Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
achtergrond

Kunnen we nog begrijpen hoe baanbrekend Beethoven was?

door Martin Kaaij
19 okt. 2020 19 oktober 2020

Beethoven bracht zijn tijdgenoten compleet in verwarring, maar wat men voor doofheid of gekte versleet, bleken innovaties. Horen we die vernieuwing nu nog steeds? 

Bij het schrijven van een liefdesbrief lijkt de computer een handig hulpmiddel. Er kan eindeloos gepuzzeld worden op de juiste formulering, met een simpele ingreep worden zinsdelen omgedraaid en hele alinea’s verplaatst, en na elke verandering is de nette versie meteen klaar. Niks doorhalen, tussen de lijnen prutsen en kladjes overschrijven. Maar voor de inhoud moet een mens nog steeds zijn hersens gebruiken. Bedenk maar eens de ideale aanhef. ‘Lieve’ klinkt wat gewoontjes. ‘Allerliefste’ suggereert een rivaal die ook lief is, zij het iets minder. ‘Madame’, ‘schoonheid’ of ‘cara’ is misschien wel origineel, maar kan ook wat geforceerd overkomen. Bij zulke twijfels geeft de computer niet thuis.

Componeren is even moeilijk als het schrijven van liefdesbrieven. Er moet een pakkend begin worden verzonnen, de hartstocht dient in juiste banen te worden geleid en nooit weet de arme componist zeker of hij het gemoed van de luisteraar zal raken. Vroeger speelde een componist zijn kladjes door op een instrument, meestal een piano. Op een piano heb je voor iedere toon precies een vinger nodig, op een gitaar of een strijkinstrument twee, en op een blaasinstrument soms wel anderhalve hand. Daarom is een piano zo geschikt om allerlei liedjes door elkaar te spelen of complexe akkoorden uit te proberen. Tegenwoordig is die piano niet meer nodig, want een computer kan iedere nieuwe inval direct laten horen.

Bij het schrijven van een liefdesbrief lijkt de computer een handig hulpmiddel. Er kan eindeloos gepuzzeld worden op de juiste formulering, met een simpele ingreep worden zinsdelen omgedraaid en hele alinea’s verplaatst, en na elke verandering is de nette versie meteen klaar. Niks doorhalen, tussen de lijnen prutsen en kladjes overschrijven. Maar voor de inhoud moet een mens nog steeds zijn hersens gebruiken. Bedenk maar eens de ideale aanhef. ‘Lieve’ klinkt wat gewoontjes. ‘Allerliefste’ suggereert een rivaal die ook lief is, zij het iets minder. ‘Madame’, ‘schoonheid’ of ‘cara’ is misschien wel origineel, maar kan ook wat geforceerd overkomen. Bij zulke twijfels geeft de computer niet thuis.

Componeren is even moeilijk als het schrijven van liefdesbrieven. Er moet een pakkend begin worden verzonnen, de hartstocht dient in juiste banen te worden geleid en nooit weet de arme componist zeker of hij het gemoed van de luisteraar zal raken. Vroeger speelde een componist zijn kladjes door op een instrument, meestal een piano. Op een piano heb je voor iedere toon precies een vinger nodig, op een gitaar of een strijkinstrument twee, en op een blaasinstrument soms wel anderhalve hand. Daarom is een piano zo geschikt om allerlei liedjes door elkaar te spelen of complexe akkoorden uit te proberen. Tegenwoordig is die piano niet meer nodig, want een computer kan iedere nieuwe inval direct laten horen.

  • Beethoven in brons

    door Salvador Dalí, 1973

    Beethoven in brons

    door Salvador Dalí, 1973

  • Beethoven in steen

    door Matija Vuković, 1969, baden

    Beethoven in steen

    door Matija Vuković, 1969, baden

  • Beethoven in brons

    door Salvador Dalí, 1973

    Beethoven in brons

    door Salvador Dalí, 1973

  • Beethoven in steen

    door Matija Vuković, 1969, baden

    Beethoven in steen

    door Matija Vuković, 1969, baden

Maar hoe handig een piano of computer ook is in het gebruik, een componist moet zijn alternatieven wel zelf bedenken. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het voorstellingsvermogen, of zo u wilt, innerlijk gehoor. Ieder mens die wel eens naar muziek luistert, heeft een innerlijk gehoor. Zonder dat er iets wordt voorgespeeld, kent hij het verschil tussen een hoge en een lage toon, of tussen kleine en grote sprongen, en ook kan hij het effect inschatten van een vuistslag op de pianotoetsen. Bij componisten is dat alleen veel verfijnder ontwikkeld. Zij horen tamelijk nauwkeurig in hun hoofd wat een gewone sterveling slechts bij benadering aanvoelt. Net als dat iedereen ongeveer de maten van een plank kan inschatten, maar een timmerman vaak akelig dicht in de buurt komt.

Er zijn componisten die hele symfonieën in hun hoofd kunnen bedenken. Een enkeling deed dat uit noodzaak. Dmitri Sjostakovitsj moest bijvoorbeeld lange tijd uit armoe de lijntjes voor zijn eigen notenbalken trekken en bespaarde veel tijd door een symfonie eerst in gedachten in elkaar te zetten. En Ludwig van Beethoven componeerde terwijl zijn oren niet goed meer functioneerden. De eerste tekenen van doofheid vertoonde hij rond zijn dertigste. Twaalf jaar later kon hij de zachte passages van zijn eigen Zevende symfonie al niet meer horen. De laatste jaren van zijn leven was hij stokdoof. Daardoor merkte Beethoven bij de première van zijn Negende symfonie niet eens dat ze was afgelopen. Deze symfonie eindigt met 321 op volle kracht gespeelde tonen in vier maten. Daarna is het stil. Het applaus moet stormachtig zijn geweest. Maar hij hoorde het niet.

We weten niet precies hoe Beethoven zijn doofheid verwerkte. Uit de spaarzame uitspraken die zijn overgeleverd kan iedere gewenste mix van schrik, ontkenning, strijdlust, wanhoop en misschien zelfs schaamte worden samengesteld. Zou die doofheid invloed hebben gehad op zijn composities? Bij een haperend gehoor verdwijnt meestal eerst de hoogte. Je zou dus kunnen turven of Beethoven gaandeweg minder hoge tonen is gaan opschrijven. Of steeds vaker hoge tonen knetterhard liet klinken. Maar een mooie grafiek bewijst niks, omdat er zoveel andere factoren meespelen bij het componeren. Wel kun je van alles vermoeden.

Maar hoe handig een piano of computer ook is in het gebruik, een componist moet zijn alternatieven wel zelf bedenken. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het voorstellingsvermogen, of zo u wilt, innerlijk gehoor. Ieder mens die wel eens naar muziek luistert, heeft een innerlijk gehoor. Zonder dat er iets wordt voorgespeeld, kent hij het verschil tussen een hoge en een lage toon, of tussen kleine en grote sprongen, en ook kan hij het effect inschatten van een vuistslag op de pianotoetsen. Bij componisten is dat alleen veel verfijnder ontwikkeld. Zij horen tamelijk nauwkeurig in hun hoofd wat een gewone sterveling slechts bij benadering aanvoelt. Net als dat iedereen ongeveer de maten van een plank kan inschatten, maar een timmerman vaak akelig dicht in de buurt komt.

Er zijn componisten die hele symfonieën in hun hoofd kunnen bedenken. Een enkeling deed dat uit noodzaak. Dmitri Sjostakovitsj moest bijvoorbeeld lange tijd uit armoe de lijntjes voor zijn eigen notenbalken trekken en bespaarde veel tijd door een symfonie eerst in gedachten in elkaar te zetten. En Ludwig van Beethoven componeerde terwijl zijn oren niet goed meer functioneerden. De eerste tekenen van doofheid vertoonde hij rond zijn dertigste. Twaalf jaar later kon hij de zachte passages van zijn eigen Zevende symfonie al niet meer horen. De laatste jaren van zijn leven was hij stokdoof. Daardoor merkte Beethoven bij de première van zijn Negende symfonie niet eens dat ze was afgelopen. Deze symfonie eindigt met 321 op volle kracht gespeelde tonen in vier maten. Daarna is het stil. Het applaus moet stormachtig zijn geweest. Maar hij hoorde het niet.

