Frank Martin en het Concertgebouworkest
door Johan Giskes 10 jan. 2026 10 januari 2026
Het komt zelden voor dat het Concertgebouworkest een muziekstuk speelt ter gelegenheid van de verjaardag van een nog levende componist. Het overkwam Frank Martin met zijn Vioolconcert.
Frank Martin (Genève 1890–Naarden 1974) is een van de componisten die – weliswaar beperkt, maar niet onbelangrijk – deel uitmaken van de muzikale historie van het Concertgebouworkest en Het Concertgebouw. In 1946 vestigde hij zich met zijn Nederlandse vrouw Maria Boeke in Nederland. Vanaf februari 1948 stonden er composities van hem op de lessenaars van het Concertgebouworkest.
Op 16 oktober 1960, kort na de zeventigste verjaardag van Martin, speelde het voor het eerst zijn Vioolconcert, geschreven in 1950-51. De 31-jarige Bernard Haitink dirigeerde, de Amsterdamse violist Jo Juda (1909 –1985) trad op als solist. Juda had al een flinke carrière achter de rug en had Martins soloconcert meermaals in Nederland uitgevoerd. In de periode 1963-1974 zou hij als eerste concertmeester deel uitmaken van het Concertgebouworkest.
Zuiverheid en kracht
Preludium schetste in oktober 1960 de ontwikkeling van Martin als componist en beschreef wat er zo boeiend aan zijn composities was. En in het programmaboekje van 16 oktober citeert artistiek leider Marius Flothuis de componist uitvoerig over hoe het vioolconcert tot stand kwam en waarom het zo geschreven is.
Opvallend is ook het aantal keren dat orkestleden als solist optraden
Ook geeft hij een reactie van Martin weer na een uitvoering ervan door Jo Juda in 1958: ‘Ik wil u zonder omhaal vertellen hoeveel plezier u mij met deze uitvoering heeft bezorgd. Ik heb grote bewondering voor zowel uw diepgaande begrip van dit stuk als de zuiverheid en kracht van uw spel, twee kwaliteiten die niet vaak samen voorkomen.’
Dankbaar concert
Het wekt dan ook geen verbazing dat Het Parool na de uitvoering in 1960 ‘Jo Juda meesterlijk in Martins vioolconcert’ boven de concertbespreking plaatste, de Volkskrant onder meer ‘Uitstekend spel van Jo Juda’ noteerde, en Het Vrije Volk ‘Martins vioolconcert: geen onbehoorlijke noot…’. De muziekrecensent van De Telegraaf daarentegen vond het ‘een vermoeiend werk, dat men niet tweemaal achter elkaar maar wel in de naaste toekomst nog eens zou willen horen’. De Tijd / de Maasbode noemde het Vioolconcert bleek, monochroom en monotoon. Aan het spel van Jo Juda zal het niet hebben gelegen.
De verklaring ligt waarschijnlijk in wat Het Parool zijn lezers meegaf. ‘Het is, wat men pleegt te noemen, een dankbaar concert; men dient dit woord ‘dankbaar’ dan echter bepaald niet te associëren met de begrippen ‘gemakkelijk’ en ‘prettig van inhoud en taal’ omdat het daarvoor te serieus en te doorwrocht is.’ Herhalingen door het Concertgebouworkest kwamen er al in oktober 1961.
Frank Martin (Genève 1890–Naarden 1974) is een van de componisten die – weliswaar beperkt, maar niet onbelangrijk – deel uitmaken van de muzikale historie van het Concertgebouworkest en Het Concertgebouw. In 1946 vestigde hij zich met zijn Nederlandse vrouw Maria Boeke in Nederland. Vanaf februari 1948 stonden er composities van hem op de lessenaars van het Concertgebouworkest.
Op 16 oktober 1960, kort na de zeventigste verjaardag van Martin, speelde het voor het eerst zijn Vioolconcert, geschreven in 1950-51. De 31-jarige Bernard Haitink dirigeerde, de Amsterdamse violist Jo Juda (1909 –1985) trad op als solist. Juda had al een flinke carrière achter de rug en had Martins soloconcert meermaals in Nederland uitgevoerd. In de periode 1963-1974 zou hij als eerste concertmeester deel uitmaken van het Concertgebouworkest.
Zuiverheid en kracht
Preludium schetste in oktober 1960 de ontwikkeling van Martin als componist en beschreef wat er zo boeiend aan zijn composities was. En in het programmaboekje van 16 oktober citeert artistiek leider Marius Flothuis de componist uitvoerig over hoe het vioolconcert tot stand kwam en waarom het zo geschreven is.
Opvallend is ook het aantal keren dat orkestleden als solist optraden
Ook geeft hij een reactie van Martin weer na een uitvoering ervan door Jo Juda in 1958: ‘Ik wil u zonder omhaal vertellen hoeveel plezier u mij met deze uitvoering heeft bezorgd. Ik heb grote bewondering voor zowel uw diepgaande begrip van dit stuk als de zuiverheid en kracht van uw spel, twee kwaliteiten die niet vaak samen voorkomen.’
