Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Kian Soltani en Jae Hong Park spelen Schuberts 'Arpeggione'

Kian Soltani en Jae Hong Park spelen Schuberts 'Arpeggione'

Kleine Zaal
15 april 2026
20.15 uur

Print dit programma

Kian Soltani cello
Jae Hong Park piano

Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal.

Reza Vali (1952)

Persian Folk Songs, Set No. 16C (2018)
voor cello en piano
Longing
In Memory of a Lost Beloved
The Girl from Shiraz
Love Drunk (mastom-mastom)
In the Style of an Armenian Folk Song
Imaginary Folk Song
Folk Song from Khorasan

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in a kl.t., D 821 (1824)
‘Arpeggione’
Allegro moderato
Adagio
Allegretto 

pauze ± 21.05 uur

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Sonate in g kl.t., op. 19 (1901)
Lento – Allegro moderato
Allegro scherzando
Andante
Allegro mosso

einde ± 22.05 uur

Kleine Zaal 15 april 2026 20.15 uur

Kian Soltani cello
Jae Hong Park piano

Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal.

Reza Vali (1952)

Persian Folk Songs, Set No. 16C (2018)
voor cello en piano
Longing
In Memory of a Lost Beloved
The Girl from Shiraz
Love Drunk (mastom-mastom)
In the Style of an Armenian Folk Song
Imaginary Folk Song
Folk Song from Khorasan

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in a kl.t., D 821 (1824)
‘Arpeggione’
Allegro moderato
Adagio
Allegretto 

pauze ± 21.05 uur

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Sonate in g kl.t., op. 19 (1901)
Lento – Allegro moderato
Allegro scherzando
Andante
Allegro mosso

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Reza Vali (1952)

Persian Folk Songs

door René van Peer

  • Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

    Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

  • Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

    Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

Persian Folk Songs, Set No. 16C, geschreven in opdracht van Kian Soltani, is onderdeel van een serie waaraan de Amerikaans-Iraanse componist Reza Vali in 1978 begon en waarvoor hij zich laat inspireren door Iraanse muziektradities. Vali gebruikt zowel bestaande melodieën als werken in de stijl van volksmuziek, denkbeeldige volksliederen (‘imaginary folk songs’). Deel 1, 2, 5 en 6 van deze Set No. 16C vallen in die laatste categorie. Longing verklankt het verlangen naar de hereniging met een geliefde. In Memory of a Lost Beloved is een dialoog tussen een overleden geliefde en een rouwende minnaar. In The Girl from Shiraz heeft Vali citaten uit Stille Nacht en Wagners opera Tristan und Isolde verwerkt. Love Drunk (mastom-mastom) is een bekend lied uit Shiraz over het bedwelmende geluk van twee geliefden als ze weer samen zijn. In the Style of an Armenian Folk Song heeft de melancholieke sfeer die veel Armeense muziek eigen is. Imaginary Folk Song is een opgewekt scherzando. De cyclus sluit af met Folk Song from Khorasan, een wilde dans uit deze noordoostelijke regio van Iran.

Persian Folk Songs, Set No. 16C, geschreven in opdracht van Kian Soltani, is onderdeel van een serie waaraan de Amerikaans-Iraanse componist Reza Vali in 1978 begon en waarvoor hij zich laat inspireren door Iraanse muziektradities. Vali gebruikt zowel bestaande melodieën als werken in de stijl van volksmuziek, denkbeeldige volksliederen (‘imaginary folk songs’). Deel 1, 2, 5 en 6 van deze Set No. 16C vallen in die laatste categorie. Longing verklankt het verlangen naar de hereniging met een geliefde. In Memory of a Lost Beloved is een dialoog tussen een overleden geliefde en een rouwende minnaar. In The Girl from Shiraz heeft Vali citaten uit Stille Nacht en Wagners opera Tristan und Isolde verwerkt. Love Drunk (mastom-mastom) is een bekend lied uit Shiraz over het bedwelmende geluk van twee geliefden als ze weer samen zijn. In the Style of an Armenian Folk Song heeft de melancholieke sfeer die veel Armeense muziek eigen is. Imaginary Folk Song is een opgewekt scherzando. De cyclus sluit af met Folk Song from Khorasan, een wilde dans uit deze noordoostelijke regio van Iran.

door René van Peer

Franz Schubert (1797-1828)

‘Arpeggione’

door Sabien van Dale

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Onder de vele in vergetelheid geraakte instrumenten heeft de arpeggione geschiedenis gemaakt dankzij één compositie. Het was de Weense vioolmaker Johann Georg Staufer (1779-1853) die in 1823 een zessnarig strijkinstrument ontwierp, met fretten en met dezelfde stemming als de klassieke gitaar. Het lichaam van deze zogenoemde arpeggione, met ondiepe, afgeronde insnijdingen en zonder steunpin, leek meer op dat van een gitaar dan op dat van een cello. Door de delicate hanteerbaarheid voelden weinig uitvoerders zich tot deze hybride ‘gitaarcello’ aangetrokken. Op dat moment was de zachte, gamba-achtige sonoriteit reeds lang uit de mode en bovendien vereiste de esthetiek van de snel evoluerende ­pianoforte een kamermuziekpartner met een evenwaardige klanksterkte.

Geen ander instrument dan de cello kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten

Franz Schubert voelde zich echter bijzonder door het poëtische karakter van de arpeggione aangesproken en besloot een solosonate te schrijven voor een bevriende gitarist, Vincent Schuster. In de herfst van 1824 kende de ­‘Arpeggione’-son­ate een eerste, besloten vertolking. Het zou echter nog 47 jaar duren voordat de partituur in druk werd uitgegeven. Toen was de ­arpeg­gione definitief van het podium verdwenen en drong zich een ­transcriptie voor cello en piano op.

Er zijn drie delen: een Allegro moderato, een zangerig Adagio en een rondo (Allegretto). Onontkoombare danselementen en Weense melancholie, leven en dood, liggen nergens ver uiteen. Geen ander instrument dan de cello – er zijn nadien nog meerdere transcripties voor andere instrumenten ontstaan – kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten. Het uitnodigende openings-­Allegro beweegt zich door een gevarieerd parcours en wordt gevolgd door een gedragen, spanningsvol Adagio. In het Allegretto worden de verschillende episoden verbonden door een refrein met volkse inslag en met een schijnbare eenvoud, waarbij van de solist technische beheersing wordt gevergd.

Onder de vele in vergetelheid geraakte instrumenten heeft de arpeggione geschiedenis gemaakt dankzij één compositie. Het was de Weense vioolmaker Johann Georg Staufer (1779-1853) die in 1823 een zessnarig strijkinstrument ontwierp, met fretten en met dezelfde stemming als de klassieke gitaar. Het lichaam van deze zogenoemde arpeggione, met ondiepe, afgeronde insnijdingen en zonder steunpin, leek meer op dat van een gitaar dan op dat van een cello. Door de delicate hanteerbaarheid voelden weinig uitvoerders zich tot deze hybride ‘gitaarcello’ aangetrokken. Op dat moment was de zachte, gamba-achtige sonoriteit reeds lang uit de mode en bovendien vereiste de esthetiek van de snel evoluerende ­pianoforte een kamermuziekpartner met een evenwaardige klanksterkte.

Geen ander instrument dan de cello kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten

Franz Schubert voelde zich echter bijzonder door het poëtische karakter van de arpeggione aangesproken en besloot een solosonate te schrijven voor een bevriende gitarist, Vincent Schuster. In de herfst van 1824 kende de ­‘Arpeggione’-son­ate een eerste, besloten vertolking. Het zou echter nog 47 jaar duren voordat de partituur in druk werd uitgegeven. Toen was de ­arpeg­gione definitief van het podium verdwenen en drong zich een ­transcriptie voor cello en piano op.

Er zijn drie delen: een Allegro moderato, een zangerig Adagio en een rondo (Allegretto). Onontkoombare danselementen en Weense melancholie, leven en dood, liggen nergens ver uiteen. Geen ander instrument dan de cello – er zijn nadien nog meerdere transcripties voor andere instrumenten ontstaan – kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten. Het uitnodigende openings-­Allegro beweegt zich door een gevarieerd parcours en wordt gevolgd door een gedragen, spanningsvol Adagio. In het Allegretto worden de verschillende episoden verbonden door een refrein met volkse inslag en met een schijnbare eenvoud, waarbij van de solist technische beheersing wordt gevergd.

door Sabien van Dale

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Sonate

door Lies Wiersema

Uitgesproken lyrisch en romantisch is de enige cellosonate van Serge Rachmaninoff. Het was een van de werken die tot stand kwamen nadat hij zich met professio­nele hulp uit een lange periode van depressie bevrijd had en zijn creativiteit terugvond. ‘De vreugde weer creatief te zijn duurde de komende twee jaar, en ik schreef een aantal grote en kleine werken, waaronder de sonate voor cello’, schreef hij. Het resultaat behoort tot een van zijn beste ­kamermuziekwerken, een sonate met zingende cellomelodieën en een rijke pianopartij van een componist die zelf een virtuoos pianist was. Om de indruk weg te nemen dat de piano zou domineren, werd in een radio-opname de cello naar voren gehaald. Na afloop herinnerde Rachmaninoff de uitvoerders eraan dat zijn sonate ‘niet voor cello met pianobegeleiding geschreven was, maar voor twee instrumenten in een gelijkwaardige balans’. Inderdaad levert de piano meestal de motieven aan, maar het zoeken naar een balans is merkbaar, bijvoorbeeld in de verdeling van materiaal tussen de instrumenten, de afwisseling in de presentatie van de motieven en de fraaie cellomelodieën als tegenwicht.

Uitgesproken lyrisch en romantisch is de enige cellosonate van Serge Rachmaninoff. Het was een van de werken die tot stand kwamen nadat hij zich met professio­nele hulp uit een lange periode van depressie bevrijd had en zijn creativiteit terugvond. ‘De vreugde weer creatief te zijn duurde de komende twee jaar, en ik schreef een aantal grote en kleine werken, waaronder de sonate voor cello’, schreef hij. Het resultaat behoort tot een van zijn beste ­kamermuziekwerken, een sonate met zingende cellomelodieën en een rijke pianopartij van een componist die zelf een virtuoos pianist was. Om de indruk weg te nemen dat de piano zou domineren, werd in een radio-opname de cello naar voren gehaald. Na afloop herinnerde Rachmaninoff de uitvoerders eraan dat zijn sonate ‘niet voor cello met pianobegeleiding geschreven was, maar voor twee instrumenten in een gelijkwaardige balans’. Inderdaad levert de piano meestal de motieven aan, maar het zoeken naar een balans is merkbaar, bijvoorbeeld in de verdeling van materiaal tussen de instrumenten, de afwisseling in de presentatie van de motieven en de fraaie cellomelodieën als tegenwicht.

  • Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

    Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

  • Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

    Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

De langzame, melancholische opening preludeert op de melodieën die gaan komen. Ritmisch begeleid door de piano laat de cello vervolgens de eerste melodie horen, waarna beide instrumenten elkaar afwisselen. Het scherzo­achtige, speelse tweede deel met zijn roffelende buitendelen heeft een lyrische middensectie die een voorbeeld is van het cantabile spel op de cello. Onweerstaanbaar romantisch is het Andante. Met meeslepende kwinten presenteert de piano een hartstochtelijke melodie die wordt overgenomen door de cello. Het laatste deel biedt een lichtvoetig en vrolijk tegenwicht, waarbij beide instrumenten aan hun trekken komen. Het werk is opgedragen aan Anatoli Brandukov, de cellist aan wie Rachmaninoff veel van zijn kennis over de expressieve mogelijkheden van het instrument te danken heeft. De première werd op 2 december 1901door Brandukov uitgevoerd met de componist zelf aan de piano.

De langzame, melancholische opening preludeert op de melodieën die gaan komen. Ritmisch begeleid door de piano laat de cello vervolgens de eerste melodie horen, waarna beide instrumenten elkaar afwisselen. Het scherzo­achtige, speelse tweede deel met zijn roffelende buitendelen heeft een lyrische middensectie die een voorbeeld is van het cantabile spel op de cello. Onweerstaanbaar romantisch is het Andante. Met meeslepende kwinten presenteert de piano een hartstochtelijke melodie die wordt overgenomen door de cello. Het laatste deel biedt een lichtvoetig en vrolijk tegenwicht, waarbij beide instrumenten aan hun trekken komen. Het werk is opgedragen aan Anatoli Brandukov, de cellist aan wie Rachmaninoff veel van zijn kennis over de expressieve mogelijkheden van het instrument te danken heeft. De première werd op 2 december 1901door Brandukov uitgevoerd met de componist zelf aan de piano.

door Lies Wiersema

Reza Vali (1952)

Persian Folk Songs

door René van Peer

  • Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

    Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

  • Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

    Reza Vali

    Foto: 2025 Rezavali

Persian Folk Songs, Set No. 16C, geschreven in opdracht van Kian Soltani, is onderdeel van een serie waaraan de Amerikaans-Iraanse componist Reza Vali in 1978 begon en waarvoor hij zich laat inspireren door Iraanse muziektradities. Vali gebruikt zowel bestaande melodieën als werken in de stijl van volksmuziek, denkbeeldige volksliederen (‘imaginary folk songs’). Deel 1, 2, 5 en 6 van deze Set No. 16C vallen in die laatste categorie. Longing verklankt het verlangen naar de hereniging met een geliefde. In Memory of a Lost Beloved is een dialoog tussen een overleden geliefde en een rouwende minnaar. In The Girl from Shiraz heeft Vali citaten uit Stille Nacht en Wagners opera Tristan und Isolde verwerkt. Love Drunk (mastom-mastom) is een bekend lied uit Shiraz over het bedwelmende geluk van twee geliefden als ze weer samen zijn. In the Style of an Armenian Folk Song heeft de melancholieke sfeer die veel Armeense muziek eigen is. Imaginary Folk Song is een opgewekt scherzando. De cyclus sluit af met Folk Song from Khorasan, een wilde dans uit deze noordoostelijke regio van Iran.

Persian Folk Songs, Set No. 16C, geschreven in opdracht van Kian Soltani, is onderdeel van een serie waaraan de Amerikaans-Iraanse componist Reza Vali in 1978 begon en waarvoor hij zich laat inspireren door Iraanse muziektradities. Vali gebruikt zowel bestaande melodieën als werken in de stijl van volksmuziek, denkbeeldige volksliederen (‘imaginary folk songs’). Deel 1, 2, 5 en 6 van deze Set No. 16C vallen in die laatste categorie. Longing verklankt het verlangen naar de hereniging met een geliefde. In Memory of a Lost Beloved is een dialoog tussen een overleden geliefde en een rouwende minnaar. In The Girl from Shiraz heeft Vali citaten uit Stille Nacht en Wagners opera Tristan und Isolde verwerkt. Love Drunk (mastom-mastom) is een bekend lied uit Shiraz over het bedwelmende geluk van twee geliefden als ze weer samen zijn. In the Style of an Armenian Folk Song heeft de melancholieke sfeer die veel Armeense muziek eigen is. Imaginary Folk Song is een opgewekt scherzando. De cyclus sluit af met Folk Song from Khorasan, een wilde dans uit deze noordoostelijke regio van Iran.

door René van Peer

Franz Schubert (1797-1828)

‘Arpeggione’

door Sabien van Dale

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Onder de vele in vergetelheid geraakte instrumenten heeft de arpeggione geschiedenis gemaakt dankzij één compositie. Het was de Weense vioolmaker Johann Georg Staufer (1779-1853) die in 1823 een zessnarig strijkinstrument ontwierp, met fretten en met dezelfde stemming als de klassieke gitaar. Het lichaam van deze zogenoemde arpeggione, met ondiepe, afgeronde insnijdingen en zonder steunpin, leek meer op dat van een gitaar dan op dat van een cello. Door de delicate hanteerbaarheid voelden weinig uitvoerders zich tot deze hybride ‘gitaarcello’ aangetrokken. Op dat moment was de zachte, gamba-achtige sonoriteit reeds lang uit de mode en bovendien vereiste de esthetiek van de snel evoluerende ­pianoforte een kamermuziekpartner met een evenwaardige klanksterkte.

Geen ander instrument dan de cello kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten

Franz Schubert voelde zich echter bijzonder door het poëtische karakter van de arpeggione aangesproken en besloot een solosonate te schrijven voor een bevriende gitarist, Vincent Schuster. In de herfst van 1824 kende de ­‘Arpeggione’-son­ate een eerste, besloten vertolking. Het zou echter nog 47 jaar duren voordat de partituur in druk werd uitgegeven. Toen was de ­arpeg­gione definitief van het podium verdwenen en drong zich een ­transcriptie voor cello en piano op.

Er zijn drie delen: een Allegro moderato, een zangerig Adagio en een rondo (Allegretto). Onontkoombare danselementen en Weense melancholie, leven en dood, liggen nergens ver uiteen. Geen ander instrument dan de cello – er zijn nadien nog meerdere transcripties voor andere instrumenten ontstaan – kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten. Het uitnodigende openings-­Allegro beweegt zich door een gevarieerd parcours en wordt gevolgd door een gedragen, spanningsvol Adagio. In het Allegretto worden de verschillende episoden verbonden door een refrein met volkse inslag en met een schijnbare eenvoud, waarbij van de solist technische beheersing wordt gevergd.

Onder de vele in vergetelheid geraakte instrumenten heeft de arpeggione geschiedenis gemaakt dankzij één compositie. Het was de Weense vioolmaker Johann Georg Staufer (1779-1853) die in 1823 een zessnarig strijkinstrument ontwierp, met fretten en met dezelfde stemming als de klassieke gitaar. Het lichaam van deze zogenoemde arpeggione, met ondiepe, afgeronde insnijdingen en zonder steunpin, leek meer op dat van een gitaar dan op dat van een cello. Door de delicate hanteerbaarheid voelden weinig uitvoerders zich tot deze hybride ‘gitaarcello’ aangetrokken. Op dat moment was de zachte, gamba-achtige sonoriteit reeds lang uit de mode en bovendien vereiste de esthetiek van de snel evoluerende ­pianoforte een kamermuziekpartner met een evenwaardige klanksterkte.

Geen ander instrument dan de cello kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten

Franz Schubert voelde zich echter bijzonder door het poëtische karakter van de arpeggione aangesproken en besloot een solosonate te schrijven voor een bevriende gitarist, Vincent Schuster. In de herfst van 1824 kende de ­‘Arpeggione’-son­ate een eerste, besloten vertolking. Het zou echter nog 47 jaar duren voordat de partituur in druk werd uitgegeven. Toen was de ­arpeg­gione definitief van het podium verdwenen en drong zich een ­transcriptie voor cello en piano op.

Er zijn drie delen: een Allegro moderato, een zangerig Adagio en een rondo (Allegretto). Onontkoombare danselementen en Weense melancholie, leven en dood, liggen nergens ver uiteen. Geen ander instrument dan de cello – er zijn nadien nog meerdere transcripties voor andere instrumenten ontstaan – kan zo treffend kracht, schoonheid en pijn tot een onlosmakelijke eenheid vervlechten. Het uitnodigende openings-­Allegro beweegt zich door een gevarieerd parcours en wordt gevolgd door een gedragen, spanningsvol Adagio. In het Allegretto worden de verschillende episoden verbonden door een refrein met volkse inslag en met een schijnbare eenvoud, waarbij van de solist technische beheersing wordt gevergd.

door Sabien van Dale

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Sonate

door Lies Wiersema

Uitgesproken lyrisch en romantisch is de enige cellosonate van Serge Rachmaninoff. Het was een van de werken die tot stand kwamen nadat hij zich met professio­nele hulp uit een lange periode van depressie bevrijd had en zijn creativiteit terugvond. ‘De vreugde weer creatief te zijn duurde de komende twee jaar, en ik schreef een aantal grote en kleine werken, waaronder de sonate voor cello’, schreef hij. Het resultaat behoort tot een van zijn beste ­kamermuziekwerken, een sonate met zingende cellomelodieën en een rijke pianopartij van een componist die zelf een virtuoos pianist was. Om de indruk weg te nemen dat de piano zou domineren, werd in een radio-opname de cello naar voren gehaald. Na afloop herinnerde Rachmaninoff de uitvoerders eraan dat zijn sonate ‘niet voor cello met pianobegeleiding geschreven was, maar voor twee instrumenten in een gelijkwaardige balans’. Inderdaad levert de piano meestal de motieven aan, maar het zoeken naar een balans is merkbaar, bijvoorbeeld in de verdeling van materiaal tussen de instrumenten, de afwisseling in de presentatie van de motieven en de fraaie cellomelodieën als tegenwicht.

Uitgesproken lyrisch en romantisch is de enige cellosonate van Serge Rachmaninoff. Het was een van de werken die tot stand kwamen nadat hij zich met professio­nele hulp uit een lange periode van depressie bevrijd had en zijn creativiteit terugvond. ‘De vreugde weer creatief te zijn duurde de komende twee jaar, en ik schreef een aantal grote en kleine werken, waaronder de sonate voor cello’, schreef hij. Het resultaat behoort tot een van zijn beste ­kamermuziekwerken, een sonate met zingende cellomelodieën en een rijke pianopartij van een componist die zelf een virtuoos pianist was. Om de indruk weg te nemen dat de piano zou domineren, werd in een radio-opname de cello naar voren gehaald. Na afloop herinnerde Rachmaninoff de uitvoerders eraan dat zijn sonate ‘niet voor cello met pianobegeleiding geschreven was, maar voor twee instrumenten in een gelijkwaardige balans’. Inderdaad levert de piano meestal de motieven aan, maar het zoeken naar een balans is merkbaar, bijvoorbeeld in de verdeling van materiaal tussen de instrumenten, de afwisseling in de presentatie van de motieven en de fraaie cellomelodieën als tegenwicht.

  • Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

    Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

  • Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

    Serge Rachmaninoff

    op latere leeftijd

De langzame, melancholische opening preludeert op de melodieën die gaan komen. Ritmisch begeleid door de piano laat de cello vervolgens de eerste melodie horen, waarna beide instrumenten elkaar afwisselen. Het scherzo­achtige, speelse tweede deel met zijn roffelende buitendelen heeft een lyrische middensectie die een voorbeeld is van het cantabile spel op de cello. Onweerstaanbaar romantisch is het Andante. Met meeslepende kwinten presenteert de piano een hartstochtelijke melodie die wordt overgenomen door de cello. Het laatste deel biedt een lichtvoetig en vrolijk tegenwicht, waarbij beide instrumenten aan hun trekken komen. Het werk is opgedragen aan Anatoli Brandukov, de cellist aan wie Rachmaninoff veel van zijn kennis over de expressieve mogelijkheden van het instrument te danken heeft. De première werd op 2 december 1901door Brandukov uitgevoerd met de componist zelf aan de piano.

De langzame, melancholische opening preludeert op de melodieën die gaan komen. Ritmisch begeleid door de piano laat de cello vervolgens de eerste melodie horen, waarna beide instrumenten elkaar afwisselen. Het scherzo­achtige, speelse tweede deel met zijn roffelende buitendelen heeft een lyrische middensectie die een voorbeeld is van het cantabile spel op de cello. Onweerstaanbaar romantisch is het Andante. Met meeslepende kwinten presenteert de piano een hartstochtelijke melodie die wordt overgenomen door de cello. Het laatste deel biedt een lichtvoetig en vrolijk tegenwicht, waarbij beide instrumenten aan hun trekken komen. Het werk is opgedragen aan Anatoli Brandukov, de cellist aan wie Rachmaninoff veel van zijn kennis over de expressieve mogelijkheden van het instrument te danken heeft. De première werd op 2 december 1901door Brandukov uitgevoerd met de componist zelf aan de piano.

door Lies Wiersema

Biografie

Kian Soltani, cello

Kian Soltani werd geboren in Bregenz, in een familie van Perzische musici. Na zijn studie bij Ivan Monighetti aan de Musikakademie Basel – vanaf zijn twaalfde – en later aan de Kronberg Academy en de International Music Academy Liechtenstein won hij in 2013 de Paulo Cello Competition in Helsinki.

In 2017 schreef hij zowel de Leonard Bernstein Award als de Credit Suisse Young Artist Award op zijn naam.

Hij soleerde bij orkesten als de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het West Eastern Divan Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en de orkesten van Boston, Chicago, Detroit en Pittsburgh. Hoogepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met het Mahler Chamber Orchestra, diverse debuten bij toonaangevende orkesten in Europa, Australië en de Verenigde Staten, en twee Europese tournees: als artist in residence met het Iceland Symphony Orchestra en met het WDR Sinfonieorchester.

Recitals en kamermuziekconcerten geeft de cellist wereldwijd, dit seizoen met musici als Renaud Capuçon, Mao Fujita, Andreas Ottensamer, Alessio Bax en Benjamin Grosvenor. In 2024 verscheen zijn nieuwste album Robert Schumann, in samenwerking met Camerata Salzburg. Kian Soltani bespeelt de ‘London, ex-Boccherini’-Stradivarius (1694). In 2018 debuteerde hij in de Grote Zaal en in 2019 in de Kleine Zaal in de Rising Stars-serie.

Jae Hong Park, piano

Jae Hong Park, winnaar van de Ferruccio Busoni International Piano Competition in 2021, treedt voor het eerst op in Het Concertgebouw. De Koreaanse pianist won belangrijke prijzen tijdens de Gina Bachauer Competition, de Cleveland International Piano Competition for Young Artists, de Arthur Rubinstein International Piano Masters Competition en de Ettlingen International Competition.

Hij trad op met orkesten over de hele wereld, waaronder het Israël Filharmonisch Orkest, het Seoul Filharmonisch Orkest, het ORF Radio-Symphonieorchester Wien en het European Union Youth Orchestra, en hij werkte met dirigenten als Jaap van Zweden, Myung-whun Chung, ­Gianandrea Noseda en Kristjan Järvi.

Jae Hong Park is een veelgevraagd solist tijdens internationale festivals, waaronder die van Grafenegg, Bolzano en Tongyeong, en trad op in onder meer het Gewandhaus in Leipzig, ­Wigmore Hall in Londen en Suntory Hall in Tokio.

Hoogtepunten in het huidige seizoen zijn debuutoptredens met het ­Atlanta Symphony Orchestra en het Tiroler Symphonieorchester Innsbruck, zijn debuut in de Accademia di Santa Cecilia in Rome en tournees door Noord-­Amerika, Azië en Europa. Ook verschijnt een opname van Saint-Saëns’ Tweede pianoconcert met het eerder genoemde radio-orkest uit Wenen.