Raphaël Pichon leidt Rameau en Gluck bij het Concertgebouworkest
Grote Zaal 03 mei 2026 14.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Raphaël Pichon dirigent
Julie Roset sopraan
Stéphane Degout bariton
Dit programma maakt deel uit van de series D en Z.
De concerten worden voorzien van boventiteling in Nederlands en Engels.
De gezongen Franstalige teksten vindt u hier.
Het concert wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek.
Ook interessant:
- Dirigent Raphaël Pichon: ‘Het gaat om de beweging, de emotie’
- De mythe van moderne muziek
LE DOMAINE DES DIEUX
JEAN-PHILIPPE RAMEAU (1683-1764)
Ouverture uit ‘Zoroastre’ (1749, revisie 1756)
I Aux Enfers
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Ah! Nos fureurs ne sont points vaines’ (recitatief)
uit ‘Zoroastre’
JEAN-FÉRY REBEL (1666-1747)
Le Cahos
uit ‘Les Elémens’ (1737)
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Voici les tristes lieux’ – ‘Monstre affreux’ (recitatief en aria)
uit ‘Dardanus’ (1739, revisies 1744, 1760)
Loure
uit ‘Les Surprises de l’Amour’ (1748)
‘Suspends ta brillante carrière’
(recitatif accompagné)
Air tendre. Calme des sens
uit ‘Dardanus’
‘Tendre amour’ (aria)
uit ‘Anacréon’ (1754)
CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK (1714-1787)
Sinfonie infernale
Danse des Furies
uit ‘Orphée et Eurydice’ (1762, Parijse versie 1774)
‘Dieux! protecteurs de ces affreux
rivages’ (aria) – ‘Le calme rentre
dans mon cœur’ (recitatief en aria)
fragment uit ‘Vengeons et la nature
et les dieux en courroux!’ (aria)
uit ‘Iphigénie en Tauride’ (1779)
II Aux Champs-Élysées
CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK
Ballet des Ombres heureuses
uit ‘Orphée et Eurydice’ (1762, Parijse versie 1774)
fluit solo: Emily Beynon
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Dans ces doux asiles’ (aria)
uit ‘Castor et Pollux’ (1737, revisie 1754)
‘Volez, Plaisirs, volez’
(recitatif accompagné)
uit ‘Dardanus
ANONIEM / JEAN-PHILIPPE RAMEAU
Requiem aeternam (Tristes apprêts)
uit ‘Messe de requiem sur des thèmes de Castor et Pollux’ (opera 1737, revisie 1754, requiem 1764 of later)
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
Entrée de Polymnie
uit ‘Les Boréades’ (1763 of eerder)
III Sur l’Olympe
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘La Gloire nous appelle’ (aria)
(eerste stuk van deel III): uit ‘Les Indes Galantes’ (1735)
Ouverture
uit ‘Le Temple de la Gloire’ (1745, revisie 1746)
‘Régnez, Plaisirs et Jeux’ (aria)
uit ‘Les Indes Galantes’
Entrée très gaye des Troubadours
uit ‘Les Paladins’ (1760)
Tambourin I/II
Air vif
uit ‘Les Indes Galantes’
Air tendre pour les muses
uit ‘Le Temple de la Gloire’
‘Viens, Hymen’ (aria)
uit ‘Les Indes Galantes’
fluit solo: Emily Beynon
Musette tendre en rondeau
uit ‘Les Fêtes d’Hébé ou Les Talens lyriques’ (1739)
Menuet I/II
Gavotte I/II
uit ‘Acanthe et Céphise’ (1751)
Rigaudon I/II
‘Nos craintes, nos plaintes’ (duet)
uit ‘Les Fêtes d’Hébé ou Les Talens lyriques’
Contredanse très vive
uit ‘Les Boréades’
er is geen pauze
einde ± 15.45 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Raphaël Pichon dirigent
Julie Roset sopraan
Stéphane Degout bariton
Dit programma maakt deel uit van de series D en Z.
De concerten worden voorzien van boventiteling in Nederlands en Engels.
De gezongen Franstalige teksten vindt u hier.
Het concert wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek.
Ook interessant:
- Dirigent Raphaël Pichon: ‘Het gaat om de beweging, de emotie’
- De mythe van moderne muziek
LE DOMAINE DES DIEUX
JEAN-PHILIPPE RAMEAU (1683-1764)
Ouverture uit ‘Zoroastre’ (1749, revisie 1756)
I Aux Enfers
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Ah! Nos fureurs ne sont points vaines’ (recitatief)
uit ‘Zoroastre’
JEAN-FÉRY REBEL (1666-1747)
Le Cahos
uit ‘Les Elémens’ (1737)
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Voici les tristes lieux’ – ‘Monstre affreux’ (recitatief en aria)
uit ‘Dardanus’ (1739, revisies 1744, 1760)
Loure
uit ‘Les Surprises de l’Amour’ (1748)
‘Suspends ta brillante carrière’
(recitatif accompagné)
Air tendre. Calme des sens
uit ‘Dardanus’
‘Tendre amour’ (aria)
uit ‘Anacréon’ (1754)
CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK (1714-1787)
Sinfonie infernale
Danse des Furies
uit ‘Orphée et Eurydice’ (1762, Parijse versie 1774)
‘Dieux! protecteurs de ces affreux
rivages’ (aria) – ‘Le calme rentre
dans mon cœur’ (recitatief en aria)
fragment uit ‘Vengeons et la nature
et les dieux en courroux!’ (aria)
uit ‘Iphigénie en Tauride’ (1779)
II Aux Champs-Élysées
CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK
Ballet des Ombres heureuses
uit ‘Orphée et Eurydice’ (1762, Parijse versie 1774)
fluit solo: Emily Beynon
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘Dans ces doux asiles’ (aria)
uit ‘Castor et Pollux’ (1737, revisie 1754)
‘Volez, Plaisirs, volez’
(recitatif accompagné)
uit ‘Dardanus
ANONIEM / JEAN-PHILIPPE RAMEAU
Requiem aeternam (Tristes apprêts)
uit ‘Messe de requiem sur des thèmes de Castor et Pollux’ (opera 1737, revisie 1754, requiem 1764 of later)
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
Entrée de Polymnie
uit ‘Les Boréades’ (1763 of eerder)
III Sur l’Olympe
JEAN-PHILIPPE RAMEAU
‘La Gloire nous appelle’ (aria)
(eerste stuk van deel III): uit ‘Les Indes Galantes’ (1735)
Ouverture
uit ‘Le Temple de la Gloire’ (1745, revisie 1746)
‘Régnez, Plaisirs et Jeux’ (aria)
uit ‘Les Indes Galantes’
Entrée très gaye des Troubadours
uit ‘Les Paladins’ (1760)
Tambourin I/II
Air vif
uit ‘Les Indes Galantes’
Air tendre pour les muses
uit ‘Le Temple de la Gloire’
‘Viens, Hymen’ (aria)
uit ‘Les Indes Galantes’
fluit solo: Emily Beynon
Musette tendre en rondeau
uit ‘Les Fêtes d’Hébé ou Les Talens lyriques’ (1739)
Menuet I/II
Gavotte I/II
uit ‘Acanthe et Céphise’ (1751)
Rigaudon I/II
‘Nos craintes, nos plaintes’ (duet)
uit ‘Les Fêtes d’Hébé ou Les Talens lyriques’
Contredanse très vive
uit ‘Les Boréades’
er is geen pauze
einde ± 15.45 uur

Toelichting
Toelichting
Voor zijn debuut bij het Concertgebouworkest stelde Raphaël Pichon een origineel barokprogramma samen rondom de muziek van zijn landgenoot Jean-Philippe Rameau. De Franse dirigent vertelt over deze droomachtige reis van de onderwereld naar de Olympus: ‘Het orkest gedraagt zich als een personage van vlees en bloed.’
Voor zijn debuut bij het Concertgebouworkest stelde Raphaël Pichon een origineel barokprogramma samen rondom de muziek van zijn landgenoot Jean-Philippe Rameau. De Franse dirigent vertelt over deze droomachtige reis van de onderwereld naar de Olympus: ‘Het orkest gedraagt zich als een personage van vlees en bloed.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
Orkestfeiten
De meeste werken op dit programma zijn nooit eerder uitgevoerd door het Concertgebouworkest. Dit zijn de uitzonderingen.
Rameau: ‘Monstre affreux’ uit ‘Dardanus’
Deze aria werd op 23, 24 en 26 oktober 1963 uitgevoerd onder leiding van Bernard Haitink in een bewerking van François-August Gevaert met bariton Gérard Souzay.
Gluck: balletmuziek uit ‘Orphée et Euridyce’
- De Danse des Furies werd voor het eerst uitgevoerd op 27 juni 1889 onder leiding van Frans Wedemeijer en figureerde tussen 1889 en 1911 vaak op zondagmatinees, meestal geleid door de chef-dirigent.
- De complete ‘Parijse’ opera, dus inclusief de balletmuziek, klonk op 5 mei 1911 onder leiding van François Rasse en (concertant) op 9 mei 1972 onder Frans Moonen.
- Hartmut Haenchen dirigeerde de Danse des Furies en het Ballet des ombres heureuses (en de Chaconne) op 17 en 18 november 1993 in Amsterdam en de 19e in Sittard.
Gluck: delen uit ‘Iphigénie en Tauride’
De opera werd op 20 en 22 november 1930 uitgevoerd in de Amsterdamse Stadsschouwburg onder Pierre Monteux.
Rameau: Air tendre. Calme des sens uit ‘Dardanus’
Dit deeltje werd ook uitgevoerd op 12 en 14 april 2024 onder leiding van Emmanuelle Haïm.
Rameau: Contredanse très vive uit ‘Les Boreades’
Werd uitgevoerd op 1 mei 2022 onder leiding van Jordi Savall.
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
Orkestfeiten
De meeste werken op dit programma zijn nooit eerder uitgevoerd door het Concertgebouworkest. Dit zijn de uitzonderingen.
Rameau: ‘Monstre affreux’ uit ‘Dardanus’
Deze aria werd op 23, 24 en 26 oktober 1963 uitgevoerd onder leiding van Bernard Haitink in een bewerking van François-August Gevaert met bariton Gérard Souzay.
Gluck: balletmuziek uit ‘Orphée et Euridyce’
- De Danse des Furies werd voor het eerst uitgevoerd op 27 juni 1889 onder leiding van Frans Wedemeijer en figureerde tussen 1889 en 1911 vaak op zondagmatinees, meestal geleid door de chef-dirigent.
- De complete ‘Parijse’ opera, dus inclusief de balletmuziek, klonk op 5 mei 1911 onder leiding van François Rasse en (concertant) op 9 mei 1972 onder Frans Moonen.
- Hartmut Haenchen dirigeerde de Danse des Furies en het Ballet des ombres heureuses (en de Chaconne) op 17 en 18 november 1993 in Amsterdam en de 19e in Sittard.
Gluck: delen uit ‘Iphigénie en Tauride’
De opera werd op 20 en 22 november 1930 uitgevoerd in de Amsterdamse Stadsschouwburg onder Pierre Monteux.
Rameau: Air tendre. Calme des sens uit ‘Dardanus’
Dit deeltje werd ook uitgevoerd op 12 en 14 april 2024 onder leiding van Emmanuelle Haïm.
Rameau: Contredanse très vive uit ‘Les Boreades’
Werd uitgevoerd op 1 mei 2022 onder leiding van Jordi Savall.
Toelichting
Voor zijn debuut bij het Concertgebouworkest stelde Raphaël Pichon een origineel barokprogramma samen rondom de muziek van zijn landgenoot Jean-Philippe Rameau. De Franse dirigent vertelt over deze droomachtige reis van de onderwereld naar de Olympus: ‘Het orkest gedraagt zich als een personage van vlees en bloed.’
Voor zijn debuut bij het Concertgebouworkest stelde Raphaël Pichon een origineel barokprogramma samen rondom de muziek van zijn landgenoot Jean-Philippe Rameau. De Franse dirigent vertelt over deze droomachtige reis van de onderwereld naar de Olympus: ‘Het orkest gedraagt zich als een personage van vlees en bloed.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
Orkestfeiten
De meeste werken op dit programma zijn nooit eerder uitgevoerd door het Concertgebouworkest. Dit zijn de uitzonderingen.
Rameau: ‘Monstre affreux’ uit ‘Dardanus’
Deze aria werd op 23, 24 en 26 oktober 1963 uitgevoerd onder leiding van Bernard Haitink in een bewerking van François-August Gevaert met bariton Gérard Souzay.
Gluck: balletmuziek uit ‘Orphée et Euridyce’
- De Danse des Furies werd voor het eerst uitgevoerd op 27 juni 1889 onder leiding van Frans Wedemeijer en figureerde tussen 1889 en 1911 vaak op zondagmatinees, meestal geleid door de chef-dirigent.
- De complete ‘Parijse’ opera, dus inclusief de balletmuziek, klonk op 5 mei 1911 onder leiding van François Rasse en (concertant) op 9 mei 1972 onder Frans Moonen.
- Hartmut Haenchen dirigeerde de Danse des Furies en het Ballet des ombres heureuses (en de Chaconne) op 17 en 18 november 1993 in Amsterdam en de 19e in Sittard.
Gluck: delen uit ‘Iphigénie en Tauride’
De opera werd op 20 en 22 november 1930 uitgevoerd in de Amsterdamse Stadsschouwburg onder Pierre Monteux.
Rameau: Air tendre. Calme des sens uit ‘Dardanus’
Dit deeltje werd ook uitgevoerd op 12 en 14 april 2024 onder leiding van Emmanuelle Haïm.
Rameau: Contredanse très vive uit ‘Les Boreades’
Werd uitgevoerd op 1 mei 2022 onder leiding van Jordi Savall.
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
Orkestfeiten
De meeste werken op dit programma zijn nooit eerder uitgevoerd door het Concertgebouworkest. Dit zijn de uitzonderingen.
Rameau: ‘Monstre affreux’ uit ‘Dardanus’
Deze aria werd op 23, 24 en 26 oktober 1963 uitgevoerd onder leiding van Bernard Haitink in een bewerking van François-August Gevaert met bariton Gérard Souzay.
Gluck: balletmuziek uit ‘Orphée et Euridyce’
- De Danse des Furies werd voor het eerst uitgevoerd op 27 juni 1889 onder leiding van Frans Wedemeijer en figureerde tussen 1889 en 1911 vaak op zondagmatinees, meestal geleid door de chef-dirigent.
- De complete ‘Parijse’ opera, dus inclusief de balletmuziek, klonk op 5 mei 1911 onder leiding van François Rasse en (concertant) op 9 mei 1972 onder Frans Moonen.
- Hartmut Haenchen dirigeerde de Danse des Furies en het Ballet des ombres heureuses (en de Chaconne) op 17 en 18 november 1993 in Amsterdam en de 19e in Sittard.
Gluck: delen uit ‘Iphigénie en Tauride’
De opera werd op 20 en 22 november 1930 uitgevoerd in de Amsterdamse Stadsschouwburg onder Pierre Monteux.
Rameau: Air tendre. Calme des sens uit ‘Dardanus’
Dit deeltje werd ook uitgevoerd op 12 en 14 april 2024 onder leiding van Emmanuelle Haïm.
Rameau: Contredanse très vive uit ‘Les Boreades’
Werd uitgevoerd op 1 mei 2022 onder leiding van Jordi Savall.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Raphaël Pichon, dirigent
Raphaël Pichon studeerde viool, piano en zang aan de verschillende conservatoria van Parijs en werkte als jonge zanger met Jordi Savall, Gustav Leonhardt en Ton Koopman. In 2006 richtte hij zijn eigen ensemble Pygmalion op, waarmee hij sindsdien furore maakt. Veel van hun programma’s geeft hij een dramaturgische benadering.
Opvallende projecten waren het debuut op het festival van Aix-en-Provence met Trauernacht op muziek van Johann Sebastian Bach, een nieuwe reconstructie van Luigi Rossi’s Orfeo, een omvangrijke Bachserie in de Philharmonie de Paris en een geënsceneerde versie van Ein deutsches Requiem van Brahms in de onderzeebootbasis van Bordeaux. In Aix-en-Provence keerde de dirigent meermaals terug voor Mozart: Die Zauberflöte (2018), het Requiem (2019) en Idomeneo (2022).
Raphaël Pichon dirigeerde in het Bolsjojtheater in Moskou, De Nationale Opera in Amsterdam en de Opéra National de Bordeaux en was ook te gast bij het Mozarteumorchester (Salzburger Festspiele 2018), het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, La Scintilla, Les Violons du Roy en het Freiburger Barockorchester. In 2021 debuteerde hij bij de Handel and Haydn Society in Boston, waar hij in 2022 terugkeerde voor Mozarts Le nozze di Figaro. Die opera leidde hij in 2023 ook bij de Wiener Philharmoniker op de Salzburger Festspiele. Raphaël Pichon is Officier dans l’Ordre des Arts et des Lettres.
Bij het Concertgebouworkest maakt de dirigent zijn debuut. Op 31 maart jongstleden bracht hij met Pygmalion Bachs Matthäus-Passion in de Grote Zaal.
Julie Roset, sopraan
Julie Roset won in 2022 de Metropolitan Opera Laffont Competition in New York en voltooide de opera-opleiding aan de Juilliard School aldaar. Hieraan voorafgaand studeerde ze aan de conservatoria van Avignon en Genève.
De Franse sopraan stond al in verschillende opera’s: als Papagena (Mozarts Die Zauberflöte) aan de Opéra de Toulon, in Mondonvilles Titon et l’Aurore aan de Opéra Comique in Parijs met Les Arts Florissants en William Christie, en op het Festival d’Aix-en-Provence in L’incoronazione di Poppea van Monteverdi onder leiding van Leonardo García Alarcón.
Bij diens Cappella Mediterranea soleerde Julie Roset in onder meer Sacrati’s La finta pazza in de NTR ZaterdagMatinee in Het Concertgebouw (mei 2022). In een Mozart-programma en in Bachs Matthäus-Passion werkte ze met Pygmalion en Raphaël Pichon, en bij het Orchestre Philharmonique de Radio France debuteerde ze als Galatea in Händels Acis and Galatea.
Op haar eerste solo-cd Nun danket alle Gott nam Julie Roset werken op van Buxtehude, Hammerschmidt en Monteverdi. Met Holland Baroque is ze te beluisteren op het album Brabant en trad ze in de Kleine Zaal op in mei 2023 en januari 2025. Met de Cappella Mediterranea nam ze Monteverdi’s L’Orfeo op en met Philharmonia Baroque en Richard Egarr zong ze de titelrol van Händels Theodora. Julie Roset debuteert bij het Concertgebouworkest.
Stéphane Degout, bas
Stéphane Degout studeerde aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Lyon en werd vervolgens lid van het ensemble van de Opéra de Lyon en de Académie du Festival d’Aix en-Provence. Zijn debuut als Papageno in Die Zauberflöte van Mozart aldaar in 1999 lanceerde zijn internationale operacarrière.
Inmiddels treedt de Franse bariton op op de belangrijkste operapodia van Europa en de Verenigde Staten, en bij de International Opera Awards 2022 werd hij uitgeroepen tot ‘Male Singer of the Year’.
Hoogtepunten in het lopende seizoen waren de rollen van Wolfram in Wagners Tannhäuser met het Orchestre de la Suisse Romande in Genève en van Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro aan het Opernhaus Zürich. Stéphane Degout soleerde bij onder meer het Chicago Symphony Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, het Orchestre National de France en het London Philharmonic Orchestra. In de Grote Zaal was hij recent te beluisteren in twee verschillende programma’s onder leiding van Raphaël Pichon: in Bachs Matthäus-Passion met diens gezelschap Pygmalion (31 maart) en in werken van Rameau en Gluck met het Concertgebouworkest (1 en 3 mei).
Als liedzanger studeerde Stéphane Degout bij Ruben Lifschitz en gaf hij recitals met de pianisten Alain Planès, Simon Lepper en Cédric Tiberghien. Recentelijk bracht hij Schumanns Dichterliebe op het Lausitz Festival met Martha Argerich. De meeste van de lied-cd’s die de zanger uitbracht betreffen het Franse repertoire. Het Concertgebouwdebuut van Stéphane Degout was op 20 april 2010 een recital in de Kleine Zaal; hij zong toen liederen van Dvořák, Liszt, Schubert, Hahn, Ravel en Chabrier.