Dankbaar concert
Het wekt dan ook geen verbazing dat Het Parool na de uitvoering in 1960 ‘Jo Juda meesterlijk in Martins vioolconcert’ boven de concertbespreking plaatste, de Volkskrant onder meer ‘Uitstekend spel van Jo Juda’ noteerde, en Het Vrije Volk ‘Martins vioolconcert: geen onbehoorlijke noot…’. De muziekrecensent van De Telegraaf daarentegen vond het ‘een vermoeiend werk, dat men niet tweemaal achter elkaar maar wel in de naaste toekomst nog eens zou willen horen’. De Tijd / de Maasbode noemde het Vioolconcert bleek, monochroom en monotoon. Aan het spel van Jo Juda zal het niet hebben gelegen.
De verklaring ligt waarschijnlijk in wat Het Parool zijn lezers meegaf. ‘Het is, wat men pleegt te noemen, een dankbaar concert; men dient dit woord ‘dankbaar’ dan echter bepaald niet te associëren met de begrippen ‘gemakkelijk’ en ‘prettig van inhoud en taal’ omdat het daarvoor te serieus en te doorwrocht is.’ Herhalingen door het Concertgebouworkest kwamen er al in oktober 1961.
Uitvoeringen
Omdat Martin weinig zuivere orkestmuziek schreef, bleef tot nu toe het aantal uitvoeringen van zijn werken door het Concertgebouworkest beperkt tot 75. Maar die uitvoeringen vonden wel plaats onder een rijke verscheidenheid aan dirigenten: Bernard Haitink (13), Eugen Jochum (14) en Riccardo Chailly (12) en enkele uitvoeringen met onder anderen Eduard van Beinum, Ferenc Fricsay, Erich Leinsdorf, Josef Krips, Antal Doráti en Charles Dutoit.
Opvallend is ook het aantal keren dat orkestleden als solist optraden. Het grote oratorium Golgotha werd waardig bevonden om in 2013 ter afwisseling van Bachs Passionen te worden geprogrammeerd en vormt in de uitvoering onder Stéphane Denève een indrukwekkende herinnering.
Vriendschap & verdiensten
Frank Martin had niet alleen een nauwe relatie met het Concertgebouworkest, en vanaf 1946 met Marius Flothuis als componist, maar evenzeer met Het Concertgebouw. Zijn muziek klonk in de Grote en Kleine Zaal in diverse concerten van onder meer de Eigen Programmering. Bovendien maakte Martin deel uit van de jury van de compositieprijsvraag ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de serie Concertgebouw-Kamermuziek.
Na zijn overlijden in 1974 ontving Martins weduwe dan ook een condoleance namens de Raad van Bestuur van Het Concertgebouw met onder meer de verzekering dat haar man in ere zou worden gehouden. Daarbij werden zijn grote verdiensten voor het Nederlandse muziekleven onderstreept. Dolf van Dantzig en Hein van Royen, zakelijk respectievelijk artistiek leider van het Concertgebouworkest, noemden het overlijden een groot verlies voor de Nederlandse muziekwereld en toonden zich dankbaar voor de uitvoeringen van zijn werk en hun veelvuldig contact met hem persoonlijk.
Dat Martins muziek nog altijd wordt uitgevoerd toont het voortdurend belang van de Zwitsers-Nederlandse componist.
wo 18 & do 19 februari | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Frank Peter Zimmermann viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
Uitvoeringen
Omdat Martin weinig zuivere orkestmuziek schreef, bleef tot nu toe het aantal uitvoeringen van zijn werken door het Concertgebouworkest beperkt tot 75. Maar die uitvoeringen vonden wel plaats onder een rijke verscheidenheid aan dirigenten: Bernard Haitink (13), Eugen Jochum (14) en Riccardo Chailly (12) en enkele uitvoeringen met onder anderen Eduard van Beinum, Ferenc Fricsay, Erich Leinsdorf, Josef Krips, Antal Doráti en Charles Dutoit.
Opvallend is ook het aantal keren dat orkestleden als solist optraden. Het grote oratorium Golgotha werd waardig bevonden om in 2013 ter afwisseling van Bachs Passionen te worden geprogrammeerd en vormt in de uitvoering onder Stéphane Denève een indrukwekkende herinnering.
Vriendschap & verdiensten
Frank Martin had niet alleen een nauwe relatie met het Concertgebouworkest, en vanaf 1946 met Marius Flothuis als componist, maar evenzeer met Het Concertgebouw. Zijn muziek klonk in de Grote en Kleine Zaal in diverse concerten van onder meer de Eigen Programmering. Bovendien maakte Martin deel uit van de jury van de compositieprijsvraag ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de serie Concertgebouw-Kamermuziek.
Na zijn overlijden in 1974 ontving Martins weduwe dan ook een condoleance namens de Raad van Bestuur van Het Concertgebouw met onder meer de verzekering dat haar man in ere zou worden gehouden. Daarbij werden zijn grote verdiensten voor het Nederlandse muziekleven onderstreept. Dolf van Dantzig en Hein van Royen, zakelijk respectievelijk artistiek leider van het Concertgebouworkest, noemden het overlijden een groot verlies voor de Nederlandse muziekwereld en toonden zich dankbaar voor de uitvoeringen van zijn werk en hun veelvuldig contact met hem persoonlijk.
Dat Martins muziek nog altijd wordt uitgevoerd toont het voortdurend belang van de Zwitsers-Nederlandse componist.
wo 18 & do 19 februari | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Frank Peter Zimmermann viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma