Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
column

Wachtrij

door Vrouwkje Tuinman
25 okt. 2022 25 oktober 2022

Schrijfster en dichteres Vrouwkje Tuinman reflecteert in Preludium maandelijks op haar muziekleven. Deze maand: concertbezoek toen en nu.

De eerste keer dat ik in de rij stond voor concertkaartjes, was ik een jaar of zestien. Ik had al heel wat concerten bezocht, maar niet het soort dat uitverkocht raakte. Mijn beste vriend wilde met nog een jongen wel naar zoiets: Guns N’ Roses, in de Kuip. Het was heel duur, maar ze konden het betalen, want ze hadden allebei een zaterdagbaantje. Echter, ook de kaartverkoop begon op zaterdag. En daar kwam ik in beeld.

Het idee was dat ik zo vroeg mogelijk bij het VVV-kantoor ging staan. Liefst ’s nachts al. Dat leek me onzin, maar dat was het niet, zag ik die ochtend toen ik ‘pas’ om zes uur aankwam. Sommige slaapzakken lagen nog uitgerold en de rij ging door tot de straathoek. De wachtenden zongen gezamenlijk het volledige oeuvre van de band.

Drie voor een niet-fan lange uren later opende het pand. Oma vertelt: als ik het me goed herinner werd voor iedere nieuwe koper opnieuw getelefoneerd met een centraal punt in Nederland, waar bijgehouden werd hoeveel tickets er al weg waren.

Tegenwoordig krijg je, of in elk geval ik, dagelijks tig mails over concerten waar ‘nog kaartjes voor zijn’ (dat betekent: het grootste deel van de zaal is onbezet), die nu al speciaal voor ingewijden in de verkoop gaan en waar je zelf op een plattegrond je plek kunt uitkiezen. In de dagen voor het concert mailen ze ook nog waar je kunt parkeren, en dat je misschien ook naar dit en dat strijkkwartet wilt, of die en die symfonie.

Het is allemaal minder spannend dan destijds, toen nog weer twee uur later de persoon voor mij het allerlaatste kaartje kocht. Hoewel? Deze week hoorde ik meerdere mensen klagen dat er dertig- tot soms wel zeventigduizend mensen voor ze hadden gestaan in de digitale wachtrij. Dus daar zit wellicht de moraal: ga gewoon naar dingen waar bijna niemand heen wil. Mij lukt dat nog altijd uitstekend.

De eerste keer dat ik in de rij stond voor concertkaartjes, was ik een jaar of zestien. Ik had al heel wat concerten bezocht, maar niet het soort dat uitverkocht raakte. Mijn beste vriend wilde met nog een jongen wel naar zoiets: Guns N’ Roses, in de Kuip. Het was heel duur, maar ze konden het betalen, want ze hadden allebei een zaterdagbaantje. Echter, ook de kaartverkoop begon op zaterdag. En daar kwam ik in beeld.

Het idee was dat ik zo vroeg mogelijk bij het VVV-kantoor ging staan. Liefst ’s nachts al. Dat leek me onzin, maar dat was het niet, zag ik die ochtend toen ik ‘pas’ om zes uur aankwam. Sommige slaapzakken lagen nog uitgerold en de rij ging door tot de straathoek. De wachtenden zongen gezamenlijk het volledige oeuvre van de band.

Drie voor een niet-fan lange uren later opende het pand. Oma vertelt: als ik het me goed herinner werd voor iedere nieuwe koper opnieuw getelefoneerd met een centraal punt in Nederland, waar bijgehouden werd hoeveel tickets er al weg waren.

Tegenwoordig krijg je, of in elk geval ik, dagelijks tig mails over concerten waar ‘nog kaartjes voor zijn’ (dat betekent: het grootste deel van de zaal is onbezet), die nu al speciaal voor ingewijden in de verkoop gaan en waar je zelf op een plattegrond je plek kunt uitkiezen. In de dagen voor het concert mailen ze ook nog waar je kunt parkeren, en dat je misschien ook naar dit en dat strijkkwartet wilt, of die en die symfonie.

Het is allemaal minder spannend dan destijds, toen nog weer twee uur later de persoon voor mij het allerlaatste kaartje kocht. Hoewel? Deze week hoorde ik meerdere mensen klagen dat er dertig- tot soms wel zeventigduizend mensen voor ze hadden gestaan in de digitale wachtrij. Dus daar zit wellicht de moraal: ga gewoon naar dingen waar bijna niemand heen wil. Mij lukt dat nog altijd uitstekend.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.