Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Fazil Say en Goldmund Quartett spelen Schumann, Say en Mozart

Fazil Say en Goldmund Quartett spelen Schumann, Say en Mozart

Kleine Zaal
27 februari 2024
20.15 uur

Print dit programma

Fazıl Say piano

Goldmund Quartett:
Florian Schötz viool
Pinchas Adt viool
Christoph Vandory altviool
Raphael Paratore cello

Dit concert maakt deel uit van de series Spotlight en Strijkers met Variatie.

Ook interessant:
- Zo ontstond het strijkkwartet
Pianist Fazıl Say: ‘Ik ben altijd een dromer gebleven’

Fazıl Say (1970)

Space Jump, op. 46 (2013)
voor viool, cello en piano
Andantino meditativo
Allegro maestoso
Maestoso

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Divertimento in F gr.t., KV 138 (1772)
voor strijkkwartet
Allegro
Andante
Presto

Fazıl Say

Strijkkwartet, op. 29 ‘Divorce’ (2010)
Allegro maestoso
Andante
Presto

pauze ± 21.00 uur

Robert Schumann (1810-1856)

Pianokwintet in Es gr.t., op. 44 (1842)
Allegro brillante
In modo d’una marcia: Un poco
largamento – Agitato
Scherzo: Molto vivace
Finale: Allegro ma non troppo

einde ± 22.00 uur

Kleine Zaal 27 februari 2024 20.15 uur

Fazıl Say piano

Goldmund Quartett:
Florian Schötz viool
Pinchas Adt viool
Christoph Vandory altviool
Raphael Paratore cello

Dit concert maakt deel uit van de series Spotlight en Strijkers met Variatie.

Ook interessant:
- Zo ontstond het strijkkwartet
Pianist Fazıl Say: ‘Ik ben altijd een dromer gebleven’

Fazıl Say (1970)

Space Jump, op. 46 (2013)
voor viool, cello en piano
Andantino meditativo
Allegro maestoso
Maestoso

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Divertimento in F gr.t., KV 138 (1772)
voor strijkkwartet
Allegro
Andante
Presto

Fazıl Say

Strijkkwartet, op. 29 ‘Divorce’ (2010)
Allegro maestoso
Andante
Presto

pauze ± 21.00 uur

Robert Schumann (1810-1856)

Pianokwintet in Es gr.t., op. 44 (1842)
Allegro brillante
In modo d’una marcia: Un poco
largamento – Agitato
Scherzo: Molto vivace
Finale: Allegro ma non troppo

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Fazıl Say 1970

Say: Space Jump

door Hugo Bouma

Op 14 oktober 2012 sprong de Oostenrijkse durfal Felix Baumgartner op bijna 39 kilometer hoogte uit een ballon, om negen minuten later veilig te landen in New Mexico. Hiermee brak hij diverse records: langste vrije val, eerste mens ongemotoriseerd door de geluids­barrière, hoogste ballonvaart én de meeste kijkers tegelijk voor een YouTube­-livestream. In zijn pianotrio Space Jump probeert Fazıl Say zich in Baumgartner te verplaatsen. Het stuk begint vóór de sprong, eenzaam en verstild in de capsule die al tweeën­half uur langzaam opstijgt, terwijl de aarde steeds verder uit het zicht verdwijnt.

We horen een verstilde cellosolo wanneer Felix zich ten slotte klaarmaakt voor de sprong. Het tweede deel beschrijft de afdaling, steeds sneller en gevaarlijker, tot eindelijk de parachute openschiet en Felix landt. Het korte slotdeel beschrijft de tri­omf, zijn ­V-gebaar net na de landing, maar eindigt meditatief en bedachtzaam.

Op 14 oktober 2012 sprong de Oostenrijkse durfal Felix Baumgartner op bijna 39 kilometer hoogte uit een ballon, om negen minuten later veilig te landen in New Mexico. Hiermee brak hij diverse records: langste vrije val, eerste mens ongemotoriseerd door de geluids­barrière, hoogste ballonvaart én de meeste kijkers tegelijk voor een YouTube­-livestream. In zijn pianotrio Space Jump probeert Fazıl Say zich in Baumgartner te verplaatsen. Het stuk begint vóór de sprong, eenzaam en verstild in de capsule die al tweeën­half uur langzaam opstijgt, terwijl de aarde steeds verder uit het zicht verdwijnt.

We horen een verstilde cellosolo wanneer Felix zich ten slotte klaarmaakt voor de sprong. Het tweede deel beschrijft de afdaling, steeds sneller en gevaarlijker, tot eindelijk de parachute openschiet en Felix landt. Het korte slotdeel beschrijft de tri­omf, zijn ­V-gebaar net na de landing, maar eindigt meditatief en bedachtzaam.

door Hugo Bouma

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Divertimento

door Hugo Bouma

In het voorjaar van 1772 was de toen zestienjarige Wolfgang Amadeus Mozart net teruggekeerd in Salzburg na twee zeer lucratieve tournees door Italië met zijn vader Leopold – later dat jaar zouden ze opnieuw voor meerdere maanden naar Milaan vertrekken. In deze korte periode van relatieve rust componeerde Mozart onder andere drie divertimento’s voor strijkers, waarvan deze in F groot, KV 138 de laatste is.

Mozarts divertimento’s zijn geen vierdelige strijkkwartetten zoals die in deze zelfde periode door met name Joseph Haydn werden ontwikkeld, maar sinfonia’s in Italiaanse stijl: kortere, toegankelijke stukken in drie delen, snel-langzaam-snel. Ook zijn ze minder contrapuntisch van opzet. Er is een theorie dat het eigenlijk schetsen zijn: door enkele blazerspartijen toe te voegen zou de componist ook op reis desgewenst met een nieuw orkestwerk op de proppen kunnen komen. De drie divertimento’s bleven echter wat ze zijn: opgewekte, onderhoudende strijkersmuziek.

In het voorjaar van 1772 was de toen zestienjarige Wolfgang Amadeus Mozart net teruggekeerd in Salzburg na twee zeer lucratieve tournees door Italië met zijn vader Leopold – later dat jaar zouden ze opnieuw voor meerdere maanden naar Milaan vertrekken. In deze korte periode van relatieve rust componeerde Mozart onder andere drie divertimento’s voor strijkers, waarvan deze in F groot, KV 138 de laatste is.

Mozarts divertimento’s zijn geen vierdelige strijkkwartetten zoals die in deze zelfde periode door met name Joseph Haydn werden ontwikkeld, maar sinfonia’s in Italiaanse stijl: kortere, toegankelijke stukken in drie delen, snel-langzaam-snel. Ook zijn ze minder contrapuntisch van opzet. Er is een theorie dat het eigenlijk schetsen zijn: door enkele blazerspartijen toe te voegen zou de componist ook op reis desgewenst met een nieuw orkestwerk op de proppen kunnen komen. De drie divertimento’s bleven echter wat ze zijn: opgewekte, onderhoudende strijkersmuziek.

door Hugo Bouma

Fazıl Say 1970

Say: Divorce

door Hugo Bouma

Fazıl Say verwerkt regelmatig autobiografische elementen in zijn composities. In zijn strijkkwartet Divorce uit 2010 beschrijft hij het proces van een echtscheiding, gebaseerd op twee ervaringen: zijn eigen scheiding van zijn eerste vrouw, celliste Gülyar Balcı in 2004, maar met name ook die van zijn ouders in 1974, toen de componist vier jaar oud was. In 2022 scheidde Say overigens ook van zijn tweede vrouw, pianiste Ece Dağıstan. Wel benadrukt hij dat de noten van het stuk slechts een intuïtieve, abstracte weergave zijn van zijn ervaringen, en de emoties en trauma’s die hiermee gepaard gaan.

Het energieke eerste deel is een dans, wild en onregelmatig, waarin de danspartners het niet met elkaar eens lijken te zijn en agressief hun eigen gelijk proberen door te drukken. Hierna volgt een melancholisch, dromerig deel – het paar zoekt naar verzoening, maar toch ontstaan er weer onenigheden. Het afsluitende Presto is ten slotte volop ruzie. De beide violen bekvechten met elkaar, komen er niet uit – en een familie valt uiteen.

Fazıl Say verwerkt regelmatig autobiografische elementen in zijn composities. In zijn strijkkwartet Divorce uit 2010 beschrijft hij het proces van een echtscheiding, gebaseerd op twee ervaringen: zijn eigen scheiding van zijn eerste vrouw, celliste Gülyar Balcı in 2004, maar met name ook die van zijn ouders in 1974, toen de componist vier jaar oud was. In 2022 scheidde Say overigens ook van zijn tweede vrouw, pianiste Ece Dağıstan. Wel benadrukt hij dat de noten van het stuk slechts een intuïtieve, abstracte weergave zijn van zijn ervaringen, en de emoties en trauma’s die hiermee gepaard gaan.

Het energieke eerste deel is een dans, wild en onregelmatig, waarin de danspartners het niet met elkaar eens lijken te zijn en agressief hun eigen gelijk proberen door te drukken. Hierna volgt een melancholisch, dromerig deel – het paar zoekt naar verzoening, maar toch ontstaan er weer onenigheden. Het afsluitende Presto is ten slotte volop ruzie. De beide violen bekvechten met elkaar, komen er niet uit – en een familie valt uiteen.

door Hugo Bouma

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Pianokwintet

door Hugo Bouma

Het huishoudboekje van de Schumanns vermeldt op 23 september 1842 dat Robert aan een kw­intet begonnen is. 28 september: de schets is grotendeels af. 12 oktober: het hele stuk uitgewerkt. Zo werkte Robert Schumann wel vaker: perioden van diepe depressie waarbij er niets uit zijn handen kwam (vooral als zijn vrouw, pianist/componist Clara, van huis was) afgewisseld met tijden van ongekende productiviteit. Men noemt 1842 ook wel zijn ‘kamermuziekjaar’; naast het Pianok­wintet in Es groot, opus 44 voltooide hij dat jaar ook een pianokwartet, drie strijkkwartetten en de Phantasiestücke voor pianotrio.

Robert droeg dit k­wintet aan Clara op, en bij de publieke première (en nog vele malen daarna) vertolkte zij de pianopartij. Voor een eerdere, private uitvoering was zij echter ziek geworden, waardoor Felix Mendelssohn moest bijspringen om diezelfde – behoorlijk virtuoze – partij van blad te spelen. Op diens advies deed Robert nog enkele revisies. Clara schrijft zelf over het kw­intet dat ze het ’uiterst briljant en effectief’ vindt, en ‘een werk vol kracht en frisheid!’ Twaalf jaar later bewerkte Johannes Brahms het stuk voor vierhandig piano, als verrassing voor Clara’s verjaardag.

Tot dan toe was er een duidelijke scheiding tussen het strijkkwartet enerzijds, dat werd beschouwd als een genre voor kenners en beroepsmusici, en het pianotrio anderzijds, dat men meer zag als muziek voor liefhebbers in salons. De moderne piano, die net op de markt kwam, kon zich echter meten met een volledig strijkkwartet. De muziek wisselt dan ook af tussen meerstemmige ‘echte strijkkwartetmuziek’ en momenten waar de strijkers vooral een pianoconcert begeleiden. In navolging van Schumann zouden onder anderen Brahms en Dvořák ook werken componeren voor deze bezetting.

Het kw­intet begint met een energiek en extravert Allegro brillante, waarbij de eerste vier noten gelijk de basis vormen voor het hele deel. Hierna volgt een zwartgallige dodenmars met een symmetrische constructie, waar in het midden twee lyrische episodes een verbeten agitato flankeren. Het Scherzo is een enthousiaste waterval van toonladders, onderbroken door twee contrasterende trio’s: het eerste een zangerige canon, het tweede een virtuoos perpetuum mobile. Tot slot horen we een vrolijk contrapuntische Finale, waarin Schumann tegen het einde ook nog de eerste vier noten van het eerste deel in een fugato weet te verwerken.

Het huishoudboekje van de Schumanns vermeldt op 23 september 1842 dat Robert aan een kw­intet begonnen is. 28 september: de schets is grotendeels af. 12 oktober: het hele stuk uitgewerkt. Zo werkte Robert Schumann wel vaker: perioden van diepe depressie waarbij er niets uit zijn handen kwam (vooral als zijn vrouw, pianist/componist Clara, van huis was) afgewisseld met tijden van ongekende productiviteit. Men noemt 1842 ook wel zijn ‘kamermuziekjaar’; naast het Pianok­wintet in Es groot, opus 44 voltooide hij dat jaar ook een pianokwartet, drie strijkkwartetten en de Phantasiestücke voor pianotrio.

Robert droeg dit k­wintet aan Clara op, en bij de publieke première (en nog vele malen daarna) vertolkte zij de pianopartij. Voor een eerdere, private uitvoering was zij echter ziek geworden, waardoor Felix Mendelssohn moest bijspringen om diezelfde – behoorlijk virtuoze – partij van blad te spelen. Op diens advies deed Robert nog enkele revisies. Clara schrijft zelf over het kw­intet dat ze het ’uiterst briljant en effectief’ vindt, en ‘een werk vol kracht en frisheid!’ Twaalf jaar later bewerkte Johannes Brahms het stuk voor vierhandig piano, als verrassing voor Clara’s verjaardag.

Tot dan toe was er een duidelijke scheiding tussen het strijkkwartet enerzijds, dat werd beschouwd als een genre voor kenners en beroepsmusici, en het pianotrio anderzijds, dat men meer zag als muziek voor liefhebbers in salons. De moderne piano, die net op de markt kwam, kon zich echter meten met een volledig strijkkwartet. De muziek wisselt dan ook af tussen meerstemmige ‘echte strijkkwartetmuziek’ en momenten waar de strijkers vooral een pianoconcert begeleiden. In navolging van Schumann zouden onder anderen Brahms en Dvořák ook werken componeren voor deze bezetting.

Het kw­intet begint met een energiek en extravert Allegro brillante, waarbij de eerste vier noten gelijk de basis vormen voor het hele deel. Hierna volgt een zwartgallige dodenmars met een symmetrische constructie, waar in het midden twee lyrische episodes een verbeten agitato flankeren. Het Scherzo is een enthousiaste waterval van toonladders, onderbroken door twee contrasterende trio’s: het eerste een zangerige canon, het tweede een virtuoos perpetuum mobile. Tot slot horen we een vrolijk contrapuntische Finale, waarin Schumann tegen het einde ook nog de eerste vier noten van het eerste deel in een fugato weet te verwerken.

door Hugo Bouma

Fazıl Say 1970

Say: Space Jump

door Hugo Bouma

Op 14 oktober 2012 sprong de Oostenrijkse durfal Felix Baumgartner op bijna 39 kilometer hoogte uit een ballon, om negen minuten later veilig te landen in New Mexico. Hiermee brak hij diverse records: langste vrije val, eerste mens ongemotoriseerd door de geluids­barrière, hoogste ballonvaart én de meeste kijkers tegelijk voor een YouTube­-livestream. In zijn pianotrio Space Jump probeert Fazıl Say zich in Baumgartner te verplaatsen. Het stuk begint vóór de sprong, eenzaam en verstild in de capsule die al tweeën­half uur langzaam opstijgt, terwijl de aarde steeds verder uit het zicht verdwijnt.

We horen een verstilde cellosolo wanneer Felix zich ten slotte klaarmaakt voor de sprong. Het tweede deel beschrijft de afdaling, steeds sneller en gevaarlijker, tot eindelijk de parachute openschiet en Felix landt. Het korte slotdeel beschrijft de tri­omf, zijn ­V-gebaar net na de landing, maar eindigt meditatief en bedachtzaam.

Op 14 oktober 2012 sprong de Oostenrijkse durfal Felix Baumgartner op bijna 39 kilometer hoogte uit een ballon, om negen minuten later veilig te landen in New Mexico. Hiermee brak hij diverse records: langste vrije val, eerste mens ongemotoriseerd door de geluids­barrière, hoogste ballonvaart én de meeste kijkers tegelijk voor een YouTube­-livestream. In zijn pianotrio Space Jump probeert Fazıl Say zich in Baumgartner te verplaatsen. Het stuk begint vóór de sprong, eenzaam en verstild in de capsule die al tweeën­half uur langzaam opstijgt, terwijl de aarde steeds verder uit het zicht verdwijnt.

We horen een verstilde cellosolo wanneer Felix zich ten slotte klaarmaakt voor de sprong. Het tweede deel beschrijft de afdaling, steeds sneller en gevaarlijker, tot eindelijk de parachute openschiet en Felix landt. Het korte slotdeel beschrijft de tri­omf, zijn ­V-gebaar net na de landing, maar eindigt meditatief en bedachtzaam.

door Hugo Bouma

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Divertimento

door Hugo Bouma

In het voorjaar van 1772 was de toen zestienjarige Wolfgang Amadeus Mozart net teruggekeerd in Salzburg na twee zeer lucratieve tournees door Italië met zijn vader Leopold – later dat jaar zouden ze opnieuw voor meerdere maanden naar Milaan vertrekken. In deze korte periode van relatieve rust componeerde Mozart onder andere drie divertimento’s voor strijkers, waarvan deze in F groot, KV 138 de laatste is.

Mozarts divertimento’s zijn geen vierdelige strijkkwartetten zoals die in deze zelfde periode door met name Joseph Haydn werden ontwikkeld, maar sinfonia’s in Italiaanse stijl: kortere, toegankelijke stukken in drie delen, snel-langzaam-snel. Ook zijn ze minder contrapuntisch van opzet. Er is een theorie dat het eigenlijk schetsen zijn: door enkele blazerspartijen toe te voegen zou de componist ook op reis desgewenst met een nieuw orkestwerk op de proppen kunnen komen. De drie divertimento’s bleven echter wat ze zijn: opgewekte, onderhoudende strijkersmuziek.

In het voorjaar van 1772 was de toen zestienjarige Wolfgang Amadeus Mozart net teruggekeerd in Salzburg na twee zeer lucratieve tournees door Italië met zijn vader Leopold – later dat jaar zouden ze opnieuw voor meerdere maanden naar Milaan vertrekken. In deze korte periode van relatieve rust componeerde Mozart onder andere drie divertimento’s voor strijkers, waarvan deze in F groot, KV 138 de laatste is.

Mozarts divertimento’s zijn geen vierdelige strijkkwartetten zoals die in deze zelfde periode door met name Joseph Haydn werden ontwikkeld, maar sinfonia’s in Italiaanse stijl: kortere, toegankelijke stukken in drie delen, snel-langzaam-snel. Ook zijn ze minder contrapuntisch van opzet. Er is een theorie dat het eigenlijk schetsen zijn: door enkele blazerspartijen toe te voegen zou de componist ook op reis desgewenst met een nieuw orkestwerk op de proppen kunnen komen. De drie divertimento’s bleven echter wat ze zijn: opgewekte, onderhoudende strijkersmuziek.

door Hugo Bouma

Fazıl Say 1970

Say: Divorce

door Hugo Bouma

Fazıl Say verwerkt regelmatig autobiografische elementen in zijn composities. In zijn strijkkwartet Divorce uit 2010 beschrijft hij het proces van een echtscheiding, gebaseerd op twee ervaringen: zijn eigen scheiding van zijn eerste vrouw, celliste Gülyar Balcı in 2004, maar met name ook die van zijn ouders in 1974, toen de componist vier jaar oud was. In 2022 scheidde Say overigens ook van zijn tweede vrouw, pianiste Ece Dağıstan. Wel benadrukt hij dat de noten van het stuk slechts een intuïtieve, abstracte weergave zijn van zijn ervaringen, en de emoties en trauma’s die hiermee gepaard gaan.

Het energieke eerste deel is een dans, wild en onregelmatig, waarin de danspartners het niet met elkaar eens lijken te zijn en agressief hun eigen gelijk proberen door te drukken. Hierna volgt een melancholisch, dromerig deel – het paar zoekt naar verzoening, maar toch ontstaan er weer onenigheden. Het afsluitende Presto is ten slotte volop ruzie. De beide violen bekvechten met elkaar, komen er niet uit – en een familie valt uiteen.

Fazıl Say verwerkt regelmatig autobiografische elementen in zijn composities. In zijn strijkkwartet Divorce uit 2010 beschrijft hij het proces van een echtscheiding, gebaseerd op twee ervaringen: zijn eigen scheiding van zijn eerste vrouw, celliste Gülyar Balcı in 2004, maar met name ook die van zijn ouders in 1974, toen de componist vier jaar oud was. In 2022 scheidde Say overigens ook van zijn tweede vrouw, pianiste Ece Dağıstan. Wel benadrukt hij dat de noten van het stuk slechts een intuïtieve, abstracte weergave zijn van zijn ervaringen, en de emoties en trauma’s die hiermee gepaard gaan.

Het energieke eerste deel is een dans, wild en onregelmatig, waarin de danspartners het niet met elkaar eens lijken te zijn en agressief hun eigen gelijk proberen door te drukken. Hierna volgt een melancholisch, dromerig deel – het paar zoekt naar verzoening, maar toch ontstaan er weer onenigheden. Het afsluitende Presto is ten slotte volop ruzie. De beide violen bekvechten met elkaar, komen er niet uit – en een familie valt uiteen.

door Hugo Bouma

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Pianokwintet

door Hugo Bouma

Het huishoudboekje van de Schumanns vermeldt op 23 september 1842 dat Robert aan een kw­intet begonnen is. 28 september: de schets is grotendeels af. 12 oktober: het hele stuk uitgewerkt. Zo werkte Robert Schumann wel vaker: perioden van diepe depressie waarbij er niets uit zijn handen kwam (vooral als zijn vrouw, pianist/componist Clara, van huis was) afgewisseld met tijden van ongekende productiviteit. Men noemt 1842 ook wel zijn ‘kamermuziekjaar’; naast het Pianok­wintet in Es groot, opus 44 voltooide hij dat jaar ook een pianokwartet, drie strijkkwartetten en de Phantasiestücke voor pianotrio.

Robert droeg dit k­wintet aan Clara op, en bij de publieke première (en nog vele malen daarna) vertolkte zij de pianopartij. Voor een eerdere, private uitvoering was zij echter ziek geworden, waardoor Felix Mendelssohn moest bijspringen om diezelfde – behoorlijk virtuoze – partij van blad te spelen. Op diens advies deed Robert nog enkele revisies. Clara schrijft zelf over het kw­intet dat ze het ’uiterst briljant en effectief’ vindt, en ‘een werk vol kracht en frisheid!’ Twaalf jaar later bewerkte Johannes Brahms het stuk voor vierhandig piano, als verrassing voor Clara’s verjaardag.

Tot dan toe was er een duidelijke scheiding tussen het strijkkwartet enerzijds, dat werd beschouwd als een genre voor kenners en beroepsmusici, en het pianotrio anderzijds, dat men meer zag als muziek voor liefhebbers in salons. De moderne piano, die net op de markt kwam, kon zich echter meten met een volledig strijkkwartet. De muziek wisselt dan ook af tussen meerstemmige ‘echte strijkkwartetmuziek’ en momenten waar de strijkers vooral een pianoconcert begeleiden. In navolging van Schumann zouden onder anderen Brahms en Dvořák ook werken componeren voor deze bezetting.

Het kw­intet begint met een energiek en extravert Allegro brillante, waarbij de eerste vier noten gelijk de basis vormen voor het hele deel. Hierna volgt een zwartgallige dodenmars met een symmetrische constructie, waar in het midden twee lyrische episodes een verbeten agitato flankeren. Het Scherzo is een enthousiaste waterval van toonladders, onderbroken door twee contrasterende trio’s: het eerste een zangerige canon, het tweede een virtuoos perpetuum mobile. Tot slot horen we een vrolijk contrapuntische Finale, waarin Schumann tegen het einde ook nog de eerste vier noten van het eerste deel in een fugato weet te verwerken.

Het huishoudboekje van de Schumanns vermeldt op 23 september 1842 dat Robert aan een kw­intet begonnen is. 28 september: de schets is grotendeels af. 12 oktober: het hele stuk uitgewerkt. Zo werkte Robert Schumann wel vaker: perioden van diepe depressie waarbij er niets uit zijn handen kwam (vooral als zijn vrouw, pianist/componist Clara, van huis was) afgewisseld met tijden van ongekende productiviteit. Men noemt 1842 ook wel zijn ‘kamermuziekjaar’; naast het Pianok­wintet in Es groot, opus 44 voltooide hij dat jaar ook een pianokwartet, drie strijkkwartetten en de Phantasiestücke voor pianotrio.

Robert droeg dit k­wintet aan Clara op, en bij de publieke première (en nog vele malen daarna) vertolkte zij de pianopartij. Voor een eerdere, private uitvoering was zij echter ziek geworden, waardoor Felix Mendelssohn moest bijspringen om diezelfde – behoorlijk virtuoze – partij van blad te spelen. Op diens advies deed Robert nog enkele revisies. Clara schrijft zelf over het kw­intet dat ze het ’uiterst briljant en effectief’ vindt, en ‘een werk vol kracht en frisheid!’ Twaalf jaar later bewerkte Johannes Brahms het stuk voor vierhandig piano, als verrassing voor Clara’s verjaardag.

Tot dan toe was er een duidelijke scheiding tussen het strijkkwartet enerzijds, dat werd beschouwd als een genre voor kenners en beroepsmusici, en het pianotrio anderzijds, dat men meer zag als muziek voor liefhebbers in salons. De moderne piano, die net op de markt kwam, kon zich echter meten met een volledig strijkkwartet. De muziek wisselt dan ook af tussen meerstemmige ‘echte strijkkwartetmuziek’ en momenten waar de strijkers vooral een pianoconcert begeleiden. In navolging van Schumann zouden onder anderen Brahms en Dvořák ook werken componeren voor deze bezetting.

Het kw­intet begint met een energiek en extravert Allegro brillante, waarbij de eerste vier noten gelijk de basis vormen voor het hele deel. Hierna volgt een zwartgallige dodenmars met een symmetrische constructie, waar in het midden twee lyrische episodes een verbeten agitato flankeren. Het Scherzo is een enthousiaste waterval van toonladders, onderbroken door twee contrasterende trio’s: het eerste een zangerige canon, het tweede een virtuoos perpetuum mobile. Tot slot horen we een vrolijk contrapuntische Finale, waarin Schumann tegen het einde ook nog de eerste vier noten van het eerste deel in een fugato weet te verwerken.

door Hugo Bouma

Biografie

Fazıl Say, piano

Fazıl Say studeerde in Düsseldorf en Berlijn bij David Levine, en bij Menahem Pressler volgde hij masterclasses. Zijn eerste leraar, ­Mithat Fenmen, had hem ook flink laten improviseren – de basis voor zijn latere componeren.

Sinds de pianist in 1994 de Young Concert Artists International Competition in New York won, soleert hij wereldwijd; bij het Concertgebouworkest speelde hij onder meer zijn eigen Derde pianoconcert (2009).

Bij het Konzerthaus Dortmund, het Konzerthaus Berlin, de Alte Oper Frankfurt, het Wiener Konzerthaus, de Dresdner Philharmonie, Camerata Salzburg, het Rheingau Musik Festival, het Bodenseefestival en het Festival der Nationen vervulde hij residencies – net als vorig seizoen bij het Tonhalle-Orchester Zürich en de Staatskapelle Weimar.

Kamermuziek speelde Fazıl Say met Maxim Vengerov, Patricia Kopatchinskaja, Marianne Crebassa en Nicolas Altstaedt. Naast vijf symfonieën en twee oratoria componeerde de Turkse musicus meerdere soloconcerten en velerlei kamermuziek; opdrachten kwamen van de Salzburger Festspiele, de WDR, de Münchner Philharmoniker, het Wiener Konzerthaus, de ­Fondation Louis Vuitton, de BBC, het Boston Symphony Orchestra en ­Lucas en Arthur Jussen.

Voor zijn meer dan veertig cd-opnamen won Fazıl Say vier Echo Klassiks, een Edison en een Gramophone Award. In 2016 kreeg hij de International Bee­thoven Prize for Human Rights, Peace, Freedom, ­Poverty Alleviation and Inclusion.

Dit seizoen presenteert de Eigen Programmering van Het Concertgebouw een zevendelige Spotlightserie ron­dom Fazıl Say.

Goldmund Quartett

Het Goldmund Quartett debuteerde in maart 2020 in de Kleine Zaal in het kader van de Rising Stars-­serie en keert nu voor het eerst terug. De kwartetleden studeerden samen in München, Madrid en Berlijn bij het Alban Berg Quartett en het Artemis Quartett.

Masterclasses volgden ze niet alleen bij Eberhard Feltz en verschillende gerenommeerde strijkkwartetten (Hagen, Borodin, Belcea, Ysaÿe, Cherubini), maar ook bij de pianisten Alfred Brendel en Ferenc Rados.

In 2018 won het Goldmund Quartett zowel de Wigmore Hall String Quartet Competition als de Melbourne International Chamber Music Competi­tion; in 2016 sleepte het prijzen in de wacht op het ARD Concours in München en in 2020 kreeg het de Musikpreis van de Jürgen Ponto-Stiftung en de Freiherr von Waltershausen Preis. Highlights in het lopende seizoen zijn debuten op het festival I Suoni delle Dolomiti, de Settimane Musicali di Ascona en het Viotti Festival in Vercelli, een tournee door Japan en een concertreis langs Washington D.C., Philadelphia en Vancouver.

De vier strijkers betraden het kamermuziekpodium ook samen met collega’s als Jörg Widmann (klarinet), Ksenija Sidorova (accordeon), Nino Gvetadze (piano), Noa Wildschut (viool), Maximilian Hornung (cello) en Simon Höfele (trompet). Op hun derde cd, uit 2020, nam het Goldmund Quartett muziek op van onder anderen Fazıl Say en Dobrinka Tabakova. In 2023 zagen twee nieuwe albums het licht: de Schubert-cd The Death and the Maiden en de vinylrelease Prisma met weinig uitgevoerd werk van Pärt en Glass en opdrachtcomposities van Pascal ­Schumacher en Sophia Jani.