Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Organist Leo van Doeselaar: ‘Dit orgel is een tijdmachine’

door Paul Janssen
06 mrt 2026 06 maart 2026

Al ruim dertig jaar heeft Leo van Doeselaar het Maarschalkerweerdorgel in Het Concertgebouw onder zijn hoede. Zijn enthousiasme over het majestueuze instrument is nog altijd onveranderd groot. Deze maand zal hij het weer bespelen. ‘De meeste van de drieduizend pijpen hebben nog samen met Mahler en Mengelberg gespeeld.’

  • Leo van Doeselaar voor het Maarschalkerweerdorgel

    foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar voor het Maarschalkerweerdorgel

    foto: Eduardus Lee

  • Leo van Doeselaar voor het Maarschalkerweerdorgel

    foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar voor het Maarschalkerweerdorgel

    foto: Eduardus Lee

‘Het is een soort eretitel’, zegt Leo van ­Doeselaar, gevraagd naar wat het inhoudt titulair organist van Het Concertgebouw te zijn. ‘Ik ben een aanspreekpunt voor alles wat met het orgel te maken heeft. Het is allemaal heel logisch ontstaan.

Ik was vóór de grote renovatie van het Maarschalkerweerdorgel al erg betrokken via zowel Het Concertgebouw als het Concertgebouworkest, waar ik een van de vaste organisten ben. Na de renovatie kreeg het orgel vanaf 1992 weer veel aandacht. Meerdere orkesten nodigden mij uit om waar nodig orgel mee te spelen, solistisch of in orkestverband. Zo werd ik ook steeds meer het aanspreekpunt voor de orgelbouwer en was ik de eerste die zaken aangaf die voor verbetering vatbaar waren. Zoals de plaatsing van speakers onder de speeltafel om het actuele orkestgeluid mee te krijgen.

Je hoort als je achter de speeltafel zit zowel orgel als orkest enigszins indirect. Dat betekent dat je net iets achterloopt als je denkt dat je gelijk speelt met orkest en dirigent. De speakers en jarenlange speelervaring helpen om in de pas te blijven. Soms zakken er wat hoedjes van gedekte pijpen, zijn er kleine stemmings- en intonatieproblemen of onregelmatigheden in het mechaniek. Ik ben doorgaans de eerste die dat ervaart en sein dan orgelbouwer Flentrop in, die altijd onmiddellijk actie onderneemt. Door de goede wil en samenwerking blijft het instrument zo in een fantastische staat en conditie.’

Tijdmachine

Onderdeel van zijn werk als titulair organist is ook dat hij aantreedt bij bijzondere evenementen waarbij een orgelintermezzo gewenst is. Daarnaast nam Van Doeselaar in Het Concertgebouw twee cd’s op en speelde hij in coronatijd tijdens de Empty Concertgebouw Sessions onder meer het Wilhelmus op het orgel. Ook is er een video door Het Concertgebouw gemaakt waarin hij een rondleiding geeft ín het orgel.

‘Bovendien gaf ik tot 2024 elk jaar een solorecital als onderdeel van de zomerprogrammering. Ik vind het jammer dat die traditie gestopt is. Zo’n orgel als dit zou minimaal eens per jaar tijdens een solorecital van om het even welke organist moeten klinken [op woensdag 27 mei bespeelt Laurens de Man het orgel tijdens een gratis Lunchconcert, red.]. Het Maarschalkerweerdorgel is nog een van de zeldzame originele grote concertorgels in zo’n wereldberoemde concertzaal. De meeste van de drieduizend pijpen hebben nog samen met Mengelberg gespeeld. Als hier Mahlers Tweede of Achtste symfonie klinkt, hoor je bijna hetzelfde orgel dat Mahler hoorde toen hij in Het Concertgebouw het Concertgebouworkest dirigeerde.

Ik realiseer mij steeds meer wat voor een tijdmachine het orgel is. Het staat hier vanaf 1891. Het is dan wel gerenoveerd, maar de manier waarop het orgel met het orkest mengt en waarop die prachtige lage tonen klinken die voelen alsof ze uit de grond opstijgen, is niet veranderd.’

Memorabele concerten

Van Doeselaar heeft inmiddels vele hoogtepunten meegemaakt met het instrument dat Michaël Maarschalkerweerd bouwde naar model van het eerste symfonische zaalorgel van Cavaillé-Coll in het Palais de Trocadéro in Parijs. ‘Cavaillé-Coll zelf was te duur’, verklaart Van Doeselaar nuchter. Dat laat onverlet dat hij zeer goede herinneringen heeft aan onder andere de Achtste symfonie van Mahler die hij met Bernard Haitink, Mariss Jansons én Riccardo Chailly uitvoerde en onlangs tijdens het Mahler Festival 2025 ook met Klaus Mäkelä.

‘Poulenc was een trendsetter’

Verder noemt hij het Orgelconcert van Wolfgang Rihm – ‘razend moeilijk’ – dat hij in 2003 in première bracht en zijn ontmoeting met Sofia Goebaidoelina voor de uitvoering van Risonanza met Asko|Schönberg. ‘Met Goebaidoelina heb ik toen anderhalf uur op de orgelbank gezeten. Zij wist heel weinig van orgels, maar ze heeft mij wel geleerd hoe ze haar clusterglissando’s wilde. Ook over registraties had ze gekke ideeën die heel bijzonder uitpakten. Ik heb die registraties toen nog op haar verzoek aan de uitgever van de bladmuziek doorgegeven. Jammer dat daar niets mee gedaan is.’

‘Het is een soort eretitel’, zegt Leo van ­Doeselaar, gevraagd naar wat het inhoudt titulair organist van Het Concertgebouw te zijn. ‘Ik ben een aanspreekpunt voor alles wat met het orgel te maken heeft. Het is allemaal heel logisch ontstaan.

Ik was vóór de grote renovatie van het Maarschalkerweerdorgel al erg betrokken via zowel Het Concertgebouw als het Concertgebouworkest, waar ik een van de vaste organisten ben. Na de renovatie kreeg het orgel vanaf 1992 weer veel aandacht. Meerdere orkesten nodigden mij uit om waar nodig orgel mee te spelen, solistisch of in orkestverband. Zo werd ik ook steeds meer het aanspreekpunt voor de orgelbouwer en was ik de eerste die zaken aangaf die voor verbetering vatbaar waren. Zoals de plaatsing van speakers onder de speeltafel om het actuele orkestgeluid mee te krijgen.

Je hoort als je achter de speeltafel zit zowel orgel als orkest enigszins indirect. Dat betekent dat je net iets achterloopt als je denkt dat je gelijk speelt met orkest en dirigent. De speakers en jarenlange speelervaring helpen om in de pas te blijven. Soms zakken er wat hoedjes van gedekte pijpen, zijn er kleine stemmings- en intonatieproblemen of onregelmatigheden in het mechaniek. Ik ben doorgaans de eerste die dat ervaart en sein dan orgelbouwer Flentrop in, die altijd onmiddellijk actie onderneemt. Door de goede wil en samenwerking blijft het instrument zo in een fantastische staat en conditie.’

Tijdmachine

Onderdeel van zijn werk als titulair organist is ook dat hij aantreedt bij bijzondere evenementen waarbij een orgelintermezzo gewenst is. Daarnaast nam Van Doeselaar in Het Concertgebouw twee cd’s op en speelde hij in coronatijd tijdens de Empty Concertgebouw Sessions onder meer het Wilhelmus op het orgel. Ook is er een video door Het Concertgebouw gemaakt waarin hij een rondleiding geeft ín het orgel.

‘Bovendien gaf ik tot 2024 elk jaar een solorecital als onderdeel van de zomerprogrammering. Ik vind het jammer dat die traditie gestopt is. Zo’n orgel als dit zou minimaal eens per jaar tijdens een solorecital van om het even welke organist moeten klinken [op woensdag 27 mei bespeelt Laurens de Man het orgel tijdens een gratis Lunchconcert, red.]. Het Maarschalkerweerdorgel is nog een van de zeldzame originele grote concertorgels in zo’n wereldberoemde concertzaal. De meeste van de drieduizend pijpen hebben nog samen met Mengelberg gespeeld. Als hier Mahlers Tweede of Achtste symfonie klinkt, hoor je bijna hetzelfde orgel dat Mahler hoorde toen hij in Het Concertgebouw het Concertgebouworkest dirigeerde.

Ik realiseer mij steeds meer wat voor een tijdmachine het orgel is. Het staat hier vanaf 1891. Het is dan wel gerenoveerd, maar de manier waarop het orgel met het orkest mengt en waarop die prachtige lage tonen klinken die voelen alsof ze uit de grond opstijgen, is niet veranderd.’

Memorabele concerten

Van Doeselaar heeft inmiddels vele hoogtepunten meegemaakt met het instrument dat Michaël Maarschalkerweerd bouwde naar model van het eerste symfonische zaalorgel van Cavaillé-Coll in het Palais de Trocadéro in Parijs. ‘Cavaillé-Coll zelf was te duur’, verklaart Van Doeselaar nuchter. Dat laat onverlet dat hij zeer goede herinneringen heeft aan onder andere de Achtste symfonie van Mahler die hij met Bernard Haitink, Mariss Jansons én Riccardo Chailly uitvoerde en onlangs tijdens het Mahler Festival 2025 ook met Klaus Mäkelä.

‘Poulenc was een trendsetter’

Verder noemt hij het Orgelconcert van Wolfgang Rihm – ‘razend moeilijk’ – dat hij in 2003 in première bracht en zijn ontmoeting met Sofia Goebaidoelina voor de uitvoering van Risonanza met Asko|Schönberg. ‘Met Goebaidoelina heb ik toen anderhalf uur op de orgelbank gezeten. Zij wist heel weinig van orgels, maar ze heeft mij wel geleerd hoe ze haar clusterglissando’s wilde. Ook over registraties had ze gekke ideeën die heel bijzonder uitpakten. Ik heb die registraties toen nog op haar verzoek aan de uitgever van de bladmuziek doorgegeven. Jammer dat daar niets mee gedaan is.’

  • Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

  • Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

  • Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

  • Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

    Leo van Doeselaar

    Foto: Eduardus Lee

Ook een concert met muziek van Olivier Messiaen, de Glagolitische mis van Leoš Janáček, de Mis voor dubbel mannenkoor en orgel van Alphons Diepen­brock en het Concert voor orgel, strijkers en pa­uken van Francis Poulenc staan op het lange lijstje met memorabele uitvoeringen van Van Doeselaar. ‘Het Orgelconcert’ van Poulenc speel ik nu voor de vierde keer in een serie van het Concertgebouworkest. De eerste keer was onder leiding van David Zinman in 1985. Daarna heb ik het in 1993 met Claus Peter Flor gespeeld en in 2008 onder Mariss Jansons. Allemaal verschillende interpretaties. En het zal ook nu, met de jonge dirigent Aurel Dawidiuk, weer anders zijn.’

Draaiorgelmuziek

Daar geeft Poulenc ook de ruimte voor. Hij schreef het werk in opdracht van Princesse Edmond de Polignac Winnaretta Singer, de puissant rijke erfgename van de naaimachinedynastie die ook opdracht gaf voor Poulencs Concert voor twee piano’s en orkest. ‘Het is leuk om beide concerten te vergelijken’, zegt Van Doeselaar. ‘Het concert voor twee piano’s is geïnspireerd op Mozart en gamelan. Het ‘Orgelconcert’ zit meer op de lijn van Bach en Buxtehude. Maar er zit ook een referentie aan draaiorgelmuziek in. En dat mystieke van bijvoorbeeld zijn Litanies à la Vierge noir. Ook zo indringend. Typisch Poulenc om dat religieuze en dat lichtvoetige te combineren.

In het ‘Orgelconcert’ klinkt dat volkomen logisch. Hij durft ook veel. Zo klinkt er ineens zo’n lijntje gregoriaans. Maar de slimste zet is dat hij verder alleen strijkers en pa­uken inschakelde. Blazers zitten toch al in het orgel. Vanwege de beperktere bezetting kun je het ook in een kerk spelen. Poulenc was de eerste die dat zo deed, een trendsetter. Mede daarom is dit werk als het om orgelconcerten gaat ongeëvenaard.’

Erebaan

En dat terwijl de componist niets van orgels afwist. ‘De bevriende componist en organist Maurice Duruflé heeft Poulenc ter voorbereiding van alles voorgespeeld en verschillende registratiemogelijkheden laten horen. Net als ik later gedaan heb voor Tristan Keuris toen hij zijn Orgelconcert schreef. Het proces van samen met een componist op ontdekking gaan is geweldig. Vooral als zo’n componist heel intelligent met alles omgaat. Keuris heeft uiteindelijk zelf de registraties gemaakt. Daar heb ik niets aan hoeven veranderen. Bij Poulenc zijn de registraties van Duruflé, maar op een opname uit 1961 registreert hij veel helemaal anders. Dat ga ik nu ook doen. Het zijn kleine aanpassingen, maar wel heel leuk.’ 

Van Doeselaar verheugt zich op de samenwerking met de associate conductor van het Concertgebouworkest, Aurel Dawidiuk. ‘Een briljante jonge dirigent die zelf ook organist is. We hebben al contact gehad en we gaan het binnenkort over de details hebben. Het is zo mooi om deel uit te maken van deze processen. Het is als een droom.’

Daarom denk Leo van Doeselaar ook nog niet aan stoppen. Ook niet als titulair organist van Het Concertgebouw. ‘Het moet op een gegeven moment ophouden, maar ik heb nog heel veel energie en ik vind het heerlijk om te doen, echt een privilege. Het is een erebaan die niemand in de weg zit, maar die wel heel belangrijk is voor het orgel. Daarom hoop ik dat de ‘functie’ blijft als ik ooit stop.’

Meer weten?
Bekijk het Maarschalkerweerdorgel in feitjes & cijfers, of lees onze beknopte geschiedenis.

Aurel Dawidiuk over Leo van Doeselaar: ‘Toen ik assisteerde bij de Matthäus-Passion hoorde ik Leo spelen, en heb ik hem gevraagd of hij mijn solist wilde zijn in het Orgelconcert’ van Poulenc. En hij zei ja! Ik zie er erg naar uit.’ Lees het hele interview met Dadiwiuk hier.

In april 2021 speelde Leo van ­Doeselaar in de Empty Concertgebouw Sessions. Beluister zijn bewerking van Bartóks Roemeense volksdansen hier.


Beluister ook de Spotify-playlist bij dit artikel:

Ook een concert met muziek van Olivier Messiaen, de Glagolitische mis van Leoš Janáček, de Mis voor dubbel mannenkoor en orgel van Alphons Diepen­brock en het Concert voor orgel, strijkers en pa­uken van Francis Poulenc staan op het lange lijstje met memorabele uitvoeringen van Van Doeselaar. ‘Het Orgelconcert’ van Poulenc speel ik nu voor de vierde keer in een serie van het Concertgebouworkest. De eerste keer was onder leiding van David Zinman in 1985. Daarna heb ik het in 1993 met Claus Peter Flor gespeeld en in 2008 onder Mariss Jansons. Allemaal verschillende interpretaties. En het zal ook nu, met de jonge dirigent Aurel Dawidiuk, weer anders zijn.’

Draaiorgelmuziek

Daar geeft Poulenc ook de ruimte voor. Hij schreef het werk in opdracht van Princesse Edmond de Polignac Winnaretta Singer, de puissant rijke erfgename van de naaimachinedynastie die ook opdracht gaf voor Poulencs Concert voor twee piano’s en orkest. ‘Het is leuk om beide concerten te vergelijken’, zegt Van Doeselaar. ‘Het concert voor twee piano’s is geïnspireerd op Mozart en gamelan. Het ‘Orgelconcert’ zit meer op de lijn van Bach en Buxtehude. Maar er zit ook een referentie aan draaiorgelmuziek in. En dat mystieke van bijvoorbeeld zijn Litanies à la Vierge noir. Ook zo indringend. Typisch Poulenc om dat religieuze en dat lichtvoetige te combineren.

In het ‘Orgelconcert’ klinkt dat volkomen logisch. Hij durft ook veel. Zo klinkt er ineens zo’n lijntje gregoriaans. Maar de slimste zet is dat hij verder alleen strijkers en pa­uken inschakelde. Blazers zitten toch al in het orgel. Vanwege de beperktere bezetting kun je het ook in een kerk spelen. Poulenc was de eerste die dat zo deed, een trendsetter. Mede daarom is dit werk als het om orgelconcerten gaat ongeëvenaard.’

Erebaan

En dat terwijl de componist niets van orgels afwist. ‘De bevriende componist en organist Maurice Duruflé heeft Poulenc ter voorbereiding van alles voorgespeeld en verschillende registratiemogelijkheden laten horen. Net als ik later gedaan heb voor Tristan Keuris toen hij zijn Orgelconcert schreef. Het proces van samen met een componist op ontdekking gaan is geweldig. Vooral als zo’n componist heel intelligent met alles omgaat. Keuris heeft uiteindelijk zelf de registraties gemaakt. Daar heb ik niets aan hoeven veranderen. Bij Poulenc zijn de registraties van Duruflé, maar op een opname uit 1961 registreert hij veel helemaal anders. Dat ga ik nu ook doen. Het zijn kleine aanpassingen, maar wel heel leuk.’ 

Van Doeselaar verheugt zich op de samenwerking met de associate conductor van het Concertgebouworkest, Aurel Dawidiuk. ‘Een briljante jonge dirigent die zelf ook organist is. We hebben al contact gehad en we gaan het binnenkort over de details hebben. Het is zo mooi om deel uit te maken van deze processen. Het is als een droom.’

Daarom denk Leo van Doeselaar ook nog niet aan stoppen. Ook niet als titulair organist van Het Concertgebouw. ‘Het moet op een gegeven moment ophouden, maar ik heb nog heel veel energie en ik vind het heerlijk om te doen, echt een privilege. Het is een erebaan die niemand in de weg zit, maar die wel heel belangrijk is voor het orgel. Daarom hoop ik dat de ‘functie’ blijft als ik ooit stop.’

Meer weten?
Bekijk het Maarschalkerweerdorgel in feitjes & cijfers, of lees onze beknopte geschiedenis.

Aurel Dawidiuk over Leo van Doeselaar: ‘Toen ik assisteerde bij de Matthäus-Passion hoorde ik Leo spelen, en heb ik hem gevraagd of hij mijn solist wilde zijn in het Orgelconcert’ van Poulenc. En hij zei ja! Ik zie er erg naar uit.’ Lees het hele interview met Dadiwiuk hier.

In april 2021 speelde Leo van ­Doeselaar in de Empty Concertgebouw Sessions. Beluister zijn bewerking van Bartóks Roemeense volksdansen hier.


Beluister ook de Spotify-playlist bij dit artikel:

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!