Achter de schermen

Afdalen in Het Concertgebouw

Uit het Preludium maandblad oktober 2018

Wat hebben handtekeningen, oesterschelpen, flessenpost en een nietje met elkaar gemeen? Ze zijn allemaal te vinden in de kelder van Het Concertgebouw – de plek die voor concertpubliek normaal verborgen blijft, maar waar het gonst van de activiteit.

Wie afdaalt naar de kelder van Het Concertgebouw bevindt zich opeens middenin een drukke bijenkorf. Wie had gedacht dat dit statige gebouw een kelder heeft met zo’n drukbezocht gangenstelsel?

Des te verrassender is het dat deze plek helemaal nog niet zo lang bestaat. Pas in 1988 – honderd jaar na de opening van Het Concertgebouw – werd de kelder opgeleverd. De aanleg ging gepaard met een grootschalige renovatie, waarbij de verzwakte fundering vervangen werd door een nieuwe. Besloten werd om het tekort aan backstage-ruimte op te vangen door ruimte onder het gebouw te creëren. De werkzaamheden begonnen in 1985. Sindsdien houden 450 betonnen heipalen het gebouw, inclusief de kelder, op zijn plek.

De kelder heeft tal van functies, waarvan de meeste onzichtbaar blijven voor publiek. Rondleider Sebastiaan Landkroon werkt al ruim 25 jaar bij Het Concertgebouw en kent alle bijzondere verhalen die deze plek herbergt. Speciaal voor Preludium geeft hij een aantal van deze geheimen bloot.

De koorzaal

Alle kroonluchters verzamelen

In het diepste deel van de kelder bevindt zich de Koorzaal, waar geoefend maar ook uitgevoerd kan worden. Om het geluid te dempen zijn de wanden voorzien van donkere kussens, en is het plafond bedekt met ‘geluidsverspreiders’ (door medewerkers ook wel omgedoopt tot ‘oesterschelpen’ en ‘donderwolken’). De zaal wordt verlicht door elf kroonluchters die oorspronkelijk door het hele gebouw heen hingen. Naar verluidt werden ze naar de kelder verplaatst omdat ze niet in de smaak vielen bij architecte Evelyne Merkx, verantwoordelijk voor de grootscheepse renovatie van Het Concertgebouw in de periode 1995-2013.

Het akoestisch nietje in de koorzaal

Zoek het nietje

Bij het isoleren van de Koorzaal is per ongeluk een speciaal akoestisch effect ontstaan, dat zich slechts op één plek middenin de zaal laat horen. Het geluid van de zanger die hier staat wordt versterkt en komt direct in het oor terug, waardoor je je plots een solist waant. Op de desbetreffende plek is in de vloer een nietje aangebracht. Na even zoeken hebben we de plek gevonden en test ik hem uit.

Handtekeningen in de Artiestenfoyer

Stiekem twee handtekeningen

Naast de Koorzaal bevindt zich de Artiestenfoyer, waar personeel en musici dagelijks te vinden zijn voor ontbijt, lunch of diner. In 1997, tijdens de renovatie van de kelder, werd een van de wanden versierd met de handtekeningen van de toenmalige leden van het Koninklijk Concertgebouworkest. Eén orkestlid heeft twee keer gesigneerd: Ferdinand Hügel, 40 jaar lang altviolist in het orkest. Ziet u hem?

Ruimtegebrek

Onderbroek

Op de plek van de garderobe bevonden zich voorheen de kleedkamers voor musici en dirigenten. Maar deze waren zo krap, dat orkestleden soms genoodzaakt waren zich in de gangen rondom de Grote Zaal om te kleden, zoals te zien op deze foto (van Kors van Bennekom) die ook in de kelder hangt. Bij de bouw van de kelder in 1988 kreeg elke instrumentengroep zijn eigen kleedkamer.

De laswerkplaats

Lassen en zagen

Misschien wel de meest verrassende plek van de kelder is de laswerkplaats. Hier wordt werk verricht dat je niet snel met een concertzaal zult associëren, maar dat wel van cruciaal belang is. De rode zaalstoelen, bijvoorbeeld, slijten door het intensieve gebruik relatief snel – onderdelen zijn daardoor eerder aan vervanging toe dan je zou denken. Met een werkplaats zo dichtbij kunnen onderdelen sneller worden vervangen of gerepareerd. Op de foto zijn nieuwe koperen schroeven te zien, waarmee de zaalstoelen worden bevestigd aan de vloer.

De halfkelder

Oud beton

Toen in 1947 de Grote Zaal werd voorzien van een betonnen ondervloer, werd ook de garderobe uitgebreid door de aanleg van een halfkelder. De contouren daarvan zijn nog zichtbaar in de huidige keldermuur. Jassen en tassen hebben echter zelden in deze garderobe gehangen, omdat de garderobemedewerkers het op en af lopen van het trappetje naar de halfkelder te inspannend vonden. De gelijkvloerse garderobe die tegenwoordig gebruikt wordt is een stuk praktischer.

Art deco-letters

Art-deco-lettertje

De bewegwijzering in de kelder kent een bijzondere typografie die herinnert aan vroeger tijden: de art-decostroming, en dan in het bijzonder die van de Amsterdamse School. Het lettertype is in 1988 speciaal ontworpen voor de toenmalige kelder en refereert aan de bouwstijl van de panden in de voormalige tuin van het gebouw.

Flessenpost

Flessenpost

Tijdens werkzaamheden in 1999 is tussen het plafond en de originele vloer van het balkon in de Grote Zaal dit flesje gevonden. Nadat het lichtbruine papier (afkomstig van verpakkingsmateriaal voor spijkers) door de nauwe opening uit de fles was gepulkt, bleek het de volgende tekst te bevatten: ‘G J van de Vijver, 22 april 1886’. Het is vermoedelijk een drinkflesje afkomstig van een timmerman die, voordat hij de vloer afmaakte, het bewijs van zijn noeste arbeid op deze wijze vereeuwigde.