Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
luisterkunstenaars

Hoe luistert een gebarentolk?

door Rahul Gandolahage
18 nov. 2020 18 november 2020

In de rubriek Luisterkunstenaars spreekt Preludium mensen die in hun dagelijkse leven op een bijzondere manier hun oren gebruiken. Deze maand: Orissa Oldenburger.

  • Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

    Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

  • Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

    Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

  • Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

    Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

  • Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

    Orissa Oldenburger/gebarentolk

    foto: Lotte Klaver

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Een heel groot deel van mijn werk heeft te maken met luisteren naar gesprekken tussen een horende en een dove. Ik luister natuurlijk naar de inhoud, maar zeker ook naar hóe iemand iets zegt. Woordkeuze, pauzes, ironiegebruik bijvoorbeeld, en ook lichaamstaal. Dat samen probeer je weer te geven, naar de ene kant in bewegingen, naar de andere in mijn stem. Mijn streven is dat ík en mijn gevoel verdwijnen, en dat er alleen maar taal overblijft. Het is hetzelfde als bij een musicus: die verliest zich niet persoonlijk in de muziek, maar luistert en is bezig met techniek. ‘Dit komt nu, daar komt die inzet, en dat moet ik zus en zo aanpakken.’ Zo werkt tolken ook.’

Luister je anders dan anderen?

‘Als ik een gesprek in gebarentaal heb, dan lijkt dat voor buitenstaanders een stil gesprek.

'Na een dag gebaren denk ik ’s avonds absoluut niet: ‘Hè, dat was een lekker stil dagje.’’

Dat is voor mij helemaal niet zo. Ik ervaar een gebarengesprek precies als een gesproken gesprek. Niet dat ik alle zinnen in mijn hoofd vertaal naar klank, maar ik denk dat het in hetzelfde stukje hersenen aankomt. Na een dag gebaren denk ik ’s avonds absoluut niet: ‘Hè, dat was een lekker stil dagje.’’

Wat hoor je graag?

‘Ik heb veel popmuziek getolkt. Je vertaalt dan natuurlijk de tekst, maar ik vind het leuk om ook zoveel mogelijk van de muziek te laten zien. Toonhoogte, toonduur, melodie, harmonie, ritme. Lage tonen laat ik bijvoorbeeld meer onder in mijn lijf zien, melodie kun je in je handen of je armen stoppen. Het tempo van de muziek zie je in het tempo van de bewegingen. Je gebaart niet een hele stroom woorden als de melodie langzaam gaat, bijvoorbeeld. Er zijn heel veel doven die echt van muziek houden!

Er is natuurlijk ook popmuziek die ik niet bij mij vind passen. Hiphop bijvoorbeeld, dat bewegingsidioom ken ik niet. Terwijl zeker bij hiphop beweging noodzakelijk is om recht te doen aan die muziek. Daar zijn andere tolken beter in.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Mijn verdwijnen tussen twee sprekers in, wil dus zeggen dat mijn eigen gevoel even verdwijnt. Ik kan bijvoorbeeld een stem van een pop in kindervoorstellingen onprettig vinden. Toch moet ik zoiets wel regelmatig tolken, en zodra ik daaraan begin, voel ik die negatieve kriebel niet meer. Dan heb ik blijkbaar een concentratie gevonden waarbij dat gevoel verdwijnt. Tijdens het tolken heb ik bijna nooit een oordeel over wat ik hoor. Ik wórd de taal, en ik vind al gebarende een fysieke vorm voor de eigenschappen van de stem.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Wat me nu te binnen schiet is een kindervoorstelling die ik getolkt heb, ook met liedjes. Normaal sta je als tolk op een podium zo ver mogelijk aan de zijkant, zodat iedereen naar de acteurs kan kijken. Maar voor een dove is het veel fijner als je naar een podium kan kijken waar de tolk steeds dicht in de buurt van de spreker is. Wat in deze voorstelling zo fijn was, was dat de regisseur mij ín de voorstelling regisseerde. Ik was telkens in de buurt. Voor het eindlied hebben de acteurs zelfs een paar gebaren geleerd, wat heel krachtig was. Ineens kwam het samen zingen ook over.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Dat heeft een linkje met mijn vorige antwoord! Tijdens corona mocht het Groot Omroepkoor niet zingen. Toen heeft het koor voor leden van het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Gebarenkoor, een koor met dove en slechthorende mensen, een lied laten componeren in gebarentaal: Mijn hart zingt door, van Vincent Cox en Vrouwkje Tuinman. Ik vond dat zo mooi. Het was niet simpelweg een vertaling van zang naar gebarentaal, het werd nu eens samen gemaakt mét doven. Dat filmpje is echt het bekijken waard.’

Mijlpaal

Op 22 september jongstleden werd door de Tweede Kamer het wetsvoorstel Erkenning Nederlandse Gebarentaal aangenomen, een belangrijke stap voor de circa 30.000 dove Nederlanders met NGT als moedertaal.

Wie is Orissa Oldenburger?
Orissa Oldenburger zag op veertienjarige leeftijd een televisieprogramma in gebarentaal. Dat bleef haar zo bij dat ze – na een dans- en een conservatoriumstudie – gebarentolk werd.

Wat betekent luisteren voor jou?

‘Een heel groot deel van mijn werk heeft te maken met luisteren naar gesprekken tussen een horende en een dove. Ik luister natuurlijk naar de inhoud, maar zeker ook naar hóe iemand iets zegt. Woordkeuze, pauzes, ironiegebruik bijvoorbeeld, en ook lichaamstaal. Dat samen probeer je weer te geven, naar de ene kant in bewegingen, naar de andere in mijn stem. Mijn streven is dat ík en mijn gevoel verdwijnen, en dat er alleen maar taal overblijft. Het is hetzelfde als bij een musicus: die verliest zich niet persoonlijk in de muziek, maar luistert en is bezig met techniek. ‘Dit komt nu, daar komt die inzet, en dat moet ik zus en zo aanpakken.’ Zo werkt tolken ook.’

Luister je anders dan anderen?

‘Als ik een gesprek in gebarentaal heb, dan lijkt dat voor buitenstaanders een stil gesprek.

'Na een dag gebaren denk ik ’s avonds absoluut niet: ‘Hè, dat was een lekker stil dagje.’’

Dat is voor mij helemaal niet zo. Ik ervaar een gebarengesprek precies als een gesproken gesprek. Niet dat ik alle zinnen in mijn hoofd vertaal naar klank, maar ik denk dat het in hetzelfde stukje hersenen aankomt. Na een dag gebaren denk ik ’s avonds absoluut niet: ‘Hè, dat was een lekker stil dagje.’’

Wat hoor je graag?

‘Ik heb veel popmuziek getolkt. Je vertaalt dan natuurlijk de tekst, maar ik vind het leuk om ook zoveel mogelijk van de muziek te laten zien. Toonhoogte, toonduur, melodie, harmonie, ritme. Lage tonen laat ik bijvoorbeeld meer onder in mijn lijf zien, melodie kun je in je handen of je armen stoppen. Het tempo van de muziek zie je in het tempo van de bewegingen. Je gebaart niet een hele stroom woorden als de melodie langzaam gaat, bijvoorbeeld. Er zijn heel veel doven die echt van muziek houden!

Er is natuurlijk ook popmuziek die ik niet bij mij vind passen. Hiphop bijvoorbeeld, dat bewegingsidioom ken ik niet. Terwijl zeker bij hiphop beweging noodzakelijk is om recht te doen aan die muziek. Daar zijn andere tolken beter in.’

Wat wil je liever niet horen?

‘Mijn verdwijnen tussen twee sprekers in, wil dus zeggen dat mijn eigen gevoel even verdwijnt. Ik kan bijvoorbeeld een stem van een pop in kindervoorstellingen onprettig vinden. Toch moet ik zoiets wel regelmatig tolken, en zodra ik daaraan begin, voel ik die negatieve kriebel niet meer. Dan heb ik blijkbaar een concentratie gevonden waarbij dat gevoel verdwijnt. Tijdens het tolken heb ik bijna nooit een oordeel over wat ik hoor. Ik wórd de taal, en ik vind al gebarende een fysieke vorm voor de eigenschappen van de stem.’

Wat is het mooiste dat je ooit gehoord hebt?

‘Wat me nu te binnen schiet is een kindervoorstelling die ik getolkt heb, ook met liedjes. Normaal sta je als tolk op een podium zo ver mogelijk aan de zijkant, zodat iedereen naar de acteurs kan kijken. Maar voor een dove is het veel fijner als je naar een podium kan kijken waar de tolk steeds dicht in de buurt van de spreker is. Wat in deze voorstelling zo fijn was, was dat de regisseur mij ín de voorstelling regisseerde. Ik was telkens in de buurt. Voor het eindlied hebben de acteurs zelfs een paar gebaren geleerd, wat heel krachtig was. Ineens kwam het samen zingen ook over.’

Wat zou je ooit nog willen laten horen en aan wie?

‘Dat heeft een linkje met mijn vorige antwoord! Tijdens corona mocht het Groot Omroepkoor niet zingen. Toen heeft het koor voor leden van het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Gebarenkoor, een koor met dove en slechthorende mensen, een lied laten componeren in gebarentaal: Mijn hart zingt door, van Vincent Cox en Vrouwkje Tuinman. Ik vond dat zo mooi. Het was niet simpelweg een vertaling van zang naar gebarentaal, het werd nu eens samen gemaakt mét doven. Dat filmpje is echt het bekijken waard.’

Mijlpaal

Op 22 september jongstleden werd door de Tweede Kamer het wetsvoorstel Erkenning Nederlandse Gebarentaal aangenomen, een belangrijke stap voor de circa 30.000 dove Nederlanders met NGT als moedertaal.

Wie is Orissa Oldenburger?
Orissa Oldenburger zag op veertienjarige leeftijd een televisieprogramma in gebarentaal. Dat bleef haar zo bij dat ze – na een dans- en een conservatoriumstudie – gebarentolk werd.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.