Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
portret

Wie was Julius Eastman?

door Lonneke Tausch
08 mei 2026 08 mei 2026

In de Mind the Gap!-festivaleditie van de Kleine Zaal-reeks Nieuwe Blik Terug wordt een lans gebroken voor het radicale werk van de Afro-Amerikaanse componist, pianist, zanger, danser en choreograaf Julius Eastman (1940-1990). Wie was deze markante figuur uit de New Yorkse muziekscene?

  • Julius Eastman

    Foto: Chris Rusiniak

    Julius Eastman

    Foto: Chris Rusiniak

  • Julius Eastman

    Foto: Chris Rusiniak

    Julius Eastman

    Foto: Chris Rusiniak

De provocerende titels die Julius Eastman aan zijn werken gaf spreek je tegenwoordig niet meer hardop uit: Dirty N***, Crazy N***, Evil N***. Niettemin ­spreken ze boekdelen. Maar maak niet de fout ze op te vatten als zelfspot of iets anders banaals: voor Eastman heeft het begrip ‘nigger’ schoonheid en ‘basicness’, het vertegenwoordigt de kern van zijn identiteit, het omvat alles waar hij zich als mens en als kunstenaar mee vereenzelvigde. Of neem N*** Faggot en Gay Guerilla, waarmee hij ook zijn homoseksualiteit tot the­ma maakte: ‘What I am trying to achieve is to be what I am to the fullest. Black to the fullest, a musician to the fullest, a homosexual to the fullest.’

De zwarte cultuur maakte in de jaren 1970-80 in de Verenigde Staten een bloei door waarin trots op de eigen achtergrond een belangrijke pijler was. Martin Luther Kings ‘I have a dream’ – 28 augustus 1963 – was een keerpunt gebleken in de strijd voor zwarte burgerrechten en afschaffing van de rassenscheiding. Voor een menigte van 50.000 mensen op het Harlem Cultural Festival – 17 augustus 1969 – lanceerde Nina Simone haar protest­song To Be Young, Gifted and Black op een tekst van Weldon Irvine. 

De activistische Eastman behoorde tot de New Yorkse avant-garde. Hij had als kind in een koor gezongen, had piano gestudeerd aan het Ithaca College en aan het Curtis Institute in Philadelphia, had zijn studie in 1961 uitgebreid met compositie en maakte vanaf 1969 aan de University of Buffalo deel uit van een groep die zich Creative Associates noemde. Ze brachten zijn If You’re So Smart, Why Aren’t You Rich? in première; politiek geëngageerd en maatschappijkritisch was Eastman van meet af aan.

Eastmans muziek is als een ritueel, soms op het bezetene af

Als bariton was Eastman te horen op een Londense opname uit 1973 van Eight Songs for a Mad King van Peter Maxwell Davies, zijn carrière ging voorspoedig. Van 1971 tot 1976 zat hij in het experimentele S.E.M ­Ensemble, dat nieuwe muziek bracht van hem en van andere componisten van de New York School. Hier haalde hij zich kritiek van John Cage (1912-1992) op de hals vanwege een provocerende interpretatie van diens Song Books. Eind jaren 1970 organiseerde Eastman de Brooklyn Community Concerts, rond­om ondervertegenwoordigde musici.

Er waren succesvolle tournees met Meredith Monk, en in Lincoln Center werkte Eastman met Pierre Boulez en de New York Philharmonic. Op zoek naar een zekerder bestaan probeerde hij een positie in een academische omgeving te bemachtigen. Toen een beloofde baan aan Cornell University niet doorging, ging het bergafwaarts: hij raakte aan de drank en de drugs en werd zijn huis uitgezet; de politie gooide zijn bezittingen, waaronder vast ook ongepubliceerde partituren, in de sneeuw. Nog voor zijn vijftigste verjaardag overleed de dakloze Eastman aan een hartstilstand in een ziekenhuis in Buffalo.

Eastmans muziek wordt wel vergeleken met de minimal music van Steve Reich (1936) en Philip Glass (1937), maar is agressiever en emotioneler – als een ritueel, soms op het bezetene af, hamerend, rauw en langdurig, compromisloos en onontkoombaar.

Er is maar weinig muziek van Eastman bekend, en de overgeleverde handschriften zijn vaak schetsmatig en voorzien van slecht leesbare aanwijzingen. Bewaarde live-opnames maken duidelijk hoe Eastman zijn ensembles leidde: vanaf de piano gaf hij modulaties of overgangen naar nieuwe th­ema’s aan, of hij speelde bijvoorbeeld een ­signaalmelodie waardoor iedereen wist dat een volgend segment aanbrak (‘phase shifting’). Zijn stukken ­‘groeien’: wat klinkt blíjft klinken en nieuwe elementen worden daar bovenop gestapeld, Eastman sprak van ‘organische muziek’.

Dat hij bij leven niet de erkenning kreeg die hij zocht, verklaarde Eastman uit het feit dat hij zwart was in een witte elitaire klassieke wereld. De laatste jaren is er een heropleving van wat er rest van het repertoire van deze markante en unieke figuur uit de New Yorkse muziekscene.

In de podcastserie Gemiste Sterren belichten Floris Kortie en Orville Breeveld onterecht vergeten zwarte componisten binnen de klassieke muziek. Aflevering 4 gaat over Julius Eastman.

Essentie

Eastman schreef ‘open scores’, zoals bijvoorbeeld ook Morton Feldman (1926-1987) en Terry Riley (1935) deden: de muziek mag in elke gewenste combinatie van instrumenten worden gespeeld. Muziek waarbij dát kan raakt de ware essentie, zo redeneerde Eastman.

Paren

Seth Parker Woods, Eastman-­deskundige en cellist van kamer­orkest Wild Up in Los Angeles dat werkt aan de Eastman Anthology (op cd), stelt dat de componist zelf het liefst in paren liet spelen: twee stuks van ieder instrument. Woods’ theorie behelst dat Eastman deze ‘homo­seksuele orkestratie’ zag als metafoor voor zijn geaardheid.

N***

‘Voor Eastman is het N-woord iets heel moois, het is namelijk de fundatie van Amerika. Het zijn de mensen die Amerika hebben gemaakt, op de plantages. Met de voeten in de aarde hebben zij Amerika opgebouwd.’ Pianist Maarten van Veen in 2022, naar aanleiding van uitvoeringen met het Doelen Ensemble.


Beluister ook de Spotify-playlist bij dit artikel:

ma 15 juni | Kleine Za­al ­
Orv­ille Breeveld presentatie
Sara Corbey sopraan
Thalia Oyewole sopraan
Imara Th­omas sopraan
Laetitia Sprij mezzosopraan
Enrique Alvarez del Moral piano
Elizabeth Goh piano
Fernando Alejandre Farauste piano
Apollon Kalamenios piano
Ana de Sousa Pereira piano
Jana Schell piano
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

De provocerende titels die Julius Eastman aan zijn werken gaf spreek je tegenwoordig niet meer hardop uit: Dirty N***, Crazy N***, Evil N***. Niettemin ­spreken ze boekdelen. Maar maak niet de fout ze op te vatten als zelfspot of iets anders banaals: voor Eastman heeft het begrip ‘nigger’ schoonheid en ‘basicness’, het vertegenwoordigt de kern van zijn identiteit, het omvat alles waar hij zich als mens en als kunstenaar mee vereenzelvigde. Of neem N*** Faggot en Gay Guerilla, waarmee hij ook zijn homoseksualiteit tot the­ma maakte: ‘What I am trying to achieve is to be what I am to the fullest. Black to the fullest, a musician to the fullest, a homosexual to the fullest.’

De zwarte cultuur maakte in de jaren 1970-80 in de Verenigde Staten een bloei door waarin trots op de eigen achtergrond een belangrijke pijler was. Martin Luther Kings ‘I have a dream’ – 28 augustus 1963 – was een keerpunt gebleken in de strijd voor zwarte burgerrechten en afschaffing van de rassenscheiding. Voor een menigte van 50.000 mensen op het Harlem Cultural Festival – 17 augustus 1969 – lanceerde Nina Simone haar protest­song To Be Young, Gifted and Black op een tekst van Weldon Irvine. 

De activistische Eastman behoorde tot de New Yorkse avant-garde. Hij had als kind in een koor gezongen, had piano gestudeerd aan het Ithaca College en aan het Curtis Institute in Philadelphia, had zijn studie in 1961 uitgebreid met compositie en maakte vanaf 1969 aan de University of Buffalo deel uit van een groep die zich Creative Associates noemde. Ze brachten zijn If You’re So Smart, Why Aren’t You Rich? in première; politiek geëngageerd en maatschappijkritisch was Eastman van meet af aan.

Eastmans muziek is als een ritueel, soms op het bezetene af

Als bariton was Eastman te horen op een Londense opname uit 1973 van Eight Songs for a Mad King van Peter Maxwell Davies, zijn carrière ging voorspoedig. Van 1971 tot 1976 zat hij in het experimentele S.E.M ­Ensemble, dat nieuwe muziek bracht van hem en van andere componisten van de New York School. Hier haalde hij zich kritiek van John Cage (1912-1992) op de hals vanwege een provocerende interpretatie van diens Song Books. Eind jaren 1970 organiseerde Eastman de Brooklyn Community Concerts, rond­om ondervertegenwoordigde musici.

Er waren succesvolle tournees met Meredith Monk, en in Lincoln Center werkte Eastman met Pierre Boulez en de New York Philharmonic. Op zoek naar een zekerder bestaan probeerde hij een positie in een academische omgeving te bemachtigen. Toen een beloofde baan aan Cornell University niet doorging, ging het bergafwaarts: hij raakte aan de drank en de drugs en werd zijn huis uitgezet; de politie gooide zijn bezittingen, waaronder vast ook ongepubliceerde partituren, in de sneeuw. Nog voor zijn vijftigste verjaardag overleed de dakloze Eastman aan een hartstilstand in een ziekenhuis in Buffalo.

Eastmans muziek wordt wel vergeleken met de minimal music van Steve Reich (1936) en Philip Glass (1937), maar is agressiever en emotioneler – als een ritueel, soms op het bezetene af, hamerend, rauw en langdurig, compromisloos en onontkoombaar.

Er is maar weinig muziek van Eastman bekend, en de overgeleverde handschriften zijn vaak schetsmatig en voorzien van slecht leesbare aanwijzingen. Bewaarde live-opnames maken duidelijk hoe Eastman zijn ensembles leidde: vanaf de piano gaf hij modulaties of overgangen naar nieuwe th­ema’s aan, of hij speelde bijvoorbeeld een ­signaalmelodie waardoor iedereen wist dat een volgend segment aanbrak (‘phase shifting’). Zijn stukken ­‘groeien’: wat klinkt blíjft klinken en nieuwe elementen worden daar bovenop gestapeld, Eastman sprak van ‘organische muziek’.

Dat hij bij leven niet de erkenning kreeg die hij zocht, verklaarde Eastman uit het feit dat hij zwart was in een witte elitaire klassieke wereld. De laatste jaren is er een heropleving van wat er rest van het repertoire van deze markante en unieke figuur uit de New Yorkse muziekscene.

In de podcastserie Gemiste Sterren belichten Floris Kortie en Orville Breeveld onterecht vergeten zwarte componisten binnen de klassieke muziek. Aflevering 4 gaat over Julius Eastman.

Essentie

Eastman schreef ‘open scores’, zoals bijvoorbeeld ook Morton Feldman (1926-1987) en Terry Riley (1935) deden: de muziek mag in elke gewenste combinatie van instrumenten worden gespeeld. Muziek waarbij dát kan raakt de ware essentie, zo redeneerde Eastman.

Paren

Seth Parker Woods, Eastman-­deskundige en cellist van kamer­orkest Wild Up in Los Angeles dat werkt aan de Eastman Anthology (op cd), stelt dat de componist zelf het liefst in paren liet spelen: twee stuks van ieder instrument. Woods’ theorie behelst dat Eastman deze ‘homo­seksuele orkestratie’ zag als metafoor voor zijn geaardheid.

N***

‘Voor Eastman is het N-woord iets heel moois, het is namelijk de fundatie van Amerika. Het zijn de mensen die Amerika hebben gemaakt, op de plantages. Met de voeten in de aarde hebben zij Amerika opgebouwd.’ Pianist Maarten van Veen in 2022, naar aanleiding van uitvoeringen met het Doelen Ensemble.


Beluister ook de Spotify-playlist bij dit artikel:

ma 15 juni | Kleine Za­al ­
Orv­ille Breeveld presentatie
Sara Corbey sopraan
Thalia Oyewole sopraan
Imara Th­omas sopraan
Laetitia Sprij mezzosopraan
Enrique Alvarez del Moral piano
Elizabeth Goh piano
Fernando Alejandre Farauste piano
Apollon Kalamenios piano
Ana de Sousa Pereira piano
Jana Schell piano
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!