Griegs Pianoconcert door Saleem Ashkar en Philzuid
Grote Zaal 06 juni 2026 20.15 uur
Philzuid
Ariane Matiakh dirigent
Saleem Ashkar piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Ook interessant:
- 12 x muziek uit het Noorden
Edvard Grieg (1843-1907)
Suite nr. 1 uit ‘Peer Gynt’, op. 46 (1874-75, revisie 1885-88)
Morgenstemming
De dood van Åse
Anitra’s dans
In de hal van de bergkoning
Pianoconcert in a kl.t., op. 16 (1868, revisie 1907)
Allegro molto moderato
Adagio
Allegro moderato molto e marcato
pauze ± 21.00 uur
Jean Sibelius (1865-1957)
Symfonie nr. 2 in D gr.t., op. 43 (1901-02)
Allegretto
Tempo andante, ma rubato
Vivacissimo – Lento e suave
Finale: Allegro moderato
einde ± 22.15 uur
Philzuid
Ariane Matiakh dirigent
Saleem Ashkar piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Ook interessant:
- 12 x muziek uit het Noorden
Edvard Grieg (1843-1907)
Suite nr. 1 uit ‘Peer Gynt’, op. 46 (1874-75, revisie 1885-88)
Morgenstemming
De dood van Åse
Anitra’s dans
In de hal van de bergkoning
Pianoconcert in a kl.t., op. 16 (1868, revisie 1907)
Allegro molto moderato
Adagio
Allegro moderato molto e marcato
pauze ± 21.00 uur
Jean Sibelius (1865-1957)
Symfonie nr. 2 in D gr.t., op. 43 (1901-02)
Allegretto
Tempo andante, ma rubato
Vivacissimo – Lento e suave
Finale: Allegro moderato
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Toelichting
Begin negentiende eeuw begonnen veelal in Duitsland opgeleide Noordse componisten hun inheemse muziek te voorzien van een noordelijke klankkleur. Noorwegen en Finland waren landen met een ongerepte natuur, een rijkdom aan sprookjes en legenden, kleurrijke volkstradities en oude volksmelodieën. Componisten als Grieg en Sibelius wilden dat allemaal laten horen in hun muziek.
Begin negentiende eeuw begonnen veelal in Duitsland opgeleide Noordse componisten hun inheemse muziek te voorzien van een noordelijke klankkleur. Noorwegen en Finland waren landen met een ongerepte natuur, een rijkdom aan sprookjes en legenden, kleurrijke volkstradities en oude volksmelodieën. Componisten als Grieg en Sibelius wilden dat allemaal laten horen in hun muziek.
Edvard Grieg (1843-1907)
Eerste suite uit ‘Peer Gynt’
De grootste componist die Noorwegen heeft voorgebracht, iemand die schilderde met noten, zo wordt Edvard Grieg vaak genoemd. Tijdens zijn muziekopleiding in Duitsland raakte hij diep onder de indruk van de muziek van Robert Schumann en de Duitse Romantiek. Die muziektraditie wilde hij koppelen aan een Noorse muziekstijl. Noorse volksmelodieën speelden daarin een rol. Zo wist hij de landschappen, beelden en stemmingen van zijn vaderland om te zetten in melodieën die nog steeds populair zijn: folkloristisch, licht melancholisch, maar ook vrolijk en lyrisch.
Hij werd door de toneelschrijver Henrik Ibsen uitgenodigd om voor diens theaterstuk Peer Gynt de toneelmuziek te schrijven, wat leidde tot een van zijn belangrijkste composities. De boerenzoon Peer Gynt is een levenslustige, Noorse vrijbuiter die zijn verantwoordelijkheden ontvlucht. Op zoek naar avonturen verlaat hij zijn moeder en zijn geliefde Solveig, wordt verliefd op een meisje, mag niet met haar trouwen, vlucht de bergen in en wordt gevangen genomen door trollen. Hij weet te ontkomen en keert na een leven vol avonturen uiteindelijk terug als oude man. Zijn trouwe liefde Solveig heeft al die tijd op hem gewacht. Bij haar vindt hij uiteindelijk rust.
Uit de toneelmuziek stelde Grieg later twee suites voor orkest samen. De Eerste suite bestaat uit vier delen die elk een scene uit Ibsens toneelstuk vertegenwoordigen: het eerste deel, Morgenstemming, begint met een fluitsolo, overgenomen door hobo en strijkers. Het is een mooi geschilderde zonsopkomst met de vredige sfeer van een nieuwe dag die aanbreekt en een ontwakend natuurlandschap. De donkere en treurige melodieën van het tweede deel rouwen om Åse, de moeder van Peer. Het derde deel biedt het podium aan de verleidelijke Afrikaanse danseres Anitra met haar mysterieuze aantrekkingskracht, die Peer verleidt met een opwindende dans. Ten slotte berooft ze hem van zijn bezittingen. Uitbundig eindigt de suite met In de hal van de bergkoning. Peer Gynt ontmoet de trollenkoning en wordt achtervolgd door woedende trollen. Dit slotdeel begint lichtvoetig, maar de achtervolging, waar het hele orkest aan meedoet, wordt steeds opwindender en chaotischer, een achtervolging.
De grootste componist die Noorwegen heeft voorgebracht, iemand die schilderde met noten, zo wordt Edvard Grieg vaak genoemd. Tijdens zijn muziekopleiding in Duitsland raakte hij diep onder de indruk van de muziek van Robert Schumann en de Duitse Romantiek. Die muziektraditie wilde hij koppelen aan een Noorse muziekstijl. Noorse volksmelodieën speelden daarin een rol. Zo wist hij de landschappen, beelden en stemmingen van zijn vaderland om te zetten in melodieën die nog steeds populair zijn: folkloristisch, licht melancholisch, maar ook vrolijk en lyrisch.
Hij werd door de toneelschrijver Henrik Ibsen uitgenodigd om voor diens theaterstuk Peer Gynt de toneelmuziek te schrijven, wat leidde tot een van zijn belangrijkste composities. De boerenzoon Peer Gynt is een levenslustige, Noorse vrijbuiter die zijn verantwoordelijkheden ontvlucht. Op zoek naar avonturen verlaat hij zijn moeder en zijn geliefde Solveig, wordt verliefd op een meisje, mag niet met haar trouwen, vlucht de bergen in en wordt gevangen genomen door trollen. Hij weet te ontkomen en keert na een leven vol avonturen uiteindelijk terug als oude man. Zijn trouwe liefde Solveig heeft al die tijd op hem gewacht. Bij haar vindt hij uiteindelijk rust.
Uit de toneelmuziek stelde Grieg later twee suites voor orkest samen. De Eerste suite bestaat uit vier delen die elk een scene uit Ibsens toneelstuk vertegenwoordigen: het eerste deel, Morgenstemming, begint met een fluitsolo, overgenomen door hobo en strijkers. Het is een mooi geschilderde zonsopkomst met de vredige sfeer van een nieuwe dag die aanbreekt en een ontwakend natuurlandschap. De donkere en treurige melodieën van het tweede deel rouwen om Åse, de moeder van Peer. Het derde deel biedt het podium aan de verleidelijke Afrikaanse danseres Anitra met haar mysterieuze aantrekkingskracht, die Peer verleidt met een opwindende dans. Ten slotte berooft ze hem van zijn bezittingen. Uitbundig eindigt de suite met In de hal van de bergkoning. Peer Gynt ontmoet de trollenkoning en wordt achtervolgd door woedende trollen. Dit slotdeel begint lichtvoetig, maar de achtervolging, waar het hele orkest aan meedoet, wordt steeds opwindender en chaotischer, een achtervolging.
Edvard Grieg (1843-1907)
Pianoconcert
Griegs enige voltooide pianoconcert was al vanaf de première weergaloos populair. De componist was pas 25 en zelf een uitstekend pianist. Als student in Leipzig hoorde hij Robert Schumanns Pianoconcert in a klein. Daardoor geïnspireerd begon hij met het componeren van zijn eigen Pianoconcert tijdens een familievakantie in een vakantiehuisje in de buurt van Kopenhagen, kort na de geboorte van zijn dochtertje. Het werk is rijk aan Noorse klanken, met zijn vele volksmelodieën en volksdansen, en verwijzingen naar de Noorse natuur. De Duits-romantische traditie waarin hij geschoold werd, kreeg bij Grieg een Noorse gedaante.
