Zeker, het Concertgebouworkest staat bekend om zijn eigen bijzondere klank. En toch klinkt het orkest bij iedere weer nét iets anders en dat heeft, afgezien van de verschillende interpretaties, alles te maken met communicatie. Hoe beweegt een dirigent, wat straalt hij of zij uit, maar ook, als gebaren niet genoeg zijn, welke woorden gebruikt een dirigent om een honderdtal orkestleden mee te krijgen?
Honorair gastdirigent Nikolaus Harnoncourt zei ooit: ‘Als u dat niet zachter kunt spelen, laat het dan maar weg.’ Waarmee meteen duidelijk werd dat we onze ego’s wel even op het tweede plan mochten zetten. Voormalig chef-dirigent Bernard Haitink kwam soms niet uit zijn woorden, en kon dan verzuchten: ‘Dóet u het nou gewoon!’ Die verzuchting, die wanhoop, ja, we voelden het tot in onze botten. En natuurlijk deden we het dan. Mariss Jansons daarentegen, met zijn ontwapenende jongenskop, speelde vaak de vriendschapskaart: ‘My dear friends, let’s sustain that note’. Dat hoefde hij geen twee keer te vragen.
Een andere voormalige chef-dirigent, Riccardo Chailly, dirigeerde zo soepel en accuraat dat het resultaat ook hemzélf soms te gepolijst werd. ‘It should sound not too comfortable’, grijnsde hij dan met accent op tébel. En Daniele Gatti, hoe kort hij ook bij ons was, maakte indruk met zijn diepgravende interpretaties, kracht bijgezet door de volgende woorden: ‘I want it to be more intimate’.
Maar dan nu Klaus Mäkelä. Op een toon die enigszins doet denken aan het ‘Mind your step’ op Schiphol, krijgen wij tijdens repetities veelvuldig te horen: ‘Thank you for your patience.’ Een vriendelijke waarschuwing, want als hij dat zegt weet je dat het echt nog wel even duurt voordat het pauze is. En geduld opbrengen, daar zijn we intussen behoorlijk in geoefend. Na vijf jaar succesvol courtiseren mogen we hem volgend seizoen eindelijk officieel onze chef-dirigent noemen.
Preludium is een uitgave van Concertvrienden





