historie

In je kloffie naar het orkest

Vijftig jaar geleden startte het Concertgebouworkest voortvarend met de serie Informeel uit naar het Concertgebouworkest, gericht op jong publiek. Na acht seizoenen kwam er een eind aan deze seventies-voorloper van Essentials.

Na zijn medewerking aan de allereerste serie gratis lunchconcerten van Het Concertgebouw in seizoen 1975/1976 en aan het geslaagde ‘Open Huis’ op 3 september 1976 kwam het Concertgebouworkest met een nieuw project om z’n publiek te verbreden: Informeel uit naar het Concertgebouworkest. Deze serie bestond uit vier concerten op vrijdagavond en was georganiseerd in samenwerking met De Telegraaf / De Courant Nieuws van de Dag.

De toegangsprijs bedroeg tien gulden per concert en tegen inlevering van een bon uit de krant zelfs maar fl. 7,50. Beoogd werd om vooral een jong publiek een niet moeilijk verteerbare dwarsdoorsnede van het eigen repertoire voor te schotelen in optimale uitvoeringen, aldus De Telegraaf van 23 oktober 1976. Aanvankelijk, zo meldde de krant, was gedacht aan een soort promenadeconcerten als de BBC Proms in de Londense Royal Albert Hall. Vervolgens gingen de ideeën in de richting van vloer- of tapijtconcerten.

Het werden informele concerten met ­losjes geklede musici en bezoekers in ‘spijkerpak, hippe jurk of in een gewoon kloffie.’ Uit een bon voor het eerste concert op 5 november blijkt dat de in het midden geschikt was gemaakt voor zo’n 600 mensen die op de grond wilden zitten. Wie liever ‘gewoon’ wilde zitten, kon op een stoel plaatsnemen. Bloemen en planten zorgden voor sfeer en de buffetten met alcoholische en non-alcoholische dranken zouden pas om middernacht sluiten.

Geen bont

De eerste editie stond onder leiding van Colin Davis en bestond uit het Vioolconcert van Ludwig van Beethoven met als soliste Miriam Fried en Le Sacre du printemps van Igor Stravinsky. Het programma werd in een regulier concert herhaald op 6 november. Franz Straatman begon in het Algemeen Dagblad zijn bespreking als volgt: ‘Met een weinig pakkende uitnodiging en een aantal valse argumenten (“trekt gerust uw spijkerbroek aan in plaats van uw bontstola”) slaagde het Concertgebouworkest er royaal in om de zaal geheel vol te krijgen met vooral jonge mensen voor het eerste “Informele Concert”.’ Hij constateerde verder dat dit succes uitgerekend werd geboekt op het moment dat de minister van Cultuur constateerde dat er in het westen van Nederland sprake was van een overcapaciteit van orkesten en concerten. ‘Integendeel, kunnen zijn tegenstanders nu zeggen. De oorzaak ligt natuurlijk in de lage toegangsprijzen van 10 gulden (normaal kosten losse kaarten 25 gulden) want niet de kleren die men draagt maken het concert, maar de prijs die betaald moet worden.’

Programmering

Daarna zag het ‘informele’ publiek in het eerste seizoen achtereenvolgens Bernard Haitink, Edo de Waart en Jesús López Cobos op de bok. Aan de concerten werkten ook solisten mee, onder wie violist Herman Krebbers. Aan Luciano Berio’s voor acht stemmen en orkest werkte de vocale groep Swingle II mee. Telkens klonken werken die toch al in andere series waren geprogrammeerd. Recent gecomponeerde muziek werd niet uit de weg gegaan. In de volgende seizoenen kwam, naast meerdere composities van onder anderen Beethoven, Mozart, Brahms, Mahler en Stravinsky, ook een heel programma met werken van Manuel de Falla langs, en muziek van bijvoorbeeld Charles Ives, Witold Lutosławski, Michael Tippett, Peter Schat, Dmitri Sjostakovitsj, Krzysztof Penderecki en Steve Reich. Uit advertenties blijkt dat in 1982 zelfs de vrijdagavonduitvoering van Bachs Johannes-Passion onder leiding van Nikolaus Harnoncourt in de serie Informeel uit naar het Concertgebouworkest was opgenomen. Zónder verwijdering van zaalstoelen.

Naast Harnoncourt, die vanaf 1978/1979 ieder seizoen een programma in de serie leidde, verschenen er nog meer befaamde en. Colin Davis keerde een aantal keren terug, in seizoen 1979/1980 kwam Riccardo Muti en in 1982/1983 leidde Antal Doráti tweemaal een concert. Talrijk waren ook de solisten uit binnen- en buitenland, naast medewerkende koren, waaronder het Koor van het Concert­gebouworkest.

In 1983 kwam er een einde aan de ­‘Informeel uit’-concerten. Al in Het Parool van 3 januari 1981 had Lex van Delden kritiek geuit. Van de oorspronkelijke opzet was namelijk naar zijn mening niets meer over en daarmee vond hij de reeks zinloos geworden. ‘Tenzij de leiding van het Concertgebouworkest de betekenis van dat “informeel uit” nog uitsluitend dáárin ziet dat de musici in hun dagelijkse kloffie op het podium verschijnen en de bezoekers na afloop onder het genot van een drankje in de foyers mogen verkeren.’ Op 14 mei 1983 luidde het uiterst verstilde einde van Tsjaikovski’s Zesde symfonie onder leiding van Antal Doráti het informele uit.

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden