Katharina Konradi & Catriona Morison: van Schumann tot Chausson
Kleine Zaal 19 mei 2026 20.15 uur
Katharina Konradi sopraan
Catriona Morison mezzosopraan
Ammiel Bushakevitz piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
ECHOES
Robert Schumann (1810-1856)
Erste Begegnung
Liebesgram
uit ‘Spanisches Liederspiel’,
op. 74 (1849)
Mädchenlieder, op. 103 (1849)
Mailied
Frühlingslied
An die Nachtigall
An den Abendstern
Bedeckt mich mit Blumen
uit ‘Spanische Liebeslieder’,
op. 138 (1849)
Johannes Brahms (1833-1897)
Junge Lieder I: Meine Liebe ist grün (1873)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 63
Die Mainacht (1866)
uit ‘Vier Gesänge’, op. 43
Immer leiser wird mein Schlummer (1886)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 105
Ständchen (1888)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 106
Drei Duette, op. 20 (1858-60)
Weg der Liebe I
Weg der Liebe II
Die Meere
Die Boten der Liebe (1884)
uit ‘Vier Duette’, op. 61
pauze ± 21.00 uur
Ernest Chausson (1855-1899)
Deux Duos, op. 11 (1883)
La Nuit
Réveil
Gabriel Fauré (1845-1924)
Pleurs d’or, op. 72 (1896)
Puisqu’ici bas
uit ‘Deux Duos’, op. 10 (1863)
Fernando Obradors (1897-1945)
Coplas de Curro Dulce
El molondrón
Del cabello más sutil
El vito
uit ‘Canciones clásicas españolas’ (1920)
Pauline Viardot (1821-1910)
Havanaise (gepubliceerd in 1880)
Maria Malibran (1808-1836)
Le Prisonnier (1828)
Mélanie Bonis (1858-1937)
Le Ruisseau, op. 21 (1894)
Gabriel Fauré
Tarentelle
uit ‘Deux Duos’, op. 10 (1863)
einde ± 22.15 uur
Katharina Konradi sopraan
Catriona Morison mezzosopraan
Ammiel Bushakevitz piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
ECHOES
Robert Schumann (1810-1856)
Erste Begegnung
Liebesgram
uit ‘Spanisches Liederspiel’,
op. 74 (1849)
Mädchenlieder, op. 103 (1849)
Mailied
Frühlingslied
An die Nachtigall
An den Abendstern
Bedeckt mich mit Blumen
uit ‘Spanische Liebeslieder’,
op. 138 (1849)
Johannes Brahms (1833-1897)
Junge Lieder I: Meine Liebe ist grün (1873)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 63
Die Mainacht (1866)
uit ‘Vier Gesänge’, op. 43
Immer leiser wird mein Schlummer (1886)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 105
Ständchen (1888)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 106
Drei Duette, op. 20 (1858-60)
Weg der Liebe I
Weg der Liebe II
Die Meere
Die Boten der Liebe (1884)
uit ‘Vier Duette’, op. 61
pauze ± 21.00 uur
Ernest Chausson (1855-1899)
Deux Duos, op. 11 (1883)
La Nuit
Réveil
Gabriel Fauré (1845-1924)
Pleurs d’or, op. 72 (1896)
Puisqu’ici bas
uit ‘Deux Duos’, op. 10 (1863)
Fernando Obradors (1897-1945)
Coplas de Curro Dulce
El molondrón
Del cabello más sutil
El vito
uit ‘Canciones clásicas españolas’ (1920)
Pauline Viardot (1821-1910)
Havanaise (gepubliceerd in 1880)
Maria Malibran (1808-1836)
Le Prisonnier (1828)
Mélanie Bonis (1858-1937)
Le Ruisseau, op. 21 (1894)
Gabriel Fauré
Tarentelle
uit ‘Deux Duos’, op. 10 (1863)
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Toelichting
Duetten
Dit programma bestaat voornamelijk uit duetten. Het vocale duet – een compositie voor twee gelijkwaardige partners, met of zonder begeleiding – heeft een lange geschiedenis, waarvan de wortels teruggaan tot de dertiende eeuw. In vijftiende-eeuwse kerkmuziek wisselen duetten vaak af met koorpassages. Tijdens de Renaissance kwam het duet steeds meer op zichzelf te staan; in de Barok was het ‘duetto da camera’ – soms uitgewerkt tot een complete cantate – een geliefde muziekvorm. In duetten kunnen de zangers dezelfde tekst zingen, of een dialoog aangaan, wat met name in de opera veel voorkomt. Naast het sololied maakt het negentiende-eeuwse duet een belangrijk deel uit van de oeuvres van componisten als Robert Schumann en Johannes Brahms.
Schumann
Als zoon van een uitgever in het Duitse Zwickau kreeg Robert Schumann literatuur met de paplepel ingegoten. Hij bleek er een fijnzinnig gevoel voor te hebben, wat onder meer blijkt uit de manier waarop hij goed gekozen gedichten op muziek zette. In het Spanisches Liederspiel voor vier zangers komen diverse fasen van de liefde aan bod, met zowel vreugde als verdriet. Emanuel Geibel had de teksten uit het oorspronkelijke Spaans vertaald (het Spaanse element zal in dit duorecital vaker opduiken). Erste Begegnung en Liebesgram zijn duetten voor vrouwenstemmen. De begaafde Duits-Russische dichteres Elisabeth Kulmann stierf al op zeventienjarige leeftijd. Zij inspireerde Schumann tot heel intieme liederen of duetten, zoals de vier Mädchenlieder. Net als het Spanisches Liederspiel zijn ook de Spanische Liebeslieder geschreven voor vier solisten: daaruit komt het smartelijke duet Bedeckt mich mit Blumen.
Brahms
Johannes Brahms’ tekstkeuze werd minder dan bij zijn oudere vriend Schumann ingegeven door de literaire kwaliteit dan door de mate waarin gedichten hem muzikaal inspireerden. Zijn ontwikkeling leidde tot een steeds gavere techniek en een meer geconcentreerde emotie. Gedreven door zijn liefde voor het volkslied componeerde Brahms ongeveer een kwart van zijn liedoeuvre in eenvoudige, strofische zettingen, ‘Lieder’. Voor gedichten met een meer afwisselende emotionele inhoud vond hij de doorgecomponeerde liedvorm, ‘Gesänge’, geschikter – eveneens ongeveer een kwart van het totaal.
Evenals Chausson slaat Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw
De rest is een mengvorm van deze twee, typerend voor Brahms’ rijpere stijl vanaf zijn Vier Gesänge, opus 43 waaruit Die Mainacht komt. Van veel later is het navrante Immer leiser wird mein Schlummer uit Fünf Lieder, opus 105, waarin een stervend meisje hoopt dat haar geliefde haar nog één keer komt bezoeken. In de Drei Duette, opus 20 overheerst nog een zekere volksliedachtige eenvoud. Uit de Vier Duette, opus 61 stamt Die Boten der Liebe, dat de snelle beweging van de liefdesbodes levendig neerzet.
Chausson en Fauré
Ernest Chaussons liederen tonen aanvankelijk de invloed van zijn leermeester César Franck en van Duitse componisten als Richard Wagner, later gaat hij meer de kant op van Claude Debussy. La Nuit uit Deux Duos, opus 11 is een ode aan de kalmerende werking van de nachtelijke stilte.
Evenals Chausson slaat ook Gabriel Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw. Als student aan de Parijse École de musique religieuse et classique leerde hij dankzij de in 1861 als directeur aangetreden Camille Saint-Saëns de toen moderne muziek van onder anderen Robert Schumann kennen. Het vroege Puisqu’ici-bas werd geschreven voor de zusters Claudie en Marianne, dochters van de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot; het ademt een Parijse salonsfeer in de beste zin van het woord. In Pleurs d’or kronkelen de twee stemmen sensueel om elkaar heen. Aan het slot van het recital klinkt ook nog Tarentelle, het tweede duet voor Claudie en Marianne Viardot.
Obradors
De autodidact Fernando Obradors werd een van de meest succesvolle Spaanse liedcomponisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Naast eigen composities maakte hij arrangementen van volksliedjes, waaronder de bundel Canciones clásicas españolas. Geestig is Coplas de Curro Dulce, over een piepklein bruidspaartje, subtiel erotisch is Del cabello más sutil – ‘van het zachtste haar in jouw vlecht wil ik een ketting maken om je bij mij te houden; als ik een kruik in je huis was, zou ik je lippen kussen als je eruit dronk’.
García, Viardot, Malibran
Duetten
Dit programma bestaat voornamelijk uit duetten. Het vocale duet – een compositie voor twee gelijkwaardige partners, met of zonder begeleiding – heeft een lange geschiedenis, waarvan de wortels teruggaan tot de dertiende eeuw. In vijftiende-eeuwse kerkmuziek wisselen duetten vaak af met koorpassages. Tijdens de Renaissance kwam het duet steeds meer op zichzelf te staan; in de Barok was het ‘duetto da camera’ – soms uitgewerkt tot een complete cantate – een geliefde muziekvorm. In duetten kunnen de zangers dezelfde tekst zingen, of een dialoog aangaan, wat met name in de opera veel voorkomt. Naast het sololied maakt het negentiende-eeuwse duet een belangrijk deel uit van de oeuvres van componisten als Robert Schumann en Johannes Brahms.
Schumann
Als zoon van een uitgever in het Duitse Zwickau kreeg Robert Schumann literatuur met de paplepel ingegoten. Hij bleek er een fijnzinnig gevoel voor te hebben, wat onder meer blijkt uit de manier waarop hij goed gekozen gedichten op muziek zette. In het Spanisches Liederspiel voor vier zangers komen diverse fasen van de liefde aan bod, met zowel vreugde als verdriet. Emanuel Geibel had de teksten uit het oorspronkelijke Spaans vertaald (het Spaanse element zal in dit duorecital vaker opduiken). Erste Begegnung en Liebesgram zijn duetten voor vrouwenstemmen. De begaafde Duits-Russische dichteres Elisabeth Kulmann stierf al op zeventienjarige leeftijd. Zij inspireerde Schumann tot heel intieme liederen of duetten, zoals de vier Mädchenlieder. Net als het Spanisches Liederspiel zijn ook de Spanische Liebeslieder geschreven voor vier solisten: daaruit komt het smartelijke duet Bedeckt mich mit Blumen.
Brahms
Johannes Brahms’ tekstkeuze werd minder dan bij zijn oudere vriend Schumann ingegeven door de literaire kwaliteit dan door de mate waarin gedichten hem muzikaal inspireerden. Zijn ontwikkeling leidde tot een steeds gavere techniek en een meer geconcentreerde emotie. Gedreven door zijn liefde voor het volkslied componeerde Brahms ongeveer een kwart van zijn liedoeuvre in eenvoudige, strofische zettingen, ‘Lieder’. Voor gedichten met een meer afwisselende emotionele inhoud vond hij de doorgecomponeerde liedvorm, ‘Gesänge’, geschikter – eveneens ongeveer een kwart van het totaal.
Evenals Chausson slaat Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw
De rest is een mengvorm van deze twee, typerend voor Brahms’ rijpere stijl vanaf zijn Vier Gesänge, opus 43 waaruit Die Mainacht komt. Van veel later is het navrante Immer leiser wird mein Schlummer uit Fünf Lieder, opus 105, waarin een stervend meisje hoopt dat haar geliefde haar nog één keer komt bezoeken. In de Drei Duette, opus 20 overheerst nog een zekere volksliedachtige eenvoud. Uit de Vier Duette, opus 61 stamt Die Boten der Liebe, dat de snelle beweging van de liefdesbodes levendig neerzet.
Chausson en Fauré
Ernest Chaussons liederen tonen aanvankelijk de invloed van zijn leermeester César Franck en van Duitse componisten als Richard Wagner, later gaat hij meer de kant op van Claude Debussy. La Nuit uit Deux Duos, opus 11 is een ode aan de kalmerende werking van de nachtelijke stilte.
Evenals Chausson slaat ook Gabriel Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw. Als student aan de Parijse École de musique religieuse et classique leerde hij dankzij de in 1861 als directeur aangetreden Camille Saint-Saëns de toen moderne muziek van onder anderen Robert Schumann kennen. Het vroege Puisqu’ici-bas werd geschreven voor de zusters Claudie en Marianne, dochters van de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot; het ademt een Parijse salonsfeer in de beste zin van het woord. In Pleurs d’or kronkelen de twee stemmen sensueel om elkaar heen. Aan het slot van het recital klinkt ook nog Tarentelle, het tweede duet voor Claudie en Marianne Viardot.
Obradors
De autodidact Fernando Obradors werd een van de meest succesvolle Spaanse liedcomponisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Naast eigen composities maakte hij arrangementen van volksliedjes, waaronder de bundel Canciones clásicas españolas. Geestig is Coplas de Curro Dulce, over een piepklein bruidspaartje, subtiel erotisch is Del cabello más sutil – ‘van het zachtste haar in jouw vlecht wil ik een ketting maken om je bij mij te houden; als ik een kruik in je huis was, zou ik je lippen kussen als je eruit dronk’.
García, Viardot, Malibran
Manuel García senior werd in 1775 geboren in Sevilla. Hoewel hij beweerde dat zijn vader een plaatselijke notabele was, onthulde zijn dochter Pauline later dat hij waarschijnlijk een kind was van een zigeuner. Dat zou haar eigen bohémien-karakter verklaren! De naam García was die van Manuels stiefvader, die hem muziek liet studeren. Hij ontwikkelde zich tot een succesvolle tenor en zangpedagoog. In Cádiz, Parijs, Napels, Rome en Londen vierde hij triomfen; Gioacchino Rossini schreef voor hem de rol van Il conte d’Almaviva in zijn opera Il barbiere di Siviglia. In Londen werd zijn zoon Manuel geboren, die zich niet alleen als zanger (bariton) en pedagoog profileerde, maar ook als wetenschapper: hij vond de laryngoscoop uit.
Manuel seniors oudste dochter Maria is bekend geworden onder de naam van haar eerste echtgenoot, Malibran. Ook zij zong veel Rossini en ander belcantorepertoire. Ze was van nature een alt, maar wist haar stemomvang uit te breiden tot sopraanhoogte. Haar composities, waaronder het duet Le Prisonnier, zijn uitstekend voor de zangstem geschreven. Een tragisch ongeluk tijdens het paardrijden maakte een voortijdig einde aan haar leven.
We kennen de mezzosopraan Pauline García, de jongste dochter van Manuel (senior), als Pauline Viardot, zoals ze sinds haar huwelijk heette. In het Franse muziekleven (en daarbuiten) speelde zij een belangrijke rol: ze lanceerde bijvoorbeeld werken van Hector Berlioz, Charles Gounod, Jules Massenet en Gabriel Fauré. Robert Schumann droeg zijn Liederkreis, opus 24 aan haar op. Zelf componeerde ze onder meer operettes en schreef ze een zangmethode, de École classique du chant. Met haar Havanaise (een habanera) belanden we in Spaanse sferen – ‘meisje, kom mee in mijn boot, want op zee kun je elkaar het best beminnen...’.
Ook García’s van latere generaties zouden overigens voor een muzikale loopbaan kiezen.
Bonis
Net als Chausson studeerde de talentvolle Mélanie Hélène (Mel) Bonis bij César Franck aan het Parijse conservatorium. Haar ouders dwongen haar tot een huwelijk met een rijke man, hoewel ze een hartstochtelijke verhouding had met studiegenoot Amédée-Louis Hettich. Bovendien moest zij van het conservatorium af, tot verdriet van haar en haar docenten. Niettemin heeft Bonis veel composities nagelaten: pianowerken, liederen, koorstukken en kamermuziek. Op een tekst van haar geliefde Hettich schreef zij het duet Le Ruisseau, waarin een beek in impressionistische kleuren voort stroomt.
Manuel García senior werd in 1775 geboren in Sevilla. Hoewel hij beweerde dat zijn vader een plaatselijke notabele was, onthulde zijn dochter Pauline later dat hij waarschijnlijk een kind was van een zigeuner. Dat zou haar eigen bohémien-karakter verklaren! De naam García was die van Manuels stiefvader, die hem muziek liet studeren. Hij ontwikkelde zich tot een succesvolle tenor en zangpedagoog. In Cádiz, Parijs, Napels, Rome en Londen vierde hij triomfen; Gioacchino Rossini schreef voor hem de rol van Il conte d’Almaviva in zijn opera Il barbiere di Siviglia. In Londen werd zijn zoon Manuel geboren, die zich niet alleen als zanger (bariton) en pedagoog profileerde, maar ook als wetenschapper: hij vond de laryngoscoop uit.
Manuel seniors oudste dochter Maria is bekend geworden onder de naam van haar eerste echtgenoot, Malibran. Ook zij zong veel Rossini en ander belcantorepertoire. Ze was van nature een alt, maar wist haar stemomvang uit te breiden tot sopraanhoogte. Haar composities, waaronder het duet Le Prisonnier, zijn uitstekend voor de zangstem geschreven. Een tragisch ongeluk tijdens het paardrijden maakte een voortijdig einde aan haar leven.
We kennen de mezzosopraan Pauline García, de jongste dochter van Manuel (senior), als Pauline Viardot, zoals ze sinds haar huwelijk heette. In het Franse muziekleven (en daarbuiten) speelde zij een belangrijke rol: ze lanceerde bijvoorbeeld werken van Hector Berlioz, Charles Gounod, Jules Massenet en Gabriel Fauré. Robert Schumann droeg zijn Liederkreis, opus 24 aan haar op. Zelf componeerde ze onder meer operettes en schreef ze een zangmethode, de École classique du chant. Met haar Havanaise (een habanera) belanden we in Spaanse sferen – ‘meisje, kom mee in mijn boot, want op zee kun je elkaar het best beminnen...’.
Ook García’s van latere generaties zouden overigens voor een muzikale loopbaan kiezen.
Bonis
Net als Chausson studeerde de talentvolle Mélanie Hélène (Mel) Bonis bij César Franck aan het Parijse conservatorium. Haar ouders dwongen haar tot een huwelijk met een rijke man, hoewel ze een hartstochtelijke verhouding had met studiegenoot Amédée-Louis Hettich. Bovendien moest zij van het conservatorium af, tot verdriet van haar en haar docenten. Niettemin heeft Bonis veel composities nagelaten: pianowerken, liederen, koorstukken en kamermuziek. Op een tekst van haar geliefde Hettich schreef zij het duet Le Ruisseau, waarin een beek in impressionistische kleuren voort stroomt.
Toelichting
Duetten
Dit programma bestaat voornamelijk uit duetten. Het vocale duet – een compositie voor twee gelijkwaardige partners, met of zonder begeleiding – heeft een lange geschiedenis, waarvan de wortels teruggaan tot de dertiende eeuw. In vijftiende-eeuwse kerkmuziek wisselen duetten vaak af met koorpassages. Tijdens de Renaissance kwam het duet steeds meer op zichzelf te staan; in de Barok was het ‘duetto da camera’ – soms uitgewerkt tot een complete cantate – een geliefde muziekvorm. In duetten kunnen de zangers dezelfde tekst zingen, of een dialoog aangaan, wat met name in de opera veel voorkomt. Naast het sololied maakt het negentiende-eeuwse duet een belangrijk deel uit van de oeuvres van componisten als Robert Schumann en Johannes Brahms.
Schumann
Als zoon van een uitgever in het Duitse Zwickau kreeg Robert Schumann literatuur met de paplepel ingegoten. Hij bleek er een fijnzinnig gevoel voor te hebben, wat onder meer blijkt uit de manier waarop hij goed gekozen gedichten op muziek zette. In het Spanisches Liederspiel voor vier zangers komen diverse fasen van de liefde aan bod, met zowel vreugde als verdriet. Emanuel Geibel had de teksten uit het oorspronkelijke Spaans vertaald (het Spaanse element zal in dit duorecital vaker opduiken). Erste Begegnung en Liebesgram zijn duetten voor vrouwenstemmen. De begaafde Duits-Russische dichteres Elisabeth Kulmann stierf al op zeventienjarige leeftijd. Zij inspireerde Schumann tot heel intieme liederen of duetten, zoals de vier Mädchenlieder. Net als het Spanisches Liederspiel zijn ook de Spanische Liebeslieder geschreven voor vier solisten: daaruit komt het smartelijke duet Bedeckt mich mit Blumen.
Brahms
Johannes Brahms’ tekstkeuze werd minder dan bij zijn oudere vriend Schumann ingegeven door de literaire kwaliteit dan door de mate waarin gedichten hem muzikaal inspireerden. Zijn ontwikkeling leidde tot een steeds gavere techniek en een meer geconcentreerde emotie. Gedreven door zijn liefde voor het volkslied componeerde Brahms ongeveer een kwart van zijn liedoeuvre in eenvoudige, strofische zettingen, ‘Lieder’. Voor gedichten met een meer afwisselende emotionele inhoud vond hij de doorgecomponeerde liedvorm, ‘Gesänge’, geschikter – eveneens ongeveer een kwart van het totaal.
Evenals Chausson slaat Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw
De rest is een mengvorm van deze twee, typerend voor Brahms’ rijpere stijl vanaf zijn Vier Gesänge, opus 43 waaruit Die Mainacht komt. Van veel later is het navrante Immer leiser wird mein Schlummer uit Fünf Lieder, opus 105, waarin een stervend meisje hoopt dat haar geliefde haar nog één keer komt bezoeken. In de Drei Duette, opus 20 overheerst nog een zekere volksliedachtige eenvoud. Uit de Vier Duette, opus 61 stamt Die Boten der Liebe, dat de snelle beweging van de liefdesbodes levendig neerzet.
Chausson en Fauré
Ernest Chaussons liederen tonen aanvankelijk de invloed van zijn leermeester César Franck en van Duitse componisten als Richard Wagner, later gaat hij meer de kant op van Claude Debussy. La Nuit uit Deux Duos, opus 11 is een ode aan de kalmerende werking van de nachtelijke stilte.
Evenals Chausson slaat ook Gabriel Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw. Als student aan de Parijse École de musique religieuse et classique leerde hij dankzij de in 1861 als directeur aangetreden Camille Saint-Saëns de toen moderne muziek van onder anderen Robert Schumann kennen. Het vroege Puisqu’ici-bas werd geschreven voor de zusters Claudie en Marianne, dochters van de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot; het ademt een Parijse salonsfeer in de beste zin van het woord. In Pleurs d’or kronkelen de twee stemmen sensueel om elkaar heen. Aan het slot van het recital klinkt ook nog Tarentelle, het tweede duet voor Claudie en Marianne Viardot.
Obradors
De autodidact Fernando Obradors werd een van de meest succesvolle Spaanse liedcomponisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Naast eigen composities maakte hij arrangementen van volksliedjes, waaronder de bundel Canciones clásicas españolas. Geestig is Coplas de Curro Dulce, over een piepklein bruidspaartje, subtiel erotisch is Del cabello más sutil – ‘van het zachtste haar in jouw vlecht wil ik een ketting maken om je bij mij te houden; als ik een kruik in je huis was, zou ik je lippen kussen als je eruit dronk’.
García, Viardot, Malibran
Duetten
Dit programma bestaat voornamelijk uit duetten. Het vocale duet – een compositie voor twee gelijkwaardige partners, met of zonder begeleiding – heeft een lange geschiedenis, waarvan de wortels teruggaan tot de dertiende eeuw. In vijftiende-eeuwse kerkmuziek wisselen duetten vaak af met koorpassages. Tijdens de Renaissance kwam het duet steeds meer op zichzelf te staan; in de Barok was het ‘duetto da camera’ – soms uitgewerkt tot een complete cantate – een geliefde muziekvorm. In duetten kunnen de zangers dezelfde tekst zingen, of een dialoog aangaan, wat met name in de opera veel voorkomt. Naast het sololied maakt het negentiende-eeuwse duet een belangrijk deel uit van de oeuvres van componisten als Robert Schumann en Johannes Brahms.
Schumann
Als zoon van een uitgever in het Duitse Zwickau kreeg Robert Schumann literatuur met de paplepel ingegoten. Hij bleek er een fijnzinnig gevoel voor te hebben, wat onder meer blijkt uit de manier waarop hij goed gekozen gedichten op muziek zette. In het Spanisches Liederspiel voor vier zangers komen diverse fasen van de liefde aan bod, met zowel vreugde als verdriet. Emanuel Geibel had de teksten uit het oorspronkelijke Spaans vertaald (het Spaanse element zal in dit duorecital vaker opduiken). Erste Begegnung en Liebesgram zijn duetten voor vrouwenstemmen. De begaafde Duits-Russische dichteres Elisabeth Kulmann stierf al op zeventienjarige leeftijd. Zij inspireerde Schumann tot heel intieme liederen of duetten, zoals de vier Mädchenlieder. Net als het Spanisches Liederspiel zijn ook de Spanische Liebeslieder geschreven voor vier solisten: daaruit komt het smartelijke duet Bedeckt mich mit Blumen.
Brahms
Johannes Brahms’ tekstkeuze werd minder dan bij zijn oudere vriend Schumann ingegeven door de literaire kwaliteit dan door de mate waarin gedichten hem muzikaal inspireerden. Zijn ontwikkeling leidde tot een steeds gavere techniek en een meer geconcentreerde emotie. Gedreven door zijn liefde voor het volkslied componeerde Brahms ongeveer een kwart van zijn liedoeuvre in eenvoudige, strofische zettingen, ‘Lieder’. Voor gedichten met een meer afwisselende emotionele inhoud vond hij de doorgecomponeerde liedvorm, ‘Gesänge’, geschikter – eveneens ongeveer een kwart van het totaal.
Evenals Chausson slaat Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw
De rest is een mengvorm van deze twee, typerend voor Brahms’ rijpere stijl vanaf zijn Vier Gesänge, opus 43 waaruit Die Mainacht komt. Van veel later is het navrante Immer leiser wird mein Schlummer uit Fünf Lieder, opus 105, waarin een stervend meisje hoopt dat haar geliefde haar nog één keer komt bezoeken. In de Drei Duette, opus 20 overheerst nog een zekere volksliedachtige eenvoud. Uit de Vier Duette, opus 61 stamt Die Boten der Liebe, dat de snelle beweging van de liefdesbodes levendig neerzet.
Chausson en Fauré
Ernest Chaussons liederen tonen aanvankelijk de invloed van zijn leermeester César Franck en van Duitse componisten als Richard Wagner, later gaat hij meer de kant op van Claude Debussy. La Nuit uit Deux Duos, opus 11 is een ode aan de kalmerende werking van de nachtelijke stilte.
Evenals Chausson slaat ook Gabriel Fauré een brug tussen het fin de siècle en het impressionisme uit het begin van de twintigste eeuw. Als student aan de Parijse École de musique religieuse et classique leerde hij dankzij de in 1861 als directeur aangetreden Camille Saint-Saëns de toen moderne muziek van onder anderen Robert Schumann kennen. Het vroege Puisqu’ici-bas werd geschreven voor de zusters Claudie en Marianne, dochters van de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot; het ademt een Parijse salonsfeer in de beste zin van het woord. In Pleurs d’or kronkelen de twee stemmen sensueel om elkaar heen. Aan het slot van het recital klinkt ook nog Tarentelle, het tweede duet voor Claudie en Marianne Viardot.
Obradors
De autodidact Fernando Obradors werd een van de meest succesvolle Spaanse liedcomponisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Naast eigen composities maakte hij arrangementen van volksliedjes, waaronder de bundel Canciones clásicas españolas. Geestig is Coplas de Curro Dulce, over een piepklein bruidspaartje, subtiel erotisch is Del cabello más sutil – ‘van het zachtste haar in jouw vlecht wil ik een ketting maken om je bij mij te houden; als ik een kruik in je huis was, zou ik je lippen kussen als je eruit dronk’.
García, Viardot, Malibran
Manuel García senior werd in 1775 geboren in Sevilla. Hoewel hij beweerde dat zijn vader een plaatselijke notabele was, onthulde zijn dochter Pauline later dat hij waarschijnlijk een kind was van een zigeuner. Dat zou haar eigen bohémien-karakter verklaren! De naam García was die van Manuels stiefvader, die hem muziek liet studeren. Hij ontwikkelde zich tot een succesvolle tenor en zangpedagoog. In Cádiz, Parijs, Napels, Rome en Londen vierde hij triomfen; Gioacchino Rossini schreef voor hem de rol van Il conte d’Almaviva in zijn opera Il barbiere di Siviglia. In Londen werd zijn zoon Manuel geboren, die zich niet alleen als zanger (bariton) en pedagoog profileerde, maar ook als wetenschapper: hij vond de laryngoscoop uit.
Manuel seniors oudste dochter Maria is bekend geworden onder de naam van haar eerste echtgenoot, Malibran. Ook zij zong veel Rossini en ander belcantorepertoire. Ze was van nature een alt, maar wist haar stemomvang uit te breiden tot sopraanhoogte. Haar composities, waaronder het duet Le Prisonnier, zijn uitstekend voor de zangstem geschreven. Een tragisch ongeluk tijdens het paardrijden maakte een voortijdig einde aan haar leven.
We kennen de mezzosopraan Pauline García, de jongste dochter van Manuel (senior), als Pauline Viardot, zoals ze sinds haar huwelijk heette. In het Franse muziekleven (en daarbuiten) speelde zij een belangrijke rol: ze lanceerde bijvoorbeeld werken van Hector Berlioz, Charles Gounod, Jules Massenet en Gabriel Fauré. Robert Schumann droeg zijn Liederkreis, opus 24 aan haar op. Zelf componeerde ze onder meer operettes en schreef ze een zangmethode, de École classique du chant. Met haar Havanaise (een habanera) belanden we in Spaanse sferen – ‘meisje, kom mee in mijn boot, want op zee kun je elkaar het best beminnen...’.
Ook García’s van latere generaties zouden overigens voor een muzikale loopbaan kiezen.
Bonis
Net als Chausson studeerde de talentvolle Mélanie Hélène (Mel) Bonis bij César Franck aan het Parijse conservatorium. Haar ouders dwongen haar tot een huwelijk met een rijke man, hoewel ze een hartstochtelijke verhouding had met studiegenoot Amédée-Louis Hettich. Bovendien moest zij van het conservatorium af, tot verdriet van haar en haar docenten. Niettemin heeft Bonis veel composities nagelaten: pianowerken, liederen, koorstukken en kamermuziek. Op een tekst van haar geliefde Hettich schreef zij het duet Le Ruisseau, waarin een beek in impressionistische kleuren voort stroomt.
Manuel García senior werd in 1775 geboren in Sevilla. Hoewel hij beweerde dat zijn vader een plaatselijke notabele was, onthulde zijn dochter Pauline later dat hij waarschijnlijk een kind was van een zigeuner. Dat zou haar eigen bohémien-karakter verklaren! De naam García was die van Manuels stiefvader, die hem muziek liet studeren. Hij ontwikkelde zich tot een succesvolle tenor en zangpedagoog. In Cádiz, Parijs, Napels, Rome en Londen vierde hij triomfen; Gioacchino Rossini schreef voor hem de rol van Il conte d’Almaviva in zijn opera Il barbiere di Siviglia. In Londen werd zijn zoon Manuel geboren, die zich niet alleen als zanger (bariton) en pedagoog profileerde, maar ook als wetenschapper: hij vond de laryngoscoop uit.
Manuel seniors oudste dochter Maria is bekend geworden onder de naam van haar eerste echtgenoot, Malibran. Ook zij zong veel Rossini en ander belcantorepertoire. Ze was van nature een alt, maar wist haar stemomvang uit te breiden tot sopraanhoogte. Haar composities, waaronder het duet Le Prisonnier, zijn uitstekend voor de zangstem geschreven. Een tragisch ongeluk tijdens het paardrijden maakte een voortijdig einde aan haar leven.
We kennen de mezzosopraan Pauline García, de jongste dochter van Manuel (senior), als Pauline Viardot, zoals ze sinds haar huwelijk heette. In het Franse muziekleven (en daarbuiten) speelde zij een belangrijke rol: ze lanceerde bijvoorbeeld werken van Hector Berlioz, Charles Gounod, Jules Massenet en Gabriel Fauré. Robert Schumann droeg zijn Liederkreis, opus 24 aan haar op. Zelf componeerde ze onder meer operettes en schreef ze een zangmethode, de École classique du chant. Met haar Havanaise (een habanera) belanden we in Spaanse sferen – ‘meisje, kom mee in mijn boot, want op zee kun je elkaar het best beminnen...’.
Ook García’s van latere generaties zouden overigens voor een muzikale loopbaan kiezen.
Bonis
Net als Chausson studeerde de talentvolle Mélanie Hélène (Mel) Bonis bij César Franck aan het Parijse conservatorium. Haar ouders dwongen haar tot een huwelijk met een rijke man, hoewel ze een hartstochtelijke verhouding had met studiegenoot Amédée-Louis Hettich. Bovendien moest zij van het conservatorium af, tot verdriet van haar en haar docenten. Niettemin heeft Bonis veel composities nagelaten: pianowerken, liederen, koorstukken en kamermuziek. Op een tekst van haar geliefde Hettich schreef zij het duet Le Ruisseau, waarin een beek in impressionistische kleuren voort stroomt.
Biografie
Katharina Konradi, sopraan
Katharina Konradi, geboren in Bisjkek, is de eerste zangeres uit Kirgizië met een internationale carrière in lied, concert en opera. In recente seizoenen trad ze op bij vooraanstaande operahuizen als de Bayerische Staatsoper in München, de Wiener Staatsoper, de Semperoper Dresden en het Opernhaus Zürich.
In seizoen 2025/2026 keert ze terug in Dresden als Pamina (in Mozarts Die Zauberflöte) en zingt ze Sophie (Der Rosenkavalier van Richard Strauss) en Susanna (Le nozze di Figaro van Mozart) met de Wiener Staatsoper, onder andere tijdens een tournee naar Japan.
Concerthoogtepunten zijn optredens met het London Symphony Orchestra onder leiding van Antonio Pappano, Bachs Matthäus-Passion met het Tokyo Symphony Orchestra, Mahlers Vierde symfonie met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Haydns Nelsonmis met de Wiener Philharmoniker en Die Schöpfung met de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.
Katharina Konradi geeft ook regelmatig recitals, en zo was ze bijvoorbeeld te gast in Wigmore Hall in Londen en het Konzerthaus Wien. De sopraan studeerde in Berlijn en München, won in 2016 de Deutscher Musikwettbewerb en nam deel aan het New Generation Artists-programma van de BBC. Van seizoen 2018/2019 tot 2024/2025 was ze lid van het ensemble van de Staatsoper Hamburg. Katharina Konradi treedt voor het eerst op in Het Concertgebouw.
Catriona Morison, mezzosopraan
De Schotse, in Berlijn woonachtige mezzosopraan Catriona Morison brak door toen ze in 2017 de prestigieuze BBC Cardiff Singer of the World Competition op haar naam schreef. Ze was verbonden aan de Oper Wuppertal en maakte ook haar opwachting in de operatheaters van onder meer Edinburgh, Keulen, Hamburg en Weimar.
In 2015 debuteerde ze op de Salzburger Festspiele. Catriona Morison is daarnaast een geliefd concertzangeres.
Zo zong ze in 2022 in Bachs Johannes-Passion bij het Concertgebouworkest gedirigeerd door Andrew Manze. Met het Deens Nationaal Symfonieorkest voerde ze liederen van Alma Mahler uit, en in Mahlers Achtste symfonie zong ze bij het NHK Symphony Orchestra, Tokyo onder leiding van Fabio Luisi.
Hoogtepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met de Wiener Symphoniker en het NDR Elbphilharmonie Orchester, haar debuut bij de Bayerische Staatsoper als Componist in Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, de rol van Fricka in Das Rheingold van Wagner met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Kirill Petrenko en Beethovens Negende symfonie met het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo.
Liedrecitals gaf de mezzosopraan in onder meer de Londense Wigmore Hall, het Wiener Konzerthaus en de Elbphilharmonie in Hamburg. In de Kleine Zaal maakte Catriona Morison haar debuut tijdens het Mahler Festival 2025.
Ammiel Bushakevitz, piano
Ammiel Bushakevitz studeerde in Leipzig en Parijs bij onder anderen Phillip Moll en Alfred Brendel. Hij was te gast op de festivals van Salzburg, Bayreuth en Luzern, de Schubertiades van Tel Aviv, Schwarzenberg en Villabertran, de Heidelberger Frühling, het Festival d’Aix-en-Provence en festivals in Milaan, Montréal en Brasilia. Als een van de laatste privéstudenten van Dietrich Fischer-Dieskau begeleidde hij diens masterclasses.
Als liedbegeleider werkte Ammiel Bushakevitz met Christian Gerhaher, Thomas Hampson, Samuel Hasselhorn (inclusief twee Schubert-cd’s), Julia Kleiter, Katharina Konradi, Felicity Lott, Catriona Morison, Anna Prohaska en Anna Lucia Richter.
Van 2024 tot 2028 neemt hij alle werken voor piano solo van Schubert op. De pianist geeft geregeld masterclasses, bijvoorbeeld aan de muziekacademie van zijn geboortestad Jeruzalem, de University of Queensland, het conservatorium van Beijing en de University of Colorado, en trad op voor humanitaire organisaties in Ethiopië, Brazilië, China, Marokko, Mexico, Zuid-Afrika (waar hij opgroeide) en Zimbabwe. Ammiel Bushakevitz is alumnus van de Deutscher Akademischer Austauschdienst, lid van de Société des Arts Sciences et Lettres de Paris, Edison Fellow van de British Library en artistiek leider van Les Voix d’Orphée.
In Het Concertgebouw debuteerde hij op 14 maart 2023 in het programma LICHT met Anna Lucia Richter, en begeleidde hij in oktober van dat jaar tenor Ilker Arcayürek in Schuberts Winterreise.