Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
achtergrond

De mythe van moderne muziek

door Emily Doolittle
01 mei 2026 01 mei 2026

Muziek die wij heel modern vinden gebruikt vaak juist heel oude compositietechnieken. Componist en musicoloog Emily Doolittle laat zien dat wat wij zien als vooruitgang in de klassieke muziek eigenlijk vaak een herhaling van zetten is. Hoe nieuw is nieuwe muziek nou echt?

Hieronder bespreek ik graag enkele van mijn favoriete avant-gardistische composities: stukken die allerlei muzikale conventies ondermijnen. Bijvoorbeeld door het gebruik van dissonanten, wiskundige toonreeksen, toevalsoperaties (zoals dobbelstenen gooien) en notatie die de relatie tussen componist en uitvoerder op zijn kop zet. Je denkt dan misschien aan moderne muziek van de afgelopen 100 jaar, maar ik heb het over stukken van meer dan tweehonderd jaar oud! Via de links in de tekst kom je bij bijbehorende luistervoorbeelden.

1. Dissonantie in 1738

Stravinsky's Le Sacre du printemps (1913) wordt vaak beschouwd als het begin van het modernisme in de muziek, onder meer door de dissonante akkoorden. Tijdens de beruchte eerste uitvoering in 1913 was het publiek zo geschokt dat het in opstand kwam. Maar twee eeuwen eerder beeldde de Franse componist Jean-Féry Rebel (1666-1747) ook al chaos uit met behulp van dissonantie. Zijn Les Élémens (1738) opent met een reeks herhaalde, dissonante akkoorden die alle noten van een D-mineurtoonladder bevatten. Ze zijn zo heftig dat ze sterk doen denken aan Stravinsky’s Sacre.

In tegenstelling tot de Sacre werd Rebels chaos (‘Le Cahos’) goed ontvangen door zowel het publiek (dat niet in opstand kwam) als door critici, die het omschreven als ‘een van de mooiste symfonische stukken die dit genre kent’.

Hieronder bespreek ik graag enkele van mijn favoriete avant-gardistische composities: stukken die allerlei muzikale conventies ondermijnen. Bijvoorbeeld door het gebruik van dissonanten, wiskundige toonreeksen, toevalsoperaties (zoals dobbelstenen gooien) en notatie die de relatie tussen componist en uitvoerder op zijn kop zet. Je denkt dan misschien aan moderne muziek van de afgelopen 100 jaar, maar ik heb het over stukken van meer dan tweehonderd jaar oud! Via de links in de tekst kom je bij bijbehorende luistervoorbeelden.

1. Dissonantie in 1738

Stravinsky's Le Sacre du printemps (1913) wordt vaak beschouwd als het begin van het modernisme in de muziek, onder meer door de dissonante akkoorden. Tijdens de beruchte eerste uitvoering in 1913 was het publiek zo geschokt dat het in opstand kwam. Maar twee eeuwen eerder beeldde de Franse componist Jean-Féry Rebel (1666-1747) ook al chaos uit met behulp van dissonantie. Zijn Les Élémens (1738) opent met een reeks herhaalde, dissonante akkoorden die alle noten van een D-mineurtoonladder bevatten. Ze zijn zo heftig dat ze sterk doen denken aan Stravinsky’s Sacre.

In tegenstelling tot de Sacre werd Rebels chaos (‘Le Cahos’) goed ontvangen door zowel het publiek (dat niet in opstand kwam) als door critici, die het omschreven als ‘een van de mooiste symfonische stukken die dit genre kent’.

  • Le Cahos uit Les Élémens van Rebel (1738)

    Le Cahos uit Les Élémens van Rebel (1738)

  • Les Augures Printaniers uit Le Sacre du printemps van Stravinsky (1913)

    Les Augures Printaniers uit Le Sacre du printemps van Stravinsky (1913)

  • Le Cahos uit Les Élémens van Rebel (1738)

    Le Cahos uit Les Élémens van Rebel (1738)

  • Les Augures Printaniers uit Le Sacre du printemps van Stravinsky (1913)

    Les Augures Printaniers uit Le Sacre du printemps van Stravinsky (1913)

2. Toonclusters in 1779

Het gebruik van dissonantie om disharmonische beelden op te roepen gaat al terug tot de zeventiende en achttiende eeuw. Zo gebruikte de Franse componist Michel Corrette (1707-1795) toonclusters (akkoorden van dicht opeen gepakte noten) om het geluid van kanonvuur te verbeelden in zijn klavecimbeldivertissement Combat naval (1779).

Correttes combinatie van tekstinstructies met lage, dicht genoteerde akkoorden loopt muzikaal en visueel vooruit op de notatie van toonclusters die in het begin van de twintigste eeuw werd ontwikkeld door de Amerikaanse experimentele componist Henry Cowell (1897-1965): dikke strepen geven daarin aan dat alle tussenliggende tonen tegelijkertijd moeten klinken.

2. Toonclusters in 1779

Het gebruik van dissonantie om disharmonische beelden op te roepen gaat al terug tot de zeventiende en achttiende eeuw. Zo gebruikte de Franse componist Michel Corrette (1707-1795) toonclusters (akkoorden van dicht opeen gepakte noten) om het geluid van kanonvuur te verbeelden in zijn klavecimbeldivertissement Combat naval (1779).

Correttes combinatie van tekstinstructies met lage, dicht genoteerde akkoorden loopt muzikaal en visueel vooruit op de notatie van toonclusters die in het begin van de twintigste eeuw werd ontwikkeld door de Amerikaanse experimentele componist Henry Cowell (1897-1965): dikke strepen geven daarin aan dat alle tussenliggende tonen tegelijkertijd moeten klinken.

  • Fragment uit Combat naval van Michel Corrette (1779)

    Fragment uit Combat naval van Michel Corrette (1779)

  • Fragment uit Dynamic Motion van Henry Cowell (1913)

    Fragment uit Dynamic Motion van Henry Cowell (1913)

  • Fragment uit Combat naval van Michel Corrette (1779)

    Fragment uit Combat naval van Michel Corrette (1779)

  • Fragment uit Dynamic Motion van Henry Cowell (1913)

    Fragment uit Dynamic Motion van Henry Cowell (1913)

3. Polytonaliteit in 1673

De Boheemse componist Heinrich Biber (1644-1704) riep de kakofonie van een slagveld op door melodieën in verschillende toonsoorten en maatsoorten over elkaar heen te leggen, zoals te horen is in zijn Battalia à 10 (1673). Hiermee liep hij tweeënhalve eeuw vooruit op de polytonale en polymetrische composities van componisten als Charles Ives (1874-1954), Darius Milhaud (1892-1974) en Germaine Tailleferre (1892-1983).

 4. Dissonant plezier in 1778

Terwijl Rebel, Corrette en Biber dissonante samenklanken gebruikten om iets uit te beelden (chaos, oorlogsgeweld), genoot William Billings (1746-1800), een Amerikaanse autodidact die bekend stond om zijn robuuste en hoekige kerkelijke koormuziek, van dissonantie omwille van de dissonantie zelf.

Toen hij daar kritiek op kreeg, ging hij op humoristische wijze nog een stap verder. In Jargon (1778) hoor je naast dissonanten ook gezongen teksten die dissonantie prijzen. Billings schreef bovendien buitenmuzikale elementen voor als balkende ezels, gillende varkens en het wrijven van een natte vinger op een raam: Let it be performed in the following manner, viz. Let an Ass bray the bass, let the fileing of a saw carry the Tenor, let a hog who is extream hungry squeel the counter, and let a cart-wheel, which is heavy loaded, and that has been long without grease, squeek the treble. 

3. Polytonaliteit in 1673

De Boheemse componist Heinrich Biber (1644-1704) riep de kakofonie van een slagveld op door melodieën in verschillende toonsoorten en maatsoorten over elkaar heen te leggen, zoals te horen is in zijn Battalia à 10 (1673). Hiermee liep hij tweeënhalve eeuw vooruit op de polytonale en polymetrische composities van componisten als Charles Ives (1874-1954), Darius Milhaud (1892-1974) en Germaine Tailleferre (1892-1983).

 4. Dissonant plezier in 1778

Terwijl Rebel, Corrette en Biber dissonante samenklanken gebruikten om iets uit te beelden (chaos, oorlogsgeweld), genoot William Billings (1746-1800), een Amerikaanse autodidact die bekend stond om zijn robuuste en hoekige kerkelijke koormuziek, van dissonantie omwille van de dissonantie zelf.

Toen hij daar kritiek op kreeg, ging hij op humoristische wijze nog een stap verder. In Jargon (1778) hoor je naast dissonanten ook gezongen teksten die dissonantie prijzen. Billings schreef bovendien buitenmuzikale elementen voor als balkende ezels, gillende varkens en het wrijven van een natte vinger op een raam: Let it be performed in the following manner, viz. Let an Ass bray the bass, let the fileing of a saw carry the Tenor, let a hog who is extream hungry squeel the counter, and let a cart-wheel, which is heavy loaded, and that has been long without grease, squeek the treble. 

  • Jargon van William Billings (1778)

    Jargon van William Billings (1778)

  • Jargon van William Billings (1778)

    Jargon van William Billings (1778)

5. Toonreeksen in klokkenluiden

Terwijl de bovengenoemde componisten de grenzen verlegden van wat binnen tonale muziek kon worden uitgedrukt, wilden componisten van seriële muziek – zoals Arnold Schönberg (1874-1951) en later bijvoorbeeld Elizabeth Lutyens (1906-1983) en Pierre Boulez (1925-2016) – de tonaliteit volledig buiten beschouwing laten. Hun seriële werken werden gestructureerd door middel van een cijfermatige ordening van toonhoogtepatronen, in plaats van melodie en harmonie in de traditionele zin.

Maar ook zulke seriële technieken kwamen al veel eerder voor, namelijk in het zogenaamde wisselluiden of ‘change ringing’: een systeem waarbij de volgorde waarin kerkklokken luiden volgens een algoritmische progressie verloopt.

5. Toonreeksen in klokkenluiden

Terwijl de bovengenoemde componisten de grenzen verlegden van wat binnen tonale muziek kon worden uitgedrukt, wilden componisten van seriële muziek – zoals Arnold Schönberg (1874-1951) en later bijvoorbeeld Elizabeth Lutyens (1906-1983) en Pierre Boulez (1925-2016) – de tonaliteit volledig buiten beschouwing laten. Hun seriële werken werden gestructureerd door middel van een cijfermatige ordening van toonhoogtepatronen, in plaats van melodie en harmonie in de traditionele zin.

Maar ook zulke seriële technieken kwamen al veel eerder voor, namelijk in het zogenaamde wisselluiden of ‘change ringing’: een systeem waarbij de volgorde waarin kerkklokken luiden volgens een algoritmische progressie verloopt.

  • Grafiek van het change-ringing patroon 'Plain Bob'

    Grafiek van het change-ringing patroon 'Plain Bob'

  • Grafiek van het change-ringing patroon 'Plain Bob'

    Grafiek van het change-ringing patroon 'Plain Bob'

Wisselluiden ontstond in het begin van de zeventiende eeuw in Engeland en wordt nog steeds op verschillende plaatsen in de wereld beoefend, zoals in de Grote Kerk in Dordrecht.

En terwijl seriële composities nooit bij een breed publiek zijn aangeslagen, was het wisselluiden in Engeland zo populair (en luidruchtig), dat het voor de lol toepassen ervan in veel steden werd beperkt! De stad Ashby-de-la-Zouch vaardigde in 1628 bijvoorbeeld een verordening uit waarin stond dat ‘niemand meer dan twee keer per week [of] een uur per keer voor plezier en ontspanning mag luiden...’ Beluister hier nog een luistervoorbeeld.

6. Toeval en spel in de achttiende eeuw

Terwijl serialisten meer controle over het muzikale materiaal wilden, probeerden componisten als John Cage (1912-1992) en Yoko Ono (geb. 1933) juist afstand te creëren tussen zichzelf en hun muzikale materiaal door middel van zogenaamde toevalsoperaties. De componist kan bijvoorbeeld dobbelstenen gooien, of de uitvoerenden dat laten doen, om toeval het muzikale verloop te laten bepalen.

Ook deze techniek werd al eerder gebruikt, namelijk in muzikale dobbelspellen die in de achttiende eeuw in heel Europa populair waren. Hierbij creëerden spelers met dobbelstenen composities door een aantal muzikale motieven steeds opnieuw te combineren. Het Musikalisches Würfelspiel, KV 516f (1787), toegeschreven aan Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), is het bekendste voorbeeld.

Wisselluiden ontstond in het begin van de zeventiende eeuw in Engeland en wordt nog steeds op verschillende plaatsen in de wereld beoefend, zoals in de Grote Kerk in Dordrecht.

En terwijl seriële composities nooit bij een breed publiek zijn aangeslagen, was het wisselluiden in Engeland zo populair (en luidruchtig), dat het voor de lol toepassen ervan in veel steden werd beperkt! De stad Ashby-de-la-Zouch vaardigde in 1628 bijvoorbeeld een verordening uit waarin stond dat ‘niemand meer dan twee keer per week [of] een uur per keer voor plezier en ontspanning mag luiden...’ Beluister hier nog een luistervoorbeeld.

6. Toeval en spel in de achttiende eeuw

Terwijl serialisten meer controle over het muzikale materiaal wilden, probeerden componisten als John Cage (1912-1992) en Yoko Ono (geb. 1933) juist afstand te creëren tussen zichzelf en hun muzikale materiaal door middel van zogenaamde toevalsoperaties. De componist kan bijvoorbeeld dobbelstenen gooien, of de uitvoerenden dat laten doen, om toeval het muzikale verloop te laten bepalen.

Ook deze techniek werd al eerder gebruikt, namelijk in muzikale dobbelspellen die in de achttiende eeuw in heel Europa populair waren. Hierbij creëerden spelers met dobbelstenen composities door een aantal muzikale motieven steeds opnieuw te combineren. Het Musikalisches Würfelspiel, KV 516f (1787), toegeschreven aan Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), is het bekendste voorbeeld.

  • Instructies voor het aan Mozart toegeschreven Musikalisches Würfelspiel (1787)

    Instructies voor het aan Mozart toegeschreven Musikalisches Würfelspiel (1787)

  • Instructies voor het aan Mozart toegeschreven Musikalisches Würfelspiel (1787)

    Instructies voor het aan Mozart toegeschreven Musikalisches Würfelspiel (1787)

7. Vrijheid in de Barok

Er waren ook componisten die de uitvoerenden meer zeggenschap wilden geven bij het vormgeven van de muziek. Zo noteerden barokcomponisten als Louis Couperin (1626-1661) en Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1665-1729) in hun vaak maatloze preludes wel de toonhoogtes, maar gaven ze de musici veel vrijheid in hun ritmische interpretatie. Door deze nadruk op globale gebaren en muzikale lijnen (in plaats van op een nauwkeurig ritme en metrum) doet hun bladmuziek sterk denken aan grafische partituren van veel later, bijvoorbeeld die uit de vroege twintigste eeuw van componisten als Carmen Barradas (1888-1963) en Henry Cowell (1897-1965).

7. Vrijheid in de Barok

Er waren ook componisten die de uitvoerenden meer zeggenschap wilden geven bij het vormgeven van de muziek. Zo noteerden barokcomponisten als Louis Couperin (1626-1661) en Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1665-1729) in hun vaak maatloze preludes wel de toonhoogtes, maar gaven ze de musici veel vrijheid in hun ritmische interpretatie. Door deze nadruk op globale gebaren en muzikale lijnen (in plaats van op een nauwkeurig ritme en metrum) doet hun bladmuziek sterk denken aan grafische partituren van veel later, bijvoorbeeld die uit de vroege twintigste eeuw van componisten als Carmen Barradas (1888-1963) en Henry Cowell (1897-1965).

  • Fragment uit de Suite in a klein van Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1687)

    Fragment uit de Suite in a klein van Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1687)

  • Fragment uit Fabricación van Carmen Barradas (1922)

    Fragment uit Fabricación van Carmen Barradas (1922)

  • Fragment uit de Suite in a klein van Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1687)

    Fragment uit de Suite in a klein van Elizabeth-Claude Jacquet de la Guerre (1687)

  • Fragment uit Fabricación van Carmen Barradas (1922)

    Fragment uit Fabricación van Carmen Barradas (1922)

8. Grafische notatie toen en nu

Grafische notatie kan de musicus vrijheid geven bij de uitvoering. Maar ze kan de relatie tussen uitvoerder en partituur ook juist intensiveren, aangezien het soms veel tijd kost om zulke partituren te ontcijferen en te interpreteren. De Fransman Baude Cordier (eind veertiende en begin vijftiende eeuw) was een van de eerste componisten in de westerse klassieke traditie die grafische notatie op deze manier inzette. Zijn Belle, Bonne, Sage is een liefdeslied in de vorm van een hart. Tout par compas suy composes is een canon in de vorm van cirkels, en een van de vroegst bekende stukken met tekstuele uitvoeringsinstructies in de partituur. Later werd voor dit soort muziek de term ‘Augenmusik’ bedacht: je ziet aan de partituur dingen die je niet per se in de muziek terug hoort.

De partituren van Cordier vertonen een opvallende gelijkenis met recentere grafische partituren van componisten als George Crumb (1929-2022) en Anthony Braxton (geb. 1945), hoewel er geen aanwijzingen zijn dat zij door Cordier zijn beïnvloed bij de ontwikkeling van hun notatiestijl.

8. Grafische notatie toen en nu

Grafische notatie kan de musicus vrijheid geven bij de uitvoering. Maar ze kan de relatie tussen uitvoerder en partituur ook juist intensiveren, aangezien het soms veel tijd kost om zulke partituren te ontcijferen en te interpreteren. De Fransman Baude Cordier (eind veertiende en begin vijftiende eeuw) was een van de eerste componisten in de westerse klassieke traditie die grafische notatie op deze manier inzette. Zijn Belle, Bonne, Sage is een liefdeslied in de vorm van een hart. Tout par compas suy composes is een canon in de vorm van cirkels, en een van de vroegst bekende stukken met tekstuele uitvoeringsinstructies in de partituur. Later werd voor dit soort muziek de term ‘Augenmusik’ bedacht: je ziet aan de partituur dingen die je niet per se in de muziek terug hoort.

De partituren van Cordier vertonen een opvallende gelijkenis met recentere grafische partituren van componisten als George Crumb (1929-2022) en Anthony Braxton (geb. 1945), hoewel er geen aanwijzingen zijn dat zij door Cordier zijn beïnvloed bij de ontwikkeling van hun notatiestijl.

  • Tout par compas suy composes van Baude Cordier (begin vijftiende eeuw)

    Tout par compas suy composes van Baude Cordier (begin vijftiende eeuw)

  • Tout par compas suy composes van Baude Cordier (begin vijftiende eeuw)

    Tout par compas suy composes van Baude Cordier (begin vijftiende eeuw)

9. Toevoeging van tekst aan instrumentale partituren

De Franse componist Marin Marais (1656-1728) nam een tekst op in de partituur van Le Tableau de l’opération de la taille (1725) waarin hij een gedetailleerd verslag geeft van zijn blaassteenoperatie. Hoogtepunten uit zijn aantekeningen, die tijdens de uitvoering hardop kunnen worden voorgelezen, zijn onder meer ‘Verstrengeling van zijde tussen de kousen en de benen’, ‘Hier wordt de incisie gemaakt’ en ‘Hier verlies je bijna je stem’! Het doet denken aan de emotionele uitroepen in partituren van Gustav Mahler of de absurdistische tekstjes van Erik Satie, beide uit het begin van de twintigste eeuw.

9. Toevoeging van tekst aan instrumentale partituren

De Franse componist Marin Marais (1656-1728) nam een tekst op in de partituur van Le Tableau de l’opération de la taille (1725) waarin hij een gedetailleerd verslag geeft van zijn blaassteenoperatie. Hoogtepunten uit zijn aantekeningen, die tijdens de uitvoering hardop kunnen worden voorgelezen, zijn onder meer ‘Verstrengeling van zijde tussen de kousen en de benen’, ‘Hier wordt de incisie gemaakt’ en ‘Hier verlies je bijna je stem’! Het doet denken aan de emotionele uitroepen in partituren van Gustav Mahler of de absurdistische tekstjes van Erik Satie, beide uit het begin van de twintigste eeuw.

  • Fragment uit Le Tableau de l’opération de la taille (1725) van Marin Marais

    Fragment uit Le Tableau de l’opération de la taille (1725) van Marin Marais

  • Fragment uit Le Tableau de l’opération de la taille (1725) van Marin Marais

    Fragment uit Le Tableau de l’opération de la taille (1725) van Marin Marais

10. Multimedia met dieren     

Ten slotte noem ik graag een van mijn favoriete historische multimediaspektakels. Het is een ‘meersoortig’ stuk, omdat er niet alleen mensen maar ook andere dieren in voorkomen: La liberazione di Ruggiero dall'isola d'Alcina (1625) van Francesca Caccini (1587- ca. 1645). Dit was niet alleen de eerste (bekende) opera van een vrouwelijke componist en een van de eerste Italiaanse opera's die buiten Italië werd opgevoerd, maar het eindigt met een paardenballet uitgevoerd door mannen te paard. Hoewel een paardenballet niet eens zo ongebruikelijk was in de zeventiende eeuw, werd de première van Ruggiero ook nog gevolgd door een receptie waarbij de paardenballetdansers alle vrouwen in het publiek van een drankje voorzagen.

Omdat ik zelf ook componist ben, vind ik het geweldig om dergelijke onverwachte historische voorbeelden van experimentele muzikale ideeën en technieken te ontdekken, omdat de stukken zelf verrassend en verrukkelijk zijn. Maar nog interessanter vind ik het dat deze stukken het idee van muzikale 'vooruitgang' tegenspreken: zelfs binnen één muzikale traditie (de westers-klassieke) is niets ooit helemaal nieuw: het zijn alleen onze eigen interesses, onze gemeenschappen en de cultuur om ons heen die bepalen welke ideeën wanneer tot uitdrukking komen. Alle mogelijkheden staan altijd voor ons allemaal open. We hoeven ons alleen maar voor te stellen wat die mogelijkheden zijn. (En ik zou ook graag meer voorstellingen met paardenballet en hapjes bijwonen!)

Emily Doolittle is componist en wetenschapper. Ze onderzoekt de relatie tussen menselijke muziek en diergeluiden via muziek, geschreven werk en in interdisciplinaire samenwerkingsverbanden. Andere onderzoeksgebieden zijn onder meer milieuactivisme via de kunsten, interdisciplinariteit, muziek en gender, muzikaal vertellen en folklore. Doolittle, afkomstig uit Canada, is sinds 2017 Athenaeum Research Fellow en docent compositie aan het Royal Conservatoire of Scotland.

Verder lezen?

  • William Billings (1778), "Jargon", in The Singing Master's Assistant
  • William T. Cook, (1987). "The Development of Change Ringing as a Secular Sport", in Change Ringing: The History of An English Art, red. Jean Sanderson. The Central Council of Church Bell Ringers, pp. 28-40.
  • Suzanne Cusick (2009), Waar gaat Francesca Caccini's La Liberazione di Ruggiero over?

10. Multimedia met dieren     

Ten slotte noem ik graag een van mijn favoriete historische multimediaspektakels. Het is een ‘meersoortig’ stuk, omdat er niet alleen mensen maar ook andere dieren in voorkomen: La liberazione di Ruggiero dall'isola d'Alcina (1625) van Francesca Caccini (1587- ca. 1645). Dit was niet alleen de eerste (bekende) opera van een vrouwelijke componist en een van de eerste Italiaanse opera's die buiten Italië werd opgevoerd, maar het eindigt met een paardenballet uitgevoerd door mannen te paard. Hoewel een paardenballet niet eens zo ongebruikelijk was in de zeventiende eeuw, werd de première van Ruggiero ook nog gevolgd door een receptie waarbij de paardenballetdansers alle vrouwen in het publiek van een drankje voorzagen.

Omdat ik zelf ook componist ben, vind ik het geweldig om dergelijke onverwachte historische voorbeelden van experimentele muzikale ideeën en technieken te ontdekken, omdat de stukken zelf verrassend en verrukkelijk zijn. Maar nog interessanter vind ik het dat deze stukken het idee van muzikale 'vooruitgang' tegenspreken: zelfs binnen één muzikale traditie (de westers-klassieke) is niets ooit helemaal nieuw: het zijn alleen onze eigen interesses, onze gemeenschappen en de cultuur om ons heen die bepalen welke ideeën wanneer tot uitdrukking komen. Alle mogelijkheden staan altijd voor ons allemaal open. We hoeven ons alleen maar voor te stellen wat die mogelijkheden zijn. (En ik zou ook graag meer voorstellingen met paardenballet en hapjes bijwonen!)

Emily Doolittle is componist en wetenschapper. Ze onderzoekt de relatie tussen menselijke muziek en diergeluiden via muziek, geschreven werk en in interdisciplinaire samenwerkingsverbanden. Andere onderzoeksgebieden zijn onder meer milieuactivisme via de kunsten, interdisciplinariteit, muziek en gender, muzikaal vertellen en folklore. Doolittle, afkomstig uit Canada, is sinds 2017 Athenaeum Research Fellow en docent compositie aan het Royal Conservatoire of Scotland.

Verder lezen?

  • William Billings (1778), "Jargon", in The Singing Master's Assistant
  • William T. Cook, (1987). "The Development of Change Ringing as a Secular Sport", in Change Ringing: The History of An English Art, red. Jean Sanderson. The Central Council of Church Bell Ringers, pp. 28-40.
  • Suzanne Cusick (2009), Waar gaat Francesca Caccini's La Liberazione di Ruggiero over?

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!