Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

The Beatles krijgen hun eigen vioolconcert

door Mark van de Voort
08 feb 2026 08 februari 2026

Het iconische album Abbey Road van The Beatles als hypervirtuoos vioolconcert? Meesterviolist en componist Guy Braunstein bewijst dat het kan: zijn Abbey Road Concerto staat op de lessenaars van het Concertgebouworkest. Met Braunstein zelf als bevlogen solist.

  • Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

    Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

  • Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

    Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

  • Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

    Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

  • Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

    Guy Braunstein

    Foto: Boaz Arad

Popmuziek met een klassieke status, en klassieke muziek die pop omhelst. Eind jaren zestig verlegden The Beatles keer op keer grenzen. Met hun laatste studio­album schreef het Britse viertal muziekgeschiedenis: Abbey Road uit 1969 geldt als een van hun kleurrijkste albums. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr waren op de toppen van hun kunnen. Sinds zijn jeugd is de Israëlisch-Amerikaanse violist Guy Braunstein verslingerd aan The Beatles. Vorig jaar voltooide hij een uniek eerbetoon aan de ‘Fab Four’: een Abbey Road-vioolconcert.

Als concertmeester van de Berliner Philharmoniker werkte Braunstein zo’n vijftien jaar samen met vooraanstaande dirigenten en solisten. De laatste jaren ontpopt hij zich ook als dirigent en componist. Een van zijn indrukwekkendste wapenfeiten is zijn Abbey Road Concerto. In deze uitgebreide suite voor viool en orkest vervlecht hij op uiterst virtuoze wijze een dozijn ­Beatles-songs.

De eeuwige popmelodieën van het album ­Abbey Road blijken een onuitputtelijke inspiratiebron. Zo biedt het maffe Octopus’s Garden van Ringo Starr voer voor een vrolijk orkestraal intermezzo, terwijl ­Something van George ­Harrison transformeert tot een romantische verleidingsdans voor viool en orkest. Variaties op prachtige Lennon & McCartney-­melodieën als Golden ­Slumbers, Carry That Weight en ­Because ontbreken vanzelfsprekend niet. De liefde van Braunstein voor deze songs is in iedere noot voelbaar. 

Beatles-virus

Het Abbey Road Concerto behelst een pittige solistenpartituur in de beste traditie van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Niccolò Paganini. ‘Mijn vioolconcert is geen eenvoudige popmuziek-crossover. Het is een karaktervol werk met een ouverture en halverwege een krankzinnige vioolcadens,’ vertelt Braunstein met genoegen. ‘In de avontuurlijke geest van The Beatles bevat het talloze lastige passages voor de solist. Met canons en dubbelcanons, gepeperd contrapunt en complexe ritmiek. Als soloviolist moet je echt aan de bak.’

Klinkt er steeds meer pop in de klassieke muziek? Lees hier het achtergrondverhaal.

 
De opmaat voor het Abbey Road Concerto komt uit een onverwachte hoek, vertelt Braunstein. ‘Mijn oudste zoon raakte volledig besmet met het Beatles-virus. Om hem een plezier te doen ben ik Beatles-liedjes gaan bewerken voor viool en piano, waaronder A Hard Day’s Night en Blackbird.’ Tijdens de rustige coronaperiode viel Braunsteins oog op Abbey Road. ‘Een Beatles-album boordevol goede songs. Eerst wilde ik nog enkele liedjes voor viool en piano arrangeren. Ik kon maar geen keuze maken. Het waren allemaal topnummers. Laat ik dan maar een volwaardig concert met een compleet orkest componeren, dacht ik. Met goedkeuring van mijn zoon heb ik me toen op het vioolconcert gestort. Zonder zijn goedkeuring gaat niets door’, lacht Braunstein. Dag en nacht componeerde workaholic Braunstein aan zijn concert, dat hij in drie maanden voltooide. ‘Het beste werk ik ’s nachts. Dan slapen mijn vrouw en kinderen. Zelf slapen schiet er dan wel eens bij in.’

Popmuziek met een klassieke status, en klassieke muziek die pop omhelst. Eind jaren zestig verlegden The Beatles keer op keer grenzen. Met hun laatste studio­album schreef het Britse viertal muziekgeschiedenis: Abbey Road uit 1969 geldt als een van hun kleurrijkste albums. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr waren op de toppen van hun kunnen. Sinds zijn jeugd is de Israëlisch-Amerikaanse violist Guy Braunstein verslingerd aan The Beatles. Vorig jaar voltooide hij een uniek eerbetoon aan de ‘Fab Four’: een Abbey Road-vioolconcert.

Als concertmeester van de Berliner Philharmoniker werkte Braunstein zo’n vijftien jaar samen met vooraanstaande dirigenten en solisten. De laatste jaren ontpopt hij zich ook als dirigent en componist. Een van zijn indrukwekkendste wapenfeiten is zijn Abbey Road Concerto. In deze uitgebreide suite voor viool en orkest vervlecht hij op uiterst virtuoze wijze een dozijn ­Beatles-songs.

De eeuwige popmelodieën van het album ­Abbey Road blijken een onuitputtelijke inspiratiebron. Zo biedt het maffe Octopus’s Garden van Ringo Starr voer voor een vrolijk orkestraal intermezzo, terwijl ­Something van George ­Harrison transformeert tot een romantische verleidingsdans voor viool en orkest. Variaties op prachtige Lennon & McCartney-­melodieën als Golden ­Slumbers, Carry That Weight en ­Because ontbreken vanzelfsprekend niet. De liefde van Braunstein voor deze songs is in iedere noot voelbaar. 

Beatles-virus

Het Abbey Road Concerto behelst een pittige solistenpartituur in de beste traditie van Béla Bartók, Sergej Prokofjev en Niccolò Paganini. ‘Mijn vioolconcert is geen eenvoudige popmuziek-crossover. Het is een karaktervol werk met een ouverture en halverwege een krankzinnige vioolcadens,’ vertelt Braunstein met genoegen. ‘In de avontuurlijke geest van The Beatles bevat het talloze lastige passages voor de solist. Met canons en dubbelcanons, gepeperd contrapunt en complexe ritmiek. Als soloviolist moet je echt aan de bak.’

Klinkt er steeds meer pop in de klassieke muziek? Lees hier het achtergrondverhaal.

 
De opmaat voor het Abbey Road Concerto komt uit een onverwachte hoek, vertelt Braunstein. ‘Mijn oudste zoon raakte volledig besmet met het Beatles-virus. Om hem een plezier te doen ben ik Beatles-liedjes gaan bewerken voor viool en piano, waaronder A Hard Day’s Night en Blackbird.’ Tijdens de rustige coronaperiode viel Braunsteins oog op Abbey Road. ‘Een Beatles-album boordevol goede songs. Eerst wilde ik nog enkele liedjes voor viool en piano arrangeren. Ik kon maar geen keuze maken. Het waren allemaal topnummers. Laat ik dan maar een volwaardig concert met een compleet orkest componeren, dacht ik. Met goedkeuring van mijn zoon heb ik me toen op het vioolconcert gestort. Zonder zijn goedkeuring gaat niets door’, lacht Braunstein. Dag en nacht componeerde workaholic Braunstein aan zijn concert, dat hij in drie maanden voltooide. ‘Het beste werk ik ’s nachts. Dan slapen mijn vrouw en kinderen. Zelf slapen schiet er dan wel eens bij in.’

  • De kenmerkende cover van Abbey Road

    1969

    De kenmerkende cover van Abbey Road

    1969

  • De kenmerkende cover van Abbey Road

    1969

    De kenmerkende cover van Abbey Road

    1969

Al eerder had hij popsongs nieuw, klassiek leven ingeblazen, van onder anderen Ray Charles en Billy Joel. Maar het restylen van Abbey Road is andere koek, merkte Braunstein. ‘Dit album is één grote explosie van creativiteit. The Beatles etaleren niet alleen hun ongelofelijke vakmanschap, ze bleven op ontdekkingsreis ondanks al hun geld en succes. Heel bewonderenswaardig. Die houding zie ik bijvoorbeeld ook bij topproducer Quincy Jones en vioollegende Joseph Szigeti. Op het hoogtepunt van hun roem gingen ze ineens terug naar de schoolbanken bij respectievelijk leermeesters Nadia Boulanger en Ferruccio Busoni.’

Een opera van Brahms

Zijn liefde voor bewerken en componeren heeft Braunstein van oudsher meegekregen. Hij kreeg wijze lessen van vioolmaestro Isaac Stern en dirigent Claudio Abbado. ‘Arrangeren hoort bij mijn muzikale opvoeding. Je leert orkestreren in je hoofd. Als ik muziek bewerk voor viool, hoor ik stemmen en instrumenten. Dat gaat vanzelf.’ In 2023 creëerde Braunstein zijn eigen versie van Arnold Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht. Zijn Die Nacht wird immer verklärter is een sensitief, mahleriaans arrangement voor sopraan, tenor en symfonieorkest. Daarnaast heeft Braunstein viool- en piano-arrangementen geschreven van werken van Pjotr Tsjaikovski, Giacomo Puccini en Antonín Dvořák. ‘Plannen heb ik genoeg,’ verzekert Braunstein. ‘Als ik honderd uren in een dag kan proppen, en driehonderd jaar mag leven, kan ik alle fantasieën in mijn hoofd realiseren.’ 

Eén van die plannen wordt in ieder geval alvast werkelijkheid. Braunstein werkt aan een monsterklus. ‘Ik ga een muziekhistorische fout herstellen. Johannes Brahms heeft namelijk nooit een opera geschreven, maar dat ga ik nu wel doen. Daarvoor gebruik ik zijn Eerste en Tweede symfonie als ­muzikaal basismateriaal.’ De anderhalf uur durende opera draagt de titel Johannes Brahms – The Sunrise. De opera volgt Brahms’ jonge jaren en zijn vriendschap met Robert en Clara Schumann. ‘Iedere instrumentale melodie van Brahms kan perfect gezongen worden. Zijn symfonische muziek is goud waard.’

wo 11, do 12 & vr 13 maart | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Iván Fis­cher dirigent
Guy Braunstein viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Al eerder had hij popsongs nieuw, klassiek leven ingeblazen, van onder anderen Ray Charles en Billy Joel. Maar het restylen van Abbey Road is andere koek, merkte Braunstein. ‘Dit album is één grote explosie van creativiteit. The Beatles etaleren niet alleen hun ongelofelijke vakmanschap, ze bleven op ontdekkingsreis ondanks al hun geld en succes. Heel bewonderenswaardig. Die houding zie ik bijvoorbeeld ook bij topproducer Quincy Jones en vioollegende Joseph Szigeti. Op het hoogtepunt van hun roem gingen ze ineens terug naar de schoolbanken bij respectievelijk leermeesters Nadia Boulanger en Ferruccio Busoni.’

Een opera van Brahms

Zijn liefde voor bewerken en componeren heeft Braunstein van oudsher meegekregen. Hij kreeg wijze lessen van vioolmaestro Isaac Stern en dirigent Claudio Abbado. ‘Arrangeren hoort bij mijn muzikale opvoeding. Je leert orkestreren in je hoofd. Als ik muziek bewerk voor viool, hoor ik stemmen en instrumenten. Dat gaat vanzelf.’ In 2023 creëerde Braunstein zijn eigen versie van Arnold Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht. Zijn Die Nacht wird immer verklärter is een sensitief, mahleriaans arrangement voor sopraan, tenor en symfonieorkest. Daarnaast heeft Braunstein viool- en piano-arrangementen geschreven van werken van Pjotr Tsjaikovski, Giacomo Puccini en Antonín Dvořák. ‘Plannen heb ik genoeg,’ verzekert Braunstein. ‘Als ik honderd uren in een dag kan proppen, en driehonderd jaar mag leven, kan ik alle fantasieën in mijn hoofd realiseren.’ 

Eén van die plannen wordt in ieder geval alvast werkelijkheid. Braunstein werkt aan een monsterklus. ‘Ik ga een muziekhistorische fout herstellen. Johannes Brahms heeft namelijk nooit een opera geschreven, maar dat ga ik nu wel doen. Daarvoor gebruik ik zijn Eerste en Tweede symfonie als ­muzikaal basismateriaal.’ De anderhalf uur durende opera draagt de titel Johannes Brahms – The Sunrise. De opera volgt Brahms’ jonge jaren en zijn vriendschap met Robert en Clara Schumann. ‘Iedere instrumentale melodie van Brahms kan perfect gezongen worden. Zijn symfonische muziek is goud waard.’

wo 11, do 12 & vr 13 maart | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Iván Fis­cher dirigent
Guy Braunstein viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!