orkestlid

‘Zet de kers er bovenop’

Tijdens het jubileumconcert waarmee het 25ste seizoen van de Academie van het Concertgebouworkest wordt gevierd, staan twee oud-academisten samen als solist op het podium – beiden hebben het geschopt tot aanvoerder in het orkest.

Het Concertgebouworkest bestaat uit een bonte verzameling musici uit alle windstreken en met verschillende achtergronden. Maar wanneer – in dit geval – Grieg, Bruch en Saint-Saëns op de lessenaars staan, laten ze hun instrumenten allemaal dezelfde taal spreken. In het jubileumconcert van de Academie van het Concertgebouworkest soleren de Portugese klarinettist Carlos ­Ferreira en de Letse altvioliste Santa Vižine samen in het Concert voor klarinet, en orkest van Max Bruch.

‘Sommige passages hierin doen me denken aan zijn beroemde Eerste vioolconcert’, vertelt Santa. ‘Het stuk is romantisch in de allesomvattende betekenis van het woord.’ Carlos knikt: ‘Het werk bewijst hoe eenvoud en schoonheid kunnen samengaan. Ik hou van en probeer een muziekfrase vaak eerst op allerlei verschillende manieren uit met mijn stem. Bruch leent zich daar goed voor, want hij schrijft zingende muziek.’

‘Dat is herkenbaar’, zegt Santa. ‘Ook ik zing de noten altijd voordat ik ze speel. Voordeel van de klarinet is, dat je het instrument met je adem leven inblaast. De klank van de altviool wordt daarentegen gemaakt buiten het lichaam. Niettemin leer ik mijn studenten altijd dat ze muziek eerst moeten zingen. Wij Letten kunnen ook niet anders. We worden geboren en beginnen te zingen. Iedereen gaat naar een koor. Met mijn stem kan ik beter voelen waar muziek me heen leidt. Bruchs concert weerklinkt in mij op dit moment in mijn leven. Misschien vind ik het over twintig jaar te cheesy. Maar op dit ogenblik zeg ik: breng de room, de suiker en zet de kers er bovenop.’

Champagnebubbels

Carlos glimlacht. ‘Ja, we zullen samen het verhaal ervan ontdekken. Ik leerde vroeg dat het gaat om de grote emotionele lijn. Op mijn tiende zei mijn klarinetleraar: ‘Carlos, je speelt prachtig, maar het draait ook om muzikaliteit.’ Ik begreep niet wat hij bedoelde. ‘Achter elke muzikale frase zit een verhaal’, legde hij uit. Vanaf dat moment vroeg hij me om bij een stuk één of meerdere verhalen te bedenken. Soms stelde ik me de klarinetpartij voor als personage. Dan zei mijn leraar: ‘Interessant. Laten we ons nu eens inbeelden dat haar moeder net gestorven is.’ Die oefeningen konden mijn manier van spelen grondig veranderen. Dat proces fascineert me.’

‘Zonder luisteraars is musiceren zinloos’

Santa had soortgelijke ervaringen met haar leraar kamermuziek op de talentenschool in Riga, waar ze vanaf haar vijfde naartoe ging. ‘Hij was de eerste docent die ons – met tal van metaforen – een idee gaf over de aard van muzikaliteit. Ik herinner me dat hij ons eens onderbrak bij het oefenen van Mozarts ‘Kegelstatt’-. ‘Nee, nee’, zei hij plotseling. ‘Jullie begrijpen het niet. Bij deze passage moeten champagnebubbels je neus kietelen.’ Ik was zestien, en kende de sensatie van champagne van oud en nieuw. Het was me meteen helder wat hij bedoelde. Hij wilde ons leren schilderen met klank.’

Dictatuur

Santa en Carlos leerden het Amsterdamse muziekleven kennen in de jaren 2010 als deelnemers aan de Academie van het Concertgebouworkest, waarin jonge toptalenten ervaring kunnen opdoen. Nu zijn ze beiden aanvoerder van hun instrumentgroep. Santa werd geboren in een artistiek gezin in de Letse hoofdstad Riga. Haar vader studeerde ballet en haar moeder muziek aan dezelfde jongtalentschool waar ze zelf ook zou belanden. ‘Mijn zusje is violiste in de Kremerata Baltica waar ik ook begonnen ben’, vertelt ze. ‘Alles draaide thuis om muziek en ik dacht als kind dat dit in elk gezin zo was.’

Carlos daarentegen groeide op in een arme Portugese familie in de kleine stad Paredes – ten oosten van Porto – waar alle mannen voorbestemd leken tot werken in de plaatselijke meubel-fabriek. ‘Zoals mijn vader, mijn ooms en mijn twaalf en zeven jaar oudere broers doen’, zegt hij. Zijn broers speelden in het plaatselijke blaasorkest. Met zijn ouders bezocht hij hun optredens. ‘De muziek betoverde me. Daarom kreeg ik vanaf mijn vijfde klarinetles. Mijn vader en moeder zuchtten onder de dictatuur van Salazar in hun jonge jaren. Ze leerden ons dat het leven niet eenvoudig is. Wie wat wil, moet ervoor vechten. Niemand zal het je geven. Geloof niet in andermans mooie beloften, maar alleen in jezelf. Vanaf mijn elfde groeide in mij de overtuiging dat ik musicus kon worden. Als ik hard werk en doe wat mijn leraren verlangen, was mijn gedachte, dan zal het lukken.’

Ook Santa’s ouders leefden in een -dictatuur: de Sovjet-Unie. Ze was drie jaar toen die uiteenviel. Het machts-vacuüm ontaardde aanvankelijk in -chaos. ‘Ik groeide op in wat we in Riga the criminal nineties noemden’, vertelt ze. ‘Misdadige en corrupte mensen zagen hun kans schoon zichzelf te verrijken. Het dwong ons om vroeg volwassen te worden. Vanaf onze late tienerjaren verdienden we al ons eigen geld. Het gezin hechtte sterk aan onafhankelijkheid.’

Dit zijn de luistertips van Carlos Ferreira en Santa Vižine

Wijze woorden

Carlos’ ouders moesten een driejarige lening sluiten om een klarinet voor hem te kopen. ‘Het ontbrak me aan vijftien euro voor een doos met rieten. Mijn geluk was dat ik ondanks mijn ondermaatse materiaal veel concoursen won en daarmee wat verdiende. Mijn studie heb ik zelf moeten bekostigen. Daar was thuis geen geld voor. Dat sprokkelde ik vooral bij elkaar met lesgeven.’

In het gezin van Santa was musiceren meer een manier van leven dan een bewuste keuze. ‘Op een dag vroeg mijn leraar: ‘Waarom speel je?’ Het duurde even voor ik ontdekte dat ik het niet voor mezelf deed. Het gaat om de uitwisseling van energie met het publiek. Zonder luisteraars is musiceren zinloos. Ik ga het podium op om mensen hun eigen sores even te laten vergeten, om ze aan het lachen of het huilen te brengen. Ik herinner me dat Trevor Pinnock eens tegen ons zei: ‘Wij musici doen een vorm van sociaal werk.’ Ik denk dat hij daar gelijk in heeft.’

Dat uitgangspunt is ook een -belangrijke drijfveer voor Carlos. ‘Mijn eerste klarinetleraar was ook de dirigent van ons amateurblaasorkest. Hij zag iets in de kleine jongen die niet wist dat musicus een beroep kon zijn. Hij drukte me vaak op het hart: ‘Carlos, jij bent geboren om mensen gelukkig te maken met je klarinet. Vergeet dat nooit.’ Die woorden draag ik sindsdien altijd met me mee.’

De instrumenten van Santa en Carlos

Santa:

‘Ik heb momenteel een Grancino-- uit 1680 in bruikleen van de Foundation Concertgebouworkest. Daar speelde mijn voorganger Ken Hakii op tot zijn pensioen. Het heeft wel iets lachwekkend tragisch bij strijkers: wanneer je de top van je kunnen bereikt, dauwen ze je een instrument in handen dat je jezelf nooit zult kunnen veroorloven. Deze altviool voelde als thuiskomen. Ze is een oude Italiaanse en misschien daarom soms wispelturig, maar een mooier klinkend instrument heb ik nog nooit in handen gehad. In mijn ogen gaat het om een ‘zij’: ze zegt wat ze te zeggen heeft, maar zonder te beledigen, ze kan ook warmhartig en zorgzaam zijn: alleen een vrouw beschikt over al die kwaliteiten. Hahaha.’

Carlos:

‘Ik bespeel een Buffet Crampon, het meest populaire merk klarinet. Sinds mijn tiende was de Franse klarinettist Michel Arrignon mijn grote held. Hij gaf me les in Madrid en ik werd zijn opvolger als ‘tester’ in de instrumentenfabriek van Buffet Crampon. Elke maand probeer ik daar nieuwe klarinetten uit en ik help mee bij het verder ontwikkelen ervan. Onze instrumenten zijn nog volop aan het evolueren. Je kan mijn werk daar vergelijken met wat autocoureur Max Verstappen in de Formule 1 doet: hij geeft zijn mecaniciens feedback over de prestaties van zijn bolide. Ik hou niet van klarinetten die vooral veiligheid bieden. Ik wil een instrument dat de muzikale grenzen verkent. Daar zoek ik altijd naar.’

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden