De allereerste serie lunchconcerten – ook in het beginseizoen al geregeld aan te merken als openbare repetities – ging van start op woensdag 1 oktober 1975. Nog steeds vinden de meeste lunchconcerten plaats op de woensdag van 12.30 uur tot ongeveer 13.00 uur. In vroeger tijden waren er – om het de bezoekers zo gemakkelijk mogelijk te maken – belegde broodjes, koffie en melk verkrijgbaar.
Programmering
De programmering werd ontwikkeld in samenwerking met het Concertgebouworkest en een aantal andere kunstinstellingen. Het voorlopige schema – zoals vermeld in het oktobernummer 1975 van Preludium – toont een afwisselende reeks in de Grote en de van in totaal 27 concerten. Op 24 en op 31 december is er geen concert. Het Concertgebouworkest neemt er elf voor zijn rekening. Als en worden aangekondigd: Bernard Haitink (4x), Colin Davis, Kirill Kondrashin (2x), Jesús López Cobos, Eugen Jochum, Ferdinand Leitner en Gennadi Rozjdestvenski. Niet de minsten dus. Andere medewerkende ensembles zijn het Amsterdams Kamerorkest, de Amsterdamse Politiekapel (3x), het Nederlands Kamerkoor, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest. Op 8 oktober bespeelt Jan Raas, de organist van de Mozes en Aäronkerk, het Maarschalkerweerdorgel. (Ook de bekende Albert de Klerk blijkt later aan bod te zijn gekomen.) In de Kleine Zaal spelen veelal jonge musici, onder wie leden van het Concertgebouworkest. Kaartverkoop en programma’s zijn er niet, wat er wordt uitgevoerd blijft telkens een verrassing.
Eerste resultaten
De aftrap wordt gegeven op 1 oktober 1975 door het Concertgebouworkest op basis van het abonnementsprogramma van die week: Jeux d’enfants van Bizet, eren van Duparc met mezzosopraan Janet Baker en Schuberts Negende symfonie (de ‘Grote’). Niet duidelijk is wat daarvan tijdens het lunchconcert ten gehore is gebracht.
Al op 6 november 1975 komt Hans Heg in de Volkskrant met een evaluatie onder de koppen ‘HET CONCERTGEBOUW BIJNA TE KLEIN’ en ‘De lunchconcerten trekken een heel nieuw publiek’. In oktober kwamen er ongeveer duizend muziekliefhebbers per keer op af. Bij het eerste concert van november was de zaal zelfs bijna vol. Dat er, zoals gehoopt, veel nieuw publiek op de concerten is afgekomen, bleek uit het feit dat regelmatig bezoekers naar de Grote of Kleine Zaal vroegen en dat spontaan applaus klonk tussen delen ‘waar anders alleen maar gekucht wordt’. Daarbij: het aantal kinderen was ‘opvallend groot’. Heg vermeldt ook dat Het Concertgebouw zelf geen geld had voor de lunchconcerten.
Nieuw publiek
Op 13 april 1976 kopt Het Parool na 29 concerten ‘Concertgebouw: succes met lunchconcerten’. Er volgt dan alleen nog op 14 april een optreden van het Amsterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Kees Bakels. Volgens de muziekredacteur van de krant waren er in het eerste seizoen in totaal ruim 32.000 bezoekers geweest: 27.000 voor twintig concerten in de , wat een gemiddelde opleverde van 1350 per concert, en meer dan 5000 bezoekers voor de negen uitvoeringen in de Kleine Zaal. Een enquête onder het publiek door de Interfaculteit Bedrijfskunde te Delft wees uit dat meer dan 19% van de bezoekers nog nooit en ruim 42% slechts sporadisch een concert had bijgewoond. Voor 8% bestond het publiek uit jongeren tot 16 jaar, voor 50% uit bezoekers tussen 16 en 34 jaar. De groep van 34 tot 50 jaar besloeg 15%, de rest was 50 of ouder. De intentie om nieuwe publieksgroepen te bereiken was daarmee verwezenlijkt.
Verrassingen
De lunchconcerten werden voortgezet; ze zouden een traditie van decennia gaan vormen en soms grote verrassingen inhouden. Zo schreef J. Reichenfeld in het NRC Handelsblad van 25 september 1976, aan het begin dus van het tweede seizoen: ‘Zes gratis lunchconcerten in de Kleine Zaal van het Concertgebouw worden deze week door Stichting Nederland-Muziek aan de omroepen aangeboden – en door de omroepen rechtstreeks uitgezonden – omdat iedereen in de stichting vraagt naar meer levende muziek op Hilversum IV. Men presenteert op alle concerten Nederlandse solisten of ensembles van grote reputatie. Op één na: deze uitzondering was de 15-jarige violist Jaap van Zweden die gistermiddag zijn opwachting maakte.’ De jonge Van Zweden werd – niet voor het eerst – flink geprezen: ‘Zelden heb ik een jong talent gehoord dat met zulk een natuurlijke muzikaliteit de zaken afwikkelde. […] De kans is [...] groot dat hij zich tot een van de beste violisten van ons land zal ontwikkelen.’ Waarbij het niet zou blijven.
Bekijk hier welke lunchconcerten er deze maand zijn.
Preludium is een uitgave van Concertvrienden








