Dirigent Raphaël Pichon: ‘Het gaat om de beweging, de emotie’
door Michel Khalifa 01 mei 2026 01 mei 2026
Voor zijn debuut bij het Concertgebouworkest stelde Raphaël Pichon een origineel barokprogramma samen rondom de muziek van zijn landgenoot Jean-Philippe Rameau. De Franse dirigent vertelt over deze droomachtige reis van de onderwereld naar de Olympus: ‘Het orkest gedraagt zich als een personage van vlees en bloed.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Raphaël Pichon is gepokt en gemazeld in de barokmuziek. Samen met koor en orkest Pygmalion, door hemzelf in 2006 opgericht, maakt hij al jaren furore met gedurfde programma’s en vernieuwende interpretaties. Zijn repertoire spitste zich aanvankelijk toe op barokcomponisten als Claudio Monteverdi, Johann Sebastian Bach en Jean-Philippe Rameau, maar reikt inmiddels tot ver in de negentiende eeuw met Johannes Brahms en Jules Massenet. Toen het Concertgebouworkest hem benaderde, viel de gezamenlijke keuze toch snel op de Franse muziek uit de late Barok.
‘Ik wilde een breed panorama van de Franse achttiende eeuw laten horen’, zegt Pichon. ‘Om een ingang te vinden, moest ik rekening houden met de lengte van de composities uit die tijd. Een hele tragédie lyrique [de Franse opera van Jean-Baptiste Lully tot Rameau, red.] past niet binnen een concertprogramma, een willekeurige reeks van korte composities zou te vrijblijvend zijn. Ik koos daarom voor een metaforisch verhaal waarin de menselijke passies en de goddelijke grillen bij elkaar komen. Om een effectieve spanningsboog tot stand te brengen, heb ik gezocht naar fragmenten uit scenische werken die muzikaal en dramatisch goed op elkaar aansluiten. Samen met orkest en zangers wil ik het theatrale potentieel van deze muziek alle ruimte geven.’
Drie taferelen
Deze aanpak resulteerde in een onconventioneel programma dat zich in drie contrasterende taferelen van ieder zo’n 25 minuten ontvouwt. Het eerste tafereel speelt zich af in de onderwereld, de plek waar alle stervelingen heen gaan na hun dood. Als volgende etappe dienen de Elysese Velden, een soort hemel waar de helden en gelukzaligen verblijven. De reis eindigt op de berg Olympus, in principe een omgeving van eeuwige sereniteit, maar wel bewoond door wispelturige goden die op gezette tijden net als mensen in woede uitbarsten of uitbundig feesten.
Rameau, Gluck en Rebel
Bij de zoektocht naar geschikt materiaal kon Pichon leunen op zijn grondige kennis van Rameaus oeuvre. Diens tragédies lyriques heeft hij op één na allemaal al uitgevoerd. Toen hij bovendien voor het festival van Aix-en-Provence Rameaus verloren opera Samson probeerde te reconstrueren, speurde hij twee jaar lang naar minder bekende werken van de Franse meester. Hij wilde ook graag de dertig jaar jongere Christoph Willibald von Gluck erbij betrekken, een vernieuwende geest die in de jaren 1770 bij de Parijse opera triomfeerde. De vroegste componist op de lessenaars is Jean-Féry Rebel, wiens extreem dissonante uitbeelding van de chaos voor zijn tijd ongehoord was.
‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert’
Gidsen op deze tocht zijn twee denkbeeldige personages, die al zingend bepaalde situaties belichamen: bariton Stéphane Degout en sopraan Julie Roset, twee vocalisten met wie Pichon al langer samenwerkt. ‘Ik vind het belangrijk dat de Franse taal af en toe klinkt tijdens dit concert. De rijpheid van Stéphane en de frisse uitstraling van Julie weerspiegelen de twee gezichten van de tragédie lyrique, met diep tragische situaties enerzijds en ‘divertissements’ [feestelijke momenten ter vermaak, red.] anderzijds. Bovendien brengen deze zangers een bepaalde natuurlijkheid met zich mee, omdat zij dit repertoire door en door kennen.’
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
vr 1 & zo 3 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Raphaël Pichon dirigent
Julie Roset sopraan
Stéphane Degout bariton
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
Orkest als hoofdrolspeler
Het orkest is de onbetwiste hoofdrolspeler in deze reis, alleen al vanwege het bijzondere talent van Rameau om in zijn tragédies lyriques en hun lichtere tegenhanger de comédies-ballets een breed scala aan menselijke emoties instrumentaal te versterken. ‘Net als in de opera’s van Mozart gedraagt het orkest zich in Rameaus muziektheater als een personage van vlees en bloed’, benadrukt Pichon. ‘Het orkest beeldt uiteenlopende passies uit, heeft soms een voorgevoel van wat er gaat gebeuren of begint uit het niets te dansen. Rameaus orkestmuziek is een muziek van de beweging en leunt op de koningin van de Franse kunstvormen in de Barok, de dans.’
‘Bovendien schenkt Rameau veel aandacht aan de instrumentale klankkleur. Hij geeft prachtige solobijdragen aan de blazers, zoals de fluiten in de Entrée très gaye des Troubadours uit Les Paladins, de trompetten in Régnez, Plaisirs et Jeux uit Les Indes Galantes of de fagot in de Entrée de Polymnie uit Les Boréades.’
Kaleidoscoop van emoties
‘Ik hoop dat de orkestmusici deze muziek op een fysieke manier zullen omarmen, dat ze pret zullen hebben bij vrolijke situaties, dan wel van streek zullen raken op de verdrietige momenten. Dat is voor mij het ultieme doel van onze gezamenlijke arbeid. Natuurlijk zullen we tijdens de repetities ook stilstaan bij de technische kwesties, zoals de talrijke versieringen die zo kenmerkend zijn voor de Franse Barok, maar het gaat me vooral om de beweging en de emotie, van de diepste ellende van de stervelingen tot de volmaakte vrede die – meestal – op de Olympus heerst.’
‘De musici van het Concertgebouworkest dorsten naar ontdekkingen’
Pichon vertrouwt erop dat de Amsterdamse musici deze kaleidoscoop van emoties overtuigend in klank zullen omzetten. Dat ze op moderne instrumenten spelen terwijl zijn eigen ensemble Pygmalion op historische instrumenten opereert, is voor hem geen enkel bezwaar – het gaat hem in de eerste plaats om eerlijk en oprecht musiceren. De laatbarok behoort weliswaar niet tot het standaardrepertoire van een modern symfonieorkest, maar hij koestert de uitdaging.
Als tiener leerde Pichon het Concertgebouworkest via opnamen kennen. Aan het begin van zijn dirigentencarrière woonde hij vervolgens verschillende concerten bij toen hij zelf voor het eerst in Amsterdam optrad: ‘Deze musici zijn buitengewoon nieuwsgierig. Je hoort in hun orkestklank de gulheid, de openheid en de gedrevenheid. Ze dorsten naar ontdekkingen. Ik weet al dat ik van tevoren vreselijk zenuwachtig zal zijn, maar ik kijk erg uit naar deze ontmoeting.’
vr 1 & zo 3 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Raphaël Pichon dirigent
Julie Roset sopraan
Stéphane Degout bariton
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma