Het concertseizoen 1976/1977 werd op 3 september ’s avonds feestelijk geopend met een door Het Concertgebouw georganiseerd ‘open huis’. De formule was niet nieuw, maar de Stadsschouwburg was gestopt met dit belangrijke en aantrekkelijke onderdeel van de Kunsttiendaagse. Een enorm lange rij bezoekers verzamelde zich buiten, de zaal ging open om 19.15 uur, de aanvangstijd was 20.00 uur en de toegang was gratis. Buiten op het Museumplein speelde de Amsterdamse Tramharmonie.
In de , de en de Spiegelzaal werd muziek gemaakt. De NOS verzorgde vanuit die zalen een rechtstreeks schakelprogramma op Hilversum 2. De Grote Zaal was beneden omgetoverd tot een promenadeachtig geheel. Er stonden informatiekraampjes opgesteld van het Nederlands Theatercentum/Ciska, Phonogram International, het muziektijdschrift Luister, muziekuitgever Donemus, BUMA en de optredende orkesten en ensembles. Er waren consumpties verkrijgbaar en er werden diashows gegeven. Alles in een volgens Preludium-auteur Jan Rubinstein langzaam tot het kookpunt oplopende temperatuur. Het Concertgebouw was ‘een muzikale ballentent geworden, waarin iedereen zich wonder wel lekker voelde en waarin in die hoogst informele setting uitnemend werd gemusiceerd.’
Uitvoerenden
Elf ensembles presenteerden zich die avond. De opening in de Grote Zaal was voor het Concertgebouworkest met Bernard Haitink op de bok; het publiek beluisterde Mozarts Symfonie nr. 30 in D groot, KV 202 en Wagners Ouverture ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ met veel aandacht. Vervolgens speelde het Nederlands Kamerorkest onder leiding van David Zinman het Vierde vioolconcert van Mozart met Herman Krebbers als solist. Anton Kersjes leidde daarna het Amsterdams Philharmonisch Orkest in Dukas’ De tovenaarsleerling en delen uit de Arlésienne-s van Bizet. Het Nederlands Kamerkoor zong, gedirigeerd door Peter Serpenti, muziek van Tomás Luís de Victoria – volgens Hans Heg in de Volkskrant ‘een “moeilijk” programmaatje van eeuwen terug’. Opvallend was dat de koordames als enigen in het lang kwamen. Het Nederlands Blazers Ensemble speelde vervolgens een paar Rossini-ouvertures en tot ver na twaalven liet zich in de Grote Zaal de Amsterdamse Politiekapel onder leiding van Karel Kokelaar horen.
In de Kleine Zaal vertolkte het Amsterdamse Kern Ensemble vanaf 20.15 uur het Eerste pianokwartet van Gabriel Fauré, gevolgd door het Amsterdams Nonet met de Concertante muziek voor negen instrumenten van Tristan Keuris en het Concertino voor piano, twee violen, , klarinet, en van Leoš Janáček. Het Concertgebouw Pianokwartet speelde Dvořák en ten slotte verschenen de blazers van het Danzi et op het podium met het Blaaskwintet in Es groot, 88 van Anton Reicha.
In de Spiegelzaal zorgde het wat onconventionele kamermuziekensemble Resistentieorkest van half negen tot ongeveer half twaalf voor luchtige, salonachtige muziek.
Overvol
Foto’s in de novemberaflevering 1976 van Preludium tonen dat het een bijzonder geslaagde avond is geweest. Volgens Hans Heg was de gratis entree ‘een reden voor veel mensen (ruim vierduizend) om alle vaste klanten van “het gebouw” eens achter elkaar te beluisteren […] en was er naast de habitués ook een publiek binnengekomen dat anders weinig in het Concertgebouw komt.’ Sommige bezoekers wisselden van zaal, anderen bleven op één plaats. Het Parool noemde een aantal van ongeveer 3.000. In ieder geval was het er overvol, zoals toneelrecensent Willem Boswinkel schetste in het NRC Handelsblad: ‘Overal, in alle hoeken en gaten waren mensen die hun weg zochten zowel naar de muziek, als ook naar de royaal beschikbare consumptiemogelijkheden.’ Toeristen vroegen aan suppoosten waar de ‘next show’ was. Burgemeester Samkalden had zich, net als iedereen, door de menigte moeten wringen.
Er kwam een einde aan het evenement onder de tonen van de Amsterdamse Politiekapel met – aldus Heg – een meezinger door ‘een paar honderd resterende bezoekers’ en ‘iets dat leek op een polonaise achter in de grote zaal, welk gedeelte tot ’n promenade was herschapen doordat de meeste stoelen waren weggehaald.’ Behalve dat het Open Huis voor herhaling vatbaar was, vond de muziekrecensent dat de programma’s dan wat gevarieerder, pittiger en eigentijdser zouden kunnen zijn. Het geheel had echter zonder meer aan zijn doel beantwoord, mede door de radio-uitzending.
Concertgebouw OPEN vindt plaats op zaterdag 5 september. Onder de deelnemende musici zijn dit keer de pianisten Hannes Minnaar en Helena Basilova, het ZO! Talent Choir, Het Klassiek Collectief en Laurens de Man op het Maarschalkerweerd. Check de volledige programmering via concertgebouw.nl/open. De open dag is gratis toegankelijk, maar het is wel nodig om online een tijdslot te reserveren.
Preludium is een uitgave van Concertvrienden







