Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
column

Waarom Bach niet bang hoeft te zijn voor AI

door Anna de Vey Mestdagh
10 jan. 2026 10 januari 2026

Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: een interessant experiment.

  • Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

    Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

  • Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

    Anna de Veij Mestdagh

    foto: Milagro Elstak

In de jaren 1930-50 ontwikkelde de Britse wiskundige Alan Turing een test waarmee je het vermogen van een machine om mensachtig gedrag te vertonen kunt meten. Die samenwerking tussen machine en mens, een interessant en steeds actueler onderwerp.

Controversieel ook. Sommige mensen vrezen Terminator-achtige ­situaties, anderen zien onvermoede voor­delen. Ondertussen is er ook heel wat over te doen binnen de klassiekemuziekwereld. Kun je met behulp van AI muziek maken die net zo goed is als die van Bach of Mozart? En hebben we straks misschien geen componisten en orkesten meer nodig?

Onlangs gingen wij met het Ebony Quartet een experiment aan tijdens een ­presentatie voor een van de global partners van het Concertgebouworkest. We speelden twee versies van een onafgemaakte fuga van Johann Sebastian Bach. De ene was afgemaakt door AI, de andere door onze altviolist Roland Krämer. Het publiek moest raden welke door de mens en welke door de machine was gemaakt. Het zal niet verbazen dat, enigszins geholpen door de ­menselijke factor, namelijk doordat ik bij Rolands versie twee tellen te vroeg inzette, het ­overgrote deel van het publiek overtuigend de AI-­versie eruit pikte. Die had te veel onlogische wendingen.

Zonder twijfel zal AI steeds geavanceerder in de muziek toegepast worden en zal de techniek ons allerlei voordelen bieden. Naast praktische toepassingen bij het bewerken van bestaande partituren zou je bijvoorbeeld kunnen experimenteren met ongebruikelijke instrumentaties en klankkleuren, iets wat misschien zelfs zou kunnen leiden tot het ontwikkelen van nieuwe instrumenten.

Maar dat een machine net zo goed zou kunnen componeren als een mens? Het is niet erg waarschijnlijk. De daarbij broodnodige contextuele kennis, creativiteit en ­zelfreflectie lijken me factoren die een combinatie van datasets ten enenmale ontbeert.

Voor me zie ik een Mozart die, improviserend aan de piano, ieder moment opnieuw intuïtief verbanden legt. Of een Mahler die zich wekenlang terugtrekt in zijn componeerhuisje aan de Attersee, zoekend naar de juiste sferen. En een violist die twee tellen te vroeg inzet. Onmisbaar.

In de jaren 1930-50 ontwikkelde de Britse wiskundige Alan Turing een test waarmee je het vermogen van een machine om mensachtig gedrag te vertonen kunt meten. Die samenwerking tussen machine en mens, een interessant en steeds actueler onderwerp.

Controversieel ook. Sommige mensen vrezen Terminator-achtige ­situaties, anderen zien onvermoede voor­delen. Ondertussen is er ook heel wat over te doen binnen de klassiekemuziekwereld. Kun je met behulp van AI muziek maken die net zo goed is als die van Bach of Mozart? En hebben we straks misschien geen componisten en orkesten meer nodig?

Onlangs gingen wij met het Ebony Quartet een experiment aan tijdens een ­presentatie voor een van de global partners van het Concertgebouworkest. We speelden twee versies van een onafgemaakte fuga van Johann Sebastian Bach. De ene was afgemaakt door AI, de andere door onze altviolist Roland Krämer. Het publiek moest raden welke door de mens en welke door de machine was gemaakt. Het zal niet verbazen dat, enigszins geholpen door de ­menselijke factor, namelijk doordat ik bij Rolands versie twee tellen te vroeg inzette, het ­overgrote deel van het publiek overtuigend de AI-­versie eruit pikte. Die had te veel onlogische wendingen.

Zonder twijfel zal AI steeds geavanceerder in de muziek toegepast worden en zal de techniek ons allerlei voordelen bieden. Naast praktische toepassingen bij het bewerken van bestaande partituren zou je bijvoorbeeld kunnen experimenteren met ongebruikelijke instrumentaties en klankkleuren, iets wat misschien zelfs zou kunnen leiden tot het ontwikkelen van nieuwe instrumenten.

Maar dat een machine net zo goed zou kunnen componeren als een mens? Het is niet erg waarschijnlijk. De daarbij broodnodige contextuele kennis, creativiteit en ­zelfreflectie lijken me factoren die een combinatie van datasets ten enenmale ontbeert.

Voor me zie ik een Mozart die, improviserend aan de piano, ieder moment opnieuw intuïtief verbanden legt. Of een Mahler die zich wekenlang terugtrekt in zijn componeerhuisje aan de Attersee, zoekend naar de juiste sferen. En een violist die twee tellen te vroeg inzet. Onmisbaar.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!