We weten niet precies hoe Beethoven zijn doofheid verwerkte. Uit de spaarzame uitspraken die zijn overgeleverd kan iedere gewenste mix van schrik, ontkenning, strijdlust, wanhoop en misschien zelfs schaamte worden samengesteld. Zou die doofheid invloed hebben gehad op zijn composities? Bij een haperend gehoor verdwijnt meestal eerst de hoogte. Je zou dus kunnen turven of Beethoven gaandeweg minder hoge tonen is gaan opschrijven. Of steeds vaker hoge tonen knetterhard liet klinken. Maar een mooie grafiek bewijst niks, omdat er zoveel andere factoren meespelen bij het componeren. Wel kun je van alles vermoeden.

Vermoedens zijn vrij. Er wordt al twee eeuwen lang gezocht naar verbanden tussen Beethovens muziek en de belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. Doofheid en verminderd gebruik van hoge tonen is daar een van. Een ander is de zegetocht van Napoleon en de zogenoemde ‘heroïsche’ ­composities. Liefdesperikelen, familiebesognes, ­politieke strubbelingen, een kwakkelende gezondheid, er is voor ieders smaak genoeg narigheid te vinden om voor de dramatiek van Beethovens muziek een autobiografische verklaring te geven. Maar zulke verbanden zijn hooguit aannemelijk zolang de componist er zelf niks over zegt.

Zou een componist werkelijk ingewikkelder gaan componeren in moeilijke tijden? Of vrijgevochtener als de koning verdreven is, of tragischer als zijn liefje hem niet meer ziet staan? Een directe koppeling tussen leven en werk stuit in ieder geval op praktische bezwaren. Een sonate of een symfonie is zelden alleen maar vrolijk of droevig. De delen hebben verschillende tempo’s en verschillende karakters: snel, langzaam, vlot, razendsnel, of: vrolijk, droevig, opgewekt, uitgelaten. Een componist kan moeilijk wachten op een vrolijke bui voordat hij een vlot vierde deel gaat maken. Hij moet gewoon aan het werk, net als de bakker. Ook in treurige tijden moet hij vrolijke muziek kunnen schrijven, zoals de bakker vriendelijk zijn broden verkoopt op de dag dat hij voor het eerst merkt dat zijn gehoor achteruitgaat.

Het is trouwens maar de vraag of het erger is voor een componist om doof te worden dan voor een bakker. Voor de componist spreekt dat hij met muziek de kost moet verdienen, voor de bakker dat hij met zijn klanten moet kunnen praten en niet kan terugvallen op een goed ontwikkeld innerlijk gehoor om van muziek te blijven genieten.

Buiten kijf staat dat Beethovens muziek ons in de ziel raakt. En ook dat ze vol originele vondsten zit, al valt ons dat tegenwoordig niet meer zo op. Het eerste beschuitje bij het ontbijt is een speciaal moment. Na verloop van tijd raak je eraan gewend. Nee, beschuitjes is een verkeerd voorbeeld. Beethoven serveerde zijn luisteraars een ontbijt met allerlei vreemde crackers die ze niet altijd even lekker vonden.

In 1804 dachten veel luisteraars dat Beethoven definitief ontspoord was


Neem de Derde symfonie, ‘Eroica’ die ruim twee eeuwen geleden in ­première ging. Tegenwoordig wordt dit stuk beschouwd als een sleutelwerk uit de muziekgeschiedenis, maar in 1804 dachten veel luisteraars dat Beethoven definitief ontspoord was. De muziek was veel heftiger dan alles wat voorheen gecomponeerd was. Een ware omwenteling. Dat hoort de moderne luisteraar er niet meer zo aan af. Dirigenten vragen een orkest wel eens om de muziek als nieuw te laten klinken, zodat het publiek de daverende schokken die men in 1804 te verduren kreeg beter ervaart. Maar dat lukt eigenlijk maar half. Er is inmiddels te veel gebeurd om de emoties van weleer te doen herleven.

De eerste paar martelende akkoorden waren indertijd een sensatie. Tegenwoordig kijkt geen mens er meer van op. Louis Andriessen schrijft er rustig honderden achter elkaar en nog een stuk agressiever bovendien. Zulke ervaringen worden niet even weggepoetst als je nu naar Beethoven luistert. Uitleggen hoe bijzonder Beethoven in het begin van zijn symfonie ‘k’dang k’dang’ doet, is als de moderne jeugd duidelijk maken hoe indrukwekkend de eerste blote vrouw op televisie was. Dan knikt zo’n puber begrijpend, maar ouderwets geschokt raakt hij natuurlijk niet.

De ervaring van onze voorouders kan wel aanschouwelijk gemaakt worden. Op YouTube staat een kostuumfilm die Simon Cellan Jones voor de BBC maakte over de wording van de ‘Eroica’. In de film wordt de hele symfonie van voor naar achter gespeeld door L’Orchestre Révolutionnaire et ­Romantique, zogenaamd tijdens de eerste doorspeelrepetitie in een adellijk huis. Onder de aanwezigen bevinden zich wat vrienden en kennissen, een stoet lakeien, keukenpersoneel en natuurlijk de maestro zelf.

De reacties van de musici en de toehoorders op de muziek worden subtiel in beeld gebracht. Het begint al met het opgewonden gemurmel nadat de partijen uitgedeeld zijn en iedere muzikant voor zichzelf uitmaakt of hij het er vandaag levend van af zal brengen. Zo reageren musici nog steeds bij het uitreiken van nieuwe, moeilijke stukken. En tijdens het doorspelen kunnen we de twijfel, de onthutsing, de kwaadheid en het genot over al die ongewone wendingen, inzetten, accenten en uitbarstingen aflezen op de gezichten van de aanwezigen. Zo zien we precies welke momenten nieuw waren in Beethovens Derde symfonie. Ze gaan er inderdaad als nieuw van klinken.

Voor deze vernieuwingen zijn we in de concertzaal een beetje doof geworden. Toch doen Beethovens vondsten nog steeds hun werk. Anders luisterden we niet zo graag naar zijn muziek.

Vermoedens zijn vrij. Er wordt al twee eeuwen lang gezocht naar verbanden tussen Beethovens muziek en de belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. Doofheid en verminderd gebruik van hoge tonen is daar een van. Een ander is de zegetocht van Napoleon en de zogenoemde ‘heroïsche’ ­composities. Liefdesperikelen, familiebesognes, ­politieke strubbelingen, een kwakkelende gezondheid, er is voor ieders smaak genoeg narigheid te vinden om voor de dramatiek van Beethovens muziek een autobiografische verklaring te geven. Maar zulke verbanden zijn hooguit aannemelijk zolang de componist er zelf niks over zegt.

Zou een componist werkelijk ingewikkelder gaan componeren in moeilijke tijden? Of vrijgevochtener als de koning verdreven is, of tragischer als zijn liefje hem niet meer ziet staan? Een directe koppeling tussen leven en werk stuit in ieder geval op praktische bezwaren. Een sonate of een symfonie is zelden alleen maar vrolijk of droevig. De delen hebben verschillende tempo’s en verschillende karakters: snel, langzaam, vlot, razendsnel, of: vrolijk, droevig, opgewekt, uitgelaten. Een componist kan moeilijk wachten op een vrolijke bui voordat hij een vlot vierde deel gaat maken. Hij moet gewoon aan het werk, net als de bakker. Ook in treurige tijden moet hij vrolijke muziek kunnen schrijven, zoals de bakker vriendelijk zijn broden verkoopt op de dag dat hij voor het eerst merkt dat zijn gehoor achteruitgaat.

