Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Yuja Wang speelt Ravels Pianoconcert voor de linkerhand

Yuja Wang speelt Ravels Pianoconcert voor de linkerhand

Grote Zaal
17 maart 2026
20.15 uur

Print dit programma

Yuja Wang piano
Swedish Radio Symphony Orchestra
Esa-Pekka Salonen dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Jean Sibelius (1865-1957)

Symfonie nr. 7 in C gr.t., op. 105 (1924) 
Adagio – Un pochettino meno adagio – Poco affettuoso – ­Vivacissimo – Adagio – Allegro molto moderato – Allegro moderato – Vivace – Presto – Adagio – Largamente molto – Affetuoso – Tempo I

Einojuhani Rautavaara (1928-2016)

Pianoconcert nr. 1, op. 45 (1969)
Con grandezza
Andante
Molto vivace

pauze ± 20.55 uur

Maurice Ravel (1875-1937)

Pianoconcert voor de linkerhand in D gr.t. (1929-31)
Lento – Più lento – Andante – Allegro – Più vivo ed accelerando –
Tempo primo – Allegro

Claude Debussy (1862-1918)

La Mer (1903-05)
Trois Esquisses symphoniques
De l’aube à midi sur la mer
Jeux de vagues
Dialogue du vent et de la mer

einde ± 22.20 uur

Met dank aan hoofdsponsor Van Lanschot Kempen.

Grote Zaal 17 maart 2026 20.15 uur

Yuja Wang piano
Swedish Radio Symphony Orchestra
Esa-Pekka Salonen dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Jean Sibelius (1865-1957)

Symfonie nr. 7 in C gr.t., op. 105 (1924) 
Adagio – Un pochettino meno adagio – Poco affettuoso – ­Vivacissimo – Adagio – Allegro molto moderato – Allegro moderato – Vivace – Presto – Adagio – Largamente molto – Affetuoso – Tempo I

Einojuhani Rautavaara (1928-2016)

Pianoconcert nr. 1, op. 45 (1969)
Con grandezza
Andante
Molto vivace

pauze ± 20.55 uur

Maurice Ravel (1875-1937)

Pianoconcert voor de linkerhand in D gr.t. (1929-31)
Lento – Più lento – Andante – Allegro – Più vivo ed accelerando –
Tempo primo – Allegro

Claude Debussy (1862-1918)

La Mer (1903-05)
Trois Esquisses symphoniques
De l’aube à midi sur la mer
Jeux de vagues
Dialogue du vent et de la mer

einde ± 22.20 uur

Met dank aan hoofdsponsor Van Lanschot Kempen.

Toelichting

Toelichting

door Michel Khalifa

In een dialoog op afstand tussen Finland en Frankrijk klinken vanavond twee compacte pianoconcerten en twee kleurrijke orkestwerken uit de twintigste eeuw. Alle vier de componisten weten hierbij de luisteraar te verrassen, en zichzelf soms ook.

In een dialoog op afstand tussen Finland en Frankrijk klinken vanavond twee compacte pianoconcerten en twee kleurrijke orkestwerken uit de twintigste eeuw. Alle vier de componisten weten hierbij de luisteraar te verrassen, en zichzelf soms ook.

door Michel Khalifa

Jean Sibelius (1865-1957)

Zevende symfonie

Zijn leven lang zocht Jean ­Sibelius naar nieuwe vormen binnen het eerbiedwaardige genre van de symfonie. De Finse componist was geen hemelbestormer zoals Arnold Schönberg, hij hoefde ook niet zoals Gustav Mahler de complexiteit van het leven in zijn symfonieën te vangen, maar hij wilde wel zijn muzikale gedachten kernachtig presenteren en organisch met elkaar verbinden.

Zijn leven lang zocht Jean ­Sibelius naar nieuwe vormen binnen het eerbiedwaardige genre van de symfonie. De Finse componist was geen hemelbestormer zoals Arnold Schönberg, hij hoefde ook niet zoals Gustav Mahler de complexiteit van het leven in zijn symfonieën te vangen, maar hij wilde wel zijn muzikale gedachten kernachtig presenteren en organisch met elkaar verbinden.

  • Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

    Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

  • Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

    Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

Met de Zevende symfonie zette hij in 1924 een radicale stap in die richting. Dit korte werk bestaat uit slechts één deel, waarin talrijke episoden in verschillende stemmingen elkaar opvolgen. Als verbindend element fungeert een majestueus thema in de trombones, dat in de loop van de symfonie drie keer te horen is. Sibelius zorgt voor subtiele overgangen en tempowisselingen, maar ziet bewust af van hoogtepunten. Soms zet hij de luisteraar op het verkeerde been. Zo lijkt een tri­omfantelijke conclusie in zicht, maar het betoog neemt dan een onverwachte wending en de symfonie eindigt met een dubbelzinnig gebaar: een majeurdrieklank die maar niet stralend wil worden.

In 1925 en 1926 componeerde Sibelius nog twee omvangrijke werken. Daarna trok de 61-jarige componist zich terug in een creatieve stilte die tot aan zijn dood, ruim dertig jaar later, zou duren. Hij werkte wel aan een Achtste symfonie, maar schijnt het manuscript te hebben verbrand. Kennelijk had hij met de Zevende al alles gezegd.

Met de Zevende symfonie zette hij in 1924 een radicale stap in die richting. Dit korte werk bestaat uit slechts één deel, waarin talrijke episoden in verschillende stemmingen elkaar opvolgen. Als verbindend element fungeert een majestueus thema in de trombones, dat in de loop van de symfonie drie keer te horen is. Sibelius zorgt voor subtiele overgangen en tempowisselingen, maar ziet bewust af van hoogtepunten. Soms zet hij de luisteraar op het verkeerde been. Zo lijkt een tri­omfantelijke conclusie in zicht, maar het betoog neemt dan een onverwachte wending en de symfonie eindigt met een dubbelzinnig gebaar: een majeurdrieklank die maar niet stralend wil worden.

In 1925 en 1926 componeerde Sibelius nog twee omvangrijke werken. Daarna trok de 61-jarige componist zich terug in een creatieve stilte die tot aan zijn dood, ruim dertig jaar later, zou duren. Hij werkte wel aan een Achtste symfonie, maar schijnt het manuscript te hebben verbrand. Kennelijk had hij met de Zevende al alles gezegd.

Einojuhani Rautavaara (1928-2016)

Eerste pianoconcert

Toen Sibelius in december 1955 negentig werd, kreeg hij een origineel verjaardagscadeau van de Koussevitzky Foundation. Hij mocht een jonge componist aanwijzen die van de stichting een beurs zou ontvangen om zich in de Verenigde Staten verder te bekwamen. Hij koos voor zijn landgenoot Einojuhani Rautavaara, vermoedelijk nadat hij diens muziek op de radio gehoord had. Deze 27-jarige componist ging in Tanglewood en vervolgens aan de Juilliard School in New York studeren, wat zijn artistieke ontwikkeling een beslissende impuls gaf. Toch duurde het lang voordat Rautavaara zijn eigen stem vond. Na teleurstellende uitstapjes naar het op het verleden gerichte neoclassicisme en het strenge serialisme richtte hij zich vanaf de late jaren zestig op een mengeling van laatromantiek en avant-­garde, zoals die in het Eerste piano­concert te horen is.

Toen Sibelius in december 1955 negentig werd, kreeg hij een origineel verjaardagscadeau van de Koussevitzky Foundation. Hij mocht een jonge componist aanwijzen die van de stichting een beurs zou ontvangen om zich in de Verenigde Staten verder te bekwamen. Hij koos voor zijn landgenoot Einojuhani Rautavaara, vermoedelijk nadat hij diens muziek op de radio gehoord had. Deze 27-jarige componist ging in Tanglewood en vervolgens aan de Juilliard School in New York studeren, wat zijn artistieke ontwikkeling een beslissende impuls gaf. Toch duurde het lang voordat Rautavaara zijn eigen stem vond. Na teleurstellende uitstapjes naar het op het verleden gerichte neoclassicisme en het strenge serialisme richtte hij zich vanaf de late jaren zestig op een mengeling van laatromantiek en avant-­garde, zoals die in het Eerste piano­concert te horen is.

  • Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

    Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

  • Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

    Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

Tegengestelde gebaren in dit werk uit 1969 zijn enerzijds lieflijke episoden met tedere arpeggio’s en anderzijds meedogenloze clusters, ofwel dicht opeengestapelde tonen, die als zeer dissonant ervaren worden. Het geheel heeft een improvisatorische uitstraling, alsof de pianist elke noot ter plekke verzint. Rautavaara benadrukt in zijn eigen toelichting dat hij dit werk voor zijn eigen idiosyncratische piano­techniek schreef en dat hij het met verschillende orkesten als solist uitvoerde.

Er speelde nog iets persoonlijks toen het Eerste pianoconcert ontstond. In zijn lijvige biografie van Rautavaara onthulde de Finse journalist en musicoloog Samuli Tiikkaya dat de componist vanaf 1959 ruim twintig jaar lang in een buitengewoon giftige relatie met zijn eerste vrouw verwikkeld was. Zou deze nachtmerrie het gewelddadige karakter van bepaalde passages mede verklaren?

Tegengestelde gebaren in dit werk uit 1969 zijn enerzijds lieflijke episoden met tedere arpeggio’s en anderzijds meedogenloze clusters, ofwel dicht opeengestapelde tonen, die als zeer dissonant ervaren worden. Het geheel heeft een improvisatorische uitstraling, alsof de pianist elke noot ter plekke verzint. Rautavaara benadrukt in zijn eigen toelichting dat hij dit werk voor zijn eigen idiosyncratische piano­techniek schreef en dat hij het met verschillende orkesten als solist uitvoerde.

Er speelde nog iets persoonlijks toen het Eerste pianoconcert ontstond. In zijn lijvige biografie van Rautavaara onthulde de Finse journalist en musicoloog Samuli Tiikkaya dat de componist vanaf 1959 ruim twintig jaar lang in een buitengewoon giftige relatie met zijn eerste vrouw verwikkeld was. Zou deze nachtmerrie het gewelddadige karakter van bepaalde passages mede verklaren?

Maurice Ravel (1875-1937)

Pianoconcert voor de linkerhand

Bij Maurice Ravel overheerst het beeld van een verfijnde en elegante componist die nooit zijn ware emoties toont en liever in een geïdealiseerde fantasiewereld verkeert. Veel van zijn composities bevestigen dit cliché dankzij hun lichtvoetige en tijdloze karakter, maar er zijn ook uitzonderingen. In het overwegend duistere Pianoconcert voor de linkerhand uit 1929-31 toont Ravel een geheel ander aspect van zijn raadselachtige persoonlijkheid. Deze indringende muziek roept bij vlagen associaties op met een mensheid die aan de rand van de afgrond staat, alsof Ravel ruim tien jaar na dato de traumatische ervaringen van de Eerste Wereldoorlog aan het herbeleven is.

Bij Maurice Ravel overheerst het beeld van een verfijnde en elegante componist die nooit zijn ware emoties toont en liever in een geïdealiseerde fantasiewereld verkeert. Veel van zijn composities bevestigen dit cliché dankzij hun lichtvoetige en tijdloze karakter, maar er zijn ook uitzonderingen. In het overwegend duistere Pianoconcert voor de linkerhand uit 1929-31 toont Ravel een geheel ander aspect van zijn raadselachtige persoonlijkheid. Deze indringende muziek roept bij vlagen associaties op met een mensheid die aan de rand van de afgrond staat, alsof Ravel ruim tien jaar na dato de traumatische ervaringen van de Eerste Wereldoorlog aan het herbeleven is.

  • Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

    Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

  • Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

    Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

De componist ging goed beslagen ten ijs. Hij bestudeerde Camille Saint-­Saëns’ etudes en Leopold Godowsky’s Chopin-transcripties voor de linkerhand en werkte twee jaar lang aan deze opdracht, parallel aan het zonnige en optimistische Pianoconcert in G groot. De solopartij van het Pianoconcert voor de linkerhand is zo weelderig dat het lijkt alsof de pianist beide handen gebruikt. Binnen een grote boog van krap twintig minuten volgen drie ­herkenbare secties elkaar op: een onheilspellende inleiding in het laagste register met een hoofdrol voor contrafagot en hoorns, een lyrische episode en een mars, met als afsluiting een virtuoze solocadens.

Aanleiding voor dit werk was een compositieopdracht van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein, wiens rechterarm in de oorlog geamputeerd moest worden. Wittgenstein, telg uit een vermogende Weense familie, bleef piano spelen en liet in de loop der jaren vooraanstaande componisten – van Paul Hindemith tot Benjamin Britten – pianoconcerten schrijven die hij met één hand kon uitvoeren. Het resultaat van deze opdrachten viel hem soms zwaar tegen. Vanwege zijn ­voorliefde voor het laatromantische piano­repertoire weigerde hij bijvoorbeeld de modernistische inzending van Sergej Prokofjev uit te voeren. Hij hield wel Ravels Pianoconcert voor de linkerhand ten doop, maar met ongeautoriseerde aanpassingen, waardoor solist en componist in onmin raakten.

De componist ging goed beslagen ten ijs. Hij bestudeerde Camille Saint-­Saëns’ etudes en Leopold Godowsky’s Chopin-transcripties voor de linkerhand en werkte twee jaar lang aan deze opdracht, parallel aan het zonnige en optimistische Pianoconcert in G groot. De solopartij van het Pianoconcert voor de linkerhand is zo weelderig dat het lijkt alsof de pianist beide handen gebruikt. Binnen een grote boog van krap twintig minuten volgen drie ­herkenbare secties elkaar op: een onheilspellende inleiding in het laagste register met een hoofdrol voor contrafagot en hoorns, een lyrische episode en een mars, met als afsluiting een virtuoze solocadens.

Aanleiding voor dit werk was een compositieopdracht van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein, wiens rechterarm in de oorlog geamputeerd moest worden. Wittgenstein, telg uit een vermogende Weense familie, bleef piano spelen en liet in de loop der jaren vooraanstaande componisten – van Paul Hindemith tot Benjamin Britten – pianoconcerten schrijven die hij met één hand kon uitvoeren. Het resultaat van deze opdrachten viel hem soms zwaar tegen. Vanwege zijn ­voorliefde voor het laatromantische piano­repertoire weigerde hij bijvoorbeeld de modernistische inzending van Sergej Prokofjev uit te voeren. Hij hield wel Ravels Pianoconcert voor de linkerhand ten doop, maar met ongeautoriseerde aanpassingen, waardoor solist en componist in onmin raakten.

Claude Debussy (1862-1918)

La Mer

Claude Debussy had een sterke band met de zee. Zijn vader, die in de marine gediend had, hoopte dat hij matroos zou worden. Zo ver kwam het niet, maar Debussy heeft altijd als componist een fascinatie gehad voor water. In La Mer (‘De zee’) geeft hij niet alleen ruimte aan de natuurkrachten zee, zon en wind, maar ook aan zijn eigen verbeelding. Zijn brieven aan zijn uitgever en vriend Jacques Durand bieden een inkijkje in de totstandkoming van dit orkestrale drieluik. ‘Ontelbare herinneringen’ waren zijn inspiratiebronnen, zo schrijft hij zonder verdere details op 12 september 1903. Zeezicht had hij in deze beginfase zeker niet, want hij bracht de zomer door in de Bourgogne, op zo’n driehonderd kilometer van de kust. In dezelfde brief rept de componist over ‘de wind die de zee aan het dansen brengt’, de deeltitel die hij toen in gedachte had voor het derde deel. Ruim een jaar later, op 24 september 1904, omschrijft hij het orkest uit deze compositie-in-wording als ‘net zo onstuimig en veelzijdig als… de zee’.

Claude Debussy had een sterke band met de zee. Zijn vader, die in de marine gediend had, hoopte dat hij matroos zou worden. Zo ver kwam het niet, maar Debussy heeft altijd als componist een fascinatie gehad voor water. In La Mer (‘De zee’) geeft hij niet alleen ruimte aan de natuurkrachten zee, zon en wind, maar ook aan zijn eigen verbeelding. Zijn brieven aan zijn uitgever en vriend Jacques Durand bieden een inkijkje in de totstandkoming van dit orkestrale drieluik. ‘Ontelbare herinneringen’ waren zijn inspiratiebronnen, zo schrijft hij zonder verdere details op 12 september 1903. Zeezicht had hij in deze beginfase zeker niet, want hij bracht de zomer door in de Bourgogne, op zo’n driehonderd kilometer van de kust. In dezelfde brief rept de componist over ‘de wind die de zee aan het dansen brengt’, de deeltitel die hij toen in gedachte had voor het derde deel. Ruim een jaar later, op 24 september 1904, omschrijft hij het orkest uit deze compositie-in-wording als ‘net zo onstuimig en veelzijdig als… de zee’.

  • Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

    Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

  • Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

    Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

Veelzijdig is La Mer zeker. Constante veranderingen in motieven, ritme en instrumentatie zorgen voor een caleidoscoop aan indrukken. Daardoor wijkt La Mer af van de hechter gestructureerde symfonie, al had het kwikzilverachtige tweede deel voor een symfonisch scherzo kunnen doorgaan. Maar uiteindelijk past La Mer in geen enkel vakje, ook niet in dat van de programma­muziek, aangezien ­Debussy meer belangstelling heeft voor ­vluchtige stemmingen dan voor de letterlijke uitbeelding van de zee. Het enfant terrible van de Franse muziek onttrekt zich weer eens aan alle muzikale conventies en schept hier een volstrekt origineel werk dat vele generaties componisten zou inspireren.

Veelzijdig is La Mer zeker. Constante veranderingen in motieven, ritme en instrumentatie zorgen voor een caleidoscoop aan indrukken. Daardoor wijkt La Mer af van de hechter gestructureerde symfonie, al had het kwikzilverachtige tweede deel voor een symfonisch scherzo kunnen doorgaan. Maar uiteindelijk past La Mer in geen enkel vakje, ook niet in dat van de programma­muziek, aangezien ­Debussy meer belangstelling heeft voor ­vluchtige stemmingen dan voor de letterlijke uitbeelding van de zee. Het enfant terrible van de Franse muziek onttrekt zich weer eens aan alle muzikale conventies en schept hier een volstrekt origineel werk dat vele generaties componisten zou inspireren.

Toelichting

door Michel Khalifa

In een dialoog op afstand tussen Finland en Frankrijk klinken vanavond twee compacte pianoconcerten en twee kleurrijke orkestwerken uit de twintigste eeuw. Alle vier de componisten weten hierbij de luisteraar te verrassen, en zichzelf soms ook.

In een dialoog op afstand tussen Finland en Frankrijk klinken vanavond twee compacte pianoconcerten en twee kleurrijke orkestwerken uit de twintigste eeuw. Alle vier de componisten weten hierbij de luisteraar te verrassen, en zichzelf soms ook.

door Michel Khalifa

Jean Sibelius (1865-1957)

Zevende symfonie

Zijn leven lang zocht Jean ­Sibelius naar nieuwe vormen binnen het eerbiedwaardige genre van de symfonie. De Finse componist was geen hemelbestormer zoals Arnold Schönberg, hij hoefde ook niet zoals Gustav Mahler de complexiteit van het leven in zijn symfonieën te vangen, maar hij wilde wel zijn muzikale gedachten kernachtig presenteren en organisch met elkaar verbinden.

Zijn leven lang zocht Jean ­Sibelius naar nieuwe vormen binnen het eerbiedwaardige genre van de symfonie. De Finse componist was geen hemelbestormer zoals Arnold Schönberg, hij hoefde ook niet zoals Gustav Mahler de complexiteit van het leven in zijn symfonieën te vangen, maar hij wilde wel zijn muzikale gedachten kernachtig presenteren en organisch met elkaar verbinden.

  • Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

    Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

  • Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

    Jean Sibelius

    voor zijn huis 'Ainola' in Järvenpää, 1940-45

Met de Zevende symfonie zette hij in 1924 een radicale stap in die richting. Dit korte werk bestaat uit slechts één deel, waarin talrijke episoden in verschillende stemmingen elkaar opvolgen. Als verbindend element fungeert een majestueus thema in de trombones, dat in de loop van de symfonie drie keer te horen is. Sibelius zorgt voor subtiele overgangen en tempowisselingen, maar ziet bewust af van hoogtepunten. Soms zet hij de luisteraar op het verkeerde been. Zo lijkt een tri­omfantelijke conclusie in zicht, maar het betoog neemt dan een onverwachte wending en de symfonie eindigt met een dubbelzinnig gebaar: een majeurdrieklank die maar niet stralend wil worden.

In 1925 en 1926 componeerde Sibelius nog twee omvangrijke werken. Daarna trok de 61-jarige componist zich terug in een creatieve stilte die tot aan zijn dood, ruim dertig jaar later, zou duren. Hij werkte wel aan een Achtste symfonie, maar schijnt het manuscript te hebben verbrand. Kennelijk had hij met de Zevende al alles gezegd.

Met de Zevende symfonie zette hij in 1924 een radicale stap in die richting. Dit korte werk bestaat uit slechts één deel, waarin talrijke episoden in verschillende stemmingen elkaar opvolgen. Als verbindend element fungeert een majestueus thema in de trombones, dat in de loop van de symfonie drie keer te horen is. Sibelius zorgt voor subtiele overgangen en tempowisselingen, maar ziet bewust af van hoogtepunten. Soms zet hij de luisteraar op het verkeerde been. Zo lijkt een tri­omfantelijke conclusie in zicht, maar het betoog neemt dan een onverwachte wending en de symfonie eindigt met een dubbelzinnig gebaar: een majeurdrieklank die maar niet stralend wil worden.

In 1925 en 1926 componeerde Sibelius nog twee omvangrijke werken. Daarna trok de 61-jarige componist zich terug in een creatieve stilte die tot aan zijn dood, ruim dertig jaar later, zou duren. Hij werkte wel aan een Achtste symfonie, maar schijnt het manuscript te hebben verbrand. Kennelijk had hij met de Zevende al alles gezegd.

Einojuhani Rautavaara (1928-2016)

Eerste pianoconcert

Toen Sibelius in december 1955 negentig werd, kreeg hij een origineel verjaardagscadeau van de Koussevitzky Foundation. Hij mocht een jonge componist aanwijzen die van de stichting een beurs zou ontvangen om zich in de Verenigde Staten verder te bekwamen. Hij koos voor zijn landgenoot Einojuhani Rautavaara, vermoedelijk nadat hij diens muziek op de radio gehoord had. Deze 27-jarige componist ging in Tanglewood en vervolgens aan de Juilliard School in New York studeren, wat zijn artistieke ontwikkeling een beslissende impuls gaf. Toch duurde het lang voordat Rautavaara zijn eigen stem vond. Na teleurstellende uitstapjes naar het op het verleden gerichte neoclassicisme en het strenge serialisme richtte hij zich vanaf de late jaren zestig op een mengeling van laatromantiek en avant-­garde, zoals die in het Eerste piano­concert te horen is.

Toen Sibelius in december 1955 negentig werd, kreeg hij een origineel verjaardagscadeau van de Koussevitzky Foundation. Hij mocht een jonge componist aanwijzen die van de stichting een beurs zou ontvangen om zich in de Verenigde Staten verder te bekwamen. Hij koos voor zijn landgenoot Einojuhani Rautavaara, vermoedelijk nadat hij diens muziek op de radio gehoord had. Deze 27-jarige componist ging in Tanglewood en vervolgens aan de Juilliard School in New York studeren, wat zijn artistieke ontwikkeling een beslissende impuls gaf. Toch duurde het lang voordat Rautavaara zijn eigen stem vond. Na teleurstellende uitstapjes naar het op het verleden gerichte neoclassicisme en het strenge serialisme richtte hij zich vanaf de late jaren zestig op een mengeling van laatromantiek en avant-­garde, zoals die in het Eerste piano­concert te horen is.

  • Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

    Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

  • Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

    Einojuhani Rautavaara

    Foto: Urpo Rouhiainen

Tegengestelde gebaren in dit werk uit 1969 zijn enerzijds lieflijke episoden met tedere arpeggio’s en anderzijds meedogenloze clusters, ofwel dicht opeengestapelde tonen, die als zeer dissonant ervaren worden. Het geheel heeft een improvisatorische uitstraling, alsof de pianist elke noot ter plekke verzint. Rautavaara benadrukt in zijn eigen toelichting dat hij dit werk voor zijn eigen idiosyncratische piano­techniek schreef en dat hij het met verschillende orkesten als solist uitvoerde.

Er speelde nog iets persoonlijks toen het Eerste pianoconcert ontstond. In zijn lijvige biografie van Rautavaara onthulde de Finse journalist en musicoloog Samuli Tiikkaya dat de componist vanaf 1959 ruim twintig jaar lang in een buitengewoon giftige relatie met zijn eerste vrouw verwikkeld was. Zou deze nachtmerrie het gewelddadige karakter van bepaalde passages mede verklaren?

Tegengestelde gebaren in dit werk uit 1969 zijn enerzijds lieflijke episoden met tedere arpeggio’s en anderzijds meedogenloze clusters, ofwel dicht opeengestapelde tonen, die als zeer dissonant ervaren worden. Het geheel heeft een improvisatorische uitstraling, alsof de pianist elke noot ter plekke verzint. Rautavaara benadrukt in zijn eigen toelichting dat hij dit werk voor zijn eigen idiosyncratische piano­techniek schreef en dat hij het met verschillende orkesten als solist uitvoerde.

Er speelde nog iets persoonlijks toen het Eerste pianoconcert ontstond. In zijn lijvige biografie van Rautavaara onthulde de Finse journalist en musicoloog Samuli Tiikkaya dat de componist vanaf 1959 ruim twintig jaar lang in een buitengewoon giftige relatie met zijn eerste vrouw verwikkeld was. Zou deze nachtmerrie het gewelddadige karakter van bepaalde passages mede verklaren?

Maurice Ravel (1875-1937)

Pianoconcert voor de linkerhand

Bij Maurice Ravel overheerst het beeld van een verfijnde en elegante componist die nooit zijn ware emoties toont en liever in een geïdealiseerde fantasiewereld verkeert. Veel van zijn composities bevestigen dit cliché dankzij hun lichtvoetige en tijdloze karakter, maar er zijn ook uitzonderingen. In het overwegend duistere Pianoconcert voor de linkerhand uit 1929-31 toont Ravel een geheel ander aspect van zijn raadselachtige persoonlijkheid. Deze indringende muziek roept bij vlagen associaties op met een mensheid die aan de rand van de afgrond staat, alsof Ravel ruim tien jaar na dato de traumatische ervaringen van de Eerste Wereldoorlog aan het herbeleven is.

Bij Maurice Ravel overheerst het beeld van een verfijnde en elegante componist die nooit zijn ware emoties toont en liever in een geïdealiseerde fantasiewereld verkeert. Veel van zijn composities bevestigen dit cliché dankzij hun lichtvoetige en tijdloze karakter, maar er zijn ook uitzonderingen. In het overwegend duistere Pianoconcert voor de linkerhand uit 1929-31 toont Ravel een geheel ander aspect van zijn raadselachtige persoonlijkheid. Deze indringende muziek roept bij vlagen associaties op met een mensheid die aan de rand van de afgrond staat, alsof Ravel ruim tien jaar na dato de traumatische ervaringen van de Eerste Wereldoorlog aan het herbeleven is.

  • Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

    Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

  • Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

    Maurice Ravel dirigerend in Londen

    14 april 1923

De componist ging goed beslagen ten ijs. Hij bestudeerde Camille Saint-­Saëns’ etudes en Leopold Godowsky’s Chopin-transcripties voor de linkerhand en werkte twee jaar lang aan deze opdracht, parallel aan het zonnige en optimistische Pianoconcert in G groot. De solopartij van het Pianoconcert voor de linkerhand is zo weelderig dat het lijkt alsof de pianist beide handen gebruikt. Binnen een grote boog van krap twintig minuten volgen drie ­herkenbare secties elkaar op: een onheilspellende inleiding in het laagste register met een hoofdrol voor contrafagot en hoorns, een lyrische episode en een mars, met als afsluiting een virtuoze solocadens.

Aanleiding voor dit werk was een compositieopdracht van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein, wiens rechterarm in de oorlog geamputeerd moest worden. Wittgenstein, telg uit een vermogende Weense familie, bleef piano spelen en liet in de loop der jaren vooraanstaande componisten – van Paul Hindemith tot Benjamin Britten – pianoconcerten schrijven die hij met één hand kon uitvoeren. Het resultaat van deze opdrachten viel hem soms zwaar tegen. Vanwege zijn ­voorliefde voor het laatromantische piano­repertoire weigerde hij bijvoorbeeld de modernistische inzending van Sergej Prokofjev uit te voeren. Hij hield wel Ravels Pianoconcert voor de linkerhand ten doop, maar met ongeautoriseerde aanpassingen, waardoor solist en componist in onmin raakten.

De componist ging goed beslagen ten ijs. Hij bestudeerde Camille Saint-­Saëns’ etudes en Leopold Godowsky’s Chopin-transcripties voor de linkerhand en werkte twee jaar lang aan deze opdracht, parallel aan het zonnige en optimistische Pianoconcert in G groot. De solopartij van het Pianoconcert voor de linkerhand is zo weelderig dat het lijkt alsof de pianist beide handen gebruikt. Binnen een grote boog van krap twintig minuten volgen drie ­herkenbare secties elkaar op: een onheilspellende inleiding in het laagste register met een hoofdrol voor contrafagot en hoorns, een lyrische episode en een mars, met als afsluiting een virtuoze solocadens.

Aanleiding voor dit werk was een compositieopdracht van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein, wiens rechterarm in de oorlog geamputeerd moest worden. Wittgenstein, telg uit een vermogende Weense familie, bleef piano spelen en liet in de loop der jaren vooraanstaande componisten – van Paul Hindemith tot Benjamin Britten – pianoconcerten schrijven die hij met één hand kon uitvoeren. Het resultaat van deze opdrachten viel hem soms zwaar tegen. Vanwege zijn ­voorliefde voor het laatromantische piano­repertoire weigerde hij bijvoorbeeld de modernistische inzending van Sergej Prokofjev uit te voeren. Hij hield wel Ravels Pianoconcert voor de linkerhand ten doop, maar met ongeautoriseerde aanpassingen, waardoor solist en componist in onmin raakten.

Claude Debussy (1862-1918)

La Mer

Claude Debussy had een sterke band met de zee. Zijn vader, die in de marine gediend had, hoopte dat hij matroos zou worden. Zo ver kwam het niet, maar Debussy heeft altijd als componist een fascinatie gehad voor water. In La Mer (‘De zee’) geeft hij niet alleen ruimte aan de natuurkrachten zee, zon en wind, maar ook aan zijn eigen verbeelding. Zijn brieven aan zijn uitgever en vriend Jacques Durand bieden een inkijkje in de totstandkoming van dit orkestrale drieluik. ‘Ontelbare herinneringen’ waren zijn inspiratiebronnen, zo schrijft hij zonder verdere details op 12 september 1903. Zeezicht had hij in deze beginfase zeker niet, want hij bracht de zomer door in de Bourgogne, op zo’n driehonderd kilometer van de kust. In dezelfde brief rept de componist over ‘de wind die de zee aan het dansen brengt’, de deeltitel die hij toen in gedachte had voor het derde deel. Ruim een jaar later, op 24 september 1904, omschrijft hij het orkest uit deze compositie-in-wording als ‘net zo onstuimig en veelzijdig als… de zee’.

Claude Debussy had een sterke band met de zee. Zijn vader, die in de marine gediend had, hoopte dat hij matroos zou worden. Zo ver kwam het niet, maar Debussy heeft altijd als componist een fascinatie gehad voor water. In La Mer (‘De zee’) geeft hij niet alleen ruimte aan de natuurkrachten zee, zon en wind, maar ook aan zijn eigen verbeelding. Zijn brieven aan zijn uitgever en vriend Jacques Durand bieden een inkijkje in de totstandkoming van dit orkestrale drieluik. ‘Ontelbare herinneringen’ waren zijn inspiratiebronnen, zo schrijft hij zonder verdere details op 12 september 1903. Zeezicht had hij in deze beginfase zeker niet, want hij bracht de zomer door in de Bourgogne, op zo’n driehonderd kilometer van de kust. In dezelfde brief rept de componist over ‘de wind die de zee aan het dansen brengt’, de deeltitel die hij toen in gedachte had voor het derde deel. Ruim een jaar later, op 24 september 1904, omschrijft hij het orkest uit deze compositie-in-wording als ‘net zo onstuimig en veelzijdig als… de zee’.

  • Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

    Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

  • Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

    Claude Debussy

    ca. 1908, foto door Félix Nadar

Veelzijdig is La Mer zeker. Constante veranderingen in motieven, ritme en instrumentatie zorgen voor een caleidoscoop aan indrukken. Daardoor wijkt La Mer af van de hechter gestructureerde symfonie, al had het kwikzilverachtige tweede deel voor een symfonisch scherzo kunnen doorgaan. Maar uiteindelijk past La Mer in geen enkel vakje, ook niet in dat van de programma­muziek, aangezien ­Debussy meer belangstelling heeft voor ­vluchtige stemmingen dan voor de letterlijke uitbeelding van de zee. Het enfant terrible van de Franse muziek onttrekt zich weer eens aan alle muzikale conventies en schept hier een volstrekt origineel werk dat vele generaties componisten zou inspireren.

Veelzijdig is La Mer zeker. Constante veranderingen in motieven, ritme en instrumentatie zorgen voor een caleidoscoop aan indrukken. Daardoor wijkt La Mer af van de hechter gestructureerde symfonie, al had het kwikzilverachtige tweede deel voor een symfonisch scherzo kunnen doorgaan. Maar uiteindelijk past La Mer in geen enkel vakje, ook niet in dat van de programma­muziek, aangezien ­Debussy meer belangstelling heeft voor ­vluchtige stemmingen dan voor de letterlijke uitbeelding van de zee. Het enfant terrible van de Franse muziek onttrekt zich weer eens aan alle muzikale conventies en schept hier een volstrekt origineel werk dat vele generaties componisten zou inspireren.

Biografie

Yuja Wang, piano

Yuja Wang studeerde aan het conservatorium in haar geboortestad Peking en in Canada en voltooide haar opleiding bij Gary Graffman aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Haar definitieve doorbraak volgde toen ze in 2007 met Tsjaikovski’s Eerste ­pianoconcert inviel voor Martha ­Argerich bij het Boston Symphony Orchestra.

Sindsdien wordt de pianiste uitgenodigd door grote orkesten als die van Philadelphia, Washington en New York, de Sächsische Staatskapelle Dresden, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het City of Birmingham Symphony Orchestra en de Wiener, de Münchner en de Berliner Philharmoniker.

In 2017 riep muziekblad Musical ­America Yuja Wang uit tot Artist of the Year, in 2021 kreeg ze een Echo Klassik voor haar première-opname van Must the Devil Have all the Good Tunes? van John Adams met de Los Angeles Philharmonic, en in 2024 won ze haar eerste Grammy Award. In San Francisco verzorgde ze in 2022 de wereldpremière van het Derde pianoconcert van Magnus Lindberg, met vervolguitvoeringen in Noord-Amerika en Europa.

Bij het ­Concertgebouworkest debuteerde Yuja Wang in 2010 met Prokofjevs Derde pianoconcert en ze keerde meermaals terug, de laatste keer afgelopen december met Prokofjevs Tweede pianoconcert onder leiding van Thomas Adès. Kamermuziek speelt de pianiste met onder anderen cellist Gautier Capuçon, klarinettist Andreas Ottensamer en violist Leonidas Kavakos, en solorecitals geeft ze wereldwijd – in de Grote Zaal voor het laatst in mei 2022.

Swedish Radio Symphony Orchestra, orkest

Sinds de Zweedse radio begon uit te zenden in januari 1925 was er live orkestmuziek te horen, en in 1967 kreeg het orkest zijn huidige naam. Chef-dirigenten waren achtereenvolgens Sergiu Celibidache (1965-71), Herbert Blomstedt (1977-82), Esa-Pekka Salonen (1984-95) – die beiden nog eredirigent zijn –, Evgeny Svetlanov (1996-99) en Manfred Honeck (2000-06).

Vervolgens ging Daniel Harding het Swedish Radio Symphony Orchestra leiden, en per september aanstaande zal hij worden opgevolgd door Andrés Orozco-Estrada.

Met ingang van het lopende seizoen is bovendien Maxim Emelyanychev – als opvolger van Klaus Mäkelä – eerste gastdirigent. Het orkest hecht groot belang aan het uitvoeren van nieuwe muziek en gaf de laatste paar jaar compositie­opdrachten aan Thomas Adès, Sally Beamish, Harrison Birtwistle, Viktoria Borisova-Ollas, Anders Hillborg, Molly Kien, Esa-Pekka Salonen en Jörg Widmann.

Naast de radio-optredens en de concerten in de thuisbasis, de Berwaldhallen in Stockholm, gaat het Swedish Radio Symphony Orchestra regelmatig op tournee. Het is al ruim twintig jaar een vaste waarde op het Baltic Sea Festival en was in 1994 voor het eerst te gast in Het Concertgebouw.

In herfst 2023 speelden de musici op het Sibelius Festival in Lahti, en recente tournees voerden naar Wenen, Hamburg en Parijs. Bij eerdere concerten in de Grote Zaal soleerde Janine Jansen in het Vioolconcert van Berg (november 2018), zongen ­Johanna Wallroth en Christian Gerhaher in ­liederen uit Des Knaben Wunderhorn van Mahler (november 2021) en speelde ­Alexandre Kantorow het Vierde pianoconcert van Beethoven (maart 2024); iedere keer dirigeerde Daniel Harding.

Esa-Pekka Salonen, dirigent

Esa-Pekka Salonen is wereldwijd bekend als componist en ­dirigent. Hij is recentelijk benoemd tot Creative Director van de Los Angeles Philharmonic (vanaf 2026/2027) en chef-dirigent van het Orchestre de Paris (vanaf 2027/2028) als opvolger van Klaus Mäkelä. Hij is tevens eredirigent van Philharmonia, de Los Angeles Philharmonic en het Swedish Radio Symphony Orchestra.

Eerder was hij chef-­dirigent van het San Francisco Symphony Orchestra. De Finse musicus richtte het Negaunee Conducting Program op van de Colburn School in Los Angeles en was medeoprichter en artistiek directeur van het Baltic Sea Festival.

Hoogtepunten in het huidige seizoen zijn de première van zijn nieuwe Ho­ornconcert met het Orchestre de Paris, twee Pierre Boulez-­herdenkingsprogramma’s met de New York Philharmonic, residenties bij het Swedish Radio Symphony Orchestra en het Bergen International Festival, en optredens met orkesten als het Boston Symphony Orchestra, het Orchestra Filarmonica della Scala (Milaan), het Hong Kong Philharmonic Orchestra en het Chicago Symphony Orchestra.

Zijn composities, waaronder Tiu, Dona nobis pacem en Sin­fonia concertante, worden wereldwijd uitgevoerd. Esa-Pekka Salonen studeerde aan de Sibelius Academie in Helsinki bij de legendarische Finse dirigent Jorma Panula en ontving talloze onderscheidingen, waaronder de Polar Music Prize 2024 en zeven ere­doctoraten. De laatste keren dat Esa-Pekka Salonen in de Grote Zaal op de bok stond, waren bij Philharmonia (6 maart 2009) en bij het Concert­gebouworkest (december 2008).