interview

Dirigent Philipp von Steinaecker: ‘Het heeft allemaal te maken met Mahler’

Een alpenweide, koebellen, Schopenhauer: allemaal hebben ze met elkaar te maken. Hoe, dat vertelt dirigent Philipp von Steinaecker. Met het Mahler Academy Orchestra en Mahlers Negende symfonie komt hij naar Amsterdam.

Voor wie het Dolomietenplaatsje Toblach op de bucketlist heeft: in een malse alpenweide rondom het kleine dorpscentrum staan koeien te grazen, met koebellen om – Gustav Mahler gebruikte ze prominent in zijn symfonieën. Stukje doorlopen, en je komt bij een van Mahlers componeerhuisjes.

Ook staat in Toblach het cultuurcentrum waar het Mahler Academy ­Orchestra samenkomt om zijn concerten voor te bereiden. Artistieke man achter het orkest is Philipp von Steinaecker. Hij en zijn club waren in het najaar van 2024, in de aanloop naar het Mahler Festival 2025, voor het eerst in Het Concertgebouw, met Mahlers ­Vijfde, een daverend succes.

Nu staat de Negende op de rol. En niet zomaar de Negende, maar de ­symfonie op authentiek instrumentarium. Want dat is waar Von Steinaecker op inzet. Hij doopte zijn Mahler-missie het ­Originalklang Project. Hoe klonk ­Mahler in de tijd van Mahler? Verder wil Von Steinaecker liefst alles weten, alles waardoor hij de componist en zijn tijd beter kan begrijpen.

Als we via Zoom praten over de Mahler-composities – ook de Kindertotenlieder – die hij meeneemt naar Het Concertgebouw is hij net terug in thuisland Italië na een reis met het Mahler Chamber Orchestra. Von Steinaecker is cellist in dat orkest.

‘Alles is ver weg als je aan de westkust van Amerika bent, alsof je in een soort parallel universum zit. Ik heb veel gelezen.’ Wat heeft hij onder handen genomen? ‘Ik ben terughoudend dat te vertellen, het klinkt zo pretentieus, maar ik lees Arthur Schopenhauer. Ik ben helemaal geen filosofieman, dit is mijn eerste echte poging.’ Interessant, waarom? ‘Het heeft allemaal te maken met Mahler. Als musicus kom je Schopenhauer steeds tegen. Hij was een bron van inspiratie voor Wagner, voor Mahler. Het is een soort detectivewerk, heel aantrekkelijk. Alle lijntjes met elkaar verbinden.’

De in Hamburg geboren Philipp von Steinaecker zoekt naar de betekenis van Mahlers muziek. Hij wil intens ín die muziek leven en kent haar al sinds zijn tienerjaren. Lang speelde hij onder en als Claudio Abbado en John Eliot Gardiner, zijn voorbeelden. Deze grootheden zijn en waren orkestenbouwers, stroopten de mouwen op, maakten plannen en voerden die uit.

‘Mahler las iedere ochtend anderhalf uur filosofie voordat hij überhaupt een noot op papier zette’

‘Hoe meer ik over Mahler lees, ook zijn brieven, des te meer realiseer ik me dat het zonder Schopenhauer echt moeilijk is om te zeggen waarover die muziek gaat. En tegelijkertijd weet ik dat ik dat los moet laten, omdat ik de muziek moet voelen. Daar zit de clou. Je wilt de richting weten die je gevoelens op zouden moeten gaan. Mahler was buitengewoon onderlegd. Hij las iedere ochtend anderhalf uur filosofie voordat hij überhaupt een noot op papier zette.’

In de Negende hoor je de oude en de nieuwe wereld. Mahler, een Europeaan in New York, het -Burleske, deel twee, krankzinnig. New York City. ‘Dat is wat Schopenhauer de wil noemt,’ legt Von Steinaecker uit, ‘het vooruit willen. Als je geen pijn wilt, moet je de wil om te leven loslaten. Als je wilt leven, zul je pijn voelen. In het laatste deel van de Negende probeert Mahler alles los te laten en een staat van niets te vinden. We kunnen natuurlijk niet met zekerheid zeggen of hij dit soort dingen in zijn hoofd had bij het componeren. Maar toch, mijn doel is deze stukken op het diepst mogelijke niveau te ontdekken. Als ik mezelf al deze vragen heb gesteld en als ik me tijdens een uitvoering begeef in deze kwesties van pijn en geluk, dan kan er een intens moment ontstaan.’

Philipp von Steinaecker in 17 dilemma’s

ochtend / avond

koffie / thee

zoet / hartig

lente / herfst

stad / platteland

onderweg / thuis

spreken / zwijgen

boek / film

ontbijt / diner

zwart / wit

vliegtuig / trein

cellist /

baton / handen

repetitie / concert

/

reuzenrad / achtbaan

Wenen / Bolzano

‘Leven betekent bezig zijn met dingen willen. De voldoening van het bereiken is meestal veel kleiner dan het verlangen. Dus wil je het verlangen opgeven. Voilà, het slot van de Negende. Ik denk dat Mahler filosofie in muzikale vorm schreef. Alles wat we doen is verbonden met ruimte en tijd. Eens? En we onthouden alles in relatie tot het verleden of de toekomst. Daar komt onze pijn vandaan. We onthouden het verleden, we hebben zorgen over de toekomst. Je bent nooit vrij, alleen als je muziek maakt, althans, zo voel ik dat, die verlossing.’

Mahler trekt mensen uit hun dagelijkse bestaan. Hij zet al deze vragen over leven en dood, over geluk, om in muziek en schotelt je die voor op een moment waarin je al in een andere gemoedstoestand bent: je luistert naar muziek. ‘Dat is geniaal. Ik denk dat dit de reden is dat zijn werk ons zo diep raakt.’

Hoe zit dat met de abstractie van muziek? Hoeveel moet je weten, hoeveel wil de componist dat je weet? ‘Iemand als Anton Bruckner schreef de hemel, zoveel is zeker. Maar die kan de luisteraar alleen ervaren als de musici hem daar brengen. Nikolaus Harnoncourt, die ik zeer bewonder, zei: ‘Als er niemand op het podium is die dit heeft begrepen, gebeurt er niets.’ Maar ook geldt: op het podium moet je alles laten gaan, want je kunt niet intellectueel gaan zitten doen, dan gebeurt er ook niets.’

‘Ik denk dat Mahler filosofie in muzikale vorm schreef’

Terug naar Toblach. De Drei Zinnen, de drie karakteristiekste bergtoppen van de Dolomieten, zijn op hun mooist bij zonsopgang. Om vijf uur op, en dan naar 2.373 meter. De beloning is grandioos. Mahler wist waar hij zijn tenten opsloeg, de natuur was een van zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Bestaat die magie voor Von Steinaecker? Dit is de grond waar Mahler sliep, at, wandelde, zijn inspiratie vandaan haalde. ‘Absoluut, zo romantisch ben ik. En Toblach heeft dat heel sterk voor mij. Zeker als ik aan de Negende symfonie denk. Voor mij is er een duidelijk verband tussen de kwaliteit van de muziek en de schoonheid van het landschap.’

‘Het is allemaal zo dicht mogelijk erbij willen komen. Ook die instrumenten.’ Uitvoeringen alsof je het stuk voor het eerst hoort fascineren Von Steinaecker. Het gevoel van de eerste keer is spannend. Authentiek instrumentarium kan daarvoor zorgen. Zolders, veilingen en antiquairs: de ging niet over één nacht ijs. De speurtocht leidde tot een volledig gereconstrueerde verzameling instrumenten zoals Mahler ze gehoord moet hebben in de tijd dat hij de Wiener Philharmoniker dirigeerde.

Spreek je musici, dan benoemen ze dat emoties worden uitvergroot op authentiek instrumentarium, het klankveld is puur. De individuele spelers zijn beter te horen, dat heeft alles te maken met de instrumenten; wanneer je op snaren van schapendarm strijkt moet je nu eenmaal gas terugnemen en kun je karakter in de klank leggen. Een koperblazer zal zeggen dat er meer kleur zit in het oude materiaal. In het Mahler Academy Orchestra spelen professionals uit grote orkesten en jong talent naast elkaar. Ook dit jaar doen er weer leden uit het Concertgebouw­orkest mee: cellist Johan van Iersel en altvioliste Martina Forni.

Tot slot, Von Steinaecker merkte het eerder eens op: Mahler zelf zou dit nooit zo doen, hij wilde altijd het nieuwste van het nieuwste in huis hebben.

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden