Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Dirigent Maxim Emelyanychev: ‘Ik leerde eerder muzieknoten dan woorden’ / ‘Ik speel, leef en droom in noten’

door Joost Galema
01 mei 2026 01 mei 2026

Overal waar Maxim Emelyanychev komt blaast de dirigent en multi-instrumentalist iedereen omver. Wie is deze duivelskunstenaar? Deze maand sluit hij zijn Spotlightseizoen bij Het Concertgebouw af. 

  • Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

  • Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

Welke musicus je ook spreekt over de ­Russische dirigent/klavierspeler/blazer Maxim Emelyanychev, vroeg of laat valt het woord ‘crazy’ – in de betekenis van ongrijpbaar genie.

Zijn naam komt bovendrijven in een gesprek met de Franse sopraan Elsa Benoit en de Poolse countertenor Jakub Józef Orliński, in januari, als beiden zingen in Händels Semele bij De Nationale O­pera. Hun eerste ontmoeting, weten ze nog, was bij een opname van Agrippina met Emelyanychev. 

‘Ah, Maxim weet je zo te begeesteren, dat is zijn aard’, glimlacht Benoit. ‘Hij bezit de energie van een bolbliksem, het is waanzin’, zegt Orliński. ‘Ik herinner me een gebeurtenis met Maxim, zes jaar geleden. Ik had enige maanden daarvoor met hem en zijn ensemble il Pomo d’Oro mijn debuutalbum Anima Sacra uitgebracht. Maar bij onze Europese tournee zat ­Francesco Corti achter het klavecimbel. In Rouen traden we op in een prachtige kerk. Het toeval wilde dat vlakbij, in de Opéra, Maxim dezelfde dag met een symfonieorkest Schuberts ‘Onvoltooide’ symfonie repeteerde. Hij was vroeg klaar, belde meteen op uit het theater, liet een tweede klavecimbel komen, en speelde die avond spontaan met ons mee.’

‘No way!’ roept Benoit verbaasd. ‘Welke musicus zie je zoiets doen?’, vervolgt Orliński. ‘Ik zie hem als een Mozart. Hij doet gekke dingen, maar je gelooft hem.’ ‘Het gaat ­allemaal zo moeiteloos bij Maxim’, besluit Benoit.

Alomvattend

Een paar weken eerder struint Emelyanychev rusteloos door Het Concertgebouw. Hij zoekt naar trommels voor zijn Kleine Zaal-­optreden met il Pomo d’Oro, op 16 december. In de Koorzaal staan voor de repetitie een kistorgel en een klavecimbel klaar. Achteloos wisselt Emelyanychev van het ene naar het andere instrument om wat passages uit de Chaconne van Bach te spelen. Onder zijn handen klinkt de bewerking uit de Tweede parti­ta voor viool solo lichtvoetig en zachtmoedig.

Wanneer zijn landgenoot Ivan ­Podyomov – solohoboïst van het Concertgebouworkest – binnenkomt, buigen beiden zich over een schoudertas van Emelyanychev. Hierin zitten meerdere zinken. Een zink of cornetto is een blaasinstrument dat zijn glorietijd beleefde in de Renaissance. Sommige zien er oud uit, andere ogen bijna futuristisch. Emelyanychev kiest er een die oogt als een gekromde boomtak en speelt de eerste noten van de Toccata waarmee Monteverdi zijn opera L’Orfeo begon.

‘Ik ontdekte de cornetto als tiener op het conservatorium in Moskou’, vertelt hij later. ‘De klank fasci­neerde me. Voor mij was het eenvoudig om te leren, omdat mijn vader trompettist is, en je het instrument met dezelfde blaas­techniek bespeelt. Ik denk dat er niet veel musici in Rusland zijn die de cornetto beheersen. Misschien een vijftal.’

Zijn klasgenoten noemden hem Mozart, omdat ze zagen dat muziek zijn tweede natuur was

Emelyanychev groeide op met muziek. Zijn vader speelde trompet in het orkest en zijn moeder zong in het koor in zijn geboortestad Gorki, die toen hij twee was – na de val van het communisme – werd ­teruggedoopt tot Nizjni Novgorod. Op de plaatselijke koorschool, waar hij al vroeg belandde, noemden zijn klasgenoten hem Mozart, omdat ze zagen dat muziek zijn tweede natuur was.

‘Ik leerde eerder muzieknoten dan woorden’, zegt hij. ‘Zij vormden dus in zekere zin mijn moedertaal. In meesterwerken van Mozart of Bach weerklinkt voor mij het universum, iets alomvattends, en vaak vind ik daarin een volmaaktheid waarnaar ik vergeefs speur in de beeldende kunst, de literatuur of de wetenschappen. Niets ten nadele van deze prachtige disciplines, maar muziek bezit dimensies en lagen die ik nergens anders aantref, die hart en verstand laten versmelten. Ik speel, leef en droom in noten.’

‘Goed Maxim, ga dan dirigeren’, zei ze uit het niets

Hoewel muziek vanaf zijn geboorte Emelyanychevs voorbestemming leek, viste hij toch bijna achter het net, grijnst hij. ‘Wie beroepsmusicus wil worden, moet – net als in sport – jong beslissen. Ik herinner me mijn eerste dirigeerles in Nizjni Novgorod. De docente vroeg me hoe oud ik was. ‘Twaalf’, antwoordde ik. ‘Om eerlijk te zijn’, verzuchtte ze, ‘ben je er nogal laat bij, maar ik zal kijken of ik er iets van kan maken.’ En ze bracht me vervolgens naar een klaslokaal waar twee studenten achter de vleugel vierhandig de ouverture van Mozarts opera Le nozze di Figaro studeerden.

De ­lerares draaide zich naar me om. ‘Goed Maxim, ga dan dirigeren’, zei ze uit het niets. Het leek alsof ze een kind wilde leren zwemmen door hem plompverloren in het water te gooien. Goddank kende ik het stuk enigszins – stel je voor wat er zou zijn gebeurd wanneer op de lessenaar een partituur van Stravinsky’s Le Sacre du printemps had gestaan.’

Welke musicus je ook spreekt over de ­Russische dirigent/klavierspeler/blazer Maxim Emelyanychev, vroeg of laat valt het woord ‘crazy’ – in de betekenis van ongrijpbaar genie.

Zijn naam komt bovendrijven in een gesprek met de Franse sopraan Elsa Benoit en de Poolse countertenor Jakub Józef Orliński, in januari, als beiden zingen in Händels Semele bij De Nationale O­pera. Hun eerste ontmoeting, weten ze nog, was bij een opname van Agrippina met Emelyanychev. 

‘Ah, Maxim weet je zo te begeesteren, dat is zijn aard’, glimlacht Benoit. ‘Hij bezit de energie van een bolbliksem, het is waanzin’, zegt Orliński. ‘Ik herinner me een gebeurtenis met Maxim, zes jaar geleden. Ik had enige maanden daarvoor met hem en zijn ensemble il Pomo d’Oro mijn debuutalbum Anima Sacra uitgebracht. Maar bij onze Europese tournee zat ­Francesco Corti achter het klavecimbel. In Rouen traden we op in een prachtige kerk. Het toeval wilde dat vlakbij, in de Opéra, Maxim dezelfde dag met een symfonieorkest Schuberts ‘Onvoltooide’ symfonie repeteerde. Hij was vroeg klaar, belde meteen op uit het theater, liet een tweede klavecimbel komen, en speelde die avond spontaan met ons mee.’

‘No way!’ roept Benoit verbaasd. ‘Welke musicus zie je zoiets doen?’, vervolgt Orliński. ‘Ik zie hem als een Mozart. Hij doet gekke dingen, maar je gelooft hem.’ ‘Het gaat ­allemaal zo moeiteloos bij Maxim’, besluit Benoit.

Alomvattend

Een paar weken eerder struint Emelyanychev rusteloos door Het Concertgebouw. Hij zoekt naar trommels voor zijn Kleine Zaal-­optreden met il Pomo d’Oro, op 16 december. In de Koorzaal staan voor de repetitie een kistorgel en een klavecimbel klaar. Achteloos wisselt Emelyanychev van het ene naar het andere instrument om wat passages uit de Chaconne van Bach te spelen. Onder zijn handen klinkt de bewerking uit de Tweede parti­ta voor viool solo lichtvoetig en zachtmoedig.

Wanneer zijn landgenoot Ivan ­Podyomov – solohoboïst van het Concertgebouworkest – binnenkomt, buigen beiden zich over een schoudertas van Emelyanychev. Hierin zitten meerdere zinken. Een zink of cornetto is een blaasinstrument dat zijn glorietijd beleefde in de Renaissance. Sommige zien er oud uit, andere ogen bijna futuristisch. Emelyanychev kiest er een die oogt als een gekromde boomtak en speelt de eerste noten van de Toccata waarmee Monteverdi zijn opera L’Orfeo begon.

‘Ik ontdekte de cornetto als tiener op het conservatorium in Moskou’, vertelt hij later. ‘De klank fasci­neerde me. Voor mij was het eenvoudig om te leren, omdat mijn vader trompettist is, en je het instrument met dezelfde blaas­techniek bespeelt. Ik denk dat er niet veel musici in Rusland zijn die de cornetto beheersen. Misschien een vijftal.’

Zijn klasgenoten noemden hem Mozart, omdat ze zagen dat muziek zijn tweede natuur was

Emelyanychev groeide op met muziek. Zijn vader speelde trompet in het orkest en zijn moeder zong in het koor in zijn geboortestad Gorki, die toen hij twee was – na de val van het communisme – werd ­teruggedoopt tot Nizjni Novgorod. Op de plaatselijke koorschool, waar hij al vroeg belandde, noemden zijn klasgenoten hem Mozart, omdat ze zagen dat muziek zijn tweede natuur was.

‘Ik leerde eerder muzieknoten dan woorden’, zegt hij. ‘Zij vormden dus in zekere zin mijn moedertaal. In meesterwerken van Mozart of Bach weerklinkt voor mij het universum, iets alomvattends, en vaak vind ik daarin een volmaaktheid waarnaar ik vergeefs speur in de beeldende kunst, de literatuur of de wetenschappen. Niets ten nadele van deze prachtige disciplines, maar muziek bezit dimensies en lagen die ik nergens anders aantref, die hart en verstand laten versmelten. Ik speel, leef en droom in noten.’

‘Goed Maxim, ga dan dirigeren’, zei ze uit het niets

Hoewel muziek vanaf zijn geboorte Emelyanychevs voorbestemming leek, viste hij toch bijna achter het net, grijnst hij. ‘Wie beroepsmusicus wil worden, moet – net als in sport – jong beslissen. Ik herinner me mijn eerste dirigeerles in Nizjni Novgorod. De docente vroeg me hoe oud ik was. ‘Twaalf’, antwoordde ik. ‘Om eerlijk te zijn’, verzuchtte ze, ‘ben je er nogal laat bij, maar ik zal kijken of ik er iets van kan maken.’ En ze bracht me vervolgens naar een klaslokaal waar twee studenten achter de vleugel vierhandig de ouverture van Mozarts opera Le nozze di Figaro studeerden.

De ­lerares draaide zich naar me om. ‘Goed Maxim, ga dan dirigeren’, zei ze uit het niets. Het leek alsof ze een kind wilde leren zwemmen door hem plompverloren in het water te gooien. Goddank kende ik het stuk enigszins – stel je voor wat er zou zijn gebeurd wanneer op de lessenaar een partituur van Stravinsky’s Le Sacre du printemps had gestaan.’

  • Maxim Emelyanychev en il pomo d'oro

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev en il pomo d'oro

    Foto: Simon van Boxtel

  • Maxim Emelyanychev

    foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    foto: Simon van Boxtel

  • Maxim Emelyanychev en il pomo d'oro

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev en il pomo d'oro

    Foto: Simon van Boxtel

  • Maxim Emelyanychev

    foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    foto: Simon van Boxtel

Vuur en revolutie

Twee jaar later, op zijn veertiende, werd Emelyanychev al gevraagd om het Russisch Nationaal Jeugdorkest te dirigeren. Inmiddels zat hij net op het Conservatorium van Moskou. Opnieuw ging het om muziek – een symfonie ditmaal – van Mozart, de componist die hem zo na aan het hart ligt. Van een leraar kreeg Emelyanychev een doos met opnamen van pioniers uit de oude muziek. Een nieuwe wereld opende zich. ‘De werkwijzen van ­Pinnock, Norrington, Brüggen, Gardiner inspireerden me: strijkers met darmsnaren, de natuurhoorns, de retoriek, en al die voor mij onbekende kleuren in hun orkesten. Ik leerde een nieuwe taal.’ 

Sinds dat moment ontwikkelde ­Emelyanychev een fascinatie voor de artistieke mentaliteit uit vroeger eeuwen, vaak samengevat in het Latijn als translatio, imitatio en aemulatio, oftewel: vertalen, navolgen en overtreffen. En dit aemulatio moet dan worden opgevat als niet uitsluitend braaf alle noten vertolken, maar die verrijken met je eigen muzikaliteit. Op het Conservatorium van Moskou ontdekte pianist ­Emelyanychev de zink en het klavecimbel, de gespreksgenoot die zijn stem nooit zal verheffen.

‘Muziek is mijn moedertaal, daarom hoef ik haar niet te vertalen naar beeld of woord’

Het duurde niet lang of ook het buitenland ontdekte het Russische ‘wonderkind’. Tien jaar geleden werd hij chef van het barokensemble il Pomo d’Oro. Drie jaar later haalde het Scottish Chamber Orchestra – het gezelschap waarmee hij nu naar Amsterdam komt – hem binnen als de nieuwe artistiek leider. En die gebeurtenis bleek al even wonderlijk als die eerste dirigeerles op zijn twaalfde, herinnert Emelyanychev zich.

‘Mijn eerste ontmoeting met het ­Scottish was acht jaar geleden een last minute invalbeurt voor toenmalig chef Robin Ticciati, die aan zijn laatste seizoen daar bezig was. En die ervaring bleek interessant’, zegt ­Emelyanychev met gevoel voor understatement. ‘Onder meer de Negende symfonie van Schubert stond op de lessenaars. Ik kende het werk nauwelijks, laat staan dat ik het al eens had gedirigeerd. Dus in het begin moest ik alles van blad doen. En toch voelde ik meteen een wonderbaarlijke chemie, een soort liefde op het eerste gezicht.

En dat was kennelijk wederzijds. Meerdere musici vertelden me achteraf dat ze die ochtend al in de eerste pauze het ­management mailden met de boodschap dat ze mij als hun nieuwe chef wilden. Het orkest vormt in mijn ogen een fascinerend mengsel van oud en nieuw: moderne houtblazers met historisch koper, en nu ook strijkers op darmsnaren.’

‘Ik koester een liefde voor Beethovens oneven symfonieën’

Zijn optreden met het Scottish Chamber Orchestra is het slotakkoord van Emelyanychevs seizoen als Spotlight­artiest in Het Concertgebouw. Met een Weens gekleurd programma: Pianoconcert nr. 25 van Mozart en de Zevende symfonie van Beethoven.

‘Voor mij belichaamt Beethoven tomeloze energie, vuur, de geest van revolutie. Ik koester daarbij een liefde voor zijn oneven symfonieën. Die maken op mij een dynamischer en krachtiger indruk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Zesde en de Achtste symfonie, waarin het muzikale vaarwater een stuk kalmer aanvoelt. Beethovens noten zitten diep in mij verankerd. Het orkest van Nizjni Novgorod, waarin mijn vader speelde, programmeerde zijn symfonieën vaak. Nog voor mijn tienertijd las ik de partituren al mee. En thuis studeerde ik achter de vleugel dikwijls een piano­versie van de symfonieën.’

Niet invullen...

Emelyanychev is geen dirigent die zoekt naar een verhaallijn achter muziek. ‘Bezoekers dienen vrij te zijn om vanuit eigen gevoelens en ervaringen een verbinding met een meesterwerk te maken. Want wie ben ik om hun voor te schrijven welke beelden zij zich bij Beethovens Zevende symfonie moeten voorstellen? Hopelijk roept zo’n stuk een brede waaier aan emoties op bij het publiek.

Afgelopen zomer dirigeerde ik Tsjai­kovski’s Zesde symfonie, de ­‘Pathétique’. Vakgenoot Nikolaj Rimski-Korsakov vroeg de componist na de première welk verhaal ten grondslag lag aan dit mysterieuze werk. ‘Nou, dat ga ik je niet vertellen’, antwoordde Tsjaikovski. Achter menig stuk schuilen herinneringen, persoonlijke gedachten of emoties, die de componist weer uitwist zodat de muziek voor iedereen betekenis kan krijgen. Daarom laat ik de vraag wat de noten betekenen graag aan de luisteraar over. Muziek is mijn moedertaal, daarom hoef ik haar niet te vertalen naar beeld of woord. En na een concert ervaren sommige bezoekers vreugde, anderen nostalgie en, ja, er zijn net zo goed altijd mensen die vinden dat de houtblazers niet spatgelijk waren.’ 

Vuur en revolutie

Twee jaar later, op zijn veertiende, werd Emelyanychev al gevraagd om het Russisch Nationaal Jeugdorkest te dirigeren. Inmiddels zat hij net op het Conservatorium van Moskou. Opnieuw ging het om muziek – een symfonie ditmaal – van Mozart, de componist die hem zo na aan het hart ligt. Van een leraar kreeg Emelyanychev een doos met opnamen van pioniers uit de oude muziek. Een nieuwe wereld opende zich. ‘De werkwijzen van ­Pinnock, Norrington, Brüggen, Gardiner inspireerden me: strijkers met darmsnaren, de natuurhoorns, de retoriek, en al die voor mij onbekende kleuren in hun orkesten. Ik leerde een nieuwe taal.’ 

Sinds dat moment ontwikkelde ­Emelyanychev een fascinatie voor de artistieke mentaliteit uit vroeger eeuwen, vaak samengevat in het Latijn als translatio, imitatio en aemulatio, oftewel: vertalen, navolgen en overtreffen. En dit aemulatio moet dan worden opgevat als niet uitsluitend braaf alle noten vertolken, maar die verrijken met je eigen muzikaliteit. Op het Conservatorium van Moskou ontdekte pianist ­Emelyanychev de zink en het klavecimbel, de gespreksgenoot die zijn stem nooit zal verheffen.

‘Muziek is mijn moedertaal, daarom hoef ik haar niet te vertalen naar beeld of woord’

Het duurde niet lang of ook het buitenland ontdekte het Russische ‘wonderkind’. Tien jaar geleden werd hij chef van het barokensemble il Pomo d’Oro. Drie jaar later haalde het Scottish Chamber Orchestra – het gezelschap waarmee hij nu naar Amsterdam komt – hem binnen als de nieuwe artistiek leider. En die gebeurtenis bleek al even wonderlijk als die eerste dirigeerles op zijn twaalfde, herinnert Emelyanychev zich.

‘Mijn eerste ontmoeting met het ­Scottish was acht jaar geleden een last minute invalbeurt voor toenmalig chef Robin Ticciati, die aan zijn laatste seizoen daar bezig was. En die ervaring bleek interessant’, zegt ­Emelyanychev met gevoel voor understatement. ‘Onder meer de Negende symfonie van Schubert stond op de lessenaars. Ik kende het werk nauwelijks, laat staan dat ik het al eens had gedirigeerd. Dus in het begin moest ik alles van blad doen. En toch voelde ik meteen een wonderbaarlijke chemie, een soort liefde op het eerste gezicht.

En dat was kennelijk wederzijds. Meerdere musici vertelden me achteraf dat ze die ochtend al in de eerste pauze het ­management mailden met de boodschap dat ze mij als hun nieuwe chef wilden. Het orkest vormt in mijn ogen een fascinerend mengsel van oud en nieuw: moderne houtblazers met historisch koper, en nu ook strijkers op darmsnaren.’

‘Ik koester een liefde voor Beethovens oneven symfonieën’

Zijn optreden met het Scottish Chamber Orchestra is het slotakkoord van Emelyanychevs seizoen als Spotlight­artiest in Het Concertgebouw. Met een Weens gekleurd programma: Pianoconcert nr. 25 van Mozart en de Zevende symfonie van Beethoven.

‘Voor mij belichaamt Beethoven tomeloze energie, vuur, de geest van revolutie. Ik koester daarbij een liefde voor zijn oneven symfonieën. Die maken op mij een dynamischer en krachtiger indruk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Zesde en de Achtste symfonie, waarin het muzikale vaarwater een stuk kalmer aanvoelt. Beethovens noten zitten diep in mij verankerd. Het orkest van Nizjni Novgorod, waarin mijn vader speelde, programmeerde zijn symfonieën vaak. Nog voor mijn tienertijd las ik de partituren al mee. En thuis studeerde ik achter de vleugel dikwijls een piano­versie van de symfonieën.’

Niet invullen...

Emelyanychev is geen dirigent die zoekt naar een verhaallijn achter muziek. ‘Bezoekers dienen vrij te zijn om vanuit eigen gevoelens en ervaringen een verbinding met een meesterwerk te maken. Want wie ben ik om hun voor te schrijven welke beelden zij zich bij Beethovens Zevende symfonie moeten voorstellen? Hopelijk roept zo’n stuk een brede waaier aan emoties op bij het publiek.

Afgelopen zomer dirigeerde ik Tsjai­kovski’s Zesde symfonie, de ­‘Pathétique’. Vakgenoot Nikolaj Rimski-Korsakov vroeg de componist na de première welk verhaal ten grondslag lag aan dit mysterieuze werk. ‘Nou, dat ga ik je niet vertellen’, antwoordde Tsjaikovski. Achter menig stuk schuilen herinneringen, persoonlijke gedachten of emoties, die de componist weer uitwist zodat de muziek voor iedereen betekenis kan krijgen. Daarom laat ik de vraag wat de noten betekenen graag aan de luisteraar over. Muziek is mijn moedertaal, daarom hoef ik haar niet te vertalen naar beeld of woord. En na een concert ervaren sommige bezoekers vreugde, anderen nostalgie en, ja, er zijn net zo goed altijd mensen die vinden dat de houtblazers niet spatgelijk waren.’ 

  • Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

  • Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

    Maxim Emelyanychev

    Foto: Simon van Boxtel

Maxim Emelyanychev bij ons

Maxim Emelyanychevs ­optreden van 27 mei is de afsluiter van zijn Spotlight 2025/2026. Op 16 december speelde hij in de Kleine Zaal met een paar musici uit zijn ­barokgroep il Pomo d’Oro en Ivan Podyomov, hobo-­aanvoerder in het Concertgebouworkest. Op 20 januari gaf hij in de Grote Zaal een pianorecital op een Bechstein uit 1898 en een Érard uit 1863.

Maar dit waren niet zijn enige recente bezoeken. Op 17 juli bracht hij Haydn, Mozart en Beethoven met het Orchestre de Paris. Voorafgaand vertrouwde hij Het Parool toe dat Het Concertgebouw, waar hij in november 2016 had gedebuteerd met il Pomo d’Oro en mezzosopraan Joyce DiDonato, een bijzondere plek voor hem is. Niet alleen omdat hij er in 2024 voor het eerst Bachs Matthäus-Passion live hoorde, maar ook vanwege de rijke historie: ‘Je weet dat Mahler hier zijn werk heeft gehoord, de akoestiek van de zaal is nog steeds dezelfde. […] Met die informatie kun je de klankesthetiek van die muziek begrijpen en toepassen in je eigen interpretatie.’

Die historische lading van de zaal zal hem ongetwijfeld ook door het hoofd hebben gespeeld bij zijn programma’s met het Concertgebouworkest, waar hij zijn debuut maakte in oktober 2021 en snel uitgroeide tot een favoriete gastdirigent. Hij kwam bij het orkest terug in 2023 (Ives, Ligeti, Schubert), 2024 (Prokofjev, Schumann, Haydn), en 2025 (Grieg, Wennäkoski, Tsjaikovski) en is in januari 2027 weer van de partij.

Op 16 januari 2027 komt Maxim Emelyanychev ook terug in de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal, samen met cellist Nicolas Altstaedt in ­sonates van Beethoven, ­Britten en Brahms.

 
Beluister ook de Spotify-playlist die hoort bij dit artikel:

wo 27 mei | Grote Z­aal 
Scottish Chamber Orchestra
Maxim Emelyanychev dirigent/piano 
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Maxim Emelyanychev bij ons

Maxim Emelyanychevs ­optreden van 27 mei is de afsluiter van zijn Spotlight 2025/2026. Op 16 december speelde hij in de Kleine Zaal met een paar musici uit zijn ­barokgroep il Pomo d’Oro en Ivan Podyomov, hobo-­aanvoerder in het Concertgebouworkest. Op 20 januari gaf hij in de Grote Zaal een pianorecital op een Bechstein uit 1898 en een Érard uit 1863.

Maar dit waren niet zijn enige recente bezoeken. Op 17 juli bracht hij Haydn, Mozart en Beethoven met het Orchestre de Paris. Voorafgaand vertrouwde hij Het Parool toe dat Het Concertgebouw, waar hij in november 2016 had gedebuteerd met il Pomo d’Oro en mezzosopraan Joyce DiDonato, een bijzondere plek voor hem is. Niet alleen omdat hij er in 2024 voor het eerst Bachs Matthäus-Passion live hoorde, maar ook vanwege de rijke historie: ‘Je weet dat Mahler hier zijn werk heeft gehoord, de akoestiek van de zaal is nog steeds dezelfde. […] Met die informatie kun je de klankesthetiek van die muziek begrijpen en toepassen in je eigen interpretatie.’

Die historische lading van de zaal zal hem ongetwijfeld ook door het hoofd hebben gespeeld bij zijn programma’s met het Concertgebouworkest, waar hij zijn debuut maakte in oktober 2021 en snel uitgroeide tot een favoriete gastdirigent. Hij kwam bij het orkest terug in 2023 (Ives, Ligeti, Schubert), 2024 (Prokofjev, Schumann, Haydn), en 2025 (Grieg, Wennäkoski, Tsjaikovski) en is in januari 2027 weer van de partij.

Op 16 januari 2027 komt Maxim Emelyanychev ook terug in de serie Grote Solisten in de Kleine Zaal, samen met cellist Nicolas Altstaedt in ­sonates van Beethoven, ­Britten en Brahms.

 
Beluister ook de Spotify-playlist die hoort bij dit artikel:

wo 27 mei | Grote Z­aal 
Scottish Chamber Orchestra
Maxim Emelyanychev dirigent/piano 
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!