Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Componiste Julia Wolfe: ‘Ik hou ervan als iedereen uit zijn dak gaat!’

door Thea Derks
14 dec. 2021 14 december 2021

Het eerste concert in de Made in America-maand van het Concertgebouworkest opent met de Nederlandse première van het opgewekte Fountain of Youth van Julia Wolfe. ‘Muziek heeft een soort magie die ons veerkrachtig houdt.’

  • Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

    Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

  • Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

    Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

Julia Wolfe is al jaren een household name in de wereld van de moderne muziek. Ook in Nederland. Ze studeerde bij de afgelopen juli overleden Louis Andriessen, inspirator van het in 1987 mede door haar opgerichte Bang on a Can. Dit ensemble speelt – sinds 1992 als Bang on a Can All Stars – versterkt en bestaat uit een mix van instrumenten uit de klassieke muziekwereld en pop. De elektrische gitaar, die Andriessen ook graag inzette, behoort tot de standaardbezetting. De muziek is vaak sterk repetitief en wordt wel omschreven als ‘post-minimalisme’ of ‘alt-classical’.

Ook Wolfe maakt ruimhartig gebruik van repetitieve patronen, die ze tot spannende composities weeft, vaak met een maatschappelijk betrokken thematiek. In 2015 won ze de Pulitzer Prize met haar op het zware leven van mijnwerkers geïnspireerde oratorium Anthracite Fields. Dit beleefde twee jaar later zijn Nederlandse ­première in het Muziekgebouw in Amsterdam. Eerder al klonk daar haar eveneens avondvullende Steel Hammer, over de ongelijke strijd tussen mens en machine. Ook voor de NTR ZaterdagMatinee, de Gaudeamus Muziekweek en ensembles als Asko|Schönberg is Wolfe bepaald geen onbekende. 

Voorbij het alledaagse

Bij het Concertgebouworkest staat deze maand haar korte, maar krachtige Fountain of Youth op de lessenaar. Ze componeerde het in 2019 voor het New World Symphony Orchestra. Chef-­dirigent Michael Tilson Thomas vroeg haar een stuk te schrijven met ‘serious fun’. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Wolfe: ‘Het idee was een levendig stuk te componeren dat het orkest laat schitteren en doet verjongen. En wat is er verkwikkender dan een Bron van de Eeuwige Jeugd? De zoektocht naar deze zowel in letterlijke als figuurlijke zin verjongende bron duurt al eeuwen voort; Herodotus lokaliseerde hem in het huidige Ethiopië.’ ‘Ik vind het een fantastisch beeld’, vervolgt Wolfe. ‘Mensen die zich ­onderdompelen in een bron en voor eeuwig worden gerevitaliseerd. Ik dacht na over hoe transformerend muziek is, hoe zij toegang heeft tot een deel van de hersenen, een deel van onszelf dat voorbij de logica ligt, voorbij het alledaagse. Muziek kan ons genezen, geestelijk door elkaar schudden en zelfs lichamelijk veranderen. Bovendien is muziek zelf onsterfelijk. Omdat zij immaterieel is, kan zij niet fysiek aftakelen zoals een gebouw, of een persoon.’

Julia Wolfe is al jaren een household name in de wereld van de moderne muziek. Ook in Nederland. Ze studeerde bij de afgelopen juli overleden Louis Andriessen, inspirator van het in 1987 mede door haar opgerichte Bang on a Can. Dit ensemble speelt – sinds 1992 als Bang on a Can All Stars – versterkt en bestaat uit een mix van instrumenten uit de klassieke muziekwereld en pop. De elektrische gitaar, die Andriessen ook graag inzette, behoort tot de standaardbezetting. De muziek is vaak sterk repetitief en wordt wel omschreven als ‘post-minimalisme’ of ‘alt-classical’.

Ook Wolfe maakt ruimhartig gebruik van repetitieve patronen, die ze tot spannende composities weeft, vaak met een maatschappelijk betrokken thematiek. In 2015 won ze de Pulitzer Prize met haar op het zware leven van mijnwerkers geïnspireerde oratorium Anthracite Fields. Dit beleefde twee jaar later zijn Nederlandse ­première in het Muziekgebouw in Amsterdam. Eerder al klonk daar haar eveneens avondvullende Steel Hammer, over de ongelijke strijd tussen mens en machine. Ook voor de NTR ZaterdagMatinee, de Gaudeamus Muziekweek en ensembles als Asko|Schönberg is Wolfe bepaald geen onbekende. 

Voorbij het alledaagse

Bij het Concertgebouworkest staat deze maand haar korte, maar krachtige Fountain of Youth op de lessenaar. Ze componeerde het in 2019 voor het New World Symphony Orchestra. Chef-­dirigent Michael Tilson Thomas vroeg haar een stuk te schrijven met ‘serious fun’. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Wolfe: ‘Het idee was een levendig stuk te componeren dat het orkest laat schitteren en doet verjongen. En wat is er verkwikkender dan een Bron van de Eeuwige Jeugd? De zoektocht naar deze zowel in letterlijke als figuurlijke zin verjongende bron duurt al eeuwen voort; Herodotus lokaliseerde hem in het huidige Ethiopië.’ ‘Ik vind het een fantastisch beeld’, vervolgt Wolfe. ‘Mensen die zich ­onderdompelen in een bron en voor eeuwig worden gerevitaliseerd. Ik dacht na over hoe transformerend muziek is, hoe zij toegang heeft tot een deel van de hersenen, een deel van onszelf dat voorbij de logica ligt, voorbij het alledaagse. Muziek kan ons genezen, geestelijk door elkaar schudden en zelfs lichamelijk veranderen. Bovendien is muziek zelf onsterfelijk. Omdat zij immaterieel is, kan zij niet fysiek aftakelen zoals een gebouw, of een persoon.’

  • Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

    Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

  • Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

    Julia Wolfe

    foto: Marc Lennihan

Fris en gruizig

Zoals in veel van haar werk gebruikt Wolfe in Fountain of Youth een elektrische basgitaar. ‘Elektrische instrumenten kunnen de klank van het orkest veranderen, bijvoorbeeld door te versmelten met blazers, strijkers en of koperblazers. In Fountain of Youth geeft de basgitaar een extra diepte aan het lage register.’

Ook volksinstrumenten zijn een constante in haar muziek, ze speelde zelf folkmuziek. Fountain of Youth opent met ritmisch geschraap op vier wasborden, dat associaties oproept met het overdonderende geraas van een immense waterval. ‘Die wasborden heb ik gekozen om een fris, gruizig geluid te creëren’, verklaart ze. ‘Vroeger (maar op sommige plaatsen nog altijd), waste men zijn kleren in een tobbe, al schrobbend op die geribbelde metalen platen. Nu dienen ze vooral als slagwerkinstrument in de folk. Die rauwe, directe zinnelijkheid loopt als rode draad door mijn oeuvre.’ 

‘Ik heb weliswaar nooit specifiek gezocht naar een fontein van de jeugd, maar heb wel het gevoel dat een leven in muziek regeneratief kan zijn’

Amerikaanse gekte

De thematiek van Fountain of Youth is persoonlijk, zei ze in een eerder interview. Ging ze ooit zelf op zoek naar een bron van eeuwige jeugd? Wolfe moet lachen: ‘Dat niet, maar componeren is voor mij altijd een manier om zowel naar binnen als naar buiten te kijken. Wanneer ik historische onderwerpen aansnijd, geef ik een persoonlijk en emotioneel antwoord op de gebeurtenissen. Ik heb weliswaar nooit specifiek gezocht naar een fontein van de jeugd, maar heb wel het gevoel dat een leven in muziek regeneratief kan zijn. Zij heeft een soort magie die ons veerkrachtig houdt.’

Het werk is uiterst energiek en dendert in sneltreinvaart naar een overrompelend einde. Stijgende en dalende glissando’s, stampende ritmiek en schrille, dissonante kreten creëren een schijnbare chaos die herinneringen oproept aan de tegendraadse composities van Charles Ives. ‘Ik kan me helemaal vinden in die associatie’, zegt Wolfe. ‘Ives werd geïnspireerd door marcherende fanfares die in verschillende toonsoorten speelden en elkaar op het stadsplein passeerden. Ik geniet van zulke luidruchtige, dissonante passages, er zit een speelse inventiviteit in de botsing tussen die verschillende klanken. Er loopt een lijn van Ives via Gershwin en Bernstein naar de moderne tijd, een soort Amerikaanse gekte. Populaire muziek en dansritmes razen door hun muziek en de mijne. Ik hou ervan als iedereen uit zijn dak gaat!’ 

Tijdens het componeren beleefde ze het meeste plezier aan het luide gekras aan het begin, bekent ze: ‘Ik stelde me voor dat de dirigent het podium oploopt, zijn of haar handen omhoog steekt waarop zo’n compromisloze muur van geluid losbarst. Dat was lachen.’

Fris en gruizig

Zoals in veel van haar werk gebruikt Wolfe in Fountain of Youth een elektrische basgitaar. ‘Elektrische instrumenten kunnen de klank van het orkest veranderen, bijvoorbeeld door te versmelten met blazers, strijkers en of koperblazers. In Fountain of Youth geeft de basgitaar een extra diepte aan het lage register.’

Ook volksinstrumenten zijn een constante in haar muziek, ze speelde zelf folkmuziek. Fountain of Youth opent met ritmisch geschraap op vier wasborden, dat associaties oproept met het overdonderende geraas van een immense waterval. ‘Die wasborden heb ik gekozen om een fris, gruizig geluid te creëren’, verklaart ze. ‘Vroeger (maar op sommige plaatsen nog altijd), waste men zijn kleren in een tobbe, al schrobbend op die geribbelde metalen platen. Nu dienen ze vooral als slagwerkinstrument in de folk. Die rauwe, directe zinnelijkheid loopt als rode draad door mijn oeuvre.’ 

‘Ik heb weliswaar nooit specifiek gezocht naar een fontein van de jeugd, maar heb wel het gevoel dat een leven in muziek regeneratief kan zijn’

Amerikaanse gekte

De thematiek van Fountain of Youth is persoonlijk, zei ze in een eerder interview. Ging ze ooit zelf op zoek naar een bron van eeuwige jeugd? Wolfe moet lachen: ‘Dat niet, maar componeren is voor mij altijd een manier om zowel naar binnen als naar buiten te kijken. Wanneer ik historische onderwerpen aansnijd, geef ik een persoonlijk en emotioneel antwoord op de gebeurtenissen. Ik heb weliswaar nooit specifiek gezocht naar een fontein van de jeugd, maar heb wel het gevoel dat een leven in muziek regeneratief kan zijn. Zij heeft een soort magie die ons veerkrachtig houdt.’

Het werk is uiterst energiek en dendert in sneltreinvaart naar een overrompelend einde. Stijgende en dalende glissando’s, stampende ritmiek en schrille, dissonante kreten creëren een schijnbare chaos die herinneringen oproept aan de tegendraadse composities van Charles Ives. ‘Ik kan me helemaal vinden in die associatie’, zegt Wolfe. ‘Ives werd geïnspireerd door marcherende fanfares die in verschillende toonsoorten speelden en elkaar op het stadsplein passeerden. Ik geniet van zulke luidruchtige, dissonante passages, er zit een speelse inventiviteit in de botsing tussen die verschillende klanken. Er loopt een lijn van Ives via Gershwin en Bernstein naar de moderne tijd, een soort Amerikaanse gekte. Populaire muziek en dansritmes razen door hun muziek en de mijne. Ik hou ervan als iedereen uit zijn dak gaat!’ 

Tijdens het componeren beleefde ze het meeste plezier aan het luide gekras aan het begin, bekent ze: ‘Ik stelde me voor dat de dirigent het podium oploopt, zijn of haar handen omhoog steekt waarop zo’n compromisloze muur van geluid losbarst. Dat was lachen.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.