Het Concertgebouworkest speelt Wagners Lohengrin
Koninklijk Concertgebouworkest
Sir Mark Elder dirigent
Falk Struckmann bas (Heinrich der Vogler)
Klaus Florian Vogt tenor (Lohengrin)
Camilla Nylund sopraan (Elsa von Brabant)
Evgeny Nikitin bariton (Friedrich von Telramund)
Katarina Dalayman sopraan (Ortrud)
Samuel Youn bariton (Der Heerrufer des Königs)
Francois Soons, John van Halteren, Harry Teeuwen, Peter Arink Vier Brabantische Edle
Tomoko Makuuchi, Michaëla Karadjian, Inez Hafkamp, Anneleen Bijnen Vier Edelknaben
Ilija Surla Herzog Gottfried (zwijgende rol)
Groot Omroepkoor en Koor van de Nationale Opera
Ching-Lien Wu instudering
Caecilia Thunnissen mise en espace
Jan Boiten licht
Richard Wagner 1813-1883
Lohengrin (1850, Weimar)
romantische opera in drie bedrijven op een libretto van Richard Wagner
pauze na het eerste en het tweede bedrijf:
begin eerste pauze ca. 19.00 resp. 17.00 uur
begin tweede pauze ca. 21.00 resp. 19.00 uur
Op 18 dececmber zijn broodjes verkrijgbaar voorafgaand aan het concert (vanaf 17.20 uur); op 20 december tijdens de pauzes.
Het concert van 20 december wordt opgenomen door Avrotros voor uitzending op 27 december om 14.00 uur via NPO Radio 4
Deze concerten zijn mogelijk gemaakt door de genereuze steun van de american friends of the royal concertgebouw orchestra
Toelichting
Richard Wagner 1813-1883
Lohengrin
Tussen Richard Wagner en zijn toekomstige held Lohengrin klikte het niet onmiddellijk. Wagner had het Lohengrin-gedicht aangetroffen tussen het Middeleeuwse bronnenmateriaal voor zijn opera Tannhäuser en het als te mystiek terzijde geschoven. De figuur van Lohengrin liet hem echter niet meer los en gaandeweg herkende hij in de mysterieuze Graalridder een kern van ‘diep menselijk verlangen naar onvoorwaardelijke liefde’. Tijdens de zomervakantie van 1845 in het kuuroord Marienbad sloeg de vonk echt over: ‘Plotseling stond Lohengrin als een openbaring voor mij, in vol ornaat en tot in elk detail van de dramatische opbouw.’ In no time stond de prozaschets voor een operalibretto op papier.
Tussen mythe en historie
Wagners Lohengrin ademt, net als de romantische ’s van zijn tijdgenoten Weber, Spohr en chner, de bovennatuurlijke sfeer van de Middeleeuwse mythen en sagenwereld die kort na 1800 door de Duitse literaire was herontdekt. Oude riddersagen, geromantiseerd naverteld door schrijvers als de gebroeders Grimm, wakkerden het verlangen aan naar vroeger tijden, voordat Napoleon Europa de wet gesteld had. Ronduit krenkend voor het Duitse ego was dat de zelfbenoemde keizer in 1806 een eind had gemaakt aan de politieke eenheid van het ‘Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie’ – en daarmee aan de majestueuze keizerstitel die terugging op Karel de Grote en duizend jaar had bestaan. In het versplinterde Duitsland was dit een actueel .
In Lohengrin scherpt Wagner de Middeleeuwse mythe over de Zwaanridder aan met historische contouren via de eerste Saksische koning, Heinrich der Vogler. In 933 had deze beroemde vorst de Duitse stammen, inclusief het hertogdom Brabant, opgeroepen om gezamenlijk de allesvernietigende Hongaren buiten de grenzen te houden. Wanneer in de opera Heinrich als rechter besluit tot een godsgericht tussen de ridders Lohengrin en Friedrich von Telramund, beslist hij ‘van hogerhand’ over het lot van Elsa von Brabant – en van de Brabantse bevolking. Tussen de – drie – bedrijven van Lohengrin door geeft Wagner zijn visie op koningschap, charismatisch leiderschap en de relatie tussen vorst en onderdanen binnen de Middeleeuwse feodale maatschappij – een feodalisme dat in de negentiende eeuw nog bestond en hier dan ook als spiegel dient voor eigentijdse politieke verhoudingen.
Ortrud, Wagners muze
Om het Middeleeuwse Lohengrin-verhaal een moderne psychologische twist te geven, introduceerde Wagner een kwade genius: Ortrud, vrouw van Telramund en telg uit een onttroond adellijk geslacht. Ortrud, aanhanger van het oude heidendom en animisme, beraamt een complot tegen Elsa en Lohengrin, het nieuwe heerserspaar, dat haar eigen politieke ambities in de weg staat. In zijn muziek kruipt Wagner in de krochten van haar geest: hij geeft haar een extra stem via een onheilspellend, instrumentaal motievencomplex dat, vanuit het orkest, haar ware bedoelingen en heimelijke machinaties laat doorschemeren. Ortrud werd zo de muze voor zijn nieuwe muziekdramatische stijl.
Dat Wagner met Lohengrin nieuwe paden was ingeslagen, hadden zijn artistieke vrienden in Dresden ook al in de eerste prozaschetsen waargenomen: in plaats van gemarkeerde grenzen tussen recitatieven, ’s en ensembles zagen zij doorlopende scènes.
Tegenwoordig zijn wij vooral vertrouwd met Wagners Der Ring des Nibelungen, waar poëzie en muziek volledig geïntegreerd zijn. Zo ver was hij in Lohengrin nog niet, maar we horen hem op het punt staan de vlucht naar voren te maken: zijn geraffineerde orkestratie, het associatieve gebruik van en en de door karakteristieke motieven ondersteunde dialoogstructuren zijn al op het niveau van de Ring. Daarnaast werkt hij vanuit de operaconventies van de Italiaanse stijl en de grand opéra, waarin het koor – naar voorbeeld van de klassieke Griekse tragedies – reageert op het handelen van de hoofdpersonen. Uit deze hybride van conventionele en vernieuwende stijlmiddelen en vormprincipes creëerde Wagner in Lohengrin de meest romanachtige van zijn opera’s en tevens een volmaakt beeld van het gotische Duitsland.
Synopsis
I
Heinrich der Vogler, koning van Saksen, komt naar Antwerpen om een verdedigingsleger te formeren. Friedrich von Telramund beschuldigt Elsa von Brabant van de raadselachtige verdwijning van haar broertje Gottfried en eist de macht op. De koning besluit tot een godsgericht: Elsa moet zich tegen Telramund laten verdedigen door een ridder. Wonder boven wonder nadert over de Schelde haar droomheld, de ridder met een mysterieuze zwaan. Deze Zwaanridder wil voor Elsa strijden en haar trouwen, mits zij nooit naar zijn naam en afkomst zal vragen. Hij verslaat Telramund maar laat hem in leven en wordt beschermer van Brabant.
II
Telramund en zijn gemalin Ortrud zweren wraak en zaaien achterdocht in Elsa’s hart over de herkomst van haar toekomstige echtgenoot.
III
Tijdens de huwelijksnacht stelt Elsa de fatale vraag. Op slag stormt Telramund het bruidsvertrek binnen en wordt gedood. De ridder moet nu zijn identiteit onthullen: hij is Lohengrin, zoon van koning Parsifal, en vanuit de Graalburcht afgedaald om Elsa’s onschuld te bewijzen en haar doodgewaande broer terug te brengen. Zijn vertrek is onafwendbaar. Wanneer de zwaan hem komt ophalen, roept Ortrud mfantelijk dat de vogel de door haar weggetoverde Gottfried is. Op het nippertje verbreekt Lohengrin de betovering en benoemt Gottfried tot de nieuwe hertog van Brabant. Zelf verdwijnt hij voorgoed.
Marijke Schouten
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Mark Elder, dirigent
Sir Mark Elder is chef- van het Hallé Orchestra, Principal Artist van het Orchestra of the Age of Enlightenment en artistiek leider van Rara. Van 1979 tot 1993 was hij Music Director van English National Opera. Ook was hij eerste gastdirigent van het City of Birmingham Symphony Orchestra, het BBC Symphony Orchestra en de London Mozart Players.
Sinds 1975 trad hij jaarlijks op bij de BBC Proms. Met het Chicago Symphony Orchestra heeft hij een lange verbintenis. Daarnaast was Mark Elder regelmatig te gast bij het Boston Symphony Orchestra, het Russisch Nationaal orkest, het Boedapest Festival Orkest, het Tonhalle-Orchester Zurich, het London Philharmonic Orchestra en het London Symphony Orchestra.
Mark Elder leidde producties bij onder meer de London Opera, de Metropolitan Opera in New York, de Opéra National de Paris en in Glyndebourne en was in 1981 de eerste Britse die een nieuwe Wagner-productie leidde op de Bayreuther Festspiele. In 2008 werd Mark Elder geridderd. De Royal Philharmonic Society benoemde hem in 2006 tot dirigent van het jaar.
Sinds zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest in 1996 was hij diverse malen te gast. In november 2009 leidde hij onder meer de Vierde symfonie van Sjostakovitsj.
Falk Struckmann, bas
Falk Struckmann is een prominent Wagnervertolker. Zijn debuut in Bayreuth vond plaats in 1993 onder Daniel Barenboim. In de jaren daarna werkte hij voornamelijk aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Eind jaren negentig debuteerde hij in het Milanese Teatro alla Scala onder Riccardo Muti en bij de Metropolitan in New York onder James Levine.
Falk Struckmann heeft tientallen rollen voor zijn rekening genomen in ’s als Wagners Tristan und Isolde en diens volledige Der Ring des Nibelungen, Webers Der Freischütz en Salome van Richard Strauss. Hij is drager van de eretitel Kammersänger bij de Staatsoper van zowel Berlijn als Wenen.
In Amsterdam maakte de bas in 2012 zijn roldebuut als Gurnemanz in Wagners Parsifal bij De Nationale Opera met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Iván Fischer.
Klaus Florian Vogt, tenor
Klaus Florian Vogt speelde tot 1997 in het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg. Hij studeerde zang bij Günter Binge in Lübeck. Van 1997 tot 2003 was de tenor verbonden aan de gezelschappen van Flensburg en Dresden.
Hij maakte naam als Tamino in Mozarts Die Zauberflöte en Matteo in Arabella van Richard Strauss, en profileerde zich in toenemende mate in Wagner-rollen als Stolzing (Die Meistersinger von Nürnberg), Erik (Der fliegende Holländer) en Parsifal in de gelijknamige opera.
De titelrol van Lohengrin vertolkte hij onder meer in de huizen van Dresden, Madrid en New York. Hij werkte met onder anderen Colin Davis, Giuseppe Sinopoli, Mariss Jansons en Daniel Barenboim.
Met het Koninklijk Concertgebouworkest trad Klaus Florian Vogt in 2005 op in Die tote Stadt van Korngold en in 2009 had hij een aandeel in Dvořáks Requiem onder leiding van Mariss Jansons.
Camilla Nylund, sopraan
Camilla Nylund studeerde zang bij Eva Illes in Turku en aan het Mozarteum in Salzburg. Na een paar jaar verbonden te zijn geweest aan de Semperoper in Dresden ontwikkelde de Finse sopraan zich tot een veelgevraagde gastsoliste bij onder meer de Wiener Staatsoper, De Nationale , de Bayerische Staatsoper en de operahuizen van Zürich, Keulen, Frankfurt, Venetië en San Francisco.
In 2008 maakte ze haar debuut tijdens de Salzburger Festspiele in Dvořáks Rusalka.
Haar repertoire, waarin ’s van Wagner en Richard Strauss centraal staan, breidt ze sinds enkele jaren uit met onder meer Bergs Wozzeck en Schönbergs Erwartung.
Bij het Concertgebouworkest vertolkte Camilla Nylund in 2010 Elsa van Brabant in twee scènes uit Wagners Lohengrin onder leiding van Iván Fischer.
In maart 2011 soleerde ze onder leiding van Mariss Jansons in Mahlers Achtste symfonie, waarvan de opname op cd en dvd werd uitgebracht door RCO Live. In 2015 kwam de sopraan terug als Elsa van Brabant in Lohengrin, nu in de concertante uitvoering van de complete opera onder Mark Elder, bij RCO Live verschenen op cd.
Evgeny Nikitin, bariton
Nog tijdens zijn studie aan het conservatorium van Sint-Petersburg zong Evgeny Nikitin bij de Mariinski . In 2002 debuteerde hij bij de Metropolitan Opera in New York waar hij sindsdien geregeld terugkeerde.
Engagementen bij de grote huizen en onder toonaangevende en vullen de agenda van de Rus, die aantrad in opera’s als La bohème van Puccini en Salome van Richard Strauss en diverse Wagner-rollen zong. Onder de vele concertante werken op zijn repertoire vinden we Moessorgski’s eren en dansen van de dood, Mahlers Achtste symfonie en Verdi’s Messa da requiem.
Evgeny Nikitin debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Katarina Dalayman, sopraan
Katarina Dalayman is een van ’s werelds meest gevraagde dramatische sopranen, gespecialiseerd in de rollen van Wagner en Richard Strauss. Tot haar Wagner-rollen behoren Isolde in Tristan und Isolde, Kundry in Parsifal, Brünnhilde in Der Ring des Nibelungen en Eva in Die Meistersinger von Nürnberg.
De Zweedse sopraan werkte met onder anderen Riccardo Chailly, James Levine, Antonio Pappano, Esa-Pekka Salonen en Michael Tilson Thomas, en met orkesten als de Wiener Philharmoniker en het London Symphony Orchestra. Ze maakte haar debuut bij de Koninklijke van Zweden in 1992 als Amelia in Verdi’s Simon Boccanegra.
In 2002 ontving ze in Zweden de eretitel van hofzangeres en in 2004 werd ze onderscheiden met de koninklijke Litteris et Artibus-medaille. De sopraan debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Samuel Youn, bariton
Samuel Youn kreeg zijn eerste zanglessen in zijn geboortestad Seoul en voltooide zijn studie in Milaan en Keulen. Hij was prijswinnaar op verscheidene internationale concoursen.
De zanger trad in vele Europese en Aziatische landen op in rollen als Mephistofeles in Gounods Faust, Escamillo in Bizets Carmen en Klingsor in Wagners Parsifal. Zubin Mehta, Pierre Boulez en Christian Thielemann zijn enkele van de en met wie hij samenwerkte.
Sinds 1999 is Samuel Youn verbonden aan de Oper Köln. Hij werkte mee aan vier producties van de Bayreuther Festspiele.
Samuel Youn maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Koor van de Nationale Opera, koor
Het Koor van De Nationale is een beroepskoor waarvan de leden zich ook regelmatig solistisch laten horen. Naast het meer gangbare repertoire heeft het koor een aantal wereldpremières helpen realiseren. Spraakmakend was het optreden van het koor in grote producties als Saint François d’Assise van Messiaen, Les Troyens van Berlioz en Guillaume Tell van Rossini.
Voor zijn aandeel in Schönbergs Moses und Aaron ontving het in 1996 de Prix d’Amis van de Vrienden van De Nationale Opera. In 2016 riep het vakblad Opernwelt het Koor van De Nationale Opera uit tot het beste koor.
In diverse producties werkte het koor samen met het Concertgebouworkest, meest recent in Moesorgski’s Boris Godoenov onder leiding van Vasily Petrenko in juni 2025. Van september 2014 tot april 2021 stond het koor onder artistieke leiding van Ching-Lien Wu; sinds 2022 is Edward Ananian-Cooper artistiek leider.








