Festival Mind the Gap! Worksongs, spirituals & kunstliederen met Reginald Mobley
Kleine Zaal 21 juni 2026 20.15 uur
Reginald Mobley countertenor
Baptiste Trotignon piano
Dit concert maakt deel uit van het festival Mind the Gap!
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Countertenor Reginald Mobley: ‘Mijn zingen is een talent, maar ook een lotsbestemming’
- Vergeten pioniers: de herontdekking van zwarte componisten
BECAUSE
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
My Lord What a Morning
Nobody Knows the Trouble I’ve Seen
A Great Campmeetin’
Florence Price (1887-1953)
Because (jaartal onbekend)
Henry Thacker Burleigh (1866-1949)
Jean (1914)
Traditioneel, arrangement Patrick Dupré Quigley
Steal Away
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
Save me Lord
Baptiste Trotignon (1974)
improvisatie voor piano solo
Florence Price
Sunset (1938)
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
Deep River
I Got a Robe
Were You There
Sometimes I Feel Like a Motherless Child
Bright Sparkles in the Churchyard
er is geen pauze
einde ± 21.15 uur
Reginald Mobley countertenor
Baptiste Trotignon piano
Dit concert maakt deel uit van het festival Mind the Gap!
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Countertenor Reginald Mobley: ‘Mijn zingen is een talent, maar ook een lotsbestemming’
- Vergeten pioniers: de herontdekking van zwarte componisten
BECAUSE
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
My Lord What a Morning
Nobody Knows the Trouble I’ve Seen
A Great Campmeetin’
Florence Price (1887-1953)
Because (jaartal onbekend)
Henry Thacker Burleigh (1866-1949)
Jean (1914)
Traditioneel, arrangement Patrick Dupré Quigley
Steal Away
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
Save me Lord
Baptiste Trotignon (1974)
improvisatie voor piano solo
Florence Price
Sunset (1938)
Traditioneel, arrangement Baptiste Trotignon
Deep River
I Got a Robe
Were You There
Sometimes I Feel Like a Motherless Child
Bright Sparkles in the Churchyard
er is geen pauze
einde ± 21.15 uur
Toelichting
Toelichting
Het christendom is sinds mensenheugenis een grote inspiratiebron voor componisten. Dat bewijst ruim duizend jaar muzieknotatie, uitgevonden door een monnik. Godsdienst en muziek delen de zin voor mysterie. En dat geldt zeker voor de liederen waarin tot slaaf gemaakte Afrikanen troost en kracht vonden op de plantages in de Verenigde Staten. Hun overgeleverde spirituals vermengen muzikale tradities van ‘thuis’ met het christelijke geloof dat zij kregen opgedrongen en dat langzaam de plek innam van de verschillende lokale religies waarin ze zelf waren grootgebracht.
En met de taal van Christus konden ze ook de slavenhouders om de oren slaan. Een goed voorbeeld hiervan is I Got a Robe, waarin elk couplet eindigt met de bijtende zin: Everybody talkin’ ’bout Heaven ain’t goin’ there! (‘Iedereen die de mond vol heeft van de hemel zal er niet heengaan!’). Wat begon met de spirituals op de plantages, ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot tal van zwarte genres: te beginnen met gospel in de zwarte kerken, liederen van hoop en verwachting, maar ook het wereldse leed in blues, de sensualiteit in soul, de extatische bedwelming van de dans in funk, de rauwe maatschappijkritiek in de hiphop.
De Amerikaanse countertenor Reginald Mobley en – met name – de Franse pianist Baptiste Trotignon vertaalden liederen die aan de wieg stonden van de zwarte muziek naar de jazz. Dat resulteert erin dat ze de melodieën behouden, maar dat de piano daaronder een heel eigen stem krijgt. De noten zijn niet meer uitsluitend dienstbaar aan de woorden, maar gaan ermee in gesprek. Toen muzikaal Amerika eind negentiende eeuw voor een eigen klassieke traditie verwachtingsvol naar de geïmporteerde Tsjechische componist Antonín Dvořák keek, wees de Oost-Europeaan hen fijntjes op de Afro-muzikale erfenis. ‘In de zwarte melodieën van Amerika ontdek ik alles wat nodig is voor een grote en edele school van muziek.’ Hij liet het zelf horen in zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten
Het mocht niet zo zijn: de zwarte muziek ontwikkelde zich grotendeels los van de witte klassieke traditie. Maar zo’n honderd jaar na de Harlem Renaissance, de opkomst van de Afro-Amerikaanse kunstvormen in deze buitenwijk van Manhattan, verandert dat. De deuren van de West-Europese klassieke canon openen zich voor stemmen en klanken uit andere culturen. Festival Mind the Gap! is daar een voorbeeld van.
En waarom niet? De poëzie van met pijn vermengde hoop uit spirituals als Bright Sparkles in the Churchyard, A Great Campmeetin’ of het beroemde Deep River zijn moderne versies van de psalmen van de bijbelse dichter-zanger: koning David. Hun symboliek en metaforen ontlenen deze spirituals vooral aan het Nieuwe Testament. In Bright Sparkles in the Churchyard bijvoorbeeld vraagt de zanger zijn ‘moeder’ de hele dag zijn wieg te schommelen. Onderzoekers denken dat deze ‘moeder’ ook de Kerk of Afrika kan belichamen. De heldere schittering op het kerkhof zou kunnen verwijzen naar de Afrikaanse gewoonte om rond een graf glasscherven te leggen en andere dingen die in de zon gaan schitteren.
Sommige theologen vergelijken Nobody Knows the Trouble I’ve Seen met Psalm 139 – Heer, U doorgrondt mij, U ontwart al de geheimen van mijn hart, de smeekbede van een eenzame ziel die op onbegrip stuit in de wereld en zich in zijn wanhoop tot God wendt, of tot Jezus in het geval van Nobody Knows.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten. Zoals bij het bevrijdende A Great Campmeetin’, dat zou zijn ontstaan na de dood van een plantagehouder. De zwarte tot slaaf gemaakten mochten van hem nooit zingen of bidden waar hij ze kon horen. Zijn weduwe stond hen daarna toe dat wel te doen in de avonden. ‘Gonna sing and never tire’, konden ze nu uitschreeuwen. ‘There is a great camp meeting in the promised land.’
Dat beloofde land is een rode draad in de spirituals, want van het leven op aarde hadden de tot slaaf gemaakten weinig goeds te verwachten. En dus richtten ze zich op het hiernamaals: de trompet waarmee God zijn gelovigen roept in Steal Away en My Lord What a Morning, de heaven in Save me Lord, de campground in Deep River en the golden town in het lied Sunset (overigens geen spiritual maar een door Florence Price getoonzet gedicht van de onbekende Odessa P. Elder).
En zo gloort – hoe actueel – te midden van alle ellende ook steeds de hoop op betere tijden.
Het christendom is sinds mensenheugenis een grote inspiratiebron voor componisten. Dat bewijst ruim duizend jaar muzieknotatie, uitgevonden door een monnik. Godsdienst en muziek delen de zin voor mysterie. En dat geldt zeker voor de liederen waarin tot slaaf gemaakte Afrikanen troost en kracht vonden op de plantages in de Verenigde Staten. Hun overgeleverde spirituals vermengen muzikale tradities van ‘thuis’ met het christelijke geloof dat zij kregen opgedrongen en dat langzaam de plek innam van de verschillende lokale religies waarin ze zelf waren grootgebracht.
En met de taal van Christus konden ze ook de slavenhouders om de oren slaan. Een goed voorbeeld hiervan is I Got a Robe, waarin elk couplet eindigt met de bijtende zin: Everybody talkin’ ’bout Heaven ain’t goin’ there! (‘Iedereen die de mond vol heeft van de hemel zal er niet heengaan!’). Wat begon met de spirituals op de plantages, ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot tal van zwarte genres: te beginnen met gospel in de zwarte kerken, liederen van hoop en verwachting, maar ook het wereldse leed in blues, de sensualiteit in soul, de extatische bedwelming van de dans in funk, de rauwe maatschappijkritiek in de hiphop.
De Amerikaanse countertenor Reginald Mobley en – met name – de Franse pianist Baptiste Trotignon vertaalden liederen die aan de wieg stonden van de zwarte muziek naar de jazz. Dat resulteert erin dat ze de melodieën behouden, maar dat de piano daaronder een heel eigen stem krijgt. De noten zijn niet meer uitsluitend dienstbaar aan de woorden, maar gaan ermee in gesprek. Toen muzikaal Amerika eind negentiende eeuw voor een eigen klassieke traditie verwachtingsvol naar de geïmporteerde Tsjechische componist Antonín Dvořák keek, wees de Oost-Europeaan hen fijntjes op de Afro-muzikale erfenis. ‘In de zwarte melodieën van Amerika ontdek ik alles wat nodig is voor een grote en edele school van muziek.’ Hij liet het zelf horen in zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten
Het mocht niet zo zijn: de zwarte muziek ontwikkelde zich grotendeels los van de witte klassieke traditie. Maar zo’n honderd jaar na de Harlem Renaissance, de opkomst van de Afro-Amerikaanse kunstvormen in deze buitenwijk van Manhattan, verandert dat. De deuren van de West-Europese klassieke canon openen zich voor stemmen en klanken uit andere culturen. Festival Mind the Gap! is daar een voorbeeld van.
En waarom niet? De poëzie van met pijn vermengde hoop uit spirituals als Bright Sparkles in the Churchyard, A Great Campmeetin’ of het beroemde Deep River zijn moderne versies van de psalmen van de bijbelse dichter-zanger: koning David. Hun symboliek en metaforen ontlenen deze spirituals vooral aan het Nieuwe Testament. In Bright Sparkles in the Churchyard bijvoorbeeld vraagt de zanger zijn ‘moeder’ de hele dag zijn wieg te schommelen. Onderzoekers denken dat deze ‘moeder’ ook de Kerk of Afrika kan belichamen. De heldere schittering op het kerkhof zou kunnen verwijzen naar de Afrikaanse gewoonte om rond een graf glasscherven te leggen en andere dingen die in de zon gaan schitteren.
Sommige theologen vergelijken Nobody Knows the Trouble I’ve Seen met Psalm 139 – Heer, U doorgrondt mij, U ontwart al de geheimen van mijn hart, de smeekbede van een eenzame ziel die op onbegrip stuit in de wereld en zich in zijn wanhoop tot God wendt, of tot Jezus in het geval van Nobody Knows.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten. Zoals bij het bevrijdende A Great Campmeetin’, dat zou zijn ontstaan na de dood van een plantagehouder. De zwarte tot slaaf gemaakten mochten van hem nooit zingen of bidden waar hij ze kon horen. Zijn weduwe stond hen daarna toe dat wel te doen in de avonden. ‘Gonna sing and never tire’, konden ze nu uitschreeuwen. ‘There is a great camp meeting in the promised land.’
Dat beloofde land is een rode draad in de spirituals, want van het leven op aarde hadden de tot slaaf gemaakten weinig goeds te verwachten. En dus richtten ze zich op het hiernamaals: de trompet waarmee God zijn gelovigen roept in Steal Away en My Lord What a Morning, de heaven in Save me Lord, de campground in Deep River en the golden town in het lied Sunset (overigens geen spiritual maar een door Florence Price getoonzet gedicht van de onbekende Odessa P. Elder).
En zo gloort – hoe actueel – te midden van alle ellende ook steeds de hoop op betere tijden.
Toelichting
Het christendom is sinds mensenheugenis een grote inspiratiebron voor componisten. Dat bewijst ruim duizend jaar muzieknotatie, uitgevonden door een monnik. Godsdienst en muziek delen de zin voor mysterie. En dat geldt zeker voor de liederen waarin tot slaaf gemaakte Afrikanen troost en kracht vonden op de plantages in de Verenigde Staten. Hun overgeleverde spirituals vermengen muzikale tradities van ‘thuis’ met het christelijke geloof dat zij kregen opgedrongen en dat langzaam de plek innam van de verschillende lokale religies waarin ze zelf waren grootgebracht.
En met de taal van Christus konden ze ook de slavenhouders om de oren slaan. Een goed voorbeeld hiervan is I Got a Robe, waarin elk couplet eindigt met de bijtende zin: Everybody talkin’ ’bout Heaven ain’t goin’ there! (‘Iedereen die de mond vol heeft van de hemel zal er niet heengaan!’). Wat begon met de spirituals op de plantages, ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot tal van zwarte genres: te beginnen met gospel in de zwarte kerken, liederen van hoop en verwachting, maar ook het wereldse leed in blues, de sensualiteit in soul, de extatische bedwelming van de dans in funk, de rauwe maatschappijkritiek in de hiphop.
De Amerikaanse countertenor Reginald Mobley en – met name – de Franse pianist Baptiste Trotignon vertaalden liederen die aan de wieg stonden van de zwarte muziek naar de jazz. Dat resulteert erin dat ze de melodieën behouden, maar dat de piano daaronder een heel eigen stem krijgt. De noten zijn niet meer uitsluitend dienstbaar aan de woorden, maar gaan ermee in gesprek. Toen muzikaal Amerika eind negentiende eeuw voor een eigen klassieke traditie verwachtingsvol naar de geïmporteerde Tsjechische componist Antonín Dvořák keek, wees de Oost-Europeaan hen fijntjes op de Afro-muzikale erfenis. ‘In de zwarte melodieën van Amerika ontdek ik alles wat nodig is voor een grote en edele school van muziek.’ Hij liet het zelf horen in zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten
Het mocht niet zo zijn: de zwarte muziek ontwikkelde zich grotendeels los van de witte klassieke traditie. Maar zo’n honderd jaar na de Harlem Renaissance, de opkomst van de Afro-Amerikaanse kunstvormen in deze buitenwijk van Manhattan, verandert dat. De deuren van de West-Europese klassieke canon openen zich voor stemmen en klanken uit andere culturen. Festival Mind the Gap! is daar een voorbeeld van.
En waarom niet? De poëzie van met pijn vermengde hoop uit spirituals als Bright Sparkles in the Churchyard, A Great Campmeetin’ of het beroemde Deep River zijn moderne versies van de psalmen van de bijbelse dichter-zanger: koning David. Hun symboliek en metaforen ontlenen deze spirituals vooral aan het Nieuwe Testament. In Bright Sparkles in the Churchyard bijvoorbeeld vraagt de zanger zijn ‘moeder’ de hele dag zijn wieg te schommelen. Onderzoekers denken dat deze ‘moeder’ ook de Kerk of Afrika kan belichamen. De heldere schittering op het kerkhof zou kunnen verwijzen naar de Afrikaanse gewoonte om rond een graf glasscherven te leggen en andere dingen die in de zon gaan schitteren.
Sommige theologen vergelijken Nobody Knows the Trouble I’ve Seen met Psalm 139 – Heer, U doorgrondt mij, U ontwart al de geheimen van mijn hart, de smeekbede van een eenzame ziel die op onbegrip stuit in de wereld en zich in zijn wanhoop tot God wendt, of tot Jezus in het geval van Nobody Knows.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten. Zoals bij het bevrijdende A Great Campmeetin’, dat zou zijn ontstaan na de dood van een plantagehouder. De zwarte tot slaaf gemaakten mochten van hem nooit zingen of bidden waar hij ze kon horen. Zijn weduwe stond hen daarna toe dat wel te doen in de avonden. ‘Gonna sing and never tire’, konden ze nu uitschreeuwen. ‘There is a great camp meeting in the promised land.’
Dat beloofde land is een rode draad in de spirituals, want van het leven op aarde hadden de tot slaaf gemaakten weinig goeds te verwachten. En dus richtten ze zich op het hiernamaals: de trompet waarmee God zijn gelovigen roept in Steal Away en My Lord What a Morning, de heaven in Save me Lord, de campground in Deep River en the golden town in het lied Sunset (overigens geen spiritual maar een door Florence Price getoonzet gedicht van de onbekende Odessa P. Elder).
En zo gloort – hoe actueel – te midden van alle ellende ook steeds de hoop op betere tijden.
Het christendom is sinds mensenheugenis een grote inspiratiebron voor componisten. Dat bewijst ruim duizend jaar muzieknotatie, uitgevonden door een monnik. Godsdienst en muziek delen de zin voor mysterie. En dat geldt zeker voor de liederen waarin tot slaaf gemaakte Afrikanen troost en kracht vonden op de plantages in de Verenigde Staten. Hun overgeleverde spirituals vermengen muzikale tradities van ‘thuis’ met het christelijke geloof dat zij kregen opgedrongen en dat langzaam de plek innam van de verschillende lokale religies waarin ze zelf waren grootgebracht.
En met de taal van Christus konden ze ook de slavenhouders om de oren slaan. Een goed voorbeeld hiervan is I Got a Robe, waarin elk couplet eindigt met de bijtende zin: Everybody talkin’ ’bout Heaven ain’t goin’ there! (‘Iedereen die de mond vol heeft van de hemel zal er niet heengaan!’). Wat begon met de spirituals op de plantages, ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot tal van zwarte genres: te beginnen met gospel in de zwarte kerken, liederen van hoop en verwachting, maar ook het wereldse leed in blues, de sensualiteit in soul, de extatische bedwelming van de dans in funk, de rauwe maatschappijkritiek in de hiphop.
De Amerikaanse countertenor Reginald Mobley en – met name – de Franse pianist Baptiste Trotignon vertaalden liederen die aan de wieg stonden van de zwarte muziek naar de jazz. Dat resulteert erin dat ze de melodieën behouden, maar dat de piano daaronder een heel eigen stem krijgt. De noten zijn niet meer uitsluitend dienstbaar aan de woorden, maar gaan ermee in gesprek. Toen muzikaal Amerika eind negentiende eeuw voor een eigen klassieke traditie verwachtingsvol naar de geïmporteerde Tsjechische componist Antonín Dvořák keek, wees de Oost-Europeaan hen fijntjes op de Afro-muzikale erfenis. ‘In de zwarte melodieën van Amerika ontdek ik alles wat nodig is voor een grote en edele school van muziek.’ Hij liet het zelf horen in zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten
Het mocht niet zo zijn: de zwarte muziek ontwikkelde zich grotendeels los van de witte klassieke traditie. Maar zo’n honderd jaar na de Harlem Renaissance, de opkomst van de Afro-Amerikaanse kunstvormen in deze buitenwijk van Manhattan, verandert dat. De deuren van de West-Europese klassieke canon openen zich voor stemmen en klanken uit andere culturen. Festival Mind the Gap! is daar een voorbeeld van.
En waarom niet? De poëzie van met pijn vermengde hoop uit spirituals als Bright Sparkles in the Churchyard, A Great Campmeetin’ of het beroemde Deep River zijn moderne versies van de psalmen van de bijbelse dichter-zanger: koning David. Hun symboliek en metaforen ontlenen deze spirituals vooral aan het Nieuwe Testament. In Bright Sparkles in the Churchyard bijvoorbeeld vraagt de zanger zijn ‘moeder’ de hele dag zijn wieg te schommelen. Onderzoekers denken dat deze ‘moeder’ ook de Kerk of Afrika kan belichamen. De heldere schittering op het kerkhof zou kunnen verwijzen naar de Afrikaanse gewoonte om rond een graf glasscherven te leggen en andere dingen die in de zon gaan schitteren.
Sommige theologen vergelijken Nobody Knows the Trouble I’ve Seen met Psalm 139 – Heer, U doorgrondt mij, U ontwart al de geheimen van mijn hart, de smeekbede van een eenzame ziel die op onbegrip stuit in de wereld en zich in zijn wanhoop tot God wendt, of tot Jezus in het geval van Nobody Knows.
Bij sommige spirituals is het lastig om stil te blijven zitten. Zoals bij het bevrijdende A Great Campmeetin’, dat zou zijn ontstaan na de dood van een plantagehouder. De zwarte tot slaaf gemaakten mochten van hem nooit zingen of bidden waar hij ze kon horen. Zijn weduwe stond hen daarna toe dat wel te doen in de avonden. ‘Gonna sing and never tire’, konden ze nu uitschreeuwen. ‘There is a great camp meeting in the promised land.’
Dat beloofde land is een rode draad in de spirituals, want van het leven op aarde hadden de tot slaaf gemaakten weinig goeds te verwachten. En dus richtten ze zich op het hiernamaals: de trompet waarmee God zijn gelovigen roept in Steal Away en My Lord What a Morning, de heaven in Save me Lord, de campground in Deep River en the golden town in het lied Sunset (overigens geen spiritual maar een door Florence Price getoonzet gedicht van de onbekende Odessa P. Elder).
En zo gloort – hoe actueel – te midden van alle ellende ook steeds de hoop op betere tijden.
Biografie
Reginald Mobley, countertenor
De Amerikaanse countertenor Reginald Mobley groeide op met jazz en gospel, is geschoold in klassieke zang en maakte naam met een breed repertoire. Hij werd vooral beroemd met zijn vertolkingen van het werk van Purcell, Händel en Johann Sebastian Bach. Als pleitbezorger van diversiteit in muziek en programmering werd Reginald Mobley de allereerste programma-adviseur van de Handel & Haydn Society in Boston.
Daarnaast is hij ‘Visiting Artist for Diversity Outreach’ bij het Apollo’s Fire Baroque Orchestra (Cleveland en Chicago) en artistiek adviseur bij het Portland Baroque Orchestra. Ook leidt hij in het Verenigd Koninkrijk een onderzoeksproject naar muziek van componisten met diverse culturele achtergronden. Als solist werd Reginald Mobley recentelijk uitgenodigd door gezelschappen als de New York Philharmonic, het Pittsburgh Symphony Orchestra, het Philharmonia Baroque Orchestra, de Nederlandse Bachvereniging en de Wiener Akademie.
De zanger studeerde aan de University of Florida bij Jean Ronald LaFond en aan de Florida State University bij Roy Delp. Met het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists onder leiding van John Eliot Gardiner was Reginald Mobley eerder te gast in de Grote Zaal in maart 2016 in Bachs Matthäus-Passion en in mei 2018 in een programma met Bachcantates. Hij maakt zijn debuut in de Kleine Zaal.
Baptiste Trotignon, piano
Baptiste Trotignon begon met pianospelen toen hij acht was en trad enkele jaren later toe tot het conservatorium van Nantes, waar hij prijzen won voor piano en harmonie. Als autodidact in jazz en improvisatie gaf hij zijn eerste concerten op zestienjarige leeftijd. Nadat hij een jazztrio had opgericht met contrabassist Clovis Nicolas en drummer Tony Rabeson nam hij in 2000 zijn eerste album Fluide op.
De Franse pianist werd uitgeroepen tot ‘Révélation Française de l’Année’ bij de Victoires du Jazz 2003. Hij won diverse prijzen, stond op vele internationale festivals en bracht talloze cd’s uit. Sinds 2010 profileert hij zich ook als componist en heeft hij diverse soloconcerten, orkestwerken, ensemblestukken en sonates geschreven.
Baptiste Trotignon werkte samen met zowel jazzartiesten als klassieke musici, en met orkesten als het Orchestre Philharmonique de Radio France en de Stuttgarter Philharmoniker. Drie albums uit 2024 vatten zijn veelzijdigheid samen: het jazzproject PianoForte samen met drie bevriende pianisten, zijn strijkkwartet Ces Messieurs door het Van Kuijk String Quartet en het chansonalbum PianoVoix met de Franse zanger Arthur Teboul.
In hetzelfde jaar werd de pianist bovendien samen met countertenor Reginald Mobley onderscheiden met de Edison ‘Buitengewoon Klassiek’ voor hun album Because. Baptiste Trotignon maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.