Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Jakub Józef Orliński is Julius Caesar in Händels Giulio Cesare

Jakub Józef Orliński is Julius Caesar in Händels Giulio Cesare

Grote Zaal
10 februari 2026
19.30 uur

Print dit programma

il Pomo d'Oro
Francesco Corti dirigent/klavecimbel
Jakub Józef Orliński countertenor (Giulio Cesare)
Sandrine Piau sopraan (Cleopatra)
Yuriy Mynenko countertenor (Tolomeo)
Beth Taylor mezzosopraan (Cornelia)
Rebecca Leggett mezzosopraan (Sesto)
Alex Rosen bas (Achilla)
Marco Saccardin bariton (Curio)
Rémy Brès-Feuillet countertenor (Nireno)

Deze uitvoering wordt voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- Interview met Jakub Józef Orliński uit november 2023
- Wie is wie in Giulio Cesare in Egitto?

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Giulio Cesare in Egitto, HWV 17 (1724)
opera seria in drie bedrijven op een libretto van Nicola Francesco Haym (naar een eerder libretto van Giacomo Francesco Bussani)

pauze ± 21.15 uur
einde ± 23.30 uur

Grote Zaal 10 februari 2026 19.30 uur

il Pomo d'Oro
Francesco Corti dirigent/klavecimbel
Jakub Józef Orliński countertenor (Giulio Cesare)
Sandrine Piau sopraan (Cleopatra)
Yuriy Mynenko countertenor (Tolomeo)
Beth Taylor mezzosopraan (Cornelia)
Rebecca Leggett mezzosopraan (Sesto)
Alex Rosen bas (Achilla)
Marco Saccardin bariton (Curio)
Rémy Brès-Feuillet countertenor (Nireno)

Deze uitvoering wordt voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- Interview met Jakub Józef Orliński uit november 2023
- Wie is wie in Giulio Cesare in Egitto?

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Giulio Cesare in Egitto, HWV 17 (1724)
opera seria in drie bedrijven op een libretto van Nicola Francesco Haym (naar een eerder libretto van Giacomo Francesco Bussani)

pauze ± 21.15 uur
einde ± 23.30 uur

Toelichting

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Toelichting

door Hein van Eekert

‘Er wordt gezegd’, zo schrijft historicus Suetonius (ca. 70-140) over de Romeinse generaal Julius Caesar (100-44 v. Chr.), dat hij voordroeg met een hoge stem en hartstochtelijke mimiek en handgebaren die toch niet zonder gratie waren.’ Dat George Frideric Handel in 1724 in Londen de titelrol in zijn opera Giulio Cesare in Egitto voor een castraatzanger componeerde, hing samen met die beschrijving van Suetonius. Het operapubliek in de eerste helft van de achttiende eeuw verwachtte bovendien dat de held van de avond een castraat zou zijn: een man die door een operatieve ingreep in zijn jeugd, jaren van zangtechnische training en de longkracht van een volwassene heroïsche hoge tonen zingen kon en zijn stem zo nodig liefdevol kon vervlechten met die van zijn tegenspeelster.

Held en minnaar: de Julius Caesar van de geschiedenis krijgt een make-over in tekstschrijver Nicola Hayms dramma per musica (drama voor muziek) en Händels daaruit voortvloeiende opera seria (ernstige opera). Julius Caesar was inderdaad in Egypte geweest en had een relatie met de jonge vorstin Cleopatra, maar de vijftiger die een lauwerkrans droeg om zijn kaalheid te verbergen werd in de opera herschapen tot een energieke oorlogsheld die in het openingskoor wordt ontvangen als ‘onze Alcides’, ofwel Hercules.

Caesar en Cleopatra

Het karakter lanceert zich met een spectaculaire, gespierde openingsaria, geeft in een stukje dialoog aan wie hij is (‘Caesar kwam, zag en overwon’) en manifesteert zich in zijn volgende aria’s als Cesare, de gedroomde man van actie. In zijn solo’s brengt hij zijn gruwelijke afkeer van zijn vijand Tolomeo tot uiting (met de strijkers in het orkest in een soort vrije val van verontwaardiging), maar ook zijn groeiende bewondering en liefde voor Cleopatra en zijn gewiekstheid en kracht als onderhandelaar (in een aria waarin de jachthoorn zijn viriliteit onderstreept).

Op haar beurt groeit Cleopatra in haar aria’s uit van eerzuchtig grietje tot een tragische heldin van statuur. Daarbij vertelt Händel ons in zijn muziek steeds meer over het karakter, maar geeft hij nooit alles weg en laat hij altijd ruimte voor andere facetten van het personage, tegenstrijdigheden zelfs – hét kenmerk van volwaardige menselijkheid. De Cleopatra van de eerste aria – meisjesachtig, olijk, spottend en licht pesterig – zal later in de opera zulke hartverscheurende solo’s hebben en weet elders als een volleerde vamp en gewiekst politica de machtige Caesar om haar vinger te winden en op te zetten tegen haar broer Tolomeo. Händel zorgt dat ze in haar veelzijdigheid altijd herkenbaar blijft.

Bernardi en Cuzzoni

Bij de eerste uitvoering van Giulio Cesare in Egitto werden de twee hoofdrollen gezongen door de castraat Francesco Bernardi (bijgenaamd Senesino) en de sopraan ­Francesca Cuzzoni. Ze waren zangers met een onmiskenbare sterrenstatus, ondanks het feit dat ze een dankbaar mikpunt vormden voor spotprenten uit die tijd: hij om zijn lange, vreemd uitgegroeide castratenlichaam en zij om haar kleine fysiek. ­Desalniettemin hadden ze vele bewonderaars en vertoonden vrouwen zich in de beau monde graag in de jurken die Cuzzoni op de bühne droeg.

In Händels opera kregen ze ieder acht aria’s te zingen. Waar de spaarzaam begeleide recitatieven de actie voortstuwen, bergen de aria’s gevoelens, opinies, tegenstrijdige emoties, tegenargumenten en conclusies in zich. Als vereenvoudigde betogen in driedelige ABA-vorm dagen ze de zanger uit om in het laatste deel door variaties op de melodie van het eerste deel zijn eigen draai aan de situatie te geven en de intensiteit naar eigen behoeven op te schroeven. Wat daar uitkomt, is altijd weer verrassend voor het publiek.

‘Er wordt gezegd’, zo schrijft historicus Suetonius (ca. 70-140) over de Romeinse generaal Julius Caesar (100-44 v. Chr.), dat hij voordroeg met een hoge stem en hartstochtelijke mimiek en handgebaren die toch niet zonder gratie waren.’ Dat George Frideric Handel in 1724 in Londen de titelrol in zijn opera Giulio Cesare in Egitto voor een castraatzanger componeerde, hing samen met die beschrijving van Suetonius. Het operapubliek in de eerste helft van de achttiende eeuw verwachtte bovendien dat de held van de avond een castraat zou zijn: een man die door een operatieve ingreep in zijn jeugd, jaren van zangtechnische training en de longkracht van een volwassene heroïsche hoge tonen zingen kon en zijn stem zo nodig liefdevol kon vervlechten met die van zijn tegenspeelster.

Held en minnaar: de Julius Caesar van de geschiedenis krijgt een make-over in tekstschrijver Nicola Hayms dramma per musica (drama voor muziek) en Händels daaruit voortvloeiende opera seria (ernstige opera). Julius Caesar was inderdaad in Egypte geweest en had een relatie met de jonge vorstin Cleopatra, maar de vijftiger die een lauwerkrans droeg om zijn kaalheid te verbergen werd in de opera herschapen tot een energieke oorlogsheld die in het openingskoor wordt ontvangen als ‘onze Alcides’, ofwel Hercules.

Caesar en Cleopatra

Het karakter lanceert zich met een spectaculaire, gespierde openingsaria, geeft in een stukje dialoog aan wie hij is (‘Caesar kwam, zag en overwon’) en manifesteert zich in zijn volgende aria’s als Cesare, de gedroomde man van actie. In zijn solo’s brengt hij zijn gruwelijke afkeer van zijn vijand Tolomeo tot uiting (met de strijkers in het orkest in een soort vrije val van verontwaardiging), maar ook zijn groeiende bewondering en liefde voor Cleopatra en zijn gewiekstheid en kracht als onderhandelaar (in een aria waarin de jachthoorn zijn viriliteit onderstreept).

Op haar beurt groeit Cleopatra in haar aria’s uit van eerzuchtig grietje tot een tragische heldin van statuur. Daarbij vertelt Händel ons in zijn muziek steeds meer over het karakter, maar geeft hij nooit alles weg en laat hij altijd ruimte voor andere facetten van het personage, tegenstrijdigheden zelfs – hét kenmerk van volwaardige menselijkheid. De Cleopatra van de eerste aria – meisjesachtig, olijk, spottend en licht pesterig – zal later in de opera zulke hartverscheurende solo’s hebben en weet elders als een volleerde vamp en gewiekst politica de machtige Caesar om haar vinger te winden en op te zetten tegen haar broer Tolomeo. Händel zorgt dat ze in haar veelzijdigheid altijd herkenbaar blijft.

Bernardi en Cuzzoni

Bij de eerste uitvoering van Giulio Cesare in Egitto werden de twee hoofdrollen gezongen door de castraat Francesco Bernardi (bijgenaamd Senesino) en de sopraan ­Francesca Cuzzoni. Ze waren zangers met een onmiskenbare sterrenstatus, ondanks het feit dat ze een dankbaar mikpunt vormden voor spotprenten uit die tijd: hij om zijn lange, vreemd uitgegroeide castratenlichaam en zij om haar kleine fysiek. ­Desalniettemin hadden ze vele bewonderaars en vertoonden vrouwen zich in de beau monde graag in de jurken die Cuzzoni op de bühne droeg.

In Händels opera kregen ze ieder acht aria’s te zingen. Waar de spaarzaam begeleide recitatieven de actie voortstuwen, bergen de aria’s gevoelens, opinies, tegenstrijdige emoties, tegenargumenten en conclusies in zich. Als vereenvoudigde betogen in driedelige ABA-vorm dagen ze de zanger uit om in het laatste deel door variaties op de melodie van het eerste deel zijn eigen draai aan de situatie te geven en de intensiteit naar eigen behoeven op te schroeven. Wat daar uitkomt, is altijd weer verrassend voor het publiek.

  • Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

    Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

  • Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

    Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

Weduwe, zoon en broer

Ook de andere figuren – zoals Cornelia, de weduwe van Cesares rivaal Pompeo – komen tot leven in de muziek: in elke noot van haar aria’s is Cornelia de wereldwijze schoonheid van de ­Romeinse geschiedenis. In werkelijkheid stiefmoeder en voogdes van Pompeius’ zoon Sextus, is ze hier de beschermende moeder van een Sesto die voelt dat hij door de dood van zijn vader ­Pompeo als militair en gezinshoofd moet handelen – door wraak te nemen op de moordenaar Tolomeo – terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe zijn moeder, een lustobject voor diverse mannen in de opera, door de vijand op gruwelijke wijze vernederd wordt. De voor een vrouwenstem geschreven Sesto toont een versnelde groei naar volwassenheid, met wat minder uiteenlopende stemmingen dan Cleopatra, maar wel meer innerlijke vertwijfeling. Als we zeggen dat Cleopatra’s broer Tolomeo, tevens oorspronkelijk een rol voor castraat, een standvastig karakter is, dan is hij dat als een van de vervaarlijkste slechteriken uit de operaliteratuur: hij is ambitieus, wreed en licht ontvlambaar, met vleugjes Nero en Caligula in zijn handelwijze. Het gaat hem niet goed: hij eindigt alleen, zonder de steun van zijn rechterhand Achilla.

En zo houden Haym en Händel de opera spannend en kleurrijk, met een gewiekste mix van historische feiten en spannende verzinsels. De première­avond op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in Londen was een groot succes. In onze tijd is een Giulio Cesare altijd een benadering van wat er bij Händels eigen uitvoeringen gebeurde, maar een hedendaagse productie kan dichtbij het origineel komen: castraten zijn er niet meer, maar virtuoze sterzangers hebben we gelukkig nog wel.

Weduwe, zoon en broer

Ook de andere figuren – zoals Cornelia, de weduwe van Cesares rivaal Pompeo – komen tot leven in de muziek: in elke noot van haar aria’s is Cornelia de wereldwijze schoonheid van de ­Romeinse geschiedenis. In werkelijkheid stiefmoeder en voogdes van Pompeius’ zoon Sextus, is ze hier de beschermende moeder van een Sesto die voelt dat hij door de dood van zijn vader ­Pompeo als militair en gezinshoofd moet handelen – door wraak te nemen op de moordenaar Tolomeo – terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe zijn moeder, een lustobject voor diverse mannen in de opera, door de vijand op gruwelijke wijze vernederd wordt. De voor een vrouwenstem geschreven Sesto toont een versnelde groei naar volwassenheid, met wat minder uiteenlopende stemmingen dan Cleopatra, maar wel meer innerlijke vertwijfeling. Als we zeggen dat Cleopatra’s broer Tolomeo, tevens oorspronkelijk een rol voor castraat, een standvastig karakter is, dan is hij dat als een van de vervaarlijkste slechteriken uit de operaliteratuur: hij is ambitieus, wreed en licht ontvlambaar, met vleugjes Nero en Caligula in zijn handelwijze. Het gaat hem niet goed: hij eindigt alleen, zonder de steun van zijn rechterhand Achilla.

En zo houden Haym en Händel de opera spannend en kleurrijk, met een gewiekste mix van historische feiten en spannende verzinsels. De première­avond op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in Londen was een groot succes. In onze tijd is een Giulio Cesare altijd een benadering van wat er bij Händels eigen uitvoeringen gebeurde, maar een hedendaagse productie kan dichtbij het origineel komen: castraten zijn er niet meer, maar virtuoze sterzangers hebben we gelukkig nog wel.

  • Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

    Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

  • Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

    Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

Synopsis

Cesare is zijn rivaal Pompeo gevolgd tot in Egypte, waar laatstgenoemde vermoord is door de jonge Egyptische vorst Tolomeo. Juist als Cornelia Cesare om genade vraagt voor haar man Pompeo, brengt Tolomeo’s rechter­hand Achilla diens hoofd. Cornelia en Pompeo’s zoon Sesto zweren wraak. Tolomeo’s zus Cleopatra wil alleenheerseres van Egypte worden en haar broer afzetten. Ze sluit zich aan bij Cornelia en Sesto in hun strijd tegen Tolomeo. Met de hulp van haar rechterhand Nireno weet ze, aanvankelijk in vermomming, zelfs Cesares hulp in te roepen. Cesare wordt verleid door Cleopatra in de gedaante van dienares Lidia en wordt verliefd op haar. Intussen varen Cornelia en Sesto niet wel: ze worden gevangen gezet door Tolomeo, die Cornelia tot de zijne wil maken, maar die haar als vrouw beloofd heeft aan Achilla.

Terwijl Cleopatra als Lidia Cesare aan haar kant krijgt, probeert Tolomeo ook Cesare te vermoorden, maar die ontsnapt aan hem. Tolomeo dwingt Cornelia deel te worden van zijn harem. Cleopatra krijgt te horen dat Cesare verdronken is. Tolomeo neemt haar gevangen, maar ze wordt bevrijd door Cesare. Achilla, overgelopen naar Cleopatra’s kant, wordt gedood door Tolomeo. Sesto wreekt zich door Tolomeo te vermoorden als die zich aan Cornelia opdringt. Cesare maakt Cleopatra koningin van Egypte. 

Synopsis

Cesare is zijn rivaal Pompeo gevolgd tot in Egypte, waar laatstgenoemde vermoord is door de jonge Egyptische vorst Tolomeo. Juist als Cornelia Cesare om genade vraagt voor haar man Pompeo, brengt Tolomeo’s rechter­hand Achilla diens hoofd. Cornelia en Pompeo’s zoon Sesto zweren wraak. Tolomeo’s zus Cleopatra wil alleenheerseres van Egypte worden en haar broer afzetten. Ze sluit zich aan bij Cornelia en Sesto in hun strijd tegen Tolomeo. Met de hulp van haar rechterhand Nireno weet ze, aanvankelijk in vermomming, zelfs Cesares hulp in te roepen. Cesare wordt verleid door Cleopatra in de gedaante van dienares Lidia en wordt verliefd op haar. Intussen varen Cornelia en Sesto niet wel: ze worden gevangen gezet door Tolomeo, die Cornelia tot de zijne wil maken, maar die haar als vrouw beloofd heeft aan Achilla.

Terwijl Cleopatra als Lidia Cesare aan haar kant krijgt, probeert Tolomeo ook Cesare te vermoorden, maar die ontsnapt aan hem. Tolomeo dwingt Cornelia deel te worden van zijn harem. Cleopatra krijgt te horen dat Cesare verdronken is. Tolomeo neemt haar gevangen, maar ze wordt bevrijd door Cesare. Achilla, overgelopen naar Cleopatra’s kant, wordt gedood door Tolomeo. Sesto wreekt zich door Tolomeo te vermoorden als die zich aan Cornelia opdringt. Cesare maakt Cleopatra koningin van Egypte. 

door Hein van Eekert

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Toelichting

door Hein van Eekert

‘Er wordt gezegd’, zo schrijft historicus Suetonius (ca. 70-140) over de Romeinse generaal Julius Caesar (100-44 v. Chr.), dat hij voordroeg met een hoge stem en hartstochtelijke mimiek en handgebaren die toch niet zonder gratie waren.’ Dat George Frideric Handel in 1724 in Londen de titelrol in zijn opera Giulio Cesare in Egitto voor een castraatzanger componeerde, hing samen met die beschrijving van Suetonius. Het operapubliek in de eerste helft van de achttiende eeuw verwachtte bovendien dat de held van de avond een castraat zou zijn: een man die door een operatieve ingreep in zijn jeugd, jaren van zangtechnische training en de longkracht van een volwassene heroïsche hoge tonen zingen kon en zijn stem zo nodig liefdevol kon vervlechten met die van zijn tegenspeelster.

Held en minnaar: de Julius Caesar van de geschiedenis krijgt een make-over in tekstschrijver Nicola Hayms dramma per musica (drama voor muziek) en Händels daaruit voortvloeiende opera seria (ernstige opera). Julius Caesar was inderdaad in Egypte geweest en had een relatie met de jonge vorstin Cleopatra, maar de vijftiger die een lauwerkrans droeg om zijn kaalheid te verbergen werd in de opera herschapen tot een energieke oorlogsheld die in het openingskoor wordt ontvangen als ‘onze Alcides’, ofwel Hercules.

Caesar en Cleopatra

Het karakter lanceert zich met een spectaculaire, gespierde openingsaria, geeft in een stukje dialoog aan wie hij is (‘Caesar kwam, zag en overwon’) en manifesteert zich in zijn volgende aria’s als Cesare, de gedroomde man van actie. In zijn solo’s brengt hij zijn gruwelijke afkeer van zijn vijand Tolomeo tot uiting (met de strijkers in het orkest in een soort vrije val van verontwaardiging), maar ook zijn groeiende bewondering en liefde voor Cleopatra en zijn gewiekstheid en kracht als onderhandelaar (in een aria waarin de jachthoorn zijn viriliteit onderstreept).

Op haar beurt groeit Cleopatra in haar aria’s uit van eerzuchtig grietje tot een tragische heldin van statuur. Daarbij vertelt Händel ons in zijn muziek steeds meer over het karakter, maar geeft hij nooit alles weg en laat hij altijd ruimte voor andere facetten van het personage, tegenstrijdigheden zelfs – hét kenmerk van volwaardige menselijkheid. De Cleopatra van de eerste aria – meisjesachtig, olijk, spottend en licht pesterig – zal later in de opera zulke hartverscheurende solo’s hebben en weet elders als een volleerde vamp en gewiekst politica de machtige Caesar om haar vinger te winden en op te zetten tegen haar broer Tolomeo. Händel zorgt dat ze in haar veelzijdigheid altijd herkenbaar blijft.

Bernardi en Cuzzoni

Bij de eerste uitvoering van Giulio Cesare in Egitto werden de twee hoofdrollen gezongen door de castraat Francesco Bernardi (bijgenaamd Senesino) en de sopraan ­Francesca Cuzzoni. Ze waren zangers met een onmiskenbare sterrenstatus, ondanks het feit dat ze een dankbaar mikpunt vormden voor spotprenten uit die tijd: hij om zijn lange, vreemd uitgegroeide castratenlichaam en zij om haar kleine fysiek. ­Desalniettemin hadden ze vele bewonderaars en vertoonden vrouwen zich in de beau monde graag in de jurken die Cuzzoni op de bühne droeg.

In Händels opera kregen ze ieder acht aria’s te zingen. Waar de spaarzaam begeleide recitatieven de actie voortstuwen, bergen de aria’s gevoelens, opinies, tegenstrijdige emoties, tegenargumenten en conclusies in zich. Als vereenvoudigde betogen in driedelige ABA-vorm dagen ze de zanger uit om in het laatste deel door variaties op de melodie van het eerste deel zijn eigen draai aan de situatie te geven en de intensiteit naar eigen behoeven op te schroeven. Wat daar uitkomt, is altijd weer verrassend voor het publiek.

‘Er wordt gezegd’, zo schrijft historicus Suetonius (ca. 70-140) over de Romeinse generaal Julius Caesar (100-44 v. Chr.), dat hij voordroeg met een hoge stem en hartstochtelijke mimiek en handgebaren die toch niet zonder gratie waren.’ Dat George Frideric Handel in 1724 in Londen de titelrol in zijn opera Giulio Cesare in Egitto voor een castraatzanger componeerde, hing samen met die beschrijving van Suetonius. Het operapubliek in de eerste helft van de achttiende eeuw verwachtte bovendien dat de held van de avond een castraat zou zijn: een man die door een operatieve ingreep in zijn jeugd, jaren van zangtechnische training en de longkracht van een volwassene heroïsche hoge tonen zingen kon en zijn stem zo nodig liefdevol kon vervlechten met die van zijn tegenspeelster.

Held en minnaar: de Julius Caesar van de geschiedenis krijgt een make-over in tekstschrijver Nicola Hayms dramma per musica (drama voor muziek) en Händels daaruit voortvloeiende opera seria (ernstige opera). Julius Caesar was inderdaad in Egypte geweest en had een relatie met de jonge vorstin Cleopatra, maar de vijftiger die een lauwerkrans droeg om zijn kaalheid te verbergen werd in de opera herschapen tot een energieke oorlogsheld die in het openingskoor wordt ontvangen als ‘onze Alcides’, ofwel Hercules.

Caesar en Cleopatra

Het karakter lanceert zich met een spectaculaire, gespierde openingsaria, geeft in een stukje dialoog aan wie hij is (‘Caesar kwam, zag en overwon’) en manifesteert zich in zijn volgende aria’s als Cesare, de gedroomde man van actie. In zijn solo’s brengt hij zijn gruwelijke afkeer van zijn vijand Tolomeo tot uiting (met de strijkers in het orkest in een soort vrije val van verontwaardiging), maar ook zijn groeiende bewondering en liefde voor Cleopatra en zijn gewiekstheid en kracht als onderhandelaar (in een aria waarin de jachthoorn zijn viriliteit onderstreept).

Op haar beurt groeit Cleopatra in haar aria’s uit van eerzuchtig grietje tot een tragische heldin van statuur. Daarbij vertelt Händel ons in zijn muziek steeds meer over het karakter, maar geeft hij nooit alles weg en laat hij altijd ruimte voor andere facetten van het personage, tegenstrijdigheden zelfs – hét kenmerk van volwaardige menselijkheid. De Cleopatra van de eerste aria – meisjesachtig, olijk, spottend en licht pesterig – zal later in de opera zulke hartverscheurende solo’s hebben en weet elders als een volleerde vamp en gewiekst politica de machtige Caesar om haar vinger te winden en op te zetten tegen haar broer Tolomeo. Händel zorgt dat ze in haar veelzijdigheid altijd herkenbaar blijft.

Bernardi en Cuzzoni

Bij de eerste uitvoering van Giulio Cesare in Egitto werden de twee hoofdrollen gezongen door de castraat Francesco Bernardi (bijgenaamd Senesino) en de sopraan ­Francesca Cuzzoni. Ze waren zangers met een onmiskenbare sterrenstatus, ondanks het feit dat ze een dankbaar mikpunt vormden voor spotprenten uit die tijd: hij om zijn lange, vreemd uitgegroeide castratenlichaam en zij om haar kleine fysiek. ­Desalniettemin hadden ze vele bewonderaars en vertoonden vrouwen zich in de beau monde graag in de jurken die Cuzzoni op de bühne droeg.

In Händels opera kregen ze ieder acht aria’s te zingen. Waar de spaarzaam begeleide recitatieven de actie voortstuwen, bergen de aria’s gevoelens, opinies, tegenstrijdige emoties, tegenargumenten en conclusies in zich. Als vereenvoudigde betogen in driedelige ABA-vorm dagen ze de zanger uit om in het laatste deel door variaties op de melodie van het eerste deel zijn eigen draai aan de situatie te geven en de intensiteit naar eigen behoeven op te schroeven. Wat daar uitkomt, is altijd weer verrassend voor het publiek.

  • Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

    Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

  • Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

    Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

    in Egitto, 1724

Weduwe, zoon en broer

Ook de andere figuren – zoals Cornelia, de weduwe van Cesares rivaal Pompeo – komen tot leven in de muziek: in elke noot van haar aria’s is Cornelia de wereldwijze schoonheid van de ­Romeinse geschiedenis. In werkelijkheid stiefmoeder en voogdes van Pompeius’ zoon Sextus, is ze hier de beschermende moeder van een Sesto die voelt dat hij door de dood van zijn vader ­Pompeo als militair en gezinshoofd moet handelen – door wraak te nemen op de moordenaar Tolomeo – terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe zijn moeder, een lustobject voor diverse mannen in de opera, door de vijand op gruwelijke wijze vernederd wordt. De voor een vrouwenstem geschreven Sesto toont een versnelde groei naar volwassenheid, met wat minder uiteenlopende stemmingen dan Cleopatra, maar wel meer innerlijke vertwijfeling. Als we zeggen dat Cleopatra’s broer Tolomeo, tevens oorspronkelijk een rol voor castraat, een standvastig karakter is, dan is hij dat als een van de vervaarlijkste slechteriken uit de operaliteratuur: hij is ambitieus, wreed en licht ontvlambaar, met vleugjes Nero en Caligula in zijn handelwijze. Het gaat hem niet goed: hij eindigt alleen, zonder de steun van zijn rechterhand Achilla.

En zo houden Haym en Händel de opera spannend en kleurrijk, met een gewiekste mix van historische feiten en spannende verzinsels. De première­avond op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in Londen was een groot succes. In onze tijd is een Giulio Cesare altijd een benadering van wat er bij Händels eigen uitvoeringen gebeurde, maar een hedendaagse productie kan dichtbij het origineel komen: castraten zijn er niet meer, maar virtuoze sterzangers hebben we gelukkig nog wel.

Weduwe, zoon en broer

Ook de andere figuren – zoals Cornelia, de weduwe van Cesares rivaal Pompeo – komen tot leven in de muziek: in elke noot van haar aria’s is Cornelia de wereldwijze schoonheid van de ­Romeinse geschiedenis. In werkelijkheid stiefmoeder en voogdes van Pompeius’ zoon Sextus, is ze hier de beschermende moeder van een Sesto die voelt dat hij door de dood van zijn vader ­Pompeo als militair en gezinshoofd moet handelen – door wraak te nemen op de moordenaar Tolomeo – terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe zijn moeder, een lustobject voor diverse mannen in de opera, door de vijand op gruwelijke wijze vernederd wordt. De voor een vrouwenstem geschreven Sesto toont een versnelde groei naar volwassenheid, met wat minder uiteenlopende stemmingen dan Cleopatra, maar wel meer innerlijke vertwijfeling. Als we zeggen dat Cleopatra’s broer Tolomeo, tevens oorspronkelijk een rol voor castraat, een standvastig karakter is, dan is hij dat als een van de vervaarlijkste slechteriken uit de operaliteratuur: hij is ambitieus, wreed en licht ontvlambaar, met vleugjes Nero en Caligula in zijn handelwijze. Het gaat hem niet goed: hij eindigt alleen, zonder de steun van zijn rechterhand Achilla.

En zo houden Haym en Händel de opera spannend en kleurrijk, met een gewiekste mix van historische feiten en spannende verzinsels. De première­avond op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in Londen was een groot succes. In onze tijd is een Giulio Cesare altijd een benadering van wat er bij Händels eigen uitvoeringen gebeurde, maar een hedendaagse productie kan dichtbij het origineel komen: castraten zijn er niet meer, maar virtuoze sterzangers hebben we gelukkig nog wel.

  • Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

    Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

  • Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

    Giulio Cesare in Egitto

    door: Catherine Nieuwesteeg

Synopsis

Cesare is zijn rivaal Pompeo gevolgd tot in Egypte, waar laatstgenoemde vermoord is door de jonge Egyptische vorst Tolomeo. Juist als Cornelia Cesare om genade vraagt voor haar man Pompeo, brengt Tolomeo’s rechter­hand Achilla diens hoofd. Cornelia en Pompeo’s zoon Sesto zweren wraak. Tolomeo’s zus Cleopatra wil alleenheerseres van Egypte worden en haar broer afzetten. Ze sluit zich aan bij Cornelia en Sesto in hun strijd tegen Tolomeo. Met de hulp van haar rechterhand Nireno weet ze, aanvankelijk in vermomming, zelfs Cesares hulp in te roepen. Cesare wordt verleid door Cleopatra in de gedaante van dienares Lidia en wordt verliefd op haar. Intussen varen Cornelia en Sesto niet wel: ze worden gevangen gezet door Tolomeo, die Cornelia tot de zijne wil maken, maar die haar als vrouw beloofd heeft aan Achilla.

Terwijl Cleopatra als Lidia Cesare aan haar kant krijgt, probeert Tolomeo ook Cesare te vermoorden, maar die ontsnapt aan hem. Tolomeo dwingt Cornelia deel te worden van zijn harem. Cleopatra krijgt te horen dat Cesare verdronken is. Tolomeo neemt haar gevangen, maar ze wordt bevrijd door Cesare. Achilla, overgelopen naar Cleopatra’s kant, wordt gedood door Tolomeo. Sesto wreekt zich door Tolomeo te vermoorden als die zich aan Cornelia opdringt. Cesare maakt Cleopatra koningin van Egypte. 

Synopsis

Cesare is zijn rivaal Pompeo gevolgd tot in Egypte, waar laatstgenoemde vermoord is door de jonge Egyptische vorst Tolomeo. Juist als Cornelia Cesare om genade vraagt voor haar man Pompeo, brengt Tolomeo’s rechter­hand Achilla diens hoofd. Cornelia en Pompeo’s zoon Sesto zweren wraak. Tolomeo’s zus Cleopatra wil alleenheerseres van Egypte worden en haar broer afzetten. Ze sluit zich aan bij Cornelia en Sesto in hun strijd tegen Tolomeo. Met de hulp van haar rechterhand Nireno weet ze, aanvankelijk in vermomming, zelfs Cesares hulp in te roepen. Cesare wordt verleid door Cleopatra in de gedaante van dienares Lidia en wordt verliefd op haar. Intussen varen Cornelia en Sesto niet wel: ze worden gevangen gezet door Tolomeo, die Cornelia tot de zijne wil maken, maar die haar als vrouw beloofd heeft aan Achilla.

Terwijl Cleopatra als Lidia Cesare aan haar kant krijgt, probeert Tolomeo ook Cesare te vermoorden, maar die ontsnapt aan hem. Tolomeo dwingt Cornelia deel te worden van zijn harem. Cleopatra krijgt te horen dat Cesare verdronken is. Tolomeo neemt haar gevangen, maar ze wordt bevrijd door Cesare. Achilla, overgelopen naar Cleopatra’s kant, wordt gedood door Tolomeo. Sesto wreekt zich door Tolomeo te vermoorden als die zich aan Cornelia opdringt. Cesare maakt Cleopatra koningin van Egypte. 

door Hein van Eekert

Biografie

il Pomo d'Oro, ensemble

De naam van het in 2012 opgerichte oudemuziekgezelschap il Pomo d’Oro refereert aan de gelijknamige opera van Antonio Cesti uit 1666, een spectaculaire productie aan het hof van keizer Leopold I en Margaretha Theresia van Spanje. Sinds 2016 is Maxim Emelyanychev chef-dirigent en sinds 2018 is Francesco Corti vaste gastdirigent; ook concertmeester Zefira Valova leidt regelmatig orkestprojecten.

Het ensemble staat bekend om samenwerkingen met gerenommeerde zangers zoals alt Ann Hallenberg en de countertenoren Max Emanuel Cencic en Franco Fagioli, zowel in solorecitals als volledige opera’s, uitgevoerd dan wel opgenomen op prestigieuze podia wereldwijd. Recente producties zijn onder meer Wagners Wesendonck-Lie­der met mezzosopraan Joyce DiDonato en Händels Theodora; de opname daarvan won in 2023 de Choral Award van BBC Music Magazine.

Sinds 2023 werkt het ensemble aan een complete opname van Mozarts symfonieën, waarvan de eerste afleveringen inmiddels zijn verschenen. Il Pomo d’Oro verzorgde het Prinsengrachtconcert 2016 en debuteerde dat najaar in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw met In War & Peace – Harmony through Music met Joyce DiDonato; de bijbehorende cd won in 2017 een Gramophone Award en de combinatie il Pomo d’Oro en Joyce DiDonato kwam terug in maart 2022 met EDEN. Het meest recente optreden was op 16 december een barokprogramma in een slechts vijfkoppige bezetting in de Kleine Zaal, als onderdeel van de Spotlight-serie van Maxim Emelyanychev.

Francesco Corti, dirigent

De Italiaanse klavecinist en ­dirigent Francesco Corti ­studeerde in Perugia, Genève en ­Amsterdam. Hij won de Internationale Johann-­Sebastian-Bach-Wettbewerb Leipzig (2006) en een jaar later de MA Competition in Brugge. Francesco Corti heeft recitals gegeven in Europa, de Verenigde Staten, Canada, Latijns-Amerika, Azië en Nieuw-Zeeland.

Daarnaast treedt hij geregeld op met ensembles als Les Musiciens du Louvre (waarmee hij in november 2011 debuteerde in de Grote Zaal), Ensemble Zefiro, het Ba­ch ­Collegium Japan en Les Talens ­Lyriques. Sinds 2018 is hij vaste gastdirigent van il Pomo d’Oro; samen tourden ze door Europa met onder andere ­Händels ­Orlando, Radamisto en Tolomeo.

Als dirigent was hij ook te gast bij het Freiburger Barockorchester, het ­Kammerorchester Basel, Tafelmusik, B’Rock en de Nederlandse Bachvereniging. Zijn solo-album Bach: Little Books kreeg een Diapason d’Or en werd aangemerkt als ­Editor’s Choice door Gramophone.

Sinds ­januari 2023 is hij muzikaal leider van het ­Drottningholm Koninklijk ­Theater, waar hij onder andere The Fairy Queen (Purcell) en Armide (Lully) leidde. ­Francesco Corti geeft masterclasses in heel Europa, Latijns-Amerika en Azië. Sinds september 2016 is hij als klavecimbel­docent verbonden aan de Schola Cantorum Basiliensis.

Jakub Józef Orliński, countertenor

De Poolse countertenor Jakub Józef Orliński won voor zijn eerste album Anima Sacra (2018) meteen al een Opus Klassik, en zijn uitvoering van Vivaldi’s Vedrò con mio diletto op het Festival d’Aix-en-Provence in 2017 is online meer dan vier miljoen keer bekeken.

Datzelfde jaar studeerde hij, na het conservatorium en de opera-academie van Warschau, af bij Edith Wiens aan The Juilliard School of Music in New York. Zijn tweede cd Facce d’amore (2019) was aanleiding voor een tournee met il Pomo d’Oro.

Jakub Józef Orliński stond in ­Händels Agrippina naast Joyce DiDonato en maakte zijn ­Amerikaanse opera­debuut in San Francisco als Armindo in Händels Partenope. In de toonaan­gevende operahuizen van Berlijn, Zürich en Parijs vertolkte hij diverse rollen van Mozart en Händel.

Bij De Nationale Opera in Amsterdam debuteerde hij afgelopen januari met de mannelijke hoofdrol in Händels Semele. De zanger werd geëngageerd door oudemuziekgezelschappen als Les Arts Florissants, de Capella Cracoviensis, Les Musiciens du Louvre, L’Arpeggiata en The English Concert. In de spaar­zame tijd die hij over heeft, treedt Jakub Józef Orliński ook op als breakdancer en model.

Na zijn debuut in de Kleine Zaal in mei 2022 – met ­pianist Michał Biel – presenteerde hij in de Grote Zaal zijn soloprogramma’s Beyond (november 2023, met il Pomo d’Oro) en #LetsBaRock (september 2024).

Lees ook het interview met Jakub Józef Orliński: 'Mijn hele lichaam is mijn instrument'

Sandrine Piau, sopraan

Sandrine Piau werd bekend in de barokmuziek en bouwde van daaruit een breed repertoire op. Haar optredens brengen haar van New York tot Parijs, van Londen tot Tokio, München, Zürich, Salzburg en Hamburg. De rol van Cleopatra in Händels Giulio Cesare bracht haar eerder naar de Opéra de Paris.

In andere Händelopera’s stond de Franse sopraan op de Salzburger Festspiele (Dalinda in Ariodante), in De Munt in Brussel (titelrol Alcina) en in De Nationale Opera in Amsterdam (Alcina en Dalinda). Ze zong Mozart en Poulenc in het Théâtre des Champs-Élysées, Despina (Mozarts Cosí fan tutte) bij de Bayerische Staatsoper en Titania (A Midsummer Night’s Dream van Britten) op het Festival d’Aix-en-Provence. ­

Sandrine Piau werkte met dirigenten als ­Philippe Herreweghe, Ivor Bolton, René Jacobs, Marc Minkowski, ­Laurence Equilbey en Klaus Mäkelä, alsook met wijlen Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt. Recentelijk werd ze geëngageerd door ensembles als Pygmalion, Les Arts Florissants en Les Talens Lyriques. In 2006 kreeg Sandrine Piau de titel Chevalier de l’Ordre des Arts et Lettres en in 2009 was ze zangeres van het jaar bij de Victoires de la Musique.

In Het ­Concertgebouw was Sandrine Piau begin deze eeuw meermaals te beluisteren in Ba­chcantate-­uitvoeringen van Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir; haar laatste optreden was in november 2019 bij de NTR ZaterdagMatinee in de requiems van Jommelli en Mozart door het Coro e Orchestra Ghislieri.

Yuriy Mynenko, Countertenor

De Oekraïnse countertenor Yuriy Mynenko studeerde eerst piano en koordirectie, en daarna zang bij Yuriy Teterya aan het conservatorium van Odessa. Na zijn masteropleiding, waarin hij de overstap maakte van bariton naar countertenor, was hij van 2007 tot 2010 als docent verbonden aan hetzelfde instituut.

De zanger werd internationaal bekend als de eerste ­Oekraïense finalist én de eerste countertenor in de prestigieuze BBC Cardiff Singer of the World Competition.

Sindsdien trad hij op in vooraanstaande operahuizen en concertzalen en werkte hij samen met dirigenten als Teodor Currentzis, Marc Minkowski en Andris Nelsons. Yuriy Mynenko debuteerde in 2019 bij het Concertgebouworkest onder leiding van David Robertson in de ITA-voorstelling Dood in Venetië in het Koninklijk Theater Carré.

In het huidige seizoen vertolkt hij onder meer ­Adalberto in Händels Tamerlano (Göttingen ­Festival) en de titelrol van Giulio Cesare bij de operahuizen van Frankfurt en Leipzig. In Het Concertgebouw was Yuriy Mynenko voor het laatst te beluisteren in de NTR Zaterdag­Matinee van 8 november jongstleden, als Vitige in Händels Flavio door Concerto Köln.

Beth Taylor, mezzosopraan

Beth Taylor studeerde bij onder meer Jennifer Larmore aan het Royal Conservatoire of Schotland. Ze was in 2023 finalist van de BBC Cardiff Singer of the World Competition en won in 2019 de derde prijs van de Wigmore Hall Competition.

Recente hoogtepunten waren haar debuut in Carnegie Hall in New York tijdens een tournee door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk met The English Concert (Cornelia in Händels Giulio Cesare) en haar debuut bij de Opéra de Nancy in de titelrol van La Cenerentola (Rossini).

In het huidige seizoen debuteert ze onder andere bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra in Mahlers Tweede symfonie onder leiding van Gustavo Dudamel. In recitals werkt de Schotse ­mezzosopraan samen met pianisten als Julius Drake, Malcolm Martineau en Mathieu Pordoy.

Ze maakte haar debuut in Het Concertgebouw in 2019 in Mendelssohns oratorium Christus en Mozarts Mis in C groot in een uitvoering geleid door Jan Willem de Vriend. Met een recital tijdens het Mahler Festival 2025 debuteerde Beth Taylor inmiddels ook in de Kleine Zaal.

Rebecca Leggett, mezzosopraan

Rebecca Leggett studeerde in Londen aan het Trinity Laban Conservatoire en aan het Royal College of Music. Sinds haar deelname aan de elfde editie van Les Arts Florissants’ talentenprogramma Jardin des Voix treedt ze wereldwijd op met het ensemble in Purcells The Fairy Queen, in zalen als de Philharmonie de Paris, het Lincoln Center in New York en het Teatro alla Scala in Milaan.

Recente hoogtepunten zijn haar debuut in Carnegie Hall in New York tijdens een tournee ter gelegenheid van William Christies tachtigste verjaardag, en de rol van Piacere in Händels Il Tri­onfo del Tempo e del Disinganno tijdens een tournee door Europa.

In het huidige seizoen debuteert de Britse mezzosopraan bij de Academy of Ancient Music (Serse van Händel) en soleert ze bij het Monteverdi Choir & Orchestra, het Gabrieli Consort en The Sixteen. Rebecca Leggett is ook actief in het liedrepertoire, met recitals op onder meer Oxford Lieder, het London Song Festival en het Brighton Festival. Ze maakt haar debuut in Het Concertgebouw.

Alex Rosen, bas

Alex Rosen werd geboren in La Cañada (Californië) en begon zijn muziekopleiding aan het Peabody Conservatory in Baltimore en de Rice University in Houston. Hij vervolgde zijn studie aan The Juilliard School in New York bij onder anderen James Levine, Alan Gilbert, James Conlon en William Christie.

De Ameri­kaanse bas maakte zijn internationale debuut in 2018 bij Les Arts Florissants onder leiding van William ­Christie in tournees met Haydns Die Schöpfung en Händels Acis and Galatea. Sindsdien treedt hij wereldwijd op met oudemuziekensembles als Pygmalion, il Pomo d’Oro, het Jupiter Ensemble en Les Arts Florissants, en is hij een veelgevraagd solist bij bekende symfonieorkesten en opera­huizen.

Als lie­dzanger werkt hij nauw samen met pianist Michał Biel, met wie hij de tweede prijs won tijdens de International Hugo Wolf Academy Competition 2019. Alex Rosen zong slechts één keer eerder in Het Concertgebouw: in 2019 als Christus in Bachs Johannes-Passion met het Concertgebouworkest onder leiding van William Christie.

Marco Saccardin, bariton

De Italiaanse bariton Marco Saccardin studeerde aanvankelijk klassieke gitaar bij Monica Paolini in zijn geboortestad Rovigo en luit bij Massimo Lonardi aan het conservatorium van Pavia. Tijdens zijn instrumentale studies werd hij ook lid van het Coro Polifonico Città di Rovigo, onder leiding van Vittorio Zanon en Marco Scavazza.

Bij laatstgenoemde studeerde hij renaissance- en barokzang. Marco Saccardin trad op met diverse Italiaanse vocale en instrumentale ensembles. Sinds 2013 is hij lid van het Coro della Radiotelevisione Svizzera in Lugano, onder leiding van Diego Fasolis. Daarnaast werkt hij samen met ensembles als Il Canto di Orfeo en LaBarocca en is hij theorbespeler in het ensemble i Disinvolti.

Marco Saccardin geeft ook regelmatig recitals waarin hij zichzelf begeleidt op luit of chitarrone, zoals gebruikelijk was in Italië aan het begin van de zeventiende eeuw. Met de rol van Curio in ­Händels Giulio Cesare maakt de bariton zijn debuut in Het Concertgebouw.

Rémy Brès-Feuillet, countertenor

Na het afronden van een rechtenstudie en een opleiding als accordeonist studeerde Rémy Brès-Feuillet zang bij Magali Damonte in Marseille en bij Mareike Schellenberger in Aix-en-Provence. De Franse countertenor deed zijn eerste podiumervaringen op bij het Théâtre des Calanques in Marseille, waar hij deelnam aan verschillende hedendaagse producties, zoals Les Mariés de l’Apocalypse.

Als lid van Génération Opéra en Opéra Fuoco werd hij bekroond met de Young Artist Award tijdens de Cesti-competitie 2021 (Innsbrucker Festwochen der Alten Musik). Sindsdien wordt de countertenor regelmatig uitgenodigd door belangrijke operatheaters en groepen als il Pomo d’Oro, Ensemble Matheus, Le Banquet Céleste en La Palatine, onder leiding van dirigenten als Francesco Corti en Ottavio Dantone.

Recentelijk vertolkte hij Nireno in Händels Giulio Cesare aan de Opéra Natio­nal de Paris en de titelrol in Händels Flavio tijdens het Bayreuth Baroque Festival. Met die laatste rol maakte Rémy Brès-Feuillet afgelopen november zijn debuut in Het Concertgebouw met Concerto Köln tijdens de NTR ZaterdagMatinee.