze wil laten horen, project na project. En dan niet alleen de muziek zelf, ook haar historische context of de relatie tussen de tekst en de muziek. Daarvoor duik ik zelf in de boeken en opnames. Muziek is veel te interessant om het maar passief als een deken over je heen te laten vallen.
Neem nou de Christmas carol Good King Wenceslas. Dat is eigenlijk een liedje uit een zestiende-eeuwse Finse liedbundel, Piae Cantiones, waarin het Tempus adest floridum (De bloementijd is gekomen) heet. Een lenteliedje! Ik vind het leuk om zoiets te vertellen.’

Wie is Hans Veldhuizen?
Misschien kent u Hans Veldhuizen van de Zing en Beleef-cursussen in Het Concert­gebouw, waar hij – tegenwoordig online – met amateurzangers koorwerken bestudeert en instudeert. Nieuw aanbod wordt voorbereid, hou daarvoor concertgebouw.nl/zing-en-beleef in de gaten. Veldhuizen is van oorsprong docent muziek en studeerde in 1999 af aan het Utrechts Conservatorium. Hij heeft zich de laatste jaren steeds meer toegelegd op het laten zingen van iedereen die wíl zingen, met of zonder ervaring. Meer over Hans Veldhuizen op mpduo.nl.

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Alles. Er is niets belangrijker dan mijn gehoor, ik ben er de hele dag mee bezig. Ik hoor mijn eigen voetstappen en elke krakende tak. Dat is fijn, maar ook wel eens een valkuil. Dat er nu buiten een hond blaft, bijvoorbeeld, hoor ik direct. Behoorlijk vermoeiend ook, hoor. Ik heb twintig jaar voor de klas gestaan, maar daar ben ik toch maar mee gestopt. Veel te veel geluidsprikkels. Als ik voor een koor sta, is het wel weer handig. Ik hoor snel wie er in het koor net naast zingt. Met het zingen op anderhalve meter afstand al helemaal. Dat is trouwens een mooi experiment waar ik na corona graag mee doorga. Zo los van elkaar hoor je meer authenticiteit in de stemmen.’

Luister je anders dan anderen?

‘Je zult me niet met veel plezier in een concertzaal zien zitten. Muziek moet je doen, niet horen. En al helemaal niet terwijl je stilzit. Ik vind het maar merkwaardig dat muziek zo’n luisterfunctie heeft gekregen. Daarbij zijn veel dirigenten ook nog eens doorgeslagen in polijsten. In onze cultuur is muziek luisteren ook meteen kritisch oordelen. Maar ik wil eigenheid horen. Het hoeft niet perfect. Het moet leven. Er is nooit iemand die me gelooft als ik dit zeg, maar ik kan soms meer genieten van een Matthäus-­Passion gezongen door een amateurkoor dan door een professioneel koor. Het is misschien minder zuiver, maar vaak zo vol passie.’
‘Wanneer ik wél naar een concertzaal zou komen? Als iedereen meezingt.’

Wat hoor je graag?

‘Ik luister vooral naar de muziek die ik voorbereid voor een cursus. Ik ben niet iemand die een plaatje opzet voor een avondje Tweede symfonie van Beethoven. Maar als ik iets hoor, vind ik het leuk om er een themaatje uit te plukken en dat voor mezelf te spelen en te onderzoeken op de piano. Aan nieuwe ontdekkingen kom ik vooral door gesprekken, ook met cursisten die verzoekjes doen.’

‘Hoestende mensen bij een concert, nog een reden dat ik liever niet in de concertzaal luister.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Een wielerpeloton dat je vanachter nadert en waarvan de voorste renner heel hard roept: ‘LINKS!’ Daar moet ik een uur van bijkomen. Ik ben behoorlijk schrikkerig. Of hoestende mensen bij een concert, nog een reden dat ik liever niet in de concertzaal luister. Maar ook hard versterkte muziek. Geluidsmensen zetten het geluid vaak veel te hard. Het probleem is niet dat muziek te zacht is, mensen zijn gewoon niet stil genoeg. Bij te hard versterkte muziek stroomt er een vloedgolf van geluid van het podium de zaal in die alle mogelijke participatie van het publiek verstomt.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Misschien het zingen van een schoolkoor, waarin kinderen voor het eerst het gevoel krijgen van tjee, wat is dit gaaf! Of een koorproject dat ik deed met statushouders, waarin liedjes werden gezongen uit hun eigen cultuur. Dat zijn erg bijzondere luister­ervaringen. Ik moet bij iemand een persoonlijke klik horen met de muziek die hij of zij maakt. Daar geniet ik het meest van.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Dat is mijn werk. Ik laat continu mensen horen wat ik ze wil laten horen, project na project. En dan niet alleen de muziek zelf, ook haar historische context of de relatie tussen de tekst en de muziek. Daarvoor duik ik zelf in de boeken en opnames. Muziek is veel te interessant om het maar passief als een deken over je heen te laten vallen.
Neem nou de Christmas carol Good King Wenceslas. Dat is eigenlijk een liedje uit een zestiende-eeuwse Finse liedbundel, Piae Cantiones, waarin het Tempus adest floridum (De bloementijd is gekomen) heet. Een lenteliedje! Ik vind het leuk om zoiets te vertellen.’

Wie is Hans Veldhuizen?
Misschien kent u Hans Veldhuizen van de Zing en Beleef-cursussen in Het Concert­gebouw, waar hij – tegenwoordig online – met amateurzangers koorwerken bestudeert en instudeert. Nieuw aanbod wordt voorbereid, hou daarvoor concertgebouw.nl/zing-en-beleef in de gaten. Veldhuizen is van oorsprong docent muziek en studeerde in 1999 af aan het Utrechts Conservatorium. Hij heeft zich de laatste jaren steeds meer toegelegd op het laten zingen van iedereen die wíl zingen, met of zonder ervaring. Meer over Hans Veldhuizen op mpduo.nl.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.