Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
column

Tijd voor een nieuwe concertzaal?

door Anna de Vey Mestdagh
21 feb. 2023 21 februari 2023

Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: is het tijd voor een nieuwe zaal?

  • Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

    Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

  • Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

    Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

Ter ere van het honderdjarig bestaan van de Vereniging ‘het Concertgebouworchest’, onze personeelsvereniging, voerden we zo’n acht jaar geleden intern een operette uit met muziek uit Die lustige Witwe van Franz Lehár. De muziek was bewerkt voor ensemble door componist en voormalig tweede fagottist Kees Olthuis; orkest- en kantoorleden zongen, dansten en speelden.

In het herschreven libretto wordt Jan Raes (toenmalig directeur van het Concertgebouworkest) verliefd op weduwe Rachel Hazes en breekt er een hevige strijd uit over een grote schenking aan het orkest. Moet het geld gebruikt worden voor een nieuwe inrichting van het kantoor van de directeur, voor meer salaris voor de musici of toch voor het bouwen van een moderne zaal op het Museumplein?

Dat laatste, een nieuwe zaal, is misschien helemaal niet zo’n slecht idee, zo opperde onlangs ook gepensioneerd collega-violist Marc de Groot. De Grote Zaal van Het Concertgebouw is natuurlijk prachtig en de akoestiek heel inspirerend en bijzonder geschikt voor de grote romantische werken, maar gedetailleerdere muziek zoals die van Ravel en Stravinsky, en veel hedendaagse muziek, is in de zaal vaak veel minder goed te verstaan. Ook de orkestleden kunnen elkaar soms niet goed horen en solisten verzuipen geregeld in de wollige weerkaatsing van alles wat luider dan mezzoforte is. Dus een tweede zaal met een heldere akoestiek, waar bepaalde werken dan geprogrammeerd kunnen worden, zou heel welkom zijn. Daar zouden dan meteen de cartouches met namen van moderne componisten waar ik het vorige maand over had een plaats aan de wand kunnen krijgen.

In onze operette liep het overigens heel anders af: er werd besloten om het geld te besteden aan een mooi vakantiehuis op een tropisch eiland, voor het hele orkest. Het zou de naam ‘Chasa Gatti’ krijgen, met een knipoog naar het Zwitserse Chasa Mengelberg. Als afsluiting werd in grote feestvreugde de cancan gedanst. Maar wacht even… Op vakantie met al je collega’s? Nee, dan heb ik toch echt liever een nieuwe zaal.

Ter ere van het honderdjarig bestaan van de Vereniging ‘het Concertgebouworchest’, onze personeelsvereniging, voerden we zo’n acht jaar geleden intern een operette uit met muziek uit Die lustige Witwe van Franz Lehár. De muziek was bewerkt voor ensemble door componist en voormalig tweede fagottist Kees Olthuis; orkest- en kantoorleden zongen, dansten en speelden.

In het herschreven libretto wordt Jan Raes (toenmalig directeur van het Concertgebouworkest) verliefd op weduwe Rachel Hazes en breekt er een hevige strijd uit over een grote schenking aan het orkest. Moet het geld gebruikt worden voor een nieuwe inrichting van het kantoor van de directeur, voor meer salaris voor de musici of toch voor het bouwen van een moderne zaal op het Museumplein?

Dat laatste, een nieuwe zaal, is misschien helemaal niet zo’n slecht idee, zo opperde onlangs ook gepensioneerd collega-violist Marc de Groot. De Grote Zaal van Het Concertgebouw is natuurlijk prachtig en de akoestiek heel inspirerend en bijzonder geschikt voor de grote romantische werken, maar gedetailleerdere muziek zoals die van Ravel en Stravinsky, en veel hedendaagse muziek, is in de zaal vaak veel minder goed te verstaan. Ook de orkestleden kunnen elkaar soms niet goed horen en solisten verzuipen geregeld in de wollige weerkaatsing van alles wat luider dan mezzoforte is. Dus een tweede zaal met een heldere akoestiek, waar bepaalde werken dan geprogrammeerd kunnen worden, zou heel welkom zijn. Daar zouden dan meteen de cartouches met namen van moderne componisten waar ik het vorige maand over had een plaats aan de wand kunnen krijgen.

In onze operette liep het overigens heel anders af: er werd besloten om het geld te besteden aan een mooi vakantiehuis op een tropisch eiland, voor het hele orkest. Het zou de naam ‘Chasa Gatti’ krijgen, met een knipoog naar het Zwitserse Chasa Mengelberg. Als afsluiting werd in grote feestvreugde de cancan gedanst. Maar wacht even… Op vakantie met al je collega’s? Nee, dan heb ik toch echt liever een nieuwe zaal.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.