Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
achtergrond

Hoeveel pop zit er in klassieke muziek?

door Martijn Voorvelt
08 feb 2026 08 februari 2026

Bijna iedereen groeit tegenwoordig op met popmuziek. In de ‘klassieke’ concertzaal was daar lange tijd weinig van te merken. Maar de laatste jaren laten steeds meer componisten pop-invloeden toe in hun werk. Hoe hoor je dat? En hoe is dit zo gekomen? 

  • Pop in klassiek

    Door: Soña Lee

    Pop in klassiek

    Door: Soña Lee

  • Pop in klassiek

    Door: Soña Lee

    Pop in klassiek

    Door: Soña Lee

Eerst maar eens een definitiekwestie: popmuziek is niet per se ‘populaire muziek’, ook al komt de naam daar vandaan. De term ‘pop’ wordt vaak gebruikt als een verzamelnaam voor genres die zijn ontstaan in samenhang met technologische ontwikkelingen op het gebied van muziekproductie, -distributie en -consumptie. Mengvormen van dans- en amusementsmuziek (variété), blues, jazz, gospel en rock-’n-roll leidden tot de pop-, dance- en rockstijlen die we nu kennen. 

Componisten van nu groeien daarmee op, en bij sommigen is dat te horen – bij John Adams bijvoorbeeld, soms bij Thomas Adès. Steve Martland en Michael Nyman noemden hun ensembles een ‘band’, en ook het New Yorkse componistencollectief Bang on a Can opereert deels als een popband. ‘Het is iets natuurlijks’, zegt de ­Nederlandse componist JacobTV (Jacob ter Veldhuis), ‘Bartók en Beethoven deden hetzelfde met volksmuziek. Ik leef in deze wereld en luister naar alle muziek die me omringt en effect op me heeft. Vrienden uit New York noemen mijn muziek ‘avant pop’. I like that. Ik voel me een popcomponist, zoals Andy Warhol een popart-kunstenaar was.’ 

Bartók en Beethoven deden hetzelfde met volksmuziek

Toch is JacobTV nog steeds een uitzondering: bij verreweg de meeste ‘klassieke’ componisten is geen pop-­invloed te bespeuren. Waarom eigenlijk niet?

Twee werelden

Even terugspoelen. Vanaf eind negentiende eeuw zorgden razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van muziekproductie voor een verwijdering tussen amusementsmuziek en klassieke of kunstmuziek. Het Duits kent de handige termen ‘U-Musik’ (van Unterhaltungsmusik) en ‘E-Musik’ (ernste Musik). Dankzij elektrische vermeerdering en massaproductie kon ‘U-Musik’ een enorm publiek bereiken – en veel geld opleveren. Klassiek opgeleide componisten gingen juist steeds ingewikkeldere ‘E-Musik’ schrijven voor een klein kennerspubliek. De twee raakten van elkaar vervreemd.

Volgens de invloedrijke cultuurfilosoof Theodor W. Adorno was de atonale muziek van Arnold Schönberg de enige weg voorwaarts; tonale muziek was leugenachtig en wat Adorno jazz noemde (hij bedoelde amusementsmuziek) zou zelfs schadelijk zijn voor het brein. De minachting was wederzijds: voor de meeste mensen was kunstmuziek iets elitairs en onbegrijpelijks geworden.

Bij tijd en wijle werden er wel degelijk bruggen geslagen. Maurice Ravel flirtte (sporadisch) met jazz en blues, Darius Milhaud en Francis Poulenc putten graag uit variété en populaire dansmuziek. Liedjesschrijver George Gershwin kwam in 1924 met Rhapsody in Blue als ‘serieus’ cross-over­componist uit de hoek. Leonard Bernstein verwerkte latin en jazz in zijn muziek en maakte zowel musicals als opera’s. In de Verenigde Staten werden fusies van jazz en klassiek vanaf de jaren 1950 ‘Third Stream’ genoemd.

Klassiek en pop waren ‘mutually unconscious’

Jazz werd salonfähig, maar de ‘vulgaire’ rock-’n-roll bepaald niet. Klassiek en pop, E en U, bleven grotendeels gescheiden. Volgens sociologen waren ze ‘mutually unconscious’: ze kenden elkaar niet. De werelden van de academisch opgeleide klassieke musici en die van de popmuziek, grotendeels autodidact, overlapten nauwelijks.

Toenadering

Medio jaren zestig kwam een wederzijdse toenadering op gang (een ‘rapprochement’). Eerst kwam een generatie popmusici met artistieke ambities op. Denk aan Frank Zappa, de studio-experimenten van The Beatles, The Velvet Underground met de klassiek opgeleide John Cale in de gelederen, of een genre als progressive rock (o.a. Genesis, Yes). In Duitsland werden bands als Can en Kraftwerk opgericht door studenten van aarts-avant-gardist Karlheinz Stockhausen. 

The Beatles krijgen hun eigen vioolconcert. Lees er hier meer over.

 
Zelf was Stockhausen niet geïnteresseerd, maar enkele andere componisten uit de ‘klassieke’ avant-garde begonnen op hun beurt popmuziek te beschouwen als een interessante bron van klanken en ideeën. Vroege voorbeelden zijn Pierre Henry, die rock-opnamen verwerkte in elektroakoestische composities, en Luciano Berio, die in 1967 muziek van The Beatles bewerkte. Diepgaander beïnvloed door de ritmiek, de energie en de sound van popmuziek waren de ‘minimalisten’ Terry Riley, Philip Glass en Steve Reich. Voor hen was pop niet iets exotisch of minderwaardigs.

Eerst maar eens een definitiekwestie: popmuziek is niet per se ‘populaire muziek’, ook al komt de naam daar vandaan. De term ‘pop’ wordt vaak gebruikt als een verzamelnaam voor genres die zijn ontstaan in samenhang met technologische ontwikkelingen op het gebied van muziekproductie, -distributie en -consumptie. Mengvormen van dans- en amusementsmuziek (variété), blues, jazz, gospel en rock-’n-roll leidden tot de pop-, dance- en rockstijlen die we nu kennen. 

Componisten van nu groeien daarmee op, en bij sommigen is dat te horen – bij John Adams bijvoorbeeld, soms bij Thomas Adès. Steve Martland en Michael Nyman noemden hun ensembles een ‘band’, en ook het New Yorkse componistencollectief Bang on a Can opereert deels als een popband. ‘Het is iets natuurlijks’, zegt de ­Nederlandse componist JacobTV (Jacob ter Veldhuis), ‘Bartók en Beethoven deden hetzelfde met volksmuziek. Ik leef in deze wereld en luister naar alle muziek die me omringt en effect op me heeft. Vrienden uit New York noemen mijn muziek ‘avant pop’. I like that. Ik voel me een popcomponist, zoals Andy Warhol een popart-kunstenaar was.’ 

Bartók en Beethoven deden hetzelfde met volksmuziek

Toch is JacobTV nog steeds een uitzondering: bij verreweg de meeste ‘klassieke’ componisten is geen pop-­invloed te bespeuren. Waarom eigenlijk niet?

Twee werelden

Even terugspoelen. Vanaf eind negentiende eeuw zorgden razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van muziekproductie voor een verwijdering tussen amusementsmuziek en klassieke of kunstmuziek. Het Duits kent de handige termen ‘U-Musik’ (van Unterhaltungsmusik) en ‘E-Musik’ (ernste Musik). Dankzij elektrische vermeerdering en massaproductie kon ‘U-Musik’ een enorm publiek bereiken – en veel geld opleveren. Klassiek opgeleide componisten gingen juist steeds ingewikkeldere ‘E-Musik’ schrijven voor een klein kennerspubliek. De twee raakten van elkaar vervreemd.

Volgens de invloedrijke cultuurfilosoof Theodor W. Adorno was de atonale muziek van Arnold Schönberg de enige weg voorwaarts; tonale muziek was leugenachtig en wat Adorno jazz noemde (hij bedoelde amusementsmuziek) zou zelfs schadelijk zijn voor het brein. De minachting was wederzijds: voor de meeste mensen was kunstmuziek iets elitairs en onbegrijpelijks geworden.

Bij tijd en wijle werden er wel degelijk bruggen geslagen. Maurice Ravel flirtte (sporadisch) met jazz en blues, Darius Milhaud en Francis Poulenc putten graag uit variété en populaire dansmuziek. Liedjesschrijver George Gershwin kwam in 1924 met Rhapsody in Blue als ‘serieus’ cross-over­componist uit de hoek. Leonard Bernstein verwerkte latin en jazz in zijn muziek en maakte zowel musicals als opera’s. In de Verenigde Staten werden fusies van jazz en klassiek vanaf de jaren 1950 ‘Third Stream’ genoemd.

Klassiek en pop waren ‘mutually unconscious’

Jazz werd salonfähig, maar de ‘vulgaire’ rock-’n-roll bepaald niet. Klassiek en pop, E en U, bleven grotendeels gescheiden. Volgens sociologen waren ze ‘mutually unconscious’: ze kenden elkaar niet. De werelden van de academisch opgeleide klassieke musici en die van de popmuziek, grotendeels autodidact, overlapten nauwelijks.

Toenadering

Medio jaren zestig kwam een wederzijdse toenadering op gang (een ‘rapprochement’). Eerst kwam een generatie popmusici met artistieke ambities op. Denk aan Frank Zappa, de studio-experimenten van The Beatles, The Velvet Underground met de klassiek opgeleide John Cale in de gelederen, of een genre als progressive rock (o.a. Genesis, Yes). In Duitsland werden bands als Can en Kraftwerk opgericht door studenten van aarts-avant-gardist Karlheinz Stockhausen. 

The Beatles krijgen hun eigen vioolconcert. Lees er hier meer over.

 
Zelf was Stockhausen niet geïnteresseerd, maar enkele andere componisten uit de ‘klassieke’ avant-garde begonnen op hun beurt popmuziek te beschouwen als een interessante bron van klanken en ideeën. Vroege voorbeelden zijn Pierre Henry, die rock-opnamen verwerkte in elektroakoestische composities, en Luciano Berio, die in 1967 muziek van The Beatles bewerkte. Diepgaander beïnvloed door de ritmiek, de energie en de sound van popmuziek waren de ‘minimalisten’ Terry Riley, Philip Glass en Steve Reich. Voor hen was pop niet iets exotisch of minderwaardigs.

  • JacobTV

    foto: Skip May

    JacobTV

    foto: Skip May

  • Philip Glass (l) en Steve Reich

    Philip Glass (l) en Steve Reich

  • Laurie Anderson met Lou Reed in 2002

    foto: Guido Harari

    Laurie Anderson met Lou Reed in 2002

    foto: Guido Harari

  • Glenn Branca (rechts) tijdens een optreden in Hallwalls in 1982

    Glenn Branca (rechts) tijdens een optreden in Hallwalls in 1982

  • Erkki-Sven Tüür

    Erkki-Sven Tüür

  • JacobTV

    foto: Skip May

    JacobTV

    foto: Skip May

  • Philip Glass (l) en Steve Reich

    Philip Glass (l) en Steve Reich

  • Laurie Anderson met Lou Reed in 2002

    foto: Guido Harari

    Laurie Anderson met Lou Reed in 2002

    foto: Guido Harari

  • Glenn Branca (rechts) tijdens een optreden in Hallwalls in 1982

    Glenn Branca (rechts) tijdens een optreden in Hallwalls in 1982

  • Erkki-Sven Tüür

    Erkki-Sven Tüür

Het scherpe snijvlak

Componisten die vlak na de Tweede Wereldoorlog werden geboren (babyboomers) groeiden op te midden van deze rapprochement en ontwikkelden in de slipstream van de minimal music nieuwe vormen van cross-over. Veel musici bewogen zich rond 1980 op het scherpe snijvlak van pop en experimentele compositie. In New York baarden de performances van Laurie Anderson opzien (O Superman werd zelfs een onverwachtse pophit), maar ook de bezwerende composities met drums en elektrische gitaren van Glenn Branca en Rhys Chatham. Elders startten componisten hun eigen ‘kamerpop’-ensembles, zoals in Engeland (Simon Jeffes’ Penguin Cafe Orchestra en Regular Music met onder anderen Jocelyn Pook en Jeremy Peyton Jones) en in België (Wim Mertens’ Soft Verdict). 

Opgroeien met popmuziek

Naarmate de strenge naoorlogse avant-garde langzaam terrein verloor en gecomponeerde muziek meer ‘mainstream’ mocht zijn, begonnen klassiek opgeleide componisten hun ervaringen als popmuzikant mee te nemen in hun orkest- en kamermuziekpartituren. Zo ontwikkelde Erkki-Sven Tüür van de Estlandse rockband In Spe zich tot een succesvol componist. Een aantal Nederlanders die in bands hadden gespeeld, zoals JacobTV, Huba de Graaff en Huib Emmer, omarmden de energie, directheid en speelse eenvoud van de popmuziek in hun composities. 

Je hoeft niet bang te zijn voor een twaalftoonsreeks, noch voor een vette beat

Bij musici die na 1960 zijn geboren werd dat nog vanzelfsprekender. Met poppy stukken schudden bijvoorbeeld de Amerikaan Michael Torke en de Nederlander Giel Vleggaar de zwaarte van de Romantiek van zich af, terwijl Florian Magnus Maier die zwaarte juist opzoekt in grensgebieden tussen metal, neoromantiek en avant-garde. Nico Muhly, Joey Roukens en Anne Parlevliet – allen van na 1980 – kijken graag vol liefdevolle nostalgie achterom en mixen zonder scrupules pop, jazz en Romantiek. Ook in filmmuziek raken pop en klassiek verstrengeld.

À propos: bekende namen uit de popwereld maken soms later nog de overstap naar het componeren, al is dat meestal eenmalig en zijn professionele arrangeurs nodig om hun ideeën uit te werken, zoals bij Paul McCartney’s Liverpool Oratorio (1991) of Roger Waters’ opera Ça Ira, (2005). Maar in het nieuwe millennium komen pop­musici op als Bryce Dessner (van The National) en Jonny Greenwood (van Radiohead) die zich structureel als componist profileren en succesvol nieuwe muzikale wegen verkennen. Rufus Wainwright vierde recent nog successen met zijn Dream Requiem.

Het scherpe snijvlak

Componisten die vlak na de Tweede Wereldoorlog werden geboren (babyboomers) groeiden op te midden van deze rapprochement en ontwikkelden in de slipstream van de minimal music nieuwe vormen van cross-over. Veel musici bewogen zich rond 1980 op het scherpe snijvlak van pop en experimentele compositie. In New York baarden de performances van Laurie Anderson opzien (O Superman werd zelfs een onverwachtse pophit), maar ook de bezwerende composities met drums en elektrische gitaren van Glenn Branca en Rhys Chatham. Elders startten componisten hun eigen ‘kamerpop’-ensembles, zoals in Engeland (Simon Jeffes’ Penguin Cafe Orchestra en Regular Music met onder anderen Jocelyn Pook en Jeremy Peyton Jones) en in België (Wim Mertens’ Soft Verdict). 

Opgroeien met popmuziek

Naarmate de strenge naoorlogse avant-garde langzaam terrein verloor en gecomponeerde muziek meer ‘mainstream’ mocht zijn, begonnen klassiek opgeleide componisten hun ervaringen als popmuzikant mee te nemen in hun orkest- en kamermuziekpartituren. Zo ontwikkelde Erkki-Sven Tüür van de Estlandse rockband In Spe zich tot een succesvol componist. Een aantal Nederlanders die in bands hadden gespeeld, zoals JacobTV, Huba de Graaff en Huib Emmer, omarmden de energie, directheid en speelse eenvoud van de popmuziek in hun composities. 

Je hoeft niet bang te zijn voor een twaalftoonsreeks, noch voor een vette beat

Bij musici die na 1960 zijn geboren werd dat nog vanzelfsprekender. Met poppy stukken schudden bijvoorbeeld de Amerikaan Michael Torke en de Nederlander Giel Vleggaar de zwaarte van de Romantiek van zich af, terwijl Florian Magnus Maier die zwaarte juist opzoekt in grensgebieden tussen metal, neoromantiek en avant-garde. Nico Muhly, Joey Roukens en Anne Parlevliet – allen van na 1980 – kijken graag vol liefdevolle nostalgie achterom en mixen zonder scrupules pop, jazz en Romantiek. Ook in filmmuziek raken pop en klassiek verstrengeld.

À propos: bekende namen uit de popwereld maken soms later nog de overstap naar het componeren, al is dat meestal eenmalig en zijn professionele arrangeurs nodig om hun ideeën uit te werken, zoals bij Paul McCartney’s Liverpool Oratorio (1991) of Roger Waters’ opera Ça Ira, (2005). Maar in het nieuwe millennium komen pop­musici op als Bryce Dessner (van The National) en Jonny Greenwood (van Radiohead) die zich structureel als componist profileren en succesvol nieuwe muzikale wegen verkennen. Rufus Wainwright vierde recent nog successen met zijn Dream Requiem.

