portret

Uitgelicht: Emilie Mayer

Ze bleef bewust ongehuwd: geen echtgenoot kon haar het componeren beletten. En haar broers en vader steunden haar ambities van harte. Deze maand speelt het Concertgebouworkest de Faust-Ouverture van Emilie Mayer.

Was Emilie Mayer (1812-1883) bij leven bijzonder succesvol, na haar dood raakte ze vrij snel in vergetelheid. De laatste jaren is er echter een heuse Mayer-revival op gang gekomen. In 2021 publiceerde Barbara Beuys haar biografie Emilie Mayer, Europas größte Komponistin, een jaar later stichtten twee musici de Emilie Mayer Gesellschaft en in 2025 schreef Gitta Martens het fictieve dagboek Emilie Mayer, Componistin. Vanaf 2013 ligt er bovendien een snel groeiende stapel cd’s, met onder andere al haar zeven bewaard gebleven symfonieën.

Mayer was zeer productief en componeerde een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre, bestaande uit symfonieën, concertouvertures, strijkkwartetten en andere kamermuziek, koorwerken, eren en het Singspiel Die Fischerin. Haar muziek werd uitgevoerd door gerenommeerde orkesten en ensembles in alle belangrijke Duitse cultuurcentra en in steden als Brussel, Wenen en Praag. Ze kreeg lovende kritieken en met haar groeiende faam gingen critici haar sekse minder benadrukken.

‘Emilie Mayer, componist’ schrijft ze in 1850 dan ook zelfverzekerd op het naambordje van haar woning in Berlijn. Datzelfde jaar gaat haar Derde symfonie in première tijdens een concert in de Koninklijke Schouwburg van Berlijn, gratis ter beschikking gesteld door Koning Friedrich Wilhelm IV. Diens echtgenote Elisabeth van Pruissen is zo onder de indruk dat ze Mayer beloont met een gouden medaille.

Uit de hoffelijke doch besliste ­wijze waarop ze onderhandelt met de vooraanstaande uitgever Bote & Bock, blijkt dat Mayer haar compositorische kwaliteiten ook zelf beslist niet onderschatte. Terecht, want haar kleurrijke symfonieën en concertouvertures getuigen van een enorme flair voor orkestratie, terwijl haar zetting van Goethes gedicht Erlkönig minstens zo huiveringwekkend is als die van Franz Schubert.

Mayer werd geboren in het Duitse provincieplaatsje Friedland, niet ver van Polen. Ze was het derde kind in een vooraanstaande apothekersfamilie; haar moeder stierf toen ze pas twee jaar oud was. Vanaf haar vijfde krijgt ze piano- en muziekles van de plaatselijke organist, die haar talenten herkent en bij wie ze al snel eigen stukjes gaat componeren. Als haar vader op haar 28ste zelfmoord pleegt – 26 jaar na de sterfdag van zijn vrouw – vestigt ze zich met een kleine erfenis en hulp van haar oudere broer in Stettin (tegenwoordig het Poolse Szczecin). Hier krijgt ze compositieles van Carl Loewe en start haar publieke carrière.

Op aanraden van Loewe verhuist ze in 1847 naar Berlijn, waar ze en studeert bij Adolf Marx, die behoort tot de vriendenkring van de familie Mendelssohn; of ze Fanny en Felix ook persoonlijk heeft gekend blijft in het ongewisse. Ze volgt leer bij Wilhelm Wieprecht, die diverse van haar werken in pre­mière brengt met zijn orkest Euterpe. Een enthousiast promotor vindt ze bovendien in dichter Ludwig Rellstab, befaamd criticus van de door de beau monde gelezen Vossische Zeitung. ‘We kunnen haar werk op gelijke voet plaatsen met het meeste van wat de wereld van jonge toonkunstenaars vandaag voortbrengt’, schrijft hij over haar Derde symfonie.

Haar ritmes zijn vaak complex, haar dynamiek afwisselend, haar melodieën pakkend en in welk genre ze ook componeert, ze vertelt altijd een navolgbaar verhaal.

De stijl van Mayer sluit aanvankelijk nog aan bij de Weense Klassieken, maar wordt gaandeweg romantischer. Ze heeft een sterk gevoel voor tische ontwikkeling en bouwt spanning op met onverwachte s en septiemakkoorden die niet onmiddellijk oplossen naar de grondtoon. Haar s zijn vaak complex, haar afwisselend, haar ën pakkend en in welk genre ze ook componeert, ze vertelt altijd een navolgbaar verhaal. Geen wonder dat tijdgenoten het werk van Emilie Mayer zo in het hart sloten. Het is toe te juichen dat haar frisse, krachtige muziek opnieuw tot klinken komt: zij heeft nog niets aan zeggingskracht ingeboet en zal beslist ook het moderne publiek bekoren.

Wist je dat...

Carl Loewe

Hoewel Loewe enigszins sceptisch stond tegenover vrouwelijke componisten, nam hij Emilie Mayer in 1840 onmiddellijk aan als compositie-student, op basis van de composities die ze al gemaakt had. Dankzij hem werd Mayer een geziene persoon in het bruisende muziekleven van Stettin, waar ook haar eerste twee symfonieën met succes in première werden gebracht.

Vooroordelen

Anders dan haar generatiegenoten Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en Josephine Lang wist Mayer een volwaardige carrière als componist op te bouwen, vooral ook in het symfonische genre. Toch bleven vooroordelen ook haar niet bespaard. Zo schreef de recensent van het Neue Zeitschrift für Musik over haar in A groot voor viool en piano: ‘We keken herhaaldelijk naar de titelpagina om er zeker van te zijn dat deze sonate echt van een dame was.’

‘Vrouwelijke Beethoven’?

We lezen vaak dat Mayer in eigen tijd de ‘vrouwelijke Beethoven’ werd genoemd, maar muziekuitgever Reinhard Wulfhorst noemt dit onzin. In opdracht van de Emilie Mayer Gesellschaft spitte hij de beschikbare contemporaine literatuur door. Hij vond weliswaar enkele recensies die invloeden van Beethoven menen te bespeuren, ‘maar geen spoor van de ‘vrouwelijke Beethoven’ – noch expliciet, noch impliciet.’ Het epithe-ton lijkt eerder een verzinsel van moderne marketeers, die hiermee de muziek van Mayer makkelijker aan de man/vrouw hopen te brengen.

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden