interview

Thijs Willers: 'zie je wel!'

De twintigjarige pianist Thijs Willers geeft zijn eerste avondvullende solorecital in de Kleine Zaal. Hoe laat hij zich als musicus inspireren?

Wat voor stukken koos je voor dit Jonge Nederlanders-programma?

‘De eerste helft van mijn concert heeft een gepassioneerd, woest en driftig karakter, met in het hart een massief werk van Beethoven. Na de pauze wordt de sfeer fantasierijk en dromerig met Skrjabin, met Brahms, om te eindigen op een eiland vol vreugde met Debussy.’

Welk werk was een gamechanger voor je?

‘Beethovens ‘Appassionata’, die ik nu op mijn programma heb gezet. Naar dit stuk luisterde ik al lang voordat ik het zelf kon spelen.’

Wat staat er verder in je agenda?

‘Elke maand reis ik naar Imola, vlakbij Bologna in Italië. Daar doe ik een driejarige piano-opleiding bij de bijzondere pianist en fijne leraar Enrico Pace. Het is elke keer weer heerlijk om daar voor lessen naartoe te gaan.’

Wat zou je anders willen zien in de muziekwereld?

‘Ik groeide op in Bussum en ging halverwege mijn middelbareschooltijd naar het Gerrit van der Veen College in Amsterdam. Daar kon ik een paar vakken laten vallen waardoor ik meer tijd kon besteden aan mijn pianostudie en aan het conservatorium. Zo kon ik me op jonge leeftijd al helemaal op muziek richten. Maar muziek moet er voor ieder kind zijn. Er zijn zoveel muziekscholen verdwenen en dat is eeuwig zonde. Als een kind niet meer naar de muziekschool kan, dán moet er muziek op elke basis- en middelbare school zijn, zodat álle kinderen met muziek in aanraking komen.’

‘Ik wil met mijn concerten vooral iets toevoegen aan het leven van mensen’

Wie of wat inspireert je?

‘Ik woon vlak bij de Amstel en ren langs de rivier zo de stad uit. Hardlopen, soms drie keer per week mijn hoofd leegmaken langs het water, is voor mij verfrissend. Je moet niet achter je klavier blijven zitten; je moet de wereld intrekken en om je heen kijken. Dat heb ik opgestoken van een pianist voor wie ik grenzeloze bewondering heb, András Schiff. Hij vindt dat je als kunstenaar niet alleen in je eigen discipline moet blijven maar jezelf ook moet verrijken met andere kunsten, met het leven, met je vrienden.

Dat probeer ik na te leven. Vaak voel ik in mijn achterhoofd: ik wil nóg meer lezen en nóg meer kunst zien. Andere kunstvormen brengen je echt op nieuwe ideeën. Pas liep ik in Parijs door het Louvre. Daar hangt Watteaus schilderij L’Embarquement pour Cythère. Dat inspireerde Debussy tot zijn L’Isle Joyeuse, dat ik nu in de ga spelen. Zie je wel, denk ik dan, Debussy deed dat ook, naar kunst kijken!’

‘En iemand aan wie ik enorm veel heb gehad, en nog steeds, is mijn moeder, die ik vijf jaar geleden verloor. Zij was integer, introvert en een hele lieve moeder. Ze was altviolist, iemand die zichzelf niet op de voorgrond plaatste en niet altijd de meest aanwezige in een groep. Maar ineens kon ze een kleine opmerking maken die precies raak was.

Een fijne herinnering is van toen ik een keer thuis aan het studeren was, en mijn vader – ook pianist – me allerlei adviezen gaf. Zij was al heel lang aan het luisteren en zei toen: ‘Als je nu eens bedenkt dat jij niet degene bent die speelt, maar je jezelf als luisteraar ziet?’ Ik denk daar weleens aan terug, wanneer ik merk dat ik met een soort tunnelvisie achter de piano zit door alle aanwijzingen die ik over mijn spel heb gekregen en daar te veel mee bezig ben.

Met mijn moeder speelde ik graag popliedjes van The Beatles, gewoon in de woonkamer, zoals Hey Jude, of Blackbird. Dat je zal voor altijd mijn moeders liedje blijven, want ze heette Merel.’

Met wie zou je graag willen samenspelen?

‘Dat doe ik eigenlijk al: ik vorm een met mijn geweldige studiegenoten Mara Mostert en Isaac Lottman.’

Waarom moeten mensen naar de concertzaal blijven komen?

‘Mensen zullen altijd naar concerten blijven gaan. Iedereen is ooit voor het eerst in zijn leven naar een concert geweest. Ik wil eerst zo goed mogelijk worden als pianist. En dan wil ik met mijn concerten niet zozeer iets toevoegen aan ‘de muziek’, maar aan het leven van mensen. Misschien zit er straks bij mijn wel iemand voor het allereerst van zijn leven in een concertzaal naar klassieke muziek te luisteren...’

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden