Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Schuberts Forellenkwintet door Simply Quartet, Piirto en Wagner

Schuberts Forellenkwintet door Simply Quartet, Piirto en Wagner

Kleine Zaal
07 mei 2026
20.15 uur

Print dit programma

Simply Quartet:
Sueye Park viool
Antonia Rankersberger viool
Xiang Lyu altviool
Ivan Valentin Hollup Roald cello

Johannes Piirto piano
Dominik Wagner contrabas

Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in A gr.t., op. 20 nr. 6, Hob. III: 36 (1772)
Allegro di molto e scherzando
Adagio
Menuet – Trio
Fuga con tre soggetti

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in a kl.t., D 821 (1824)
‘Arpeggione’
voor contrabas (oorspronkelijk arpeggione) en piano
Allegro moderato
Adagio
Allegretto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Kwintet in A gr.t., D 667 (1819)
‘Die Forelle’
voor piano, viool, altviool, cello en contrabas
Allegro vivace
Andante
Scherzo: Presto – Trio
Andantino: Thema en 5 variaties – Allegro giusto
Allegro giusto

einde ± 22.10 uur

Kleine Zaal 07 mei 2026 20.15 uur

Simply Quartet:
Sueye Park viool
Antonia Rankersberger viool
Xiang Lyu altviool
Ivan Valentin Hollup Roald cello

Johannes Piirto piano
Dominik Wagner contrabas

Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in A gr.t., op. 20 nr. 6, Hob. III: 36 (1772)
Allegro di molto e scherzando
Adagio
Menuet – Trio
Fuga con tre soggetti

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in a kl.t., D 821 (1824)
‘Arpeggione’
voor contrabas (oorspronkelijk arpeggione) en piano
Allegro moderato
Adagio
Allegretto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Kwintet in A gr.t., D 667 (1819)
‘Die Forelle’
voor piano, viool, altviool, cello en contrabas
Allegro vivace
Andante
Scherzo: Presto – Trio
Andantino: Thema en 5 variaties – Allegro giusto
Allegro giusto

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in A groot

door Jos van der Zanden

Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-barokke suite te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Bij de vroege Haydn was dit nog niet het transportmiddel van persoonlijke gevoels­indrukken. Evenmin was het strijkkwartet toegesneden op de selecte smaak van de connoisseur, zoals later. Maar het ontsteeg al wel de ‘abstracte’ klanktaal van Johann Sebastian Bach en viel daardoor bij een breed publiek in de smaak, al was het geen ­Gebrauchsmusik om festiviteiten luister bij te zetten. Met de kwartetten opus 20 deed het onvervalste Weens-­klassieke kwartet zijn intrede, gekenmerkt door spanning tussen twee toonsoorten. Doorwrochte geleerdheid maakte plaats voor een lichtvoetige en onderhoudende, maar nooit triviale speelsheid. De bijnaam ‘Sonnen-­Quartette’ zegt iets over het transparante en vriendelijke van Haydns opus 20. Het is niet vreemd dat deze zes kwartetten talloze malen werden herdrukt, in Wenen maar ook ver daarbuiten. ‘Niemand anders’, schreef de rondreizende journalist Charles Burney, ‘is in staat zulke enerverende, fantasievolle kwartetten te schrijven.’

Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-barokke suite te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Bij de vroege Haydn was dit nog niet het transportmiddel van persoonlijke gevoels­indrukken. Evenmin was het strijkkwartet toegesneden op de selecte smaak van de connoisseur, zoals later. Maar het ontsteeg al wel de ‘abstracte’ klanktaal van Johann Sebastian Bach en viel daardoor bij een breed publiek in de smaak, al was het geen ­Gebrauchsmusik om festiviteiten luister bij te zetten. Met de kwartetten opus 20 deed het onvervalste Weens-­klassieke kwartet zijn intrede, gekenmerkt door spanning tussen twee toonsoorten. Doorwrochte geleerdheid maakte plaats voor een lichtvoetige en onderhoudende, maar nooit triviale speelsheid. De bijnaam ‘Sonnen-­Quartette’ zegt iets over het transparante en vriendelijke van Haydns opus 20. Het is niet vreemd dat deze zes kwartetten talloze malen werden herdrukt, in Wenen maar ook ver daarbuiten. ‘Niemand anders’, schreef de rondreizende journalist Charles Burney, ‘is in staat zulke enerverende, fantasievolle kwartetten te schrijven.’

  • Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

    Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

  • Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

    Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

In het zesde en laatste uit de reeks geeft Haydn nog wel een knipoog naar de Barok, namelijk door van de finale een vinnige fuga te maken. Een kort Menuet heeft weinig om het lijf, maar rusteloze melodieën in het Allegro-openingsdeel laten al iets van ‘Sturm und Drang’ horen, een stijl die de voorbode was van de Romantiek. Haydn wenste dit openingsdeel ‘scherzando’ gespeeld te hebben, wat zoveel wil zeggen als pittig en met een vleugje humor – in elk geval niet te serieus. Ernst blijft voorbehouden aan het Adagio, waarin onverwachte harmonische wendingen de luisteraar doen opschrikken.

In het zesde en laatste uit de reeks geeft Haydn nog wel een knipoog naar de Barok, namelijk door van de finale een vinnige fuga te maken. Een kort Menuet heeft weinig om het lijf, maar rusteloze melodieën in het Allegro-openingsdeel laten al iets van ‘Sturm und Drang’ horen, een stijl die de voorbode was van de Romantiek. Haydn wenste dit openingsdeel ‘scherzando’ gespeeld te hebben, wat zoveel wil zeggen als pittig en met een vleugje humor – in elk geval niet te serieus. Ernst blijft voorbehouden aan het Adagio, waarin onverwachte harmonische wendingen de luisteraar doen opschrikken.

door Jos van der Zanden

Franz Schubert (1797-1828)

‘Arpeggione’

door Clemens Romijn

Het artistieke leven van Franz Schubert in Wenen werd bijna letterlijk gedragen door een trouwe vriendenkring, de zogenaamde ‘Schubertianer’. Die kwamen geregeld bijeen in informele muzikale soirées, de Schubertiaden, waarvan de componist zelf het middelpunt vormde. Er klonken piano- en kamermuziek en liederen, meestal met Schubert zelf achter de vleugel. Zo wilde hij met zijn muziek het leven van hemzelf en dat van anderen ‘verschönern’. In 1824 schreef Schubert op verzoek van zijn kameraad Vincenz Schuster een sonate voor een curieus instrument dat nog maar net ontworpen was door de Weense gitaarbouwer Johann Georg Staufer: de arpeggione. Schuster had zich ontwikkeld tot een ware virtuoos op dat nieuwe instrument, een soort kr­uising tussen gitaar en cello en qua klank vergelijkbaar met de viola da gamba. Schuberts Sonate in a klein, D 821 is nagenoeg het enige werk voor de arpeggione. Toen de sonate werd uitgegeven, pas in 1871, was de arpeggione inmiddels zo goed als vergeten en kwam er meestal de cello of altviool voor in de plaats. Vanavond laat Dominik Wagner horen dat het ook op contrabas kan.

Het artistieke leven van Franz Schubert in Wenen werd bijna letterlijk gedragen door een trouwe vriendenkring, de zogenaamde ‘Schubertianer’. Die kwamen geregeld bijeen in informele muzikale soirées, de Schubertiaden, waarvan de componist zelf het middelpunt vormde. Er klonken piano- en kamermuziek en liederen, meestal met Schubert zelf achter de vleugel. Zo wilde hij met zijn muziek het leven van hemzelf en dat van anderen ‘verschönern’. In 1824 schreef Schubert op verzoek van zijn kameraad Vincenz Schuster een sonate voor een curieus instrument dat nog maar net ontworpen was door de Weense gitaarbouwer Johann Georg Staufer: de arpeggione. Schuster had zich ontwikkeld tot een ware virtuoos op dat nieuwe instrument, een soort kr­uising tussen gitaar en cello en qua klank vergelijkbaar met de viola da gamba. Schuberts Sonate in a klein, D 821 is nagenoeg het enige werk voor de arpeggione. Toen de sonate werd uitgegeven, pas in 1871, was de arpeggione inmiddels zo goed als vergeten en kwam er meestal de cello of altviool voor in de plaats. Vanavond laat Dominik Wagner horen dat het ook op contrabas kan.

door Clemens Romijn

Franz Schubert (1797-1828)

‘Forellenkwintet’

Een van de belangrijkste ontmoetingen in het leven van Franz Schubert was die met Michael Vogl, een van de meest gevierde zangers van Wenen. Schubert en de dertig jaar oudere zanger raakten hecht bevriend en Vogl werd een van de grootste vertolkers en pleitbezorgers van Schuberts liederen. In de zomer van 1819 reisden de twee naar Vogls geboorteplaats, het prachtige plaatsje Steyr. Hier schreef Schubert zijn ­Kwi­ntet in A groot, D 667. Het A groot van het stuk is Schuberts toonsoort van tevredenheid en optimisme. Maar de bezetting is ongewoon. Geen gebruikelijk klavierkw­intet met een strijkkwartet en een piano. Nee, Schubert verving de tweede viool door een contrabas. Zo verdiepte en verrijkte hij de strijkersklank en werd de pianopartij beweeglijker en doorzichtiger. Ving de componist hier het zonnige en vredige landschap van Opper-­Oostenrijk in zijn muziek? Opgewekt, vol associaties met het heerlijke ­natuurschoon, maar vooral het populaire volksliedachtige thema van Die Forelle: zie daar de gouden formule voor een van de bekendste stukken uit het klassieke kamermuziek­repertoire.

Een van de belangrijkste ontmoetingen in het leven van Franz Schubert was die met Michael Vogl, een van de meest gevierde zangers van Wenen. Schubert en de dertig jaar oudere zanger raakten hecht bevriend en Vogl werd een van de grootste vertolkers en pleitbezorgers van Schuberts liederen. In de zomer van 1819 reisden de twee naar Vogls geboorteplaats, het prachtige plaatsje Steyr. Hier schreef Schubert zijn ­Kwi­ntet in A groot, D 667. Het A groot van het stuk is Schuberts toonsoort van tevredenheid en optimisme. Maar de bezetting is ongewoon. Geen gebruikelijk klavierkw­intet met een strijkkwartet en een piano. Nee, Schubert verving de tweede viool door een contrabas. Zo verdiepte en verrijkte hij de strijkersklank en werd de pianopartij beweeglijker en doorzichtiger. Ving de componist hier het zonnige en vredige landschap van Opper-­Oostenrijk in zijn muziek? Opgewekt, vol associaties met het heerlijke ­natuurschoon, maar vooral het populaire volksliedachtige thema van Die Forelle: zie daar de gouden formule voor een van de bekendste stukken uit het klassieke kamermuziek­repertoire.

  • Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

    Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

  • Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

    Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

Het ‘Forellenkw­intet’ telt vijf delen. Het eerste deel is in sonatevorm, maar gevuld met de lyriek van een liedcomponist. De ontwikkeling van de muzikale thema’s is bijzonder charmant: de hoofdmelodie lijkt te groeien als een plant. Ook het tweede deel is vol liedachtige invallen en gekruid met verfijnde ritmes. Het Scherzo (Presto) is een van de levendigste scherzo’s die Schubert ooit schreef. Het vierde deel bestaat uit variaties op het thema van Schuberts eigen lied Die Forelle (1817). Dit ware filigraanwerk schreef Schubert voor zijn goede vriend Sylvester Paumgartner, een cellospelende koopman uit Steyr die dol was op dit lied. Na de vijf variaties verschijnt het thema nog eens met zijn originele begeleiding, zoals iedereen die kent van het lied. De finale (Allegro giusto) heeft een ­uitgesproken scherzando-­karakter. Paumgartner sloeg met zijn cello niet zo’n goed figuur bij het spelen van het stuk. Het ‘Forellen­kwin­tet’ verdween volledig van het toneel. Totdat zo’n tien jaar later door toedoen van Michael Vogl de partituur bij de Weense uitgever Joseph Czerny terecht kwam en in mei 1829 postuum verscheen als opus 114. ­Enthousiasme alom. Voor Schubert kwam de erkenning van dit geliefde meesterwerk net te laat.

Het ‘Forellenkw­intet’ telt vijf delen. Het eerste deel is in sonatevorm, maar gevuld met de lyriek van een liedcomponist. De ontwikkeling van de muzikale thema’s is bijzonder charmant: de hoofdmelodie lijkt te groeien als een plant. Ook het tweede deel is vol liedachtige invallen en gekruid met verfijnde ritmes. Het Scherzo (Presto) is een van de levendigste scherzo’s die Schubert ooit schreef. Het vierde deel bestaat uit variaties op het thema van Schuberts eigen lied Die Forelle (1817). Dit ware filigraanwerk schreef Schubert voor zijn goede vriend Sylvester Paumgartner, een cellospelende koopman uit Steyr die dol was op dit lied. Na de vijf variaties verschijnt het thema nog eens met zijn originele begeleiding, zoals iedereen die kent van het lied. De finale (Allegro giusto) heeft een ­uitgesproken scherzando-­karakter. Paumgartner sloeg met zijn cello niet zo’n goed figuur bij het spelen van het stuk. Het ‘Forellen­kwin­tet’ verdween volledig van het toneel. Totdat zo’n tien jaar later door toedoen van Michael Vogl de partituur bij de Weense uitgever Joseph Czerny terecht kwam en in mei 1829 postuum verscheen als opus 114. ­Enthousiasme alom. Voor Schubert kwam de erkenning van dit geliefde meesterwerk net te laat.

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in A groot

door Jos van der Zanden

Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-barokke suite te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Bij de vroege Haydn was dit nog niet het transportmiddel van persoonlijke gevoels­indrukken. Evenmin was het strijkkwartet toegesneden op de selecte smaak van de connoisseur, zoals later. Maar het ontsteeg al wel de ‘abstracte’ klanktaal van Johann Sebastian Bach en viel daardoor bij een breed publiek in de smaak, al was het geen ­Gebrauchsmusik om festiviteiten luister bij te zetten. Met de kwartetten opus 20 deed het onvervalste Weens-­klassieke kwartet zijn intrede, gekenmerkt door spanning tussen twee toonsoorten. Doorwrochte geleerdheid maakte plaats voor een lichtvoetige en onderhoudende, maar nooit triviale speelsheid. De bijnaam ‘Sonnen-­Quartette’ zegt iets over het transparante en vriendelijke van Haydns opus 20. Het is niet vreemd dat deze zes kwartetten talloze malen werden herdrukt, in Wenen maar ook ver daarbuiten. ‘Niemand anders’, schreef de rondreizende journalist Charles Burney, ‘is in staat zulke enerverende, fantasievolle kwartetten te schrijven.’

Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-barokke suite te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Bij de vroege Haydn was dit nog niet het transportmiddel van persoonlijke gevoels­indrukken. Evenmin was het strijkkwartet toegesneden op de selecte smaak van de connoisseur, zoals later. Maar het ontsteeg al wel de ‘abstracte’ klanktaal van Johann Sebastian Bach en viel daardoor bij een breed publiek in de smaak, al was het geen ­Gebrauchsmusik om festiviteiten luister bij te zetten. Met de kwartetten opus 20 deed het onvervalste Weens-­klassieke kwartet zijn intrede, gekenmerkt door spanning tussen twee toonsoorten. Doorwrochte geleerdheid maakte plaats voor een lichtvoetige en onderhoudende, maar nooit triviale speelsheid. De bijnaam ‘Sonnen-­Quartette’ zegt iets over het transparante en vriendelijke van Haydns opus 20. Het is niet vreemd dat deze zes kwartetten talloze malen werden herdrukt, in Wenen maar ook ver daarbuiten. ‘Niemand anders’, schreef de rondreizende journalist Charles Burney, ‘is in staat zulke enerverende, fantasievolle kwartetten te schrijven.’

  • Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

    Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

  • Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

    Joseph Haydn

    Kopie van Ludwig Guttenbrunns portret uit 1770

In het zesde en laatste uit de reeks geeft Haydn nog wel een knipoog naar de Barok, namelijk door van de finale een vinnige fuga te maken. Een kort Menuet heeft weinig om het lijf, maar rusteloze melodieën in het Allegro-openingsdeel laten al iets van ‘Sturm und Drang’ horen, een stijl die de voorbode was van de Romantiek. Haydn wenste dit openingsdeel ‘scherzando’ gespeeld te hebben, wat zoveel wil zeggen als pittig en met een vleugje humor – in elk geval niet te serieus. Ernst blijft voorbehouden aan het Adagio, waarin onverwachte harmonische wendingen de luisteraar doen opschrikken.

In het zesde en laatste uit de reeks geeft Haydn nog wel een knipoog naar de Barok, namelijk door van de finale een vinnige fuga te maken. Een kort Menuet heeft weinig om het lijf, maar rusteloze melodieën in het Allegro-openingsdeel laten al iets van ‘Sturm und Drang’ horen, een stijl die de voorbode was van de Romantiek. Haydn wenste dit openingsdeel ‘scherzando’ gespeeld te hebben, wat zoveel wil zeggen als pittig en met een vleugje humor – in elk geval niet te serieus. Ernst blijft voorbehouden aan het Adagio, waarin onverwachte harmonische wendingen de luisteraar doen opschrikken.

door Jos van der Zanden

Franz Schubert (1797-1828)

‘Arpeggione’

door Clemens Romijn

Het artistieke leven van Franz Schubert in Wenen werd bijna letterlijk gedragen door een trouwe vriendenkring, de zogenaamde ‘Schubertianer’. Die kwamen geregeld bijeen in informele muzikale soirées, de Schubertiaden, waarvan de componist zelf het middelpunt vormde. Er klonken piano- en kamermuziek en liederen, meestal met Schubert zelf achter de vleugel. Zo wilde hij met zijn muziek het leven van hemzelf en dat van anderen ‘verschönern’. In 1824 schreef Schubert op verzoek van zijn kameraad Vincenz Schuster een sonate voor een curieus instrument dat nog maar net ontworpen was door de Weense gitaarbouwer Johann Georg Staufer: de arpeggione. Schuster had zich ontwikkeld tot een ware virtuoos op dat nieuwe instrument, een soort kr­uising tussen gitaar en cello en qua klank vergelijkbaar met de viola da gamba. Schuberts Sonate in a klein, D 821 is nagenoeg het enige werk voor de arpeggione. Toen de sonate werd uitgegeven, pas in 1871, was de arpeggione inmiddels zo goed als vergeten en kwam er meestal de cello of altviool voor in de plaats. Vanavond laat Dominik Wagner horen dat het ook op contrabas kan.

Het artistieke leven van Franz Schubert in Wenen werd bijna letterlijk gedragen door een trouwe vriendenkring, de zogenaamde ‘Schubertianer’. Die kwamen geregeld bijeen in informele muzikale soirées, de Schubertiaden, waarvan de componist zelf het middelpunt vormde. Er klonken piano- en kamermuziek en liederen, meestal met Schubert zelf achter de vleugel. Zo wilde hij met zijn muziek het leven van hemzelf en dat van anderen ‘verschönern’. In 1824 schreef Schubert op verzoek van zijn kameraad Vincenz Schuster een sonate voor een curieus instrument dat nog maar net ontworpen was door de Weense gitaarbouwer Johann Georg Staufer: de arpeggione. Schuster had zich ontwikkeld tot een ware virtuoos op dat nieuwe instrument, een soort kr­uising tussen gitaar en cello en qua klank vergelijkbaar met de viola da gamba. Schuberts Sonate in a klein, D 821 is nagenoeg het enige werk voor de arpeggione. Toen de sonate werd uitgegeven, pas in 1871, was de arpeggione inmiddels zo goed als vergeten en kwam er meestal de cello of altviool voor in de plaats. Vanavond laat Dominik Wagner horen dat het ook op contrabas kan.

door Clemens Romijn

Franz Schubert (1797-1828)

‘Forellenkwintet’

Een van de belangrijkste ontmoetingen in het leven van Franz Schubert was die met Michael Vogl, een van de meest gevierde zangers van Wenen. Schubert en de dertig jaar oudere zanger raakten hecht bevriend en Vogl werd een van de grootste vertolkers en pleitbezorgers van Schuberts liederen. In de zomer van 1819 reisden de twee naar Vogls geboorteplaats, het prachtige plaatsje Steyr. Hier schreef Schubert zijn ­Kwi­ntet in A groot, D 667. Het A groot van het stuk is Schuberts toonsoort van tevredenheid en optimisme. Maar de bezetting is ongewoon. Geen gebruikelijk klavierkw­intet met een strijkkwartet en een piano. Nee, Schubert verving de tweede viool door een contrabas. Zo verdiepte en verrijkte hij de strijkersklank en werd de pianopartij beweeglijker en doorzichtiger. Ving de componist hier het zonnige en vredige landschap van Opper-­Oostenrijk in zijn muziek? Opgewekt, vol associaties met het heerlijke ­natuurschoon, maar vooral het populaire volksliedachtige thema van Die Forelle: zie daar de gouden formule voor een van de bekendste stukken uit het klassieke kamermuziek­repertoire.

Een van de belangrijkste ontmoetingen in het leven van Franz Schubert was die met Michael Vogl, een van de meest gevierde zangers van Wenen. Schubert en de dertig jaar oudere zanger raakten hecht bevriend en Vogl werd een van de grootste vertolkers en pleitbezorgers van Schuberts liederen. In de zomer van 1819 reisden de twee naar Vogls geboorteplaats, het prachtige plaatsje Steyr. Hier schreef Schubert zijn ­Kwi­ntet in A groot, D 667. Het A groot van het stuk is Schuberts toonsoort van tevredenheid en optimisme. Maar de bezetting is ongewoon. Geen gebruikelijk klavierkw­intet met een strijkkwartet en een piano. Nee, Schubert verving de tweede viool door een contrabas. Zo verdiepte en verrijkte hij de strijkersklank en werd de pianopartij beweeglijker en doorzichtiger. Ving de componist hier het zonnige en vredige landschap van Opper-­Oostenrijk in zijn muziek? Opgewekt, vol associaties met het heerlijke ­natuurschoon, maar vooral het populaire volksliedachtige thema van Die Forelle: zie daar de gouden formule voor een van de bekendste stukken uit het klassieke kamermuziek­repertoire.

  • Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

    Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

  • Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

    Schubert aan de piano

    Gustav Klimt, 1899

Het ‘Forellenkw­intet’ telt vijf delen. Het eerste deel is in sonatevorm, maar gevuld met de lyriek van een liedcomponist. De ontwikkeling van de muzikale thema’s is bijzonder charmant: de hoofdmelodie lijkt te groeien als een plant. Ook het tweede deel is vol liedachtige invallen en gekruid met verfijnde ritmes. Het Scherzo (Presto) is een van de levendigste scherzo’s die Schubert ooit schreef. Het vierde deel bestaat uit variaties op het thema van Schuberts eigen lied Die Forelle (1817). Dit ware filigraanwerk schreef Schubert voor zijn goede vriend Sylvester Paumgartner, een cellospelende koopman uit Steyr die dol was op dit lied. Na de vijf variaties verschijnt het thema nog eens met zijn originele begeleiding, zoals iedereen die kent van het lied. De finale (Allegro giusto) heeft een ­uitgesproken scherzando-­karakter. Paumgartner sloeg met zijn cello niet zo’n goed figuur bij het spelen van het stuk. Het ‘Forellen­kwin­tet’ verdween volledig van het toneel. Totdat zo’n tien jaar later door toedoen van Michael Vogl de partituur bij de Weense uitgever Joseph Czerny terecht kwam en in mei 1829 postuum verscheen als opus 114. ­Enthousiasme alom. Voor Schubert kwam de erkenning van dit geliefde meesterwerk net te laat.

Het ‘Forellenkw­intet’ telt vijf delen. Het eerste deel is in sonatevorm, maar gevuld met de lyriek van een liedcomponist. De ontwikkeling van de muzikale thema’s is bijzonder charmant: de hoofdmelodie lijkt te groeien als een plant. Ook het tweede deel is vol liedachtige invallen en gekruid met verfijnde ritmes. Het Scherzo (Presto) is een van de levendigste scherzo’s die Schubert ooit schreef. Het vierde deel bestaat uit variaties op het thema van Schuberts eigen lied Die Forelle (1817). Dit ware filigraanwerk schreef Schubert voor zijn goede vriend Sylvester Paumgartner, een cellospelende koopman uit Steyr die dol was op dit lied. Na de vijf variaties verschijnt het thema nog eens met zijn originele begeleiding, zoals iedereen die kent van het lied. De finale (Allegro giusto) heeft een ­uitgesproken scherzando-­karakter. Paumgartner sloeg met zijn cello niet zo’n goed figuur bij het spelen van het stuk. Het ‘Forellen­kwin­tet’ verdween volledig van het toneel. Totdat zo’n tien jaar later door toedoen van Michael Vogl de partituur bij de Weense uitgever Joseph Czerny terecht kwam en in mei 1829 postuum verscheen als opus 114. ­Enthousiasme alom. Voor Schubert kwam de erkenning van dit geliefde meesterwerk net te laat.

Biografie

Simply Quartet, strijkkwartet

Het Simply Quartet, opgericht in Shanghai, werd in de beginjaren gecoacht door Jensen Horn-Sin Lam en studeerde bij Johannes Meissl aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Ook volgde het ensemble lessen bij Hatto Beyerle en Patrick Jüdt (European Chamber Music Academy) en Günter Pichler en Gerhard Schulz (Alban Berg Quartet).

Eerste prijzen volgden op vier toonaangevende concoursen: de International Chamber Music Competition 2019 (Kopenhagen), Quatuors à Bordeaux 2019, Franz Schubert and Modern Music 2018 (Graz) en de International Joseph Haydn Chamber Music Competition 2017 (Wenen).

Naast een focus op het klassieke repertoire richt het Simply Quartet zich op nieuwe muziek. De afgelopen seizoenen was het te gast in onder meer de Wiener Musik­verein, het Berliner Konzerthaus, de Elbphilharmonie in Hamburg en Wigmore Hall in Londen.

Recente hoogtepunten zijn de release van het debuutalbum met strijkwartetten van Mendelssohn en Dvořák, de start van een eigen concertreeks in het Wiener Konzerthaus samen met het Leonkoro Quartet en optredens in onder meer het Muziekgebouw (Strijkkwartet Biënnale ­Amsterdam), de Salle Molière in Lyon en het Moz­arteum Salzburg.

Sinds januari 2026 is Sueye Park de nieuwe primarius van het kwartet, als opvolger van Danfeng Shen. In oktober 2021 debuteerde het Simply Quartet in de Kleine Zaal als Rising Star van de European Concert Hall Organisation, en het keerde er terug in april 2023 en februari 2025.

Johannes Piirto, piano

Johannes Piirto studeerde aan de Sibelius Academie in Helsinki piano bij Liisa Pohjola, compositie bij Tapio Tuomela en directie bij Jorma Panula, en volgde masterclasses bij onder anderen András Schiff en Dimitri Bashkirov.

Hij voltooide zijn studies aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen bij Stefan Vladar. De Finse pianist en componist had al vroeg succes.

Op tienjarige leeftijd maakte hij zijn orkestdebuut bij de Pori Sinfonietta met zijn eigen compositie All­egro voor piano en orkest en op dertienjarige leeftijd vond zijn recitaldebuut plaats tijdens het Gergiev Festival in Mikkeli, na een succesvolle auditie voor Valery Gergiev. Johannes Piirto trad op tijdens de festivals van Bergen en Helsinki en in concertzalen als de Wiener Musikverein en het Wiener Konzerthaus.

Als solist werkte hij samen met orkesten als de Camerata Salzburg, het Fins Radio Symfonieorkest en het Helsinki Philharmonisch Orkest, en als kamermusicus met collega’s als Lilli Paasikivi, Mika Kares, Natalia Gutman en Julian Rachlin. Hij behaalde prijzen van het Internationale Maj Lind Pianoconcours (2012) en de Dorothy MacKenzie Artist Recognition Awards (2008). Sinds 2024 is Johannes Piirto lid van het ­nieuwemuziekensemble Klangforum Wien.

Hij treedt voor het eerst op in Het Concertgebouw.

Dominik Wagner, contrabas

Dominik Wagner, geboren in Wenen, begon zijn muzikale opleiding als cellist en stapte op zijn tiende over op contrabas. Daarnaast zong hij vier jaar in het concertkoor van de Wiener Sängerknaben. Hij studeerde aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien en daarna bij Dorin Marc aan de Hochschule für Musik Nürnberg.

Als eerste contrabassist werd hij toegelaten tot het Professional Studies-­programma van de Kronberg Academy, dat hij in 2025 afrondde. Hij behaalde prijzen bij vrijwel alle toonaangevende internationale contrabasconcoursen, en als fellow van de Anne-Sophie Mutter ­Foundation en winnaar van de Echo- en Opus Klassik-prijzen laat hij zijn instrument in nieuwe muzikale contexten horen op de internationale podia.

Hij trad op met onder meer het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het WDR Sinfonieorchester, Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen en de Camerata Salzburg, en in toonaan­gevende zalen zoals de Musikverein en het Konzerthaus in Wenen, de Elbphilharmonie in Hamburg en Carnegie Hall in New York. In 2021 verscheen zijn eerste solo-cd, Giovanni Bottesini – ­Revolution of Bass, gevolgd door Chapters – A Double Bass Story en Double Bass Rhapsody.

Sinds 2023 geeft Dominik Wagner les in Würzburg en sinds 2024 ook in Wenen. Hij maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.