'Het is repertoire waar je nooit klaar mee bent'
door Anna de Vey Mestdagh 01 mei 2026 01 mei 2026
Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: steeds dezelfde stukken? Helemaal niet saai!
Dit voorjaar was het Concertgebouworkest te gast in het landelijke Baden-Baden voor een drietal concerten. Onder leiding van Klaus Mäkelä speelden we onder meer Bruckners Achtste, Mahlers Vijfde symfonie en Bachs Matthäus-Passion. Je zou het missiewerk kunnen noemen, want dichterbij ons kernrepertoire kun je bijna niet komen en dat dragen we natuurlijk graag uit.
Er ging een lange voorbereiding aan vooraf, want deze stukken, hoe bekend ook voor de meeste orkestleden, schud je niet zomaar uit je mouw. Net als vroeger met Riccardo Chailly – ik weet niet hoe vaak we Mahlers Zevende wel niet met hem speelden begin jaren 90 – hadden we de symfonieën dit seizoen al een aantal keer eerder uitgevoerd. Mahlers Vijfde vergezelde ons afgelopen najaar bijvoorbeeld ook op tournee door Europa, Japan en Korea.
Iemand vroeg me of we er niet eens genoeg van kregen, steeds diezelfde stukken. Helemaal niet! Het is repertoire waar je nooit klaar mee bent. En dan blijkt ook hoe gezond het is om eens in een zaal met een andere akoestiek te spelen dan de onvolprezen Grote Zaal van Het Concertgebouw. In iedere zaal hoor je weer nieuwe details, word je uitgedaagd anders te articuleren en te projecteren, wordt er opnieuw aandacht besteed aan de balans en transparantie. Alles om de muziek tot zijn recht te laten komen.
Wat vooral bijzonder was aan dit buitenlandse bezoek was de uitvoering van de Matthäus-Passion, die we al veertig jaar niet meer mee op tournee hadden genomen. Zou het werk in Baden-Baden dezelfde diepe indruk achterlaten als bij onze uitvoeringen in Amsterdam? Een bekende uit het publiek gaf na afloop het mooist mogelijke compliment: het was hem opgevallen hoe het orkest louter in dienst van de muziek speelde, maar wel zonder het eigen Concertgebouworkestkarakter te verloochenen. Nou, dan kun je in alle bescheidenheid stellen: missie geslaagd.
Dit voorjaar was het Concertgebouworkest te gast in het landelijke Baden-Baden voor een drietal concerten. Onder leiding van Klaus Mäkelä speelden we onder meer Bruckners Achtste, Mahlers Vijfde symfonie en Bachs Matthäus-Passion. Je zou het missiewerk kunnen noemen, want dichterbij ons kernrepertoire kun je bijna niet komen en dat dragen we natuurlijk graag uit.
Er ging een lange voorbereiding aan vooraf, want deze stukken, hoe bekend ook voor de meeste orkestleden, schud je niet zomaar uit je mouw. Net als vroeger met Riccardo Chailly – ik weet niet hoe vaak we Mahlers Zevende wel niet met hem speelden begin jaren 90 – hadden we de symfonieën dit seizoen al een aantal keer eerder uitgevoerd. Mahlers Vijfde vergezelde ons afgelopen najaar bijvoorbeeld ook op tournee door Europa, Japan en Korea.
Iemand vroeg me of we er niet eens genoeg van kregen, steeds diezelfde stukken. Helemaal niet! Het is repertoire waar je nooit klaar mee bent. En dan blijkt ook hoe gezond het is om eens in een zaal met een andere akoestiek te spelen dan de onvolprezen Grote Zaal van Het Concertgebouw. In iedere zaal hoor je weer nieuwe details, word je uitgedaagd anders te articuleren en te projecteren, wordt er opnieuw aandacht besteed aan de balans en transparantie. Alles om de muziek tot zijn recht te laten komen.
Wat vooral bijzonder was aan dit buitenlandse bezoek was de uitvoering van de Matthäus-Passion, die we al veertig jaar niet meer mee op tournee hadden genomen. Zou het werk in Baden-Baden dezelfde diepe indruk achterlaten als bij onze uitvoeringen in Amsterdam? Een bekende uit het publiek gaf na afloop het mooist mogelijke compliment: het was hem opgevallen hoe het orkest louter in dienst van de muziek speelde, maar wel zonder het eigen Concertgebouworkestkarakter te verloochenen. Nou, dan kun je in alle bescheidenheid stellen: missie geslaagd.