  • Florian Magnus Maier

    foto: Lindy Balduk Photography

    Florian Magnus Maier

    foto: Lindy Balduk Photography

  • Bryce Dessner

    Foto: Jens Koch

    Bryce Dessner

    Foto: Jens Koch

  • Jonny Greenwood

    foto: Beri Redferns

    Jonny Greenwood

    foto: Beri Redferns

  • Missy Mazzoli

    foto: Caroline Tompkins

    Missy Mazzoli

    foto: Caroline Tompkins

  • Anna Meredith

    foto: Gem Harris

    Anna Meredith

    foto: Gem Harris

  • Caroline Shaw

    foto: Kait Moreno

    Caroline Shaw

    foto: Kait Moreno

  • Florian Magnus Maier

    foto: Lindy Balduk Photography

    Florian Magnus Maier

    foto: Lindy Balduk Photography

  • Bryce Dessner

    Foto: Jens Koch

    Bryce Dessner

    Foto: Jens Koch

  • Jonny Greenwood

    foto: Beri Redferns

    Jonny Greenwood

    foto: Beri Redferns

  • Missy Mazzoli

    foto: Caroline Tompkins

    Missy Mazzoli

    foto: Caroline Tompkins

  • Anna Meredith

    foto: Gem Harris

    Anna Meredith

    foto: Gem Harris

  • Caroline Shaw

    foto: Kait Moreno

    Caroline Shaw

    foto: Kait Moreno

Vanzelfsprekend

Voor sommige musici doen grenzen tussen genres er niet meer toe, zoals voor de Amerikaanse Missy Mazzoli: ‘Het is een soort cliché geworden om te zeggen: ‘Oh, mijn muzikale interesse is zo breed, ik ben zowel in popmuziek als in klassieke muziek geïnteresseerd’, maar ik denk dat dat heel natuurlijk is voor wie in de jaren tachtig is opgegroeid. Ik zou het zelfs geen trend willen noemen. Het is alsof het hele geluidspalet van de geschiedenis nu beschikbaar is voor componisten. Het is dus niet zozeer een bewuste keuze, als wel een soort van putten uit alles wat je in je leven bent tegengekomen.’

Evenals Mazzoli banen componisten als Anna Meredith, Caroline Shaw (de vorige composer in residence van Het Concertgebouw) en de leden van a.P.A.t.T. zich de laatste vijftien jaar een eigenwijze weg door een veelvormig muzieklandschap. Pop, rock, klassiek, jazz, elektronische installaties, opera en andere kunstvormen lopen vrolijk door elkaar. Je hoeft niet bang te zijn voor een twaalftoonsreeks, noch voor een vette beat. Het is tijd voor een nieuwe artpophit à la O Superman. Zou er dan eindelijk een eind komen aan het wederzijdse onbegrip tussen de werelden van U en E?

di 10 maart | Kleine Z­aal 
Lucas en Art­hur Jussen piano
Alexej Ger­assimez en Em­il ­Kuyumcuyan sla­gwerk
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

wo 11, do 12 & vr 13 maart | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Iván Fis­cher dir­igent
Guy Br­aunstein vio­ol
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

di 24 maart | Kleine Z­aal 
Cale­fax Rietkwintet
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

wo 25 maart | Kleine Z­aal 
Maat Saxopho­ne Quartet
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Vanzelfsprekend

Voor sommige musici doen grenzen tussen genres er niet meer toe, zoals voor de Amerikaanse Missy Mazzoli: ‘Het is een soort cliché geworden om te zeggen: ‘Oh, mijn muzikale interesse is zo breed, ik ben zowel in popmuziek als in klassieke muziek geïnteresseerd’, maar ik denk dat dat heel natuurlijk is voor wie in de jaren tachtig is opgegroeid. Ik zou het zelfs geen trend willen noemen. Het is alsof het hele geluidspalet van de geschiedenis nu beschikbaar is voor componisten. Het is dus niet zozeer een bewuste keuze, als wel een soort van putten uit alles wat je in je leven bent tegengekomen.’

Evenals Mazzoli banen componisten als Anna Meredith, Caroline Shaw (de vorige composer in residence van Het Concertgebouw) en de leden van a.P.A.t.T. zich de laatste vijftien jaar een eigenwijze weg door een veelvormig muzieklandschap. Pop, rock, klassiek, jazz, elektronische installaties, opera en andere kunstvormen lopen vrolijk door elkaar. Je hoeft niet bang te zijn voor een twaalftoonsreeks, noch voor een vette beat. Het is tijd voor een nieuwe artpophit à la O Superman. Zou er dan eindelijk een eind komen aan het wederzijdse onbegrip tussen de werelden van U en E?

di 10 maart | Kleine Z­aal 
Lucas en Art­hur Jussen piano
Alexej Ger­assimez en Em­il ­Kuyumcuyan sla­gwerk
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

wo 11, do 12 & vr 13 maart | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Iván Fis­cher dir­igent
Guy Br­aunstein vio­ol
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

di 24 maart | Kleine Z­aal 
Cale­fax Rietkwintet
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

wo 25 maart | Kleine Z­aal 
Maat Saxopho­ne Quartet
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!