Dat van Grieg is het eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen
Er zijn drie delen. Ingeleid door een indrukwekkende paukenroffel opent de piano het eerste deel met een briljante solocadens, waarna een tweetal thema’s elkaar in allerlei gedaantes afwisselen. De piano speelt naar hartenlust, soms swingend, soms zuchtend. Misschien dacht Grieg aan de dansen uit zijn geboorteland en aan de geheimzinnige wezens uit de Noorse volksverhalen. In het tweede deel openen gedempte strijkers een andere, meer ingetogen wereld, ter inleiding van de pianist met zijn poëtische en lyrische melodieën. Zonder pauze gaat het over in het derde deel waarin een energieke Noorse volksdans, de halling, met zijn tweedelige ritmes dominant is. Ook hier wisselen heftige, energieke en meer poëtische passages elkaar af.
Ondanks de populariteit van zijn Pianoconcert bleef de componist ontevreden. Hij maakte een groot aantal versies, maar bleef twijfelen. De première vond plaats in 1869 in Kopenhagen, een première die Grieg vanwege andere verplichtingen niet zelf kon bijwonen. De Noorse pianist Edmund Neupert, aan wie het werk ook was opgedragen, verzorgde de pianopartij. Veertig jaar later werd het als eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen. Delen uit deze opname op 78-toerenplaat werden veelvuldig in films gebruikt.
Griegs enige voltooide pianoconcert was al vanaf de première weergaloos populair. De componist was pas 25 en zelf een uitstekend pianist. Als student in Leipzig hoorde hij Robert Schumanns Pianoconcert in a klein. Daardoor geïnspireerd begon hij met het componeren van zijn eigen Pianoconcert tijdens een familievakantie in een vakantiehuisje in de buurt van Kopenhagen, kort na de geboorte van zijn dochtertje. Het werk is rijk aan Noorse klanken, met zijn vele volksmelodieën en volksdansen, en verwijzingen naar de Noorse natuur. De Duits-romantische traditie waarin hij geschoold werd, kreeg bij Grieg een Noorse gedaante.
Dat van Grieg is het eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen
Er zijn drie delen. Ingeleid door een indrukwekkende paukenroffel opent de piano het eerste deel met een briljante solocadens, waarna een tweetal thema’s elkaar in allerlei gedaantes afwisselen. De piano speelt naar hartenlust, soms swingend, soms zuchtend. Misschien dacht Grieg aan de dansen uit zijn geboorteland en aan de geheimzinnige wezens uit de Noorse volksverhalen. In het tweede deel openen gedempte strijkers een andere, meer ingetogen wereld, ter inleiding van de pianist met zijn poëtische en lyrische melodieën. Zonder pauze gaat het over in het derde deel waarin een energieke Noorse volksdans, de halling, met zijn tweedelige ritmes dominant is. Ook hier wisselen heftige, energieke en meer poëtische passages elkaar af.
Ondanks de populariteit van zijn Pianoconcert bleef de componist ontevreden. Hij maakte een groot aantal versies, maar bleef twijfelen. De première vond plaats in 1869 in Kopenhagen, een première die Grieg vanwege andere verplichtingen niet zelf kon bijwonen. De Noorse pianist Edmund Neupert, aan wie het werk ook was opgedragen, verzorgde de pianopartij. Veertig jaar later werd het als eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen. Delen uit deze opname op 78-toerenplaat werden veelvuldig in films gebruikt.
Jean Sibelius (1865-1957)
Tweede symfonie
Wat Grieg betekende voor Noorwegen, was Jean Sibelius voor Finland. ‘De zanger van de Finse natuur’, werd hij genoemd, en ook ‘de grootste musicus uit het land van de 1000 meren’. Als scholier kon hij uren dwalen door bossen en velden. Het natuurlandschap waarin hij opgroeide en de Finse sagen en legenden kleuren zijn muziek. Net als Grieg in Leipzig onderging ook Sibelius buitenlandse invloeden door studie en verblijf in Berlijn en Wenen. Zijn Tweede symfonie schreef hij grotendeels in het zonnige Italië in de kustplaats Rapallo, waarnaar hij was uitgeweken na de dood van zijn dochter en zijn schoonzuster. Hij voltooide het werk in Finland. De verbondenheid met de natuur en indrukken die hij opdeed in Italië klinken door in deze symfonie met zijn eigenzinnige ritmes en stemmingswisselingen.
Zo wordt in het eerste deel een rustige opening gevolgd door een aaneenschakeling van korte motieven, pastorale fragmenten, en een verscheidenheid aan melodieën. Dit alles leidt tot een imposant bouwwerk, dat uiteindelijk terugkeert naar de vreedzame openingsklanken. Een korte paukenroffel opent het langzame tweede deel, waarna pizzicato’s van de lage strijkers en sinistere klanken van de fagotten volgen. Donkere en lyrische strijkerspassages wisselen elkaar af, uitmondend in een serene climax. Een kort stormachtig scherzo, met een pastorale hobosolo in de middensectie gaat bijna naadloos over in de Finale, een glorieuze afsluiting die heroïsch eindigt, begeleid door de complete kopersectie.
Op 8 maart 1902 volgde in Helsinki de door de componist gedirigeerde succesvolle première. De Tweede symfonie werd een van Sibelius’ populairste werken, en een symbool van nationale identiteit en de Finse onafhankelijkheidsstrijd.
Wat Grieg betekende voor Noorwegen, was Jean Sibelius voor Finland. ‘De zanger van de Finse natuur’, werd hij genoemd, en ook ‘de grootste musicus uit het land van de 1000 meren’. Als scholier kon hij uren dwalen door bossen en velden. Het natuurlandschap waarin hij opgroeide en de Finse sagen en legenden kleuren zijn muziek. Net als Grieg in Leipzig onderging ook Sibelius buitenlandse invloeden door studie en verblijf in Berlijn en Wenen. Zijn Tweede symfonie schreef hij grotendeels in het zonnige Italië in de kustplaats Rapallo, waarnaar hij was uitgeweken na de dood van zijn dochter en zijn schoonzuster. Hij voltooide het werk in Finland. De verbondenheid met de natuur en indrukken die hij opdeed in Italië klinken door in deze symfonie met zijn eigenzinnige ritmes en stemmingswisselingen.
Zo wordt in het eerste deel een rustige opening gevolgd door een aaneenschakeling van korte motieven, pastorale fragmenten, en een verscheidenheid aan melodieën. Dit alles leidt tot een imposant bouwwerk, dat uiteindelijk terugkeert naar de vreedzame openingsklanken. Een korte paukenroffel opent het langzame tweede deel, waarna pizzicato’s van de lage strijkers en sinistere klanken van de fagotten volgen. Donkere en lyrische strijkerspassages wisselen elkaar af, uitmondend in een serene climax. Een kort stormachtig scherzo, met een pastorale hobosolo in de middensectie gaat bijna naadloos over in de Finale, een glorieuze afsluiting die heroïsch eindigt, begeleid door de complete kopersectie.
Op 8 maart 1902 volgde in Helsinki de door de componist gedirigeerde succesvolle première. De Tweede symfonie werd een van Sibelius’ populairste werken, en een symbool van nationale identiteit en de Finse onafhankelijkheidsstrijd.
Toelichting
Begin negentiende eeuw begonnen veelal in Duitsland opgeleide Noordse componisten hun inheemse muziek te voorzien van een noordelijke klankkleur. Noorwegen en Finland waren landen met een ongerepte natuur, een rijkdom aan sprookjes en legenden, kleurrijke volkstradities en oude volksmelodieën. Componisten als Grieg en Sibelius wilden dat allemaal laten horen in hun muziek.
Begin negentiende eeuw begonnen veelal in Duitsland opgeleide Noordse componisten hun inheemse muziek te voorzien van een noordelijke klankkleur. Noorwegen en Finland waren landen met een ongerepte natuur, een rijkdom aan sprookjes en legenden, kleurrijke volkstradities en oude volksmelodieën. Componisten als Grieg en Sibelius wilden dat allemaal laten horen in hun muziek.
Edvard Grieg (1843-1907)
Eerste suite uit ‘Peer Gynt’
De grootste componist die Noorwegen heeft voorgebracht, iemand die schilderde met noten, zo wordt Edvard Grieg vaak genoemd. Tijdens zijn muziekopleiding in Duitsland raakte hij diep onder de indruk van de muziek van Robert Schumann en de Duitse Romantiek. Die muziektraditie wilde hij koppelen aan een Noorse muziekstijl. Noorse volksmelodieën speelden daarin een rol. Zo wist hij de landschappen, beelden en stemmingen van zijn vaderland om te zetten in melodieën die nog steeds populair zijn: folkloristisch, licht melancholisch, maar ook vrolijk en lyrisch.
Hij werd door de toneelschrijver Henrik Ibsen uitgenodigd om voor diens theaterstuk Peer Gynt de toneelmuziek te schrijven, wat leidde tot een van zijn belangrijkste composities. De boerenzoon Peer Gynt is een levenslustige, Noorse vrijbuiter die zijn verantwoordelijkheden ontvlucht. Op zoek naar avonturen verlaat hij zijn moeder en zijn geliefde Solveig, wordt verliefd op een meisje, mag niet met haar trouwen, vlucht de bergen in en wordt gevangen genomen door trollen. Hij weet te ontkomen en keert na een leven vol avonturen uiteindelijk terug als oude man. Zijn trouwe liefde Solveig heeft al die tijd op hem gewacht. Bij haar vindt hij uiteindelijk rust.
Uit de toneelmuziek stelde Grieg later twee suites voor orkest samen. De Eerste suite bestaat uit vier delen die elk een scene uit Ibsens toneelstuk vertegenwoordigen: het eerste deel, Morgenstemming, begint met een fluitsolo, overgenomen door hobo en strijkers. Het is een mooi geschilderde zonsopkomst met de vredige sfeer van een nieuwe dag die aanbreekt en een ontwakend natuurlandschap. De donkere en treurige melodieën van het tweede deel rouwen om Åse, de moeder van Peer. Het derde deel biedt het podium aan de verleidelijke Afrikaanse danseres Anitra met haar mysterieuze aantrekkingskracht, die Peer verleidt met een opwindende dans. Ten slotte berooft ze hem van zijn bezittingen. Uitbundig eindigt de suite met In de hal van de bergkoning. Peer Gynt ontmoet de trollenkoning en wordt achtervolgd door woedende trollen. Dit slotdeel begint lichtvoetig, maar de achtervolging, waar het hele orkest aan meedoet, wordt steeds opwindender en chaotischer, een achtervolging.
De grootste componist die Noorwegen heeft voorgebracht, iemand die schilderde met noten, zo wordt Edvard Grieg vaak genoemd. Tijdens zijn muziekopleiding in Duitsland raakte hij diep onder de indruk van de muziek van Robert Schumann en de Duitse Romantiek. Die muziektraditie wilde hij koppelen aan een Noorse muziekstijl. Noorse volksmelodieën speelden daarin een rol. Zo wist hij de landschappen, beelden en stemmingen van zijn vaderland om te zetten in melodieën die nog steeds populair zijn: folkloristisch, licht melancholisch, maar ook vrolijk en lyrisch.
Hij werd door de toneelschrijver Henrik Ibsen uitgenodigd om voor diens theaterstuk Peer Gynt de toneelmuziek te schrijven, wat leidde tot een van zijn belangrijkste composities. De boerenzoon Peer Gynt is een levenslustige, Noorse vrijbuiter die zijn verantwoordelijkheden ontvlucht. Op zoek naar avonturen verlaat hij zijn moeder en zijn geliefde Solveig, wordt verliefd op een meisje, mag niet met haar trouwen, vlucht de bergen in en wordt gevangen genomen door trollen. Hij weet te ontkomen en keert na een leven vol avonturen uiteindelijk terug als oude man. Zijn trouwe liefde Solveig heeft al die tijd op hem gewacht. Bij haar vindt hij uiteindelijk rust.
Uit de toneelmuziek stelde Grieg later twee suites voor orkest samen. De Eerste suite bestaat uit vier delen die elk een scene uit Ibsens toneelstuk vertegenwoordigen: het eerste deel, Morgenstemming, begint met een fluitsolo, overgenomen door hobo en strijkers. Het is een mooi geschilderde zonsopkomst met de vredige sfeer van een nieuwe dag die aanbreekt en een ontwakend natuurlandschap. De donkere en treurige melodieën van het tweede deel rouwen om Åse, de moeder van Peer. Het derde deel biedt het podium aan de verleidelijke Afrikaanse danseres Anitra met haar mysterieuze aantrekkingskracht, die Peer verleidt met een opwindende dans. Ten slotte berooft ze hem van zijn bezittingen. Uitbundig eindigt de suite met In de hal van de bergkoning. Peer Gynt ontmoet de trollenkoning en wordt achtervolgd door woedende trollen. Dit slotdeel begint lichtvoetig, maar de achtervolging, waar het hele orkest aan meedoet, wordt steeds opwindender en chaotischer, een achtervolging.
Edvard Grieg (1843-1907)
Pianoconcert
Griegs enige voltooide pianoconcert was al vanaf de première weergaloos populair. De componist was pas 25 en zelf een uitstekend pianist. Als student in Leipzig hoorde hij Robert Schumanns Pianoconcert in a klein. Daardoor geïnspireerd begon hij met het componeren van zijn eigen Pianoconcert tijdens een familievakantie in een vakantiehuisje in de buurt van Kopenhagen, kort na de geboorte van zijn dochtertje. Het werk is rijk aan Noorse klanken, met zijn vele volksmelodieën en volksdansen, en verwijzingen naar de Noorse natuur. De Duits-romantische traditie waarin hij geschoold werd, kreeg bij Grieg een Noorse gedaante.
Dat van Grieg is het eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen
Er zijn drie delen. Ingeleid door een indrukwekkende paukenroffel opent de piano het eerste deel met een briljante solocadens, waarna een tweetal thema’s elkaar in allerlei gedaantes afwisselen. De piano speelt naar hartenlust, soms swingend, soms zuchtend. Misschien dacht Grieg aan de dansen uit zijn geboorteland en aan de geheimzinnige wezens uit de Noorse volksverhalen. In het tweede deel openen gedempte strijkers een andere, meer ingetogen wereld, ter inleiding van de pianist met zijn poëtische en lyrische melodieën. Zonder pauze gaat het over in het derde deel waarin een energieke Noorse volksdans, de halling, met zijn tweedelige ritmes dominant is. Ook hier wisselen heftige, energieke en meer poëtische passages elkaar af.
Ondanks de populariteit van zijn Pianoconcert bleef de componist ontevreden. Hij maakte een groot aantal versies, maar bleef twijfelen. De première vond plaats in 1869 in Kopenhagen, een première die Grieg vanwege andere verplichtingen niet zelf kon bijwonen. De Noorse pianist Edmund Neupert, aan wie het werk ook was opgedragen, verzorgde de pianopartij. Veertig jaar later werd het als eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen. Delen uit deze opname op 78-toerenplaat werden veelvuldig in films gebruikt.
Griegs enige voltooide pianoconcert was al vanaf de première weergaloos populair. De componist was pas 25 en zelf een uitstekend pianist. Als student in Leipzig hoorde hij Robert Schumanns Pianoconcert in a klein. Daardoor geïnspireerd begon hij met het componeren van zijn eigen Pianoconcert tijdens een familievakantie in een vakantiehuisje in de buurt van Kopenhagen, kort na de geboorte van zijn dochtertje. Het werk is rijk aan Noorse klanken, met zijn vele volksmelodieën en volksdansen, en verwijzingen naar de Noorse natuur. De Duits-romantische traditie waarin hij geschoold werd, kreeg bij Grieg een Noorse gedaante.
Dat van Grieg is het eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen
Er zijn drie delen. Ingeleid door een indrukwekkende paukenroffel opent de piano het eerste deel met een briljante solocadens, waarna een tweetal thema’s elkaar in allerlei gedaantes afwisselen. De piano speelt naar hartenlust, soms swingend, soms zuchtend. Misschien dacht Grieg aan de dansen uit zijn geboorteland en aan de geheimzinnige wezens uit de Noorse volksverhalen. In het tweede deel openen gedempte strijkers een andere, meer ingetogen wereld, ter inleiding van de pianist met zijn poëtische en lyrische melodieën. Zonder pauze gaat het over in het derde deel waarin een energieke Noorse volksdans, de halling, met zijn tweedelige ritmes dominant is. Ook hier wisselen heftige, energieke en meer poëtische passages elkaar af.
Ondanks de populariteit van zijn Pianoconcert bleef de componist ontevreden. Hij maakte een groot aantal versies, maar bleef twijfelen. De première vond plaats in 1869 in Kopenhagen, een première die Grieg vanwege andere verplichtingen niet zelf kon bijwonen. De Noorse pianist Edmund Neupert, aan wie het werk ook was opgedragen, verzorgde de pianopartij. Veertig jaar later werd het als eerste pianoconcert ooit op grammofoonplaat opgenomen. Delen uit deze opname op 78-toerenplaat werden veelvuldig in films gebruikt.
Jean Sibelius (1865-1957)
Tweede symfonie
Wat Grieg betekende voor Noorwegen, was Jean Sibelius voor Finland. ‘De zanger van de Finse natuur’, werd hij genoemd, en ook ‘de grootste musicus uit het land van de 1000 meren’. Als scholier kon hij uren dwalen door bossen en velden. Het natuurlandschap waarin hij opgroeide en de Finse sagen en legenden kleuren zijn muziek. Net als Grieg in Leipzig onderging ook Sibelius buitenlandse invloeden door studie en verblijf in Berlijn en Wenen. Zijn Tweede symfonie schreef hij grotendeels in het zonnige Italië in de kustplaats Rapallo, waarnaar hij was uitgeweken na de dood van zijn dochter en zijn schoonzuster. Hij voltooide het werk in Finland. De verbondenheid met de natuur en indrukken die hij opdeed in Italië klinken door in deze symfonie met zijn eigenzinnige ritmes en stemmingswisselingen.
Zo wordt in het eerste deel een rustige opening gevolgd door een aaneenschakeling van korte motieven, pastorale fragmenten, en een verscheidenheid aan melodieën. Dit alles leidt tot een imposant bouwwerk, dat uiteindelijk terugkeert naar de vreedzame openingsklanken. Een korte paukenroffel opent het langzame tweede deel, waarna pizzicato’s van de lage strijkers en sinistere klanken van de fagotten volgen. Donkere en lyrische strijkerspassages wisselen elkaar af, uitmondend in een serene climax. Een kort stormachtig scherzo, met een pastorale hobosolo in de middensectie gaat bijna naadloos over in de Finale, een glorieuze afsluiting die heroïsch eindigt, begeleid door de complete kopersectie.
Op 8 maart 1902 volgde in Helsinki de door de componist gedirigeerde succesvolle première. De Tweede symfonie werd een van Sibelius’ populairste werken, en een symbool van nationale identiteit en de Finse onafhankelijkheidsstrijd.
Wat Grieg betekende voor Noorwegen, was Jean Sibelius voor Finland. ‘De zanger van de Finse natuur’, werd hij genoemd, en ook ‘de grootste musicus uit het land van de 1000 meren’. Als scholier kon hij uren dwalen door bossen en velden. Het natuurlandschap waarin hij opgroeide en de Finse sagen en legenden kleuren zijn muziek. Net als Grieg in Leipzig onderging ook Sibelius buitenlandse invloeden door studie en verblijf in Berlijn en Wenen. Zijn Tweede symfonie schreef hij grotendeels in het zonnige Italië in de kustplaats Rapallo, waarnaar hij was uitgeweken na de dood van zijn dochter en zijn schoonzuster. Hij voltooide het werk in Finland. De verbondenheid met de natuur en indrukken die hij opdeed in Italië klinken door in deze symfonie met zijn eigenzinnige ritmes en stemmingswisselingen.
Zo wordt in het eerste deel een rustige opening gevolgd door een aaneenschakeling van korte motieven, pastorale fragmenten, en een verscheidenheid aan melodieën. Dit alles leidt tot een imposant bouwwerk, dat uiteindelijk terugkeert naar de vreedzame openingsklanken. Een korte paukenroffel opent het langzame tweede deel, waarna pizzicato’s van de lage strijkers en sinistere klanken van de fagotten volgen. Donkere en lyrische strijkerspassages wisselen elkaar af, uitmondend in een serene climax. Een kort stormachtig scherzo, met een pastorale hobosolo in de middensectie gaat bijna naadloos over in de Finale, een glorieuze afsluiting die heroïsch eindigt, begeleid door de complete kopersectie.
Op 8 maart 1902 volgde in Helsinki de door de componist gedirigeerde succesvolle première. De Tweede symfonie werd een van Sibelius’ populairste werken, en een symbool van nationale identiteit en de Finse onafhankelijkheidsstrijd.
Biografie
Philzuid, orkest
Sinds zijn tienjarig bestaan in seizoen 2023/2024 gaat de philharmonie zuidnederland door het leven onder zijn verkorte naam Philzuid. Duncan Ward is sinds 2021/2022 chef-dirigent, eredirigent is Marc Soustrot en honorair dirigent is Ed Spanjaard. Philzuid is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, maar profileert zich ook op nationaal en internationaal niveau.
Naast het symfonische repertoire – van eeuwenoud tot splinternieuw – brengt het orkest ook nieuwe concertformules; van carnavalsconcerten en ‘symphonic mobs’ tot business events en educatieve projecten. Ook het Liberation Concert in Margraten is een niet weg te denken traditie. Vaste samenwerkingen zijn er met Opera Zuid, November Music, Cultura Nova in Heerlen, Musica Sacra in Maastricht en – via de eigen orkestacademie – de conservatoria van Maastricht en Tilburg. Bovendien fungeert Philzuid als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM).
Dit voorjaar verwelkomde het orkest violiste Simone Lamsma, celliste Laura van der Heijden, pianist Denis Kozukhin en blokfluitiste Lucie Horsch als solisten, en Bachs Matthäus-Passion werd geleid door barokspecialist Enrico Onofri. Philzuid was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 12 april jongstleden, met op het programma onder meer Beethovens Tripelconcert ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het Storioni Trio.
Ariane Matiakh, dirigent
Ariane Matiakh is sinds seizoen 2022/2023 chef-dirigent van de Württembergische Philharmonie Reutlingen. Naast haar werkzaamheden met dat gezelschap leidde de Franse dirigente het afgelopen jaar ook een nieuwe productie van Janáčeks Het sluwe vosje bij de Staatsoper Stuttgart en dirigeerde ze onder andere het Orchestre National de France in Poulencs La Voix Humaine en Escaichs Point d’Orgue in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.
Andere recente hoogtepunten zijn gastoptredens bij orkesten als het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre de Paris, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de Wiener Symphoniker en het BBC Symphony Orchestra. Recente operaproducties voerden haar naar de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en het Royal Opera House Covent Garden in Londen.
Het repertoire van Ariane Matiakh omvat talrijke opera’s en een breed scala aan symfonische werken en balletten, van barokmuziek tot en met hedendaagse composities van bijvoorbeeld Bryce Dessner en Sally Beamish. Ariane Matiakh studeerde orkestdirectie in Wenen, waar ze onder leiding van dirigenten als Nikolaus Harnoncourt en Adam Fischer ook zong in het Arnold Schönberg Chor. Daarnaast volgde ze lessen bij Leopold Hager, Yuji Yuasa en Seiji Ozawa.
Ze debuteerde in Het Concertgebouw met haar Württembergische Philharmonie tijdens de VriendenLoterij Zomerconcerten 2024.
Saleem Ashkar, piano
Saleem Ashkar begon zijn studies in Nazareth en vervolgde zijn opleiding in Londen en Hannover bij Maria Curcio en Arie Vardi. Op zestienjarige leeftijd werd de pianist ontdekt door Zubin Mehta, die hem als solist uitnodigde bij het Israël Philharmonisch Orkest. Op zijn 22ste maakte hij in New York zijn Carnegie Hall-debuut.
Saleem Ashkar heeft gespeeld met toonaangevende orkesten als het London Symphony Orchestra, de Staatskapelle Berlin, het Orchestra Filarmonica della Scala en de orkesten van Chicago, Atlanta en Detroit, en werkte met dirigenten als Riccardo Chailly, Daniel Barenboim, Riccardo Muti, Kazushi Ono, David Afkham en Nikolaj Szeps-Znaider. Ook treedt hij regelmatig op in kamermuziekverband en geeft hij solorecitals. Hij nam onder andere alle pianosonates van Beethoven op, en de pianoconcerten van Mendelssohn met het Gewandhausorchester Leipzig.
Saleem Ashkar is verbonden aan de Brown University in de Verenigde Staten. Als medeoprichter en artistiek leider van het Galilee Chamber Orchestra brengt hij Palestijnse en Joods-Israëlische musici samen, met tournees door Europa en Noord-Amerika inclusief optredens in onder andere Carnegie Hall in New York en het Konzerthaus Berlin. Saleem Ashkar maakte zijn debuut in Het Concertgebouw in september 2007 met het Israël Philharmonisch Orkest onder leiding van Zubin Mehta, en in juli 2012 volgde zijn debuut bij het Concertgebouworkest.