Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
column

Speurwerk (3)

door Vrouwkje Tuinman
16 feb. 2021 16 februari 2021

Schrijfster en dichteres Vrouwkje Tuinman reflecteert in Preludium maandelijks op haar muziekleven. Deze maand: het vervolg van de brief van Paganini.

In de laatste twee nummers vertelde ik over de handgeschreven brief van Niccolò Paganini die zich in een Nederlandse collectie bevindt en volgens een Genuese deskundige niet echt kon zijn. Tot hij een gruizige scan zag.
‘Geachte professor,’ schreef hij, ‘uw versie is anders dan ons origineel.’
Tja, zo kwamen we niet echt veel verder, zeker niet met al die dichte grenzen vanwege corona, en onze blijkbaar wederzijdse terughoudendheid om aan de ander een scherpe foto te sturen van wat wij ieder als de enige echte brief beschouwen.

Nou zijn er veel Paganiniana in omloop. Dat heeft meerdere redenen. Ten eerste was Paganini zo’n beetje het eerste moderne ­muziekidool, met alle lucratieve bijproducten van dien. Er werden kop-en-schotels met zijn beeltenis gebakken, er bestonden Paganini­sjaals en -hoeden, zijn handtekening was felbegeerd en er was een flinke handel in al dan niet daadwerkelijk van zijn hoofd afkomstige haarlokken – de man werd zelfs door fans met scharen belaagd.
Daarnaast hebben de nazaten in de afgelopen eeuw stukje bij beetje hun collectie opgeruimd. Zodoende is er van alles uit Paganini’s huis op de markt gekomen en, zoals dat gaat, meteen ook kopieën. ­Echtheidscertificaten komen uit diverse hoeken en hebben één ding gemeen: ze zaten er indertijd niet bij.

Ik doorbrak de impasse door een scherpe foto naar Genua te sturen.
‘Ik stuur u ons origineel over enkele dagen,’ antwoordde mijn Italiaanse vriend en inderdaad, een paar herinneringen en een maand later ontving ik een foto van een al net zo vergeeld stuk papier als het ‘onze’. De slordige doorhalingen komen overeen en over beide vellen lijkt een kan koffie te zijn gevallen. Toch is geen van beide een kopie van de ander. De inkt wijkt af en de zinnen lopen verschillend over de pagina.
Maar iets anders viel echt op. Dus kon deze drs het niet laten, en mailde ik mijn ‘collega’-prof: ‘Waar is bij u de handtekening gebleven?’

Wordt vervolgd.

Vrouwkje Tuinman publiceerde zes dichtbundels en vier romans. Als journalist werkt ze voor onder meer Trouw. In september 2019 verscheen haar bundel Lijfrente, waarvoor ze De Grote Poëzieprijs 2020 won. Ze werkt aan een nieuwe roman en schrijft geregeld voor theater- en ­familievoorstellingen.

In de laatste twee nummers vertelde ik over de handgeschreven brief van Niccolò Paganini die zich in een Nederlandse collectie bevindt en volgens een Genuese deskundige niet echt kon zijn. Tot hij een gruizige scan zag.
‘Geachte professor,’ schreef hij, ‘uw versie is anders dan ons origineel.’
Tja, zo kwamen we niet echt veel verder, zeker niet met al die dichte grenzen vanwege corona, en onze blijkbaar wederzijdse terughoudendheid om aan de ander een scherpe foto te sturen van wat wij ieder als de enige echte brief beschouwen.

Nou zijn er veel Paganiniana in omloop. Dat heeft meerdere redenen. Ten eerste was Paganini zo’n beetje het eerste moderne ­muziekidool, met alle lucratieve bijproducten van dien. Er werden kop-en-schotels met zijn beeltenis gebakken, er bestonden Paganini­sjaals en -hoeden, zijn handtekening was felbegeerd en er was een flinke handel in al dan niet daadwerkelijk van zijn hoofd afkomstige haarlokken – de man werd zelfs door fans met scharen belaagd.
Daarnaast hebben de nazaten in de afgelopen eeuw stukje bij beetje hun collectie opgeruimd. Zodoende is er van alles uit Paganini’s huis op de markt gekomen en, zoals dat gaat, meteen ook kopieën. ­Echtheidscertificaten komen uit diverse hoeken en hebben één ding gemeen: ze zaten er indertijd niet bij.

Ik doorbrak de impasse door een scherpe foto naar Genua te sturen.
‘Ik stuur u ons origineel over enkele dagen,’ antwoordde mijn Italiaanse vriend en inderdaad, een paar herinneringen en een maand later ontving ik een foto van een al net zo vergeeld stuk papier als het ‘onze’. De slordige doorhalingen komen overeen en over beide vellen lijkt een kan koffie te zijn gevallen. Toch is geen van beide een kopie van de ander. De inkt wijkt af en de zinnen lopen verschillend over de pagina.
Maar iets anders viel echt op. Dus kon deze drs het niet laten, en mailde ik mijn ‘collega’-prof: ‘Waar is bij u de handtekening gebleven?’

Wordt vervolgd.

Vrouwkje Tuinman publiceerde zes dichtbundels en vier romans. Als journalist werkt ze voor onder meer Trouw. In september 2019 verscheen haar bundel Lijfrente, waarvoor ze De Grote Poëzieprijs 2020 won. Ze werkt aan een nieuwe roman en schrijft geregeld voor theater- en ­familievoorstellingen.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.