Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Bert Natter: ‘Gesleep met gebeente heeft me altijd gefascineerd’

door Axel Meijer
09 dec. 2020 09 december 2020

Wat is er na Bachs dood met zijn lichaam gebeurd? Ligt hij wel echt in de Thomaskerk in Leipzig? Speciaal voor Preludium zoekt schrijver Bert Natter het uit, in zijn nieuwe podcast Bach tot op het bot

Door de coronapandemie zitten niet alleen musici veel vaker thuis dan ze lief is, ook schrijvers missen het contact met publiek. Optredens in theaters zijn afgelast, voordrachten in bibliotheken gecanceld. Om toch met zijn lezers in contact te blijven, bedacht Bert Natter een podcast. De serie korte vertellingen is een soort spin-off van zijn roman Goldberg uit 2016, over Johann Sebastian Bachs beroemde leerling – inderdaad, die van de variaties. In afleveringen van steeds zo’n tien minuten gaat Natter dieper in op vragen die in de roman al zijdelings aan bod kwamen: wat is er na Bachs dood met zijn lichaam gebeurd? Ligt hij wel echt in dat veelbezochte graf in de Thomaskerk in Leipzig?

Bert Natter / Bach tot op het bot

foto: Eduardus Lee

Bert Natter / Bach tot op het bot

foto: Eduardus Lee

Bert Natter / Bach tot op het bot

foto: Eduardus Lee

Bert Natter / Bach tot op het bot

foto: Eduardus Lee

Goed, gesleep met gebeente dus.
‘Het is van alle tijden. In de popmuziek heb je nog Gram Parsons, een artiest uit de country-rock, die ook bij The Byrds heeft gespeeld. Na zijn overlijden werd hij naar een andere staat vervoerd, om duistere redenen. Dat soort dingen doen mensen volgens mij alleen als iemands leven de moeite waard is geweest. Als ze je gewoon laten liggen waar je bent begraven, dan heb je vast een prima bestaan gehad, maar als je een herbegrafenis krijgt, zoals Oscar Wilde, of Paul van Ostaijen, of dus Johann Sebastian Bach, dan heb je echt iets betekend.’

In de zomer van 1750 werd Bach begraven op het kleine Johanneskerkhof in Leipzig. Het graf kreeg geen steen. De componist lag in een (dure) eikenhouten kist, en volgens de overlevering – voor wat die waard is – ‘zes voetstappen vanaf de zuidelijke kerkdeur’. Daar moeten historici het mee doen.
‘In 1894 ging de gemeente Leipzig op zoek naar Bachs graf. Maar op de aangewezen plek lag niemand. Toen zijn ze maar gaan zoeken in een cirkel daaromheen. En met wat ze in die cirkel vonden is vervolgens anatoom Wilhelm His aan de slag gegaan, samen met een beeldhouwer. His had de gemiddelde dikte van spier-, vet- en huidweefsels in de gezichten van lijken gemeten. Die gegevens gebruikten ze om het gezicht bij de opgegraven schedel te reconstrueren. Alleen: ze gebruikten daarbij ook een schilderij van Bach als model. Dus het resultaat leek al gauw op dat portret. Al met al lijkt het niet de meest nauwkeurige methode om te bewijzen dat het om Bach ging. En wat mij opviel: in de dwarsdoorsnede van de reconstructie is Bachs pruik onderdeel van de hoofdhuid geworden. Als je dat zou omdraaien en je deed het bij Sinterklaas, dan zou de mijter onderdeel van de schedel zijn.’

Waarom willen we eigenlijk zo graag zeker zijn dat het Bach is, daar in dat graf?
‘Misschien omdat we toch al zo weinig van hem weten. Het ­allerbelangrijkste van Bach kennen we gelukkig: zijn muziek. Maar over zijn leven is vrijwel niets bekend, behalve een paar ambtelijke stukken, klachten die toevallig bewaard zijn gebleven, en die alleen al door hun aard een vertekend beeld geven van Bach als moeilijke man, als driftkop zelfs. Als ze mijn leven over driehonderd jaar reconstrueren aan de hand van alleen het verkeerspolitie­archief, dan ontstaat er ook een scheef beeld.

Maar natuurlijk wil ik in de podcast ­filosoferen over waarom het belangrijk zou zijn dat hij daar ligt. We weten dat hij in die kerk heeft rondgelopen, dat hij daar heeft gewerkt… Is dat niet genoeg? Als wij iemand gedenken die we hebben gekend willen we meestal weten waar diegene is. Maar in Bachs tijd was die verering van overblijfselen, in lutherse ogen, iets katholieks om je tegen af te zetten. En wij maken nu van dat graf weer een bedevaartsoord, in een soort cultus van de dood. Daar zou ik het wel over willen hebben.’

Wat zou Bach er zelf van hebben gevonden?
‘Nou, er speelde indertijd een prangend theologisch probleem: als je als musicus, ontdaan van je aardse lichaam, in de hemel kwam – hoe moest je dan die hemelse muziek maken? Op welke instrumenten? Hoe moest je die bespelen? Daar werd in muziektijdschriften fel over gediscussieerd. Ik zou wel eens willen weten welke oplossing ze daarop hebben gevonden.’

Wie ook benieuwd is, moet luisteren naar Bach tot op het bot.

Afleveringen van de podcast verschijnen iedere vrijdag, van 1 januari tot en met 9 april op ­preludium.nl/podcast-natter. De serie is mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.