Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
achtergrond

De vervolging van Joodse componisten in Nederland

door Carine Alders
01 mei 2026 01 mei 2026

Recent verscheen het boek In een web van stilte van musicoloog en Preludium-auteur Carine Alders, over componisten die in Nederland vervolgd werden ­tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bijna de helft van meer dan tachtig componisten overleefde de oorlog niet; hun muziek keerde nauwelijks terug op de podia. Dit fragment over Daniël Belinfante en Hans Krieg laat zien dat muziek ook in de donkerste uren een belangrijke rol in hun leven speelde.

  • aquarel uit 1945 van een concert in kamp Vught door arie emens; collectie Nationaal Monument Kamp Vught

    aquarel uit 1945 van een concert in kamp Vught door arie emens; collectie Nationaal Monument Kamp Vught

  • Omslag van 'In een web van stilte'

    door Carine Alders

    Omslag van 'In een web van stilte'

    door Carine Alders

  • aquarel uit 1945 van een concert in kamp Vught door arie emens; collectie Nationaal Monument Kamp Vught

    aquarel uit 1945 van een concert in kamp Vught door arie emens; collectie Nationaal Monument Kamp Vught

  • Omslag van 'In een web van stilte'

    door Carine Alders

    Omslag van 'In een web van stilte'

    door Carine Alders

In de zomer van 1943 pakten hoofdzakelijk Nederlandse Jodenjagers nog zo’n acht- tot negenduizend Joden op die ondergedoken waren of onder een valse naam leefden.  Onder hen bevond zich ook Daniël Belinfante. Om tien voor halfvier in de namiddag van 19 augustus 1943 werd hij binnengebracht in het politiebureau in de Pieter Aertzstraat in Amsterdam.

Martinus Hinze en Jan Jacobus Rutgers hadden hem op straat opgepakt voor het huis waar hij radioberichten af wilde leveren. De mannen maakten deel uit van de Colonne Henneicke, een groep Nederlandse premiejagers die voor een beloning Joden uitleverden aan de nazi’s. In het politierapport staat te lezen dat Belinfante de volgende dag op het hoofdkwartier van de Colonne afgeleverd moest worden, maar in plaats daarvan werd hij in een politieauto naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Van daaruit ging het enkele dagen later per trein naar Westerbork, waar hij in strafbarak s-67 belandde.

In dezelfde trein naar Westerbork zat ook de Amersfoortse journalist Willem Willing. In zijn dagboek maakte hij een aantekening over Belinfante: ‘De ruwe inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid heeft hem de eerste dagen lam geslagen en in een toestand van versuffing gebracht. Tot ook bij hem plotseling de vitaliteit de overhand kreeg. Toevallig vroeg hij mij om wat schrijfpapier. Op het bovenste bed schreef hij een compositie, welke naar zijn zeggen gedragen wordt door de smart van het oogenblik en het bed zijner omgeving. Wanneer deze ooit ten gehore zal worden gebracht, zal het aangrijpend schoon zijn. Nu hij zich teruggevonden heeft, hebben wij een prettig en trouw kameraad gevonden.’

Met zijn prachtige baritonstem bracht Krieg zijn medegevangenen troost en verlichting

Belinfante had alle gevaren getrotseerd om anderen te helpen. Nu had hij zelf hulp nodig. Op 12 september ontving Belinfantes collega Daniël Ruyneman een briefje van de Joodse Raad met het verzoek bewijsmateriaal te verzamelen waaruit zou blijken dat Belinfante een gewaardeerd componist was en in aanmerking zou komen voor Barneveld, een kamp voor Joden met bijzondere verdiensten.

Ruyneman schakelde zijn netwerk in en binnen enkele dagen stroomden de briefjes binnen. Collega-componist Henk Badings schreef: ‘Gaarne voldoe ik aan uw verzoek en verklaar hierbij dat de heer Daniël Belinfante mij bekend is als een begaafd componist.’ Verder kwamen er verklaringen binnen van componisten, musici, dirigenten (onder wie Eduard van Beinum, dirigent van het Concertgebouworkest), musicologen en uitgevers, dertien in totaal. Het mocht niet baten.

Een ander ooggetuigenverslag over Daniël Belinfante in Kamp Westerbork is te lezen in de dagboeken van Philip Mechanicus. Hij beschrijft hoe Belinfante aan de vooravond van zijn deportatie naar Auschwitz een gesprek voert bij het prikkeldraad rond de strafbarak. Een gesprek tussen Belinfante en een onbekende persoon ontvouwt zich:

‘Hallo!’
‘Dag Dan, waar zit je toch?’
‘Ik moest nog eten.’
‘Hoe staat ’t ermee?’
‘’t Is mis, mijn Calmeyer is afgewezen; ik ga op transport; niks meer an te doen.’
‘Schrijf maar een brief aan je vrouw; dan zal ik wel zorgen dat-ie doorkomt.’

De volgende ochtend, op 16 november, werd Daniël Belinfante naar Auschwitz gestuurd. Een brief aan Martha is tot op heden niet gevonden.

Het is goed mogelijk dat de onbekende persoon in dit gesprek Hans Krieg is geweest, docent jazz-piano aan Belinfantes muziekschool. Met zijn vrouw Regine en dochters Suze en Mirjam was hij op 20 juni 1943 aangekomen in Westerbork; zijn Sperre van de Liberaal Joodse Gemeente had slechts tijdelijk uitstel geboden.

Krieg verbleef in de barak naast die van Belinfante en had toestemming gekregen om een van de barakken te gebruiken om met kinderen te zingen om de moed erin te houden. Een verfomfaaid briefje, bewaard in het archief, is de stille getuige van dit zogenaamde privilege. Daarnaast was Krieg als pianist werkzaam voor het Westerborkcabaret. Een tijdlang beschermden deze activiteiten het gezin voor deportatie. De Kriegs hadden bovendien moeite gedaan om op de Palestinalijst te komen, een lijst met mensen die geruild konden worden tegen Duitse krijgsgevangenen, omdat ze toestemming hadden om naar Palestina te emigreren.

Nog net op het nippertje, enkele dagen voor vertrek naar Westerbork, hadden ze van de Joodse Raad bericht gekregen dat hun aanvraag goedgekeurd was. Het gevolg was dat ze uiteindelijk niet naar Auschwitz gestuurd werden, maar op 11 januari 1944 met meer dan duizend anderen naar Bergen-Belsen vertrokken.

Naoorlogse getuigenverklaringen beschrijven hoe Krieg ook daar Nederlandse en Hebreeuwse liedjes zong met de kinderen. Met zijn prachtige baritonstem bracht hij zijn medegevangenen troost en verlichting, onder wie J. Weisz, die na de oorlog schreef: ‘Meer nog dan door het zingen van de kinderen, bereikte de heer Krieg met zijn eigen zangvoordrachten in de barakken, [en met] zijn zingen tijdens zijn vliegeralarmwachten e.a. gelegenheden. Het luisteren naar zijn zeer bezielde en diep gevoelde voordrachten was altijd een bron, die het ontzettende leed verzachtte en die vreugde en nieuwe weerstandskrachten gaf.’

Carine Alders is muziekwetenschapper en -journalist. In 2025 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar componisten in Nederland die tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgd werden. Eerder publiceerde zij samen met Eleonore Pameijer Vervolgde componisten in Nederland. Op 16 april kwam de publieksversie uit van haar promotieonderzoek: In een web van stilte – Hoe Nederlandse componisten door de Tweede Wereldoorlog vergeten raakten (Uitgeverij Balans).

In de zomer van 1943 pakten hoofdzakelijk Nederlandse Jodenjagers nog zo’n acht- tot negenduizend Joden op die ondergedoken waren of onder een valse naam leefden.  Onder hen bevond zich ook Daniël Belinfante. Om tien voor halfvier in de namiddag van 19 augustus 1943 werd hij binnengebracht in het politiebureau in de Pieter Aertzstraat in Amsterdam.

Martinus Hinze en Jan Jacobus Rutgers hadden hem op straat opgepakt voor het huis waar hij radioberichten af wilde leveren. De mannen maakten deel uit van de Colonne Henneicke, een groep Nederlandse premiejagers die voor een beloning Joden uitleverden aan de nazi’s. In het politierapport staat te lezen dat Belinfante de volgende dag op het hoofdkwartier van de Colonne afgeleverd moest worden, maar in plaats daarvan werd hij in een politieauto naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Van daaruit ging het enkele dagen later per trein naar Westerbork, waar hij in strafbarak s-67 belandde.

In dezelfde trein naar Westerbork zat ook de Amersfoortse journalist Willem Willing. In zijn dagboek maakte hij een aantekening over Belinfante: ‘De ruwe inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid heeft hem de eerste dagen lam geslagen en in een toestand van versuffing gebracht. Tot ook bij hem plotseling de vitaliteit de overhand kreeg. Toevallig vroeg hij mij om wat schrijfpapier. Op het bovenste bed schreef hij een compositie, welke naar zijn zeggen gedragen wordt door de smart van het oogenblik en het bed zijner omgeving. Wanneer deze ooit ten gehore zal worden gebracht, zal het aangrijpend schoon zijn. Nu hij zich teruggevonden heeft, hebben wij een prettig en trouw kameraad gevonden.’

Met zijn prachtige baritonstem bracht Krieg zijn medegevangenen troost en verlichting

Belinfante had alle gevaren getrotseerd om anderen te helpen. Nu had hij zelf hulp nodig. Op 12 september ontving