Het is trouwens maar de vraag of het erger is voor een componist om doof te worden dan voor een bakker. Voor de componist spreekt dat hij met muziek de kost moet verdienen, voor de bakker dat hij met zijn klanten moet kunnen praten en niet kan terugvallen op een goed ontwikkeld innerlijk gehoor om van muziek te blijven genieten.

Buiten kijf staat dat Beethovens muziek ons in de ziel raakt. En ook dat ze vol originele vondsten zit, al valt ons dat tegenwoordig niet meer zo op. Het eerste beschuitje bij het ontbijt is een speciaal moment. Na verloop van tijd raak je eraan gewend. Nee, beschuitjes is een verkeerd voorbeeld. Beethoven serveerde zijn luisteraars een ontbijt met allerlei vreemde crackers die ze niet altijd even lekker vonden.

In 1804 dachten veel luisteraars dat Beethoven definitief ontspoord was


Neem de Derde symfonie, ‘Eroica’ die ruim twee eeuwen geleden in ­première ging. Tegenwoordig wordt dit stuk beschouwd als een sleutelwerk uit de muziekgeschiedenis, maar in 1804 dachten veel luisteraars dat Beethoven definitief ontspoord was. De muziek was veel heftiger dan alles wat voorheen gecomponeerd was. Een ware omwenteling. Dat hoort de moderne luisteraar er niet meer zo aan af. Dirigenten vragen een orkest wel eens om de muziek als nieuw te laten klinken, zodat het publiek de daverende schokken die men in 1804 te verduren kreeg beter ervaart. Maar dat lukt eigenlijk maar half. Er is inmiddels te veel gebeurd om de emoties van weleer te doen herleven.

De eerste paar martelende akkoorden waren indertijd een sensatie. Tegenwoordig kijkt geen mens er meer van op. Louis Andriessen schrijft er rustig honderden achter elkaar en nog een stuk agressiever bovendien. Zulke ervaringen worden niet even weggepoetst als je nu naar Beethoven luistert. Uitleggen hoe bijzonder Beethoven in het begin van zijn symfonie ‘k’dang k’dang’ doet, is als de moderne jeugd duidelijk maken hoe indrukwekkend de eerste blote vrouw op televisie was. Dan knikt zo’n puber begrijpend, maar ouderwets geschokt raakt hij natuurlijk niet.

De ervaring van onze voorouders kan wel aanschouwelijk gemaakt worden. Op YouTube staat een kostuumfilm die Simon Cellan Jones voor de BBC maakte over de wording van de ‘Eroica’. In de film wordt de hele symfonie van voor naar achter gespeeld door L’Orchestre Révolutionnaire et ­Romantique, zogenaamd tijdens de eerste doorspeelrepetitie in een adellijk huis. Onder de aanwezigen bevinden zich wat vrienden en kennissen, een stoet lakeien, keukenpersoneel en natuurlijk de maestro zelf.

De reacties van de musici en de toehoorders op de muziek worden subtiel in beeld gebracht. Het begint al met het opgewonden gemurmel nadat de partijen uitgedeeld zijn en iedere muzikant voor zichzelf uitmaakt of hij het er vandaag levend van af zal brengen. Zo reageren musici nog steeds bij het uitreiken van nieuwe, moeilijke stukken. En tijdens het doorspelen kunnen we de twijfel, de onthutsing, de kwaadheid en het genot over al die ongewone wendingen, inzetten, accenten en uitbarstingen aflezen op de gezichten van de aanwezigen. Zo zien we precies welke momenten nieuw waren in Beethovens Derde symfonie. Ze gaan er inderdaad als nieuw van klinken.

Voor deze vernieuwingen zijn we in de concertzaal een beetje doof geworden. Toch doen Beethovens vondsten nog steeds hun werk. Anders luisterden we niet zo graag naar zijn muziek.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.