Iván Fischer dirigeert Die Zauberflöte

De aanvangstijd van dit concert is gewijzigd naar 19.30 uur

Boedapest Festival Orkest
Iván Fischer dirigent/regisseur
Mandy Fredrich sopraan (Koningin van de Nacht)
Hanna-Elisabeth Müller sopraan (Pamina)
Norma Nahoun sopraan (Papagena)
Eleonore Marguerre sopraan (Eerste dame)
Olivia Vermeulen mezzosopraan (Tweede dame)
Barbara Kozelj mezzosopraan (Derde dame)
Bernard Richter tenor (Tamino)
Rodolphe Briand tenor (Monostatos)
Gustavo Quaresma Ramos tenor (eerste priester/eerste geharnaste)
Peter Harvey bariton (verteller/tweede priester/tweede geharnaste)
Hanno Müller-Brachmann bas-bariton (Papageno)
Krisztián Cser bas (Sarastro)

À la cARTe Choir
drie jongens uit het Kinderkoor van de Hongaarse Staatsopera
Judy Lijdsman, Rosa Mee, Nelleke Zitman, Vincent Moes, Erik van der Horst, Bart van der Schaaf acteurs

Margit Balla setdesign en illustraties
Györgyi Szakács kostuumontwerp
Ágnes Kuthy schimmenspel
Tamás Bányai lichtontwerp
Anna Veress dramaturg
Andrea Valkai stagemanager/assistent-regisseur
Vladimir Fanshil assistent-dirigent
Dóra Bizják repetitor

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Die Zauberflöte, KV 620 (1791)
Singspiel in twee bedrijven op een libretto van Emanuel Schikaneder

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 23.00 uur

deze voorstelling wordt voorzien van projectie;
Nederlandse dialogen door Bart van der Schaaf

Koop kaarten voor dit concert op de website van Het Concertgebouw

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Die Zauberflöte

  • Die Zauberflöte is de laatste van Wolfgang Amadeus Mozart en dateert uit zijn sterfjaar 1791.
  • Het plot is een soort sprookje waarin prins Tamino op pad gaat om de gegijzelde dochter van de Koningin van de Nacht te bevrijden. Lees verder in de synopsis.
  • Mozart wist in Die Zauberflöte de toenmalige Weense samenleving en alle politieke beslommeringen flink op de hak te nemen.

Tekst: Marijke Schouten

‘Ik kom zojuist uit de , en het was er net zo vol als altijd’, schrijft een verheugde Wolfgang Amadeus Mozart op 7 oktober 1791, een week na de première van Die Zauberflöte aan Konstanze. Zijn ‘liefste vrouwtje’ is alweer terug in het kuuroord Baden om energie op te doen voor de komende winter.

In Emanuel Schikaneders populaire Theater auf der Wieden tekent zich al een voorlopige Zauberflöte-hitlijst af: het duet ‘Mann und Weib’ en het klokkenspel in de eerste akte, alsmede het terzet met de knapen in de tweede akte, werden als gewoonlijk gebisseerd, vertelt Mozart, die ook een antenne heeft voor ‘het stille applaus - je kunt goed zien hoe deze opera steeds meer aanslaat’. Leden van de Weense vrijmetselaarsloges zagen met stilzwijgende instemming hoe hun eigen maçonnieke rituelen uitgebeeld waren in de cultus van de Egyptische natuurgoden Isis en Osiris door Sarastro en zijn priesters.

Tegelijkertijd was dit diepzinnige sprookjesverhaal met zijn perfecte balans tussen serieuze en humoristische ­scènes bewust ook afgestemd op het gewone theater­publiek in een Weense buitenwijk. Hier kon letterlijk iedereen – hoog, laag, jong, oud – dankzij het Duitstalige libretto en de gesproken dialogen, meeleven met de avontuurlijke reis van Tamino en Papageno, die op weg naar Sarastro – om Pamina te bevrijden en terug te brengen naar haar moeder, de Koningin van de Nacht – ieder een eigen emotionele en spirituele ontwikkeling doormakend. Ook Mozarts zevenjarig zoontje Carl mocht een keer mee. Hij zal vast hard geklapt hebben bij ‘het terzet met de knapen’: Mozart noteert in elk geval tevreden dat hij het joch ‘geen gering plezier heeft gedaan met hem voor de opera te komen afhalen’.

Collegiale waardering ontvangt de componist van de alom gerespecteerde hofkapelmeester Antonio Salieri. De Italiaanse maestro had het stuk ‘van A tot Z aandachtig beluisterd en na elk nummer “bello” en “bravo” geroepen’ en het zelfs een ‘echte opera’ genoemd (geen volks Singspiel dus), ‘waardig om bij grote festiviteiten voor de grootste monarchen vertoond te worden’. Wat ongetwijfeld een hint was naar Mozarts opera La clemenza di Tito, die bij de recente opvoering in Praag ter ere van de kroning van keizer Leopold II tot koning van Bohemen helaas geen volle zalen getrokken had…

Mozart koestert zijn succes en gaat voor de lol een keer backstage om in Papageno’s ‘Ein Mädchen oder Weibchen’ zelf het klokkenspel te bespelen: ‘Toen Schikaneder even inhield, speelde ik voor de grap een – hij sprong op, keek achter de coulissen en zag mij; de tweede keer speelde ik niet – hij stopte en wilde niet verder gaan – ik wist wat hij dacht en speelde weer een – toen sloeg hij op zijn klokkenspel en zei: ‘Rot op’ – waarop iedereen in de lach schoot; volgens mij besefte menigeen pas door die grap dat hij het instrument niet zelf bespeelde.’

Vandaag de dag weten we dat Die Zauberflöte weliswaar Mozarts laatste bijdrage aan de operageschiedenis was, maar voor hemzelf betekende het een doorstart. Het samenwerkingsproject met acteur en theatertycoon Schikaneder bood hem de kans om ongebaande paden in te slaan en een echte grote ‘Duitse opera’ van de grond te tillen. Het tegenwoordig nog steeds verkondigde standpunt dat Schikaneders libretto onlogisch zou zijn en Mozarts muziek goed, hoewel stilistisch een allegaartje, begint langzamerhand barsten te vertonen: Mozart was kritisch op zijn libretto’s en in Die Zauberflöte toont hij hoe hij zich een wereld vol verschillen en tegenstellingen voorstelt: prins en natuurmens, man en vrouw, goed en kwaad, ratio en intuïtie, realiteit en fantasie bestaan naast elkaar. Uit de bestaande achttiende-eeuwse operastijlen, inclusief die van hemzelf, creëert Mozart een klinkende sociologie van de samenleving anno 1791.

De humor van het Weense Singspiel in de zangnummers voor Papageno en Monostatos bestaat naast de vocale overkill in de ’s van de Koningin van de Nacht. Omdat spreken tegen onderdanen beneden haar waardigheid is, komt zij op met een accompagnato als aanloop naar haar virtuoze aria. Deze uit de ke seria afkomstige vorm onderstreept haar status, maar toont, zonder de afronding van het da capo, dat ze de greep op het gebeuren in feite al kwijt is.

Verfijnde eenvoud en modern sentiment weerklinken in de aria’s van Tamino en Pamina, terwijl in de ensemblenummers de individuele karaktertrekken van de personages duidelijk te onderscheiden zijn. In de plechtige koorscènes bij de Tempel van Sarastro illustreert de vrijmetselaarssymboliek de verlichte denkbeelden van de priester en zijn volgelingen: hier speelt het getal 3 een structurerende rol, zijn we getuige van inwijdingsrituelen op sacrale muziek en leren we het Egyptische godenpaar Isis en Osiris kennen, dat symbool staat voor vernieuwende levenskrachten. In de barokke over de vroeg-zestiende-eeuwse lutherse ‘Ach Gott, vom Himmel, sieh’ darein’, bij de water- en vuurproef van Tamino en Pamina, onderstreept Mozart het archaïsche karakter van het ritueel. De Sprekerscène vormt het kantelmoment waar Tamino de schellen van de ogen vallen en hij zijn vooroordelen over Sarastro laat varen. Hier geen gesproken dialoog, maar een groot accompagnato recitatief waarin de rustige vragen van de priester betekenisvol contrasteren met Tamino’s verbazing en opwinding.

Die Zauberflöte is gedurende ruim twee eeuwen aan nogal wat interpretaties onderworpen geweest, waardoor het razend populaire stuk zich – letterlijk – heeft losgezongen van zijn politieke context en is versmald tot object van esthetische bewondering. Wanneer Sarastro binnen zijn kring van ingewijden wijst op de ethisch-morele crisis waarin de maatschappij verkeert en waarvan niemand bij voorbaat de gevolgen kan overzien, was dat natuurlijk een niet mis te verstane verwijzing naar de dramatische gebeurtenissen tijdens de Franse Revolutie. De angst van de Oostenrijkse autoriteiten dat het stuk de Zauberflöte-fans op staatsgevaarlijke gedachten zou kunnen brengen, verloor het tegen de kracht van Mozarts boodschap: dat muziek mensen ten goede kan veranderen en beschaven, als zij tenminste willen luisteren. 

Wanneer de jonge Ludwig van Beethoven in 1796 Berlijn aandoet, zeven jaar na het bezoek van Mozart aldaar, verdiept hij zich in de andere protagonist van Die Zauberflöte: de onbedorven natuurmens Papageno, die helemaal niet naar wijsheid en inzicht streeft maar gewoon lekker wil leven. Het levert twee briljante variatiereeksen op voor en piano, één op Papageno’s beroemde klokkenspel-aria ‘Ein Mädchen oder Weibchen’ en de andere op het duet van Papageno en Pamina, ‘Bei Männern welche Liebe fühlen’.

Meer lezen
Geïnteresseerd geraakt? Deze maand nemen we in Preludium de noten van Mozarts Klarinetconcert onder de loep. Bekijk hier de inhoudsopgave van het blad.

Preludium is verkrijgbaar aan de zaal en aan de kassa van Het Concertgebouw, maar u kunt ook kiezen voor een abonnement. Als u kiest voor Preludium compleet krijgt u iedere maand het blad met alle toelichtingen, interviews en achtergronden op de mat. Daarnaast heeft u onbeperkt toegang tot deze digitale programma's.

Download en print dit concertprogramma.

Synopsis

I

Vluchtend voor een griezelige slang, arriveert de jonge prins Tamino bij de Koningin van de Nacht. Hij belooft om haar dochter Pamina te ­bevrijden uit de handen van haar ontvoerder, Sarastro. De vogelvanger Papageno, zal de prins vergezellen en Drie wijze Knapen zullen hen tot gids zijn. Verder krijgt Tamino een toverfluit en Papageno een klokkenspel mee – instrumenten die door hun magische klank mensen en wilde dieren kunnen veranderen en zachtmoedig stemmen. Het plan slaagt, maar anders dan de Koningin had gehoopt: aangekomen bij de Tempel van Sarastro, merken Tamino en Papageno dat Sarastro geen schurk is maar een wijze en verlichte priester.

II

In de kring van Ingewijden verklaart Sarastro dat hij Pamina bewust heeft onttrokken aan de duistere plannen van haar wraakzuchtige moeder. Het meisje is voorbestemd om met Tamino de in crisis verkerende samenleving naar een nieuwe, uze toekomst te leiden. Maar eerst zal de jongeling zijn ‘rite de passage’ moeten maken: beschermd door de toverfluit doorstaan zij gezamenlijk de zware water- en vuurproeven en tonen zich daarmee waardig om het nieuwe heersers­paar te worden. Op een ander – eenvoudiger – niveau maakt ook Papageno een innerlijk groeiproces door – en verdient op het nippertje zijn Papagena.

Biografie

Boedapest Festival Orkest, orkest

In 1983 richtte Iván Fischer samen met Zoltán Kocsis het Boedapest Festival Orkest op. Het gezelschap bracht al snel grote internationale artiesten naar het Hongaarse publiek, zoals Georg Solti (eerste gastdirigent tot aan zijn dood in 1997), Yehudi Menuhin, Pinchas Zukerman, Gidon Kremer, Radu Lupu, András Schiff en Martha Argerich. Ook jonge musici en zangers van overal ter wereld worden frequent uitgenodigd.

Het Boedapest Festival Orkest staat bekend om zijn innovatieve programma’s, zoals de autismevriendelijke Chocolademelkconcerten, verrassingsconcerten, Midnight Music (voor studenten) en muzikale marathons. Met het Paleis der Kunsten (Müpa) werkt het samen voor -­uitvoeringen en het door het orkest geïnitieerde Bridging Europe Festival.

Het Boedapest Festival Orkest treedt op in de belangrijkste concertzalen wereldwijd, waaronder Carnegie Hall en het Lincoln Center in New York, de Wiener Musik­verein en de Royal Albert Hall in Londen, en is te gast op het Mostly Mozart Festival in New York, de Salzburger Festspiele en het Edinburgh International Festival.

Voor zijn talrijke opnamen ontving het orkest vele onderscheidingen; een ­registratie van Mahlers Eerste symfonie werd genomineerd voor een Grammy Award en Mahlers Vijfde won een Diapason d’Or.

De vorige optredens van het Boedapest Festival Orkest en zijn chef- Iván Fischer in Het Concertgebouw waren een Stravinsky-programma op 13 februari 2019 en Mahlers Negende symfonie op 25 november 2021.

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Mandy Fredrich, sopraan

Mandy Fredrich studeerde aan de Universität der Künste in haar geboortestad Berlijn. Nog voor haar afstuderen debuteerde ze als Koningin van de Nacht in Die Zauberflöte van Mozart. Sindsdien werd ze voor deze rol aangetrokken door tal van gezelschappen, waaronder de Bayerische Staatsoper in München, de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, de Staatsoper Hamburg en de Oper Leipzig, maar ook door huizen in Chili en Abu Dhabi.

In 2012 debuteerde ze als Koningin van de Nacht tijdens de Salzburger Festspiele, onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Naast de muziek van Mozart zingt Mandy Fredrich graag werk van bijvoorbeeld Donizetti, Offenbach en Bizet. In de Scala in Milaan debuteerde ze onder Marc Albrecht als Der Hüter der Schwelle in Richard StraussDie Frau ohne Schatten.

In Het Concertgebouw maakt (in mei 2016) Mandy Fredrich haar debuut.

Hanna-Elisabeth Müller, sopraan

Hanna-Elisabeth Müller studeerde aan de Hochschule für Musik in haar geboorteplaats Mannheim bij Rudolf Piernay. In haar masteropleiding werkte ze met Dietrich Fischer-Dieskau, Julia Varady, Edith Wiens, Elly Ameling, Thomas Hampson en Wolfram Rieger.

Na haar debuut als Pamina in Die Zauberflöte van Mozart aan het Teatro dell’ in Rome in 2012 werd ze opgenomen in het vaste ­ensemble van de Bayerische Staatsoper, waar ze onder meer de Mozartrollen Pamina, Zerlina, Susanna en Servilia vertolkte.

In 2014 viel ze op tijdens de Salzburger Festspiele als Zdenka in Strauss’ Arabella in een ­productie met Renée Fleming en Thomas Hampson; het blad Opernwelt riep haar daarbij uit tot ­‘beste jonge vocalist’. Op het concertpodium zong ze onder leiding van Philippe Herreweghe, Robin Ticciati, Fabio Luisi en Marc Minkowski.

In Amsterdam debuteerde Hanna-Elisabeth Müller in september 2015 bij De Nationale als Sophie in Der Rosenkavalier van Strauss. In Het Concertgebouw zong ze niet eerder.

Norma Nahoun, sopraan

De Franse sopraan Norma Nahoun had les in Parijs en Berlijn, waar Norma Sharp haar docent was. Ze maakte twee jaar lang deel uit van het Junge Ensemble der Sächsiche Staatsoper Dresden en vertolkte daar rollen als Frasquita in Bizets Carmen, Barbarina in Mozarts Le nozze di Figaro en Papagena in Die Zauberflöte. De laatstgenoemde rol zong ze ook bij een aantal andere gezelschappen, waaronder de Opéra National de Paris.

In het huidige seizoen maakt de zangeres debuten bij onder andere de Opéra National Montpellier en de Angers-Nantes Opéra. In augustus 2016 keert ze terug naar het Mostly Mozart Festival in New York, waar ze al herhaaldelijk eerder te gast was. In Het Concertgebouw maakt Norma Nahoun haar debuut.

Eleonore Marguerre, sopraan

Eleonore Marguerre studeerde in Karlsruhe en Wenen. De in Heidelberg geboren sopraan begon haar carrière als zangeres in de theaters van Weimar, Leipzig en Mannheim.

Inmiddels wordt ze eveneens geregeld geëngageerd door onder meer de Wiener Staatsoper, de Semperoper Dresden, het Teatro La Fenice en de Scala in Milaan. Ze koestert een nauwe band met de Oper Dortmund, waar ze naast verschillende Mozart-rollen de titelrol vertolkte in bijvoorbeeld L’incoronazione di Poppea van Monteverdi en Manon van Massenet.

In het huidige seizoen zingt Eleonore Marguerre onder meer Violetta in Verdi’s La traviata in Tours en is ze aan de Opéra de Bordeaux de protagonist in een nieuwe van componist Detlev Glanert, getiteld Les cahiers de Nijinsky.

Eleonore Marguerre werkte mee aan cd-opnamen van werk van Mozart, Mendelssohn en Von Suppé. In Het Concertgebouw was ze één keer ­eerder te gast, in de rol van Armida in een concertante uitvoering van Händels Rinaldo door de Lautten Compagney onder leiding van Wolfgang Katschner.

Olivia Vermeulen, mezzosopraan

Olivia Vermeulen studeerde in Detmold bij Mechtild Böhme en in Berlijn bij Julie Kaufmann, nam deel aan masterclasses van Dietrich Fischer-Dieskau, ­Andreas Scholl, Thomas Quasthoff en Irwin Gage en maakte deel uit van de studio van de Komische Oper in Berlijn.

Onder leiding van René Jacobs debuteerde de Nederlandse zangeres in 2016 in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn en tourde ze met het Freiburger Barockorchester.

Ze zong in de theaters van Dijon, Versailles, Parijs, Moskou en Amsterdam en op de festivals van Halle, Bregenz en Aix-en-Provence. Op de ­Kissinger Sommer bracht ze eren van Wolfgang Rihm in première. Ook in de van Het Concertgebouw gaf de mezzosopraan s, voor het laatst In Heaven op 11 november 2025.

Olivia Vermeulen soleerde bij het London Symphony Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Ensemble Modern, de Camerata Salzburg, de Berliner Philharmoniker en het Bach Collegium Japan. Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in december 2025 in delen uit Mendelssohns Ein Sommernachtstraum onder leiding van Iván Fischer.

Barbara Kozelj, mezzosopraan

De Sloveense, in Nederland woonachtige Barbara Kozelj studeerde aan de Muziek­academie in Ljubljana, het Koninklijk ­Conservato­rium in Den Haag, De Nederlandse Academie en de Dutch Opera Studio.

Ze werd gecoacht door Sasja Hunnego, Meinard Kraak, Ann Murray, Graciela Araya en Anne Sofie von Otter.

Met haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2012 in Bachs Matthäus-Passion met Iván Fischer kwam haar carrière in een stroom­versnelling. Al snel werkte ze ook met hem bij zijn Budapest Festival Orchestra, met Richard Egarr en diens Academy of Ancient Music, met het Gabrieli Consort and Players en Paul McCreesh, en met en als Reinbert de Leeuw, Kenneth Montgomery, Jan Willem de Vriend, Ed Spanjaard, Gennadi Rozjdestvenski, Neeme Järvi, Antony Hermus en Otto Tausk.

Uitgebreide ­-ervaring deed de mezzosopraan op bij De Nationale Opera, Opera2day, het Aalto-Theater Essen en de Oper Bonn. Het concertrepertoire van Barbara Kozelj reikt van de tot en met de lie­deren van Mahler en Berlioz’ Les nuits d’été. Haar veelzijdigheid trok de aandacht van hedendaagse componisten; zo zong ze in 2015 de wereldpremière van Max Knigges Dobro do (gebaseerd op haar eigen levensverhaal).

In april 2019 maakte Barbara Kozelj met pianist Julius Drake haar re­citaldebuut in de Vocale Serie, en in september 2019 zong ze in de muziek van Caccini met Le nuove musiche.

Bernard Richter, tenor

Bernard Richter studeerde aan het conservatorium in Neuchatel, Zwitserland, en aan de Studio Bienne. Recente hoogtepunten in zijn carrière waren onder meer de Mozart-rollen Don Ottavio in Don Giovanni bij de Bayerische Staatsoper in München, het Opernhaus Zürich en het Theater an der Wien, Belmonte in Die Entführung aus dem Serail aan de Opéra Garnier in Parijs, Ferrando in Così fan tutte in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées en Tamino in Die Zauberflöte tijdens de Salzburger Festspiele en in de Parijse Opéra Bastille.

Bij Les Arts Florissants nam Bernard Richter onder meer deel aan een jubileumproductie van Atys van Lully voor de Opéra Comique. In het seizoen 2015/16 is de tenor te gast in bijvoorbeeld het Wiener Konzerthaus en de Staatsoper Hamburg. Het Orchestre Symphonique de Montreal onder leiding van Kent Nagano nodigde hem uit voor de mannelijke titelrol in Pelléas et Mélisande van Debussy, een partij die hij ook vertolkte bij de Opéra de Lyon.

In Het Concertgebouw was Bernard Richter één keer eerder te beluisteren, met het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen in Les Indes galantes van Rameau.

Rodolphe Briand, tenor

Rodolphe Briand begon zijn carrière als acteur, zanger en regisseur van de theatergroep Les Galas Panique. Hiermee trad hij op in de Franse theaters. Daarnaast werkte hij mee aan diverse musicals.

In 1994 nam hij zanglessen bij Jean-Pierre Blivet en niet lang daarna werd hij toegelaten tot het Centre de Formation van de Opéra National de Paris. In 1997 won Rodolphe Briand het Concours International de eille. Sindsdien was hij te gast in tal van bekende huizen, in bijvoorbeeld Parijs, Lyon en Toulouse, maar ook in Genève, Madrid en Venetië.

In 2009 debuteerde hij in de Scala in Milaan, in een productie van Bizets Carmen onder leiding van Daniel Barenboim. In Het Concertgebouw maakt Rodolphe Briand vandaag zijn debuut.

Gustavo Quaresma Ramos, tenor

De Braziliaan Gustavo Quaresma Ramos deed zijn eerste muzikale ervaringen op in het jongenskoor ‘Canarinhos de Petrópolis’. Na studies in São Paulo en in zijn geboortestad Rio de Janeiro had hij aan de Musikhochschule in Frankfurt am Main les van Hedwig Fassbender.

Tussen 2010 en 2013 was hij verbonden aan de internationale studio van de Oper Köln. Hier, maar ook in de theaters van steden als Monte Carlo, Frankfurt en Boedapest, zong de tenor inmiddels rollen in opera’s van bijvoorbeeld Mozart, Rossini en Donizetti.

In zijn agenda staan ook optredens als Fenton in Verdi’s Fallstaff in het Hessisches Staatstheater Wiesbaden en als Der junge Graf in Bernd Alois Zimmer­manns Die Soldaten in het Konzerthaus in Berlijn. In Het Concertgebouw maakt Gustavo Quaresma Ramos zijn debuut.

Peter Harvey, bariton

Peter Harvey studeerde aan Magdalen College in Oxford en aan de Guildhall School of Music in Londen, won de Walther Grüner International er Competition en kreeg een Peter Pears Award.

De bariton werkte met oude­muziekspecialisten als Paul McCreesh, La Chapelle Royale en Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, ­Christophe Rousset en Les Talens Lyriques, Hervé Niquet met Le Concert Spirituel, de Akademie für Alte Musik, het Orchestra of the Age of Enlightenment en het Dunedin Consort.

Daarnaast werd hij uitgenodigd door het Boston Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Budapest Festival Orchestra, het Konzerthausorchester Berlin, het Moz­arteumorchester Salzburg en het Mahler Chamber Orchestra.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Peter Harvey in 2012 in Bachs Matthäus-­Passion onder leiding van Iván Fischer

Hanno Müller-Brachmann, bariton

Hanno Müller-Brachmann studeerde bij Ingeborg Most, Rudolf Piernay en Dietrich Fischer-Dieskau. Hij geeft recitals op de bekende podia (in september 2008 stond hij in de ), en een van zijn recentste cd’s is een Brahms­album met pianist Malcolm Martineau en alt Sarah Connolly.

De Duitse zanger soleerde bij de orkesten van Parijs, Londen, Rome, Milaan, Zürich, Wenen, München, Dresden en Berlijn, en het Concertgebouworkest en Iván Fischer nodigden hem uit voor Bachs solocantate Ich habe genug (2015).

In de Verenigde Staten musiceerde hij met de orkesten van New York, Boston, Los Angeles, Cleveland en Chicago. Van 1998 tot 2011 was Hanno Müller-Brachmann verbonden aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, en hij was te gast bij San Francisco , de Wiener Staatsoper en La Scala in Milaan en op de festivals van Salzburg, Aix-en-Provence, Edinburgh en Peking.

Hij werkte met Kirill Petrenko, Simon Rattle, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt en Andris Nelsons, en langer geleden ook met Mariss Jansons, Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Hanno Müller-Brachmann geeft sinds 2011 les aan de Musikhochschule Karlsruhe, is een veelgevraagd jurylid op concoursen en zet zich in voor muziek­educatie.

Met het Budapest Festival Orchestra en Iván Fischer trad de bas-bariton al eerder op in de : in mei 2016 op twee verschillende Mozart-avonden en in maart 2024 in het programma Compassion ron­dom Bachs Matthäus-Passion.

Krisztián Cser, bas

Krisztián Cser is afkomstig uit Szeged en groeide op in een muzikale familie. Hij studeerde in 2008 af aan de Franz Liszt Academie in Boedapest, bij Éva Marton. Al gedurende zijn studietijd werd hij geëngageerd door de Hongaarse Staatsopera, voor een rol in Richard StraussElektra. Sinds 2008 maakt de bas vast deel uit van dit gezelschap.

Hier, maar ook in andere huizen, zong Krisztián Cser tal van rollen. In 2013 vertolkte hij de titelrol in de eerste Chinese opvoering van Bartóks Hertog Blauwbaards burcht. Dezelfde partij zong hij in Rouen, Milaan en Kiev. In 2014 werkte de zanger mee aan de opvoering van een nieuwe opera van Iván Fischer, getiteld De rode vaars.

Krisztián Cser was niet eerder te gast in Het Concertgebouw.