Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Iván Fischer leidt het Concertgebouworkest in Dvořák, Smetana en Bernstein

Iván Fischer leidt het Concertgebouworkest in Dvořák, Smetana en Bernstein

Grote Zaal
13 maart 2026
20.15 uur

Print dit programma

Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Guy Braunstein viool
Mirella Hagen sopraan
Olivia Vermeulen mezzosopraan

 Zangteksten vindt u hier

Dit programma maakt deel uit van de series B woensdag, D en E.

Ook interessant:
- Waarom sommige dirigenten speciale titels hebben
-
Hoeveel pop zit er in klassieke muziek?
-
Guy Braunsteins eerbetoon aan Abbey Road
-
Het geheim van Iván Fischer

LEONARD BERNSTEIN (1918-1990)

Three Dance Episodes from ‘On the Town’ (1945) 
The Great Lover 
Lonely Town (pas de deux) 
Times Square: 1944

eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

GUY BRAUNSTEIN (1971)

Abbey Road Concerto (naar The Beatles, 2021) 
voor viool en orkest
Overture – Come Together – Intermezzo 1 – Oh! Darling – Intermezzo 2 – Something – Intermezzo 3 – Octopus’s Garden – Intermezzo 4 – Here Comes the Sun – I Want You – Because – Cadenza: Remembering… Strawberries? – Maxwell’s Silver Hammer – Golden Slumbers – Carry that Weight – The End
Nederlandse première 

pauze ± 21.10 uur

ANTONÍN DVOŘÁK (1841-1904)

Tevergeefse hoop (Možnost)
uit ‘Moravische duetten’, op. 38, B. 69 (1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

BEDŘICH SMETANA (1824-1884) 

Uit Bohemens bossen en velden (Ceskýh luhu a Háju) (1875)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

ANTONÍN DVOŘÁK

Op ons dak (Na tej našej střeše), B. 118 (1881, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

De krans (Věneček) 
uit ‘Moravische duetten’
(1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

BEDŘICH SMETANA

Sárka (1875)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

ANTONÍN DVOŘÁK

Verdriet (Hoře) 
uit ‘Moravische duetten’
(1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest  

BEDŘICH SMETANA

De Moldau (Vltava) (1874)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

einde ± 22.30 uur

Grote Zaal 13 maart 2026 20.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Guy Braunstein viool
Mirella Hagen sopraan
Olivia Vermeulen mezzosopraan

 Zangteksten vindt u hier

Dit programma maakt deel uit van de series B woensdag, D en E.

Ook interessant:
- Waarom sommige dirigenten speciale titels hebben
-
Hoeveel pop zit er in klassieke muziek?
-
Guy Braunsteins eerbetoon aan Abbey Road
-
Het geheim van Iván Fischer

LEONARD BERNSTEIN (1918-1990)

Three Dance Episodes from ‘On the Town’ (1945) 
The Great Lover 
Lonely Town (pas de deux) 
Times Square: 1944

eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

GUY BRAUNSTEIN (1971)

Abbey Road Concerto (naar The Beatles, 2021) 
voor viool en orkest
Overture – Come Together – Intermezzo 1 – Oh! Darling – Intermezzo 2 – Something – Intermezzo 3 – Octopus’s Garden – Intermezzo 4 – Here Comes the Sun – I Want You – Because – Cadenza: Remembering… Strawberries? – Maxwell’s Silver Hammer – Golden Slumbers – Carry that Weight – The End
Nederlandse première 

pauze ± 21.10 uur

ANTONÍN DVOŘÁK (1841-1904)

Tevergeefse hoop (Možnost)
uit ‘Moravische duetten’, op. 38, B. 69 (1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

BEDŘICH SMETANA (1824-1884) 

Uit Bohemens bossen en velden (Ceskýh luhu a Háju) (1875)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

ANTONÍN DVOŘÁK

Op ons dak (Na tej našej střeše), B. 118 (1881, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

De krans (Věneček) 
uit ‘Moravische duetten’
(1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

BEDŘICH SMETANA

Sárka (1875)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

ANTONÍN DVOŘÁK

Verdriet (Hoře) 
uit ‘Moravische duetten’
(1877, orkestratie Tibor Gátay)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest  

BEDŘICH SMETANA

De Moldau (Vltava) (1874)
uit ‘Mijn vaderland’ (Má vlast)

einde ± 22.30 uur

Toelichting

Toelichting

door Mark van de Voort

Als onvervalste speurneuzen zoeken componisten verwoed naar een pakkende melodie of een verslavend ritme. De jachtvelden van de pop- en volksmuziek liggen bezaaid met onvermoede muzikale briljantjes die de snelweg naar het hart openen. Van een hypnotische oorwurm tot een onbedwingbare, dansante puls, de inspiratie ligt voor het oprapen. Het Concertgebouworkest pakt de koffers en reist door een geschakeerd landschap van musical, volksliedkunst en popmeesterschap. Tijdens de eerste route treffen pop en klassiek elkaar: Leonard Bernsteins liefde voor de dans wordt gepaard aan Guy Braunsteins virtuoze Beatles-ode, zijn Abbey Road Concerto. Na de pauze vervolgt de reis naar het oermuzikale Tsjechië waar de roots van componisten Antonín Dvořák en Bedřich Smetana liggen.

Als onvervalste speurneuzen zoeken componisten verwoed naar een pakkende melodie of een verslavend ritme. De jachtvelden van de pop- en volksmuziek liggen bezaaid met onvermoede muzikale briljantjes die de snelweg naar het hart openen. Van een hypnotische oorwurm tot een onbedwingbare, dansante puls, de inspiratie ligt voor het oprapen. Het Concertgebouworkest pakt de koffers en reist door een geschakeerd landschap van musical, volksliedkunst en popmeesterschap. Tijdens de eerste route treffen pop en klassiek elkaar: Leonard Bernsteins liefde voor de dans wordt gepaard aan Guy Braunsteins virtuoze Beatles-ode, zijn Abbey Road Concerto. Na de pauze vervolgt de reis naar het oermuzikale Tsjechië waar de roots van componisten Antonín Dvořák en Bedřich Smetana liggen.

door Mark van de Voort

Leonard Bernstein (1918-1990)

Three Dance Episodes

Aan ambitie ontbrak het twintiger Leonard Bernstein niet. Begin jaren veertig had hij net zijn Eerste symfonie voltooid en wierp hij zich op als vooruitstrevend dirigent. Eind 1944 ging zijn musical On the Town in première. Datzelfde jaar had Bernstein al een hit gescoord met zijn ballet Fancy Free, in samenwerking met sterchoreograaf Jerome Robbins. Het vlotte verhaaltje van drie matrozen die hun 24-uursverlof doorbrengen in het swingende New York sloeg aan. On the Town diept dit succesverhaal verder uit. In de musical volgen we de vrolijke escapades van matrozen Gabey, Ozzie en Chip. Dans speelt een sleutelrol in de musical, waarbij Bernstein zijn passie voor jazz, wereldse ritmes en populaire muziek botviert.

Aan ambitie ontbrak het twintiger Leonard Bernstein niet. Begin jaren veertig had hij net zijn Eerste symfonie voltooid en wierp hij zich op als vooruitstrevend dirigent. Eind 1944 ging zijn musical On the Town in première. Datzelfde jaar had Bernstein al een hit gescoord met zijn ballet Fancy Free, in samenwerking met sterchoreograaf Jerome Robbins. Het vlotte verhaaltje van drie matrozen die hun 24-uursverlof doorbrengen in het swingende New York sloeg aan. On the Town diept dit succesverhaal verder uit. In de musical volgen we de vrolijke escapades van matrozen Gabey, Ozzie en Chip. Dans speelt een sleutelrol in de musical, waarbij Bernstein zijn passie voor jazz, wereldse ritmes en populaire muziek botviert.

  • Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

    Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

  • Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

    Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

In 1945 destilleerde Bernstein een bondige danssuite uit de musical, net als hij later met West Side Story zou doen. In het eerste deel, The Great Lover, zoomt Bernstein in op de amoureuze matroos Gabey die tijdens een metroritje droomt over zijn geliefde Miss Turnstiles. Met het sfeervolle Lonely Town (pas de deux) verklankt Bernstein de bitterzoete melancholie van de hopeloos verliefde Gabey. In de levendige finale Times Square: 1944 zoeken de matrozen steun bij elkaar tijdens een avondje uit. Bernsteins beroemde melodie voor New York, New York klinkt op.

In 1945 destilleerde Bernstein een bondige danssuite uit de musical, net als hij later met West Side Story zou doen. In het eerste deel, The Great Lover, zoomt Bernstein in op de amoureuze matroos Gabey die tijdens een metroritje droomt over zijn geliefde Miss Turnstiles. Met het sfeervolle Lonely Town (pas de deux) verklankt Bernstein de bitterzoete melancholie van de hopeloos verliefde Gabey. In de levendige finale Times Square: 1944 zoeken de matrozen steun bij elkaar tijdens een avondje uit. Bernsteins beroemde melodie voor New York, New York klinkt op.

Guy Braunstein (1971)

Abbey Road Concerto

Met hun caleidoscopische popsongs ontketenden The Beatles uit Liverpool een ware muziekrevolutie in de jaren zestig. Op hun laatste studioalbum Abbey Road (1969) zetten alle leden – Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr – nog één keer hun allerbeste beentje voor. Sinds zijn jeugd luistert de Israëlisch-Amerikaanse violist en componist Guy Braunstein naar de ‘Fab Four’. Als vioolsolist, dirigent en concertmeester van de Berliner Philharmoniker bouwde Braunstein een internationale reputatie op. Aangespoord door zijn oudste zoon, een bevlogen Beatles-fan, componeerde Braunstein een 35 minuten durend vioolconcert gebaseerd op elf songs van het Abbey Road-album. Braunstein is een bedreven arrangeur die vlijmscherp de grenzen slecht tussen klassiek en pop. Eerder bewerkte hij al composities van Tsjaikovski, Puccini en Schönberg, en songs van Ray Charles, Billy Joel en Billy Preston.Het virtuoze Abbey Road Concerto voor viool en symfonieorkest is zijn meest ambitieuze compositie tot nu toe. De ijzersterke Beatles-­melodieën gebruikt Braunstein als springplank voor een reeks variaties. De vioolsolist wordt het vuur na aan de schenen gelegd met lastige ritmische passages, meerstemmigheid en complex contrapunt. Het werk omvat negen variaties op verschillende Abbey Road-hits, afgewisseld met een uitnodigende ouverture, vier bondige intermezzo’s (onder meer op Beatles-songs Octopus’s Garden en Oh! Darling) en een uitgebreide, geïnspireerde vioolcadens (met een knipoog naar de Beatles-classic Strawberry Fields Forever uit 1967).

Met hun caleidoscopische popsongs ontketenden The Beatles uit Liverpool een ware muziekrevolutie in de jaren zestig. Op hun laatste studioalbum Abbey Road (1969) zetten alle leden – Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr – nog één keer hun allerbeste beentje voor. Sinds zijn jeugd luistert de Israëlisch-Amerikaanse violist en componist Guy Braunstein naar de ‘Fab Four’. Als vioolsolist, dirigent en concertmeester van de Berliner Philharmoniker bouwde Braunstein een internationale reputatie op. Aangespoord door zijn oudste zoon, een bevlogen Beatles-fan, componeerde Braunstein een 35 minuten durend vioolconcert gebaseerd op elf songs van het Abbey Road-album. Braunstein is een bedreven arrangeur die vlijmscherp de grenzen slecht tussen klassiek en pop. Eerder bewerkte hij al composities van Tsjaikovski, Puccini en Schönberg, en songs van Ray Charles, Billy Joel en Billy Preston.Het virtuoze Abbey Road Concerto voor viool en symfonieorkest is zijn meest ambitieuze compositie tot nu toe. De ijzersterke Beatles-­melodieën gebruikt Braunstein als springplank voor een reeks variaties. De vioolsolist wordt het vuur na aan de schenen gelegd met lastige ritmische passages, meerstemmigheid en complex contrapunt. Het werk omvat negen variaties op verschillende Abbey Road-hits, afgewisseld met een uitnodigende ouverture, vier bondige intermezzo’s (onder meer op Beatles-songs Octopus’s Garden en Oh! Darling) en een uitgebreide, geïnspireerde vioolcadens (met een knipoog naar de Beatles-classic Strawberry Fields Forever uit 1967).

Antonín Dvořák (1841-1904)

Moravische duetten

Vervolgens zet het Concertgebouworkest koers naar Tsjechië met een muziek­reis kriskras door de historische gebieden Bohemen en Moravië. Antonín Dvořák en Bedřich Smetana staken hun vaderlandstrots niet onder stoelen of banken. In het werk van beide componisten weer­klinken verwijzingen naar de rijke muziektradities van Tsjechië.

Dvořáks uitgebreide cyclus ­Moravische duetten is gebaseerd op de verzameling Moravische volksliederen van zijn landgenoot František Sušil. Dvořák ­gebruikte de teksten maar verzon zijn eigen melodieën die desondanks de geest van de Moravische volksmuziek ademen. Tussen 1875 en 1881 werkte de componist aan 23 duetten voor stemmen met pianobegeleiding, een cyclus op verzoek van de bevriende zakenman Jan Neff. Dvořák werkte als pianodocent voor diens gezin en nam ook frequent deel aan muziekavonden bij de Neffs. De duetten verklanken de charme van het plattelandsleven en verhalen vol vuur over onafwendbaar hartzeer. Ze betekenden een creatieve vrijplaats voor Dvořák. Hij verrijkte zijn muzikale idioom met contrastrijke ideeën, bondige ritmiek en uitbundige melodieën. Johannes Brahms was fan en bracht hem succesvol in contact met uitgever Simrock. Drie duetten uit opus 38 en het ontwapenende Daar op ons dak klinken vanavond in een orkestbewerking van Tibor Gátay, ­violist in Iván Fischers Budapest Festival Orchestra.

Vervolgens zet het Concertgebouworkest koers naar Tsjechië met een muziek­reis kriskras door de historische gebieden Bohemen en Moravië. Antonín Dvořák en Bedřich Smetana staken hun vaderlandstrots niet onder stoelen of banken. In het werk van beide componisten weer­klinken verwijzingen naar de rijke muziektradities van Tsjechië.

Dvořáks uitgebreide cyclus ­Moravische duetten is gebaseerd op de verzameling Moravische volksliederen van zijn landgenoot František Sušil. Dvořák ­gebruikte de teksten maar verzon zijn eigen melodieën die desondanks de geest van de Moravische volksmuziek ademen. Tussen 1875 en 1881 werkte de componist aan 23 duetten voor stemmen met pianobegeleiding, een cyclus op verzoek van de bevriende zakenman Jan Neff. Dvořák werkte als pianodocent voor diens gezin en nam ook frequent deel aan muziekavonden bij de Neffs. De duetten verklanken de charme van het plattelandsleven en verhalen vol vuur over onafwendbaar hartzeer. Ze betekenden een creatieve vrijplaats voor Dvořák. Hij verrijkte zijn muzikale idioom met contrastrijke ideeën, bondige ritmiek en uitbundige melodieën. Johannes Brahms was fan en bracht hem succesvol in contact met uitgever Simrock. Drie duetten uit opus 38 en het ontwapenende Daar op ons dak klinken vanavond in een orkestbewerking van Tibor Gátay, ­violist in Iván Fischers Budapest Festival Orchestra.

Bedřich Smetana (1824-1884)

Má vlast

Má vlast (‘Mijn vaderland’) staat te boek als het magnum opus van Bedřich Smetana. Een symfonische ode aan zijn Boheemse land, die Smetana componeerde terwijl hij kampte met doofheid. Naar lichtend voorbeeld van zijn goede vriend Franz Liszt creëerde Smetana een epische cyclus van zes zelfstandige symfonische gedichten. In deze composities verweefde hij de taal van de Boheemse volksmuziek op een krachtige, oorspronkelijke wijze. Aanvankelijk wilde Smetana vooral een symfonisch gedicht wijden aan de rivier Vltava (de Moldau). In het beeldende, romantische orkestwerk volgt de luisteraar de onstuimige stroom van de rivier vanaf de bron in de Boheemse wouden naar de stad Praag. Smetana kreeg de smaak te pakken en vier jaar werkte hij door aan nog vijf andere delen. Voor zijn symfonische fantasieën putte hij inspiratie uit het bonte Boheemse landschap, de geschiedenis en de legendes van het gebied. Naast het bekende De Moldau richt het Concertgebouw­orkest het kompas op Uit Bohemens bossen en velden. Deze compositie is volgens Smetana ‘een klankschildering van gevoelens die je overvallen wanneer je naar het Boheemse landschap staart.’ Na een intens meeslepende opening spoort Smetana iedereen aan tot een ferme boswandeling. Sárka, ook onderdeel van Má vlast, is gebaseerd op een twaalfde-eeuwse Tsjechische legende. In deze stormachtige, welhaast ­wagneriaanse compositie vertelt Smetana het heldhaftige verhaal van de amazonekrijger Sárka. Na bedrogen te zijn door haar geliefde zweert ze wraak op alle mannen.

Má vlast (‘Mijn vaderland’) staat te boek als het magnum opus van Bedřich Smetana. Een symfonische ode aan zijn Boheemse land, die Smetana componeerde terwijl hij kampte met doofheid. Naar lichtend voorbeeld van zijn goede vriend Franz Liszt creëerde Smetana een epische cyclus van zes zelfstandige symfonische gedichten. In deze composities verweefde hij de taal van de Boheemse volksmuziek op een krachtige, oorspronkelijke wijze. Aanvankelijk wilde Smetana vooral een symfonisch gedicht wijden aan de rivier Vltava (de Moldau). In het beeldende, romantische orkestwerk volgt de luisteraar de onstuimige stroom van de rivier vanaf de bron in de Boheemse wouden naar de stad Praag. Smetana kreeg de smaak te pakken en vier jaar werkte hij door aan nog vijf andere delen. Voor zijn symfonische fantasieën putte hij inspiratie uit het bonte Boheemse landschap, de geschiedenis en de legendes van het gebied. Naast het bekende De Moldau richt het Concertgebouw­orkest het kompas op Uit Bohemens bossen en velden. Deze compositie is volgens Smetana ‘een klankschildering van gevoelens die je overvallen wanneer je naar het Boheemse landschap staart.’ Na een intens meeslepende opening spoort Smetana iedereen aan tot een ferme boswandeling. Sárka, ook onderdeel van Má vlast, is gebaseerd op een twaalfde-eeuwse Tsjechische legende. In deze stormachtige, welhaast ­wagneriaanse compositie vertelt Smetana het heldhaftige verhaal van de amazonekrijger Sárka. Na bedrogen te zijn door haar geliefde zweert ze wraak op alle mannen.

Toelichting

door Mark van de Voort

Als onvervalste speurneuzen zoeken componisten verwoed naar een pakkende melodie of een verslavend ritme. De jachtvelden van de pop- en volksmuziek liggen bezaaid met onvermoede muzikale briljantjes die de snelweg naar het hart openen. Van een hypnotische oorwurm tot een onbedwingbare, dansante puls, de inspiratie ligt voor het oprapen. Het Concertgebouworkest pakt de koffers en reist door een geschakeerd landschap van musical, volksliedkunst en popmeesterschap. Tijdens de eerste route treffen pop en klassiek elkaar: Leonard Bernsteins liefde voor de dans wordt gepaard aan Guy Braunsteins virtuoze Beatles-ode, zijn Abbey Road Concerto. Na de pauze vervolgt de reis naar het oermuzikale Tsjechië waar de roots van componisten Antonín Dvořák en Bedřich Smetana liggen.

Als onvervalste speurneuzen zoeken componisten verwoed naar een pakkende melodie of een verslavend ritme. De jachtvelden van de pop- en volksmuziek liggen bezaaid met onvermoede muzikale briljantjes die de snelweg naar het hart openen. Van een hypnotische oorwurm tot een onbedwingbare, dansante puls, de inspiratie ligt voor het oprapen. Het Concertgebouworkest pakt de koffers en reist door een geschakeerd landschap van musical, volksliedkunst en popmeesterschap. Tijdens de eerste route treffen pop en klassiek elkaar: Leonard Bernsteins liefde voor de dans wordt gepaard aan Guy Braunsteins virtuoze Beatles-ode, zijn Abbey Road Concerto. Na de pauze vervolgt de reis naar het oermuzikale Tsjechië waar de roots van componisten Antonín Dvořák en Bedřich Smetana liggen.

door Mark van de Voort

Leonard Bernstein (1918-1990)

Three Dance Episodes

Aan ambitie ontbrak het twintiger Leonard Bernstein niet. Begin jaren veertig had hij net zijn Eerste symfonie voltooid en wierp hij zich op als vooruitstrevend dirigent. Eind 1944 ging zijn musical On the Town in première. Datzelfde jaar had Bernstein al een hit gescoord met zijn ballet Fancy Free, in samenwerking met sterchoreograaf Jerome Robbins. Het vlotte verhaaltje van drie matrozen die hun 24-uursverlof doorbrengen in het swingende New York sloeg aan. On the Town diept dit succesverhaal verder uit. In de musical volgen we de vrolijke escapades van matrozen Gabey, Ozzie en Chip. Dans speelt een sleutelrol in de musical, waarbij Bernstein zijn passie voor jazz, wereldse ritmes en populaire muziek botviert.

Aan ambitie ontbrak het twintiger Leonard Bernstein niet. Begin jaren veertig had hij net zijn Eerste symfonie voltooid en wierp hij zich op als vooruitstrevend dirigent. Eind 1944 ging zijn musical On the Town in première. Datzelfde jaar had Bernstein al een hit gescoord met zijn ballet Fancy Free, in samenwerking met sterchoreograaf Jerome Robbins. Het vlotte verhaaltje van drie matrozen die hun 24-uursverlof doorbrengen in het swingende New York sloeg aan. On the Town diept dit succesverhaal verder uit. In de musical volgen we de vrolijke escapades van matrozen Gabey, Ozzie en Chip. Dans speelt een sleutelrol in de musical, waarbij Bernstein zijn passie voor jazz, wereldse ritmes en populaire muziek botviert.

  • Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

    Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

  • Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

    Poster voor Leonard Bernsteins On the Town in het Adelphi Theatre in New York, 1944

In 1945 destilleerde Bernstein een bondige danssuite uit de musical, net als hij later met West Side Story zou doen. In het eerste deel, The Great Lover, zoomt Bernstein in op de amoureuze matroos Gabey die tijdens een metroritje droomt over zijn geliefde Miss Turnstiles. Met het sfeervolle Lonely Town (pas de deux) verklankt Bernstein de bitterzoete melancholie van de hopeloos verliefde Gabey. In de levendige finale Times Square: 1944 zoeken de matrozen steun bij elkaar tijdens een avondje uit. Bernsteins beroemde melodie voor New York, New York klinkt op.

In 1945 destilleerde Bernstein een bondige danssuite uit de musical, net als hij later met West Side Story zou doen. In het eerste deel, The Great Lover, zoomt Bernstein in op de amoureuze matroos Gabey die tijdens een metroritje droomt over zijn geliefde Miss Turnstiles. Met het sfeervolle Lonely Town (pas de deux) verklankt Bernstein de bitterzoete melancholie van de hopeloos verliefde Gabey. In de levendige finale Times Square: 1944 zoeken de matrozen steun bij elkaar tijdens een avondje uit. Bernsteins beroemde melodie voor New York, New York klinkt op.

Guy Braunstein (1971)

Abbey Road Concerto

Met hun caleidoscopische popsongs ontketenden The Beatles uit Liverpool een ware muziekrevolutie in de jaren zestig. Op hun laatste studioalbum Abbey Road (1969) zetten alle leden – Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr – nog één keer hun allerbeste beentje voor. Sinds zijn jeugd luistert de Israëlisch-Amerikaanse violist en componist Guy Braunstein naar de ‘Fab Four’. Als vioolsolist, dirigent en concertmeester van de Berliner Philharmoniker bouwde Braunstein een internationale reputatie op. Aangespoord door zijn oudste zoon, een bevlogen Beatles-fan, componeerde Braunstein een 35 minuten durend vioolconcert gebaseerd op elf songs van het Abbey Road-album. Braunstein is een bedreven arrangeur die vlijmscherp de grenzen slecht tussen klassiek en pop. Eerder bewerkte hij al composities van Tsjaikovski, Puccini en Schönberg, en songs van Ray Charles, Billy Joel en Billy Preston.Het virtuoze Abbey Road Concerto voor viool en symfonieorkest is zijn meest ambitieuze compositie tot nu toe. De ijzersterke Beatles-­melodieën gebruikt Braunstein als springplank voor een reeks variaties. De vioolsolist wordt het vuur na aan de schenen gelegd met lastige ritmische passages, meerstemmigheid en complex contrapunt. Het werk omvat negen variaties op verschillende Abbey Road-hits, afgewisseld met een uitnodigende ouverture, vier bondige intermezzo’s (onder meer op Beatles-songs Octopus’s Garden en Oh! Darling) en een uitgebreide, geïnspireerde vioolcadens (met een knipoog naar de Beatles-classic Strawberry Fields Forever uit 1967).

Met hun caleidoscopische popsongs ontketenden The Beatles uit Liverpool een ware muziekrevolutie in de jaren zestig. Op hun laatste studioalbum Abbey Road (1969) zetten alle leden – Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr – nog één keer hun allerbeste beentje voor. Sinds zijn jeugd luistert de Israëlisch-Amerikaanse violist en componist Guy Braunstein naar de ‘Fab Four’. Als vioolsolist, dirigent en concertmeester van de Berliner Philharmoniker bouwde Braunstein een internationale reputatie op. Aangespoord door zijn oudste zoon, een bevlogen Beatles-fan, componeerde Braunstein een 35 minuten durend vioolconcert gebaseerd op elf songs van het Abbey Road-album. Braunstein is een bedreven arrangeur die vlijmscherp de grenzen slecht tussen klassiek en pop. Eerder bewerkte hij al composities van Tsjaikovski, Puccini en Schönberg, en songs van Ray Charles, Billy Joel en Billy Preston.Het virtuoze Abbey Road Concerto voor viool en symfonieorkest is zijn meest ambitieuze compositie tot nu toe. De ijzersterke Beatles-­melodieën gebruikt Braunstein als springplank voor een reeks variaties. De vioolsolist wordt het vuur na aan de schenen gelegd met lastige ritmische passages, meerstemmigheid en complex contrapunt. Het werk omvat negen variaties op verschillende Abbey Road-hits, afgewisseld met een uitnodigende ouverture, vier bondige intermezzo’s (onder meer op Beatles-songs Octopus’s Garden en Oh! Darling) en een uitgebreide, geïnspireerde vioolcadens (met een knipoog naar de Beatles-classic Strawberry Fields Forever uit 1967).

Antonín Dvořák (1841-1904)

Moravische duetten

Vervolgens zet het Concertgebouworkest koers naar Tsjechië met een muziek­reis kriskras door de historische gebieden Bohemen en Moravië. Antonín Dvořák en Bedřich Smetana staken hun vaderlandstrots niet onder stoelen of banken. In het werk van beide componisten weer­klinken verwijzingen naar de rijke muziektradities van Tsjechië.

Dvořáks uitgebreide cyclus ­Moravische duetten is gebaseerd op de verzameling Moravische volksliederen van zijn landgenoot František Sušil. Dvořák ­gebruikte de teksten maar verzon zijn eigen melodieën die desondanks de geest van de Moravische volksmuziek ademen. Tussen 1875 en 1881 werkte de componist aan 23 duetten voor stemmen met pianobegeleiding, een cyclus op verzoek van de bevriende zakenman Jan Neff. Dvořák werkte als pianodocent voor diens gezin en nam ook frequent deel aan muziekavonden bij de Neffs. De duetten verklanken de charme van het plattelandsleven en verhalen vol vuur over onafwendbaar hartzeer. Ze betekenden een creatieve vrijplaats voor Dvořák. Hij verrijkte zijn muzikale idioom met contrastrijke ideeën, bondige ritmiek en uitbundige melodieën. Johannes Brahms was fan en bracht hem succesvol in contact met uitgever Simrock. Drie duetten uit opus 38 en het ontwapenende Daar op ons dak klinken vanavond in een orkestbewerking van Tibor Gátay, ­violist in Iván Fischers Budapest Festival Orchestra.

Vervolgens zet het Concertgebouworkest koers naar Tsjechië met een muziek­reis kriskras door de historische gebieden Bohemen en Moravië. Antonín Dvořák en Bedřich Smetana staken hun vaderlandstrots niet onder stoelen of banken. In het werk van beide componisten weer­klinken verwijzingen naar de rijke muziektradities van Tsjechië.

Dvořáks uitgebreide cyclus ­Moravische duetten is gebaseerd op de verzameling Moravische volksliederen van zijn landgenoot František Sušil. Dvořák ­gebruikte de teksten maar verzon zijn eigen melodieën die desondanks de geest van de Moravische volksmuziek ademen. Tussen 1875 en 1881 werkte de componist aan 23 duetten voor stemmen met pianobegeleiding, een cyclus op verzoek van de bevriende zakenman Jan Neff. Dvořák werkte als pianodocent voor diens gezin en nam ook frequent deel aan muziekavonden bij de Neffs. De duetten verklanken de charme van het plattelandsleven en verhalen vol vuur over onafwendbaar hartzeer. Ze betekenden een creatieve vrijplaats voor Dvořák. Hij verrijkte zijn muzikale idioom met contrastrijke ideeën, bondige ritmiek en uitbundige melodieën. Johannes Brahms was fan en bracht hem succesvol in contact met uitgever Simrock. Drie duetten uit opus 38 en het ontwapenende Daar op ons dak klinken vanavond in een orkestbewerking van Tibor Gátay, ­violist in Iván Fischers Budapest Festival Orchestra.

Bedřich Smetana (1824-1884)

Má vlast

Má vlast (‘Mijn vaderland’) staat te boek als het magnum opus van Bedřich Smetana. Een symfonische ode aan zijn Boheemse land, die Smetana componeerde terwijl hij kampte met doofheid. Naar lichtend voorbeeld van zijn goede vriend Franz Liszt creëerde Smetana een epische cyclus van zes zelfstandige symfonische gedichten. In deze composities verweefde hij de taal van de Boheemse volksmuziek op een krachtige, oorspronkelijke wijze. Aanvankelijk wilde Smetana vooral een symfonisch gedicht wijden aan de rivier Vltava (de Moldau). In het beeldende, romantische orkestwerk volgt de luisteraar de onstuimige stroom van de rivier vanaf de bron in de Boheemse wouden naar de stad Praag. Smetana kreeg de smaak te pakken en vier jaar werkte hij door aan nog vijf andere delen. Voor zijn symfonische fantasieën putte hij inspiratie uit het bonte Boheemse landschap, de geschiedenis en de legendes van het gebied. Naast het bekende De Moldau richt het Concertgebouw­orkest het kompas op Uit Bohemens bossen en velden. Deze compositie is volgens Smetana ‘een klankschildering van gevoelens die je overvallen wanneer je naar het Boheemse landschap staart.’ Na een intens meeslepende opening spoort Smetana iedereen aan tot een ferme boswandeling. Sárka, ook onderdeel van Má vlast, is gebaseerd op een twaalfde-eeuwse Tsjechische legende. In deze stormachtige, welhaast ­wagneriaanse compositie vertelt Smetana het heldhaftige verhaal van de amazonekrijger Sárka. Na bedrogen te zijn door haar geliefde zweert ze wraak op alle mannen.

Má vlast (‘Mijn vaderland’) staat te boek als het magnum opus van Bedřich Smetana. Een symfonische ode aan zijn Boheemse land, die Smetana componeerde terwijl hij kampte met doofheid. Naar lichtend voorbeeld van zijn goede vriend Franz Liszt creëerde Smetana een epische cyclus van zes zelfstandige symfonische gedichten. In deze composities verweefde hij de taal van de Boheemse volksmuziek op een krachtige, oorspronkelijke wijze. Aanvankelijk wilde Smetana vooral een symfonisch gedicht wijden aan de rivier Vltava (de Moldau). In het beeldende, romantische orkestwerk volgt de luisteraar de onstuimige stroom van de rivier vanaf de bron in de Boheemse wouden naar de stad Praag. Smetana kreeg de smaak te pakken en vier jaar werkte hij door aan nog vijf andere delen. Voor zijn symfonische fantasieën putte hij inspiratie uit het bonte Boheemse landschap, de geschiedenis en de legendes van het gebied. Naast het bekende De Moldau richt het Concertgebouw­orkest het kompas op Uit Bohemens bossen en velden. Deze compositie is volgens Smetana ‘een klankschildering van gevoelens die je overvallen wanneer je naar het Boheemse landschap staart.’ Na een intens meeslepende opening spoort Smetana iedereen aan tot een ferme boswandeling. Sárka, ook onderdeel van Má vlast, is gebaseerd op een twaalfde-eeuwse Tsjechische legende. In deze stormachtige, welhaast ­wagneriaanse compositie vertelt Smetana het heldhaftige verhaal van de amazonekrijger Sárka. Na bedrogen te zijn door haar geliefde zweert ze wraak op alle mannen.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer krijgt deze maand de vijftiende Concertgebouw Prijs. Hij studeerde piano, viool, cello en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt.

In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op. Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef-dirigent is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomelconcerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en outreach­projecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen. Hij is actief als componist en operaregisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en ­richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival.

In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Symphony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is. Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem in oktober 2020 tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022.

Iván Fischer ontving voorts de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen. Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Guy Braunstein, viool

Guy Braunstein koestert een wereldwijde reputatie als uitvoerende van het klassieke repertoire, maar ook met zijn eigen composities en bewerkingen. Hij groeide op in Tel Aviv, en studeerde bij Chaim Taub en later in New York bij Glenn Dicterow, Pinchas Zuckerman en Isaac Stern. Zijn samenwerking met ­Claudio Abbado was van grote invloed op zijn ontwikkeling.

Guy Braunstein soleerde bij het Tonhalle-Orchester Zürich, het Boston Symphony Orchestra, Philharmonia in Londen en de Berliner Philharmoniker – waar hij vanaf 2000 voor meer dan een decennium concertmeester was. Onder zijn muzikale partners rekent hij András Schiff, Zubin Mehta, Yefim Bronfman, Daniel Barenboim, Simon Rattle, Martha Argerich, Mitsuko Uchida, Lang Lang, Emanuel Ax, Andris Nelsons en Semyon Bychkov.

Als dirigent was Guy Braunstein in residence bij de symfonieorkesten van Hamburg en Trondheim, en ook stond hij op de bok bij de orkesten van Helsinki en Rotterdam, het Israël Filharmonisch Orkest, het Queensland Symphony Orchestra en het Budapest Festival Orchestra.

In recente jaren voerde hij regelmatig vioolconcerten uit van Elgar en Haydn, en in een opname met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège combineerde hij zijn eigen Abbey Road Concerto met het Vioolconcert van Delius en Vaughan Williams’ The Lark Ascending.

Guy Braunstein bespeelt een viool uit 1679 van Francesco Ruggieri. Vorige optredens in Het Concertgebouw waren met het Residentie Orkest (Mozart in 2015) en het Noord Nederlands Orkest (Vaughan Williams in 2013, Sibelius in 2022 en Tsjaikovski in 2024). Bij het Concertgebouworkest maakt Guy Braunstein zijn debuut.

Mirella Hagen, sopraan

Mirella Hagen begon haar carrière als lid van de operastudio van de Staatsoper Stuttgart. Nadat ze ervaring had opgedaan als ensemblelid van het Regensburg Theater, de Opera Vlaanderen, de Dortmund Opera en het Braunschweig Staatstheater, begon ze haar freelance carrière. Ze zong onder meer in het Theater an der Wien, de Semperoper Dresden, de Staatsoper Stuttgart en de Komische Oper Berlin.

Op de Bayreuther Festspiele zong ze de Wagner-rollen Woglinde (Das Rheingold) en Waldvogel (Siegfried) onder Kirill Petrenko. Mirella Hagen werkte samen met Helmuth Rilling in Bach-cantates en Mozarts Mis in c klein, en met René Jacobs in onder meer Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria en Le nozze di Figaro van Mozart.

Ook soleerde ze bij het Budapest Festival Orchestra, de Akademie für Alte Musik Berlin, Concentus Musicus Wien en B’Rock. Tijdens de pandemie werd de sopraan uitgenodigd door Deutschlandradio Kultur om live concerten te zingen voor radiopubliek en nam ze talrijke werken op.

In december 2025 debuteerde Mirella Hagen bij het Concertgebouworkest in delen uit Mendelssohns Ein Sommernachtstraum onder leiding van Iván Fischer.

Olivia Vermeulen, mezzosopraan

Olivia Vermeulen studeerde in Detmold bij Mechtild Böhme en in Berlijn bij Julie Kaufmann, nam deel aan masterclasses van Dietrich Fischer-Dieskau, ­Andreas Scholl, Thomas Quasthoff en Irwin Gage en maakte deel uit van de operastudio van de Komische Oper in Berlijn.

Onder leiding van René Jacobs debuteerde de Nederlandse zangeres in 2016 in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn en tourde ze met het Freiburger Barockorchester.

Ze zong opera in de theaters van Dijon, Versailles, Parijs, Moskou en Amsterdam en op de festivals van Halle, Bregenz en Aix-en-Provence. Op de ­Kissinger Sommer bracht ze liederen van Wolfgang Rihm in première. Ook in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw gaf de mezzosopraan recitals, voor het laatst In Heaven op 11 november 2025.

Olivia Vermeulen soleerde bij het London Symphony Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Ensemble Modern, de Camerata Salzburg, de Berliner Philharmoniker en het Bach Collegium Japan. Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in december 2025 in delen uit Mendelssohns Ein Sommernachtstraum onder leiding van Iván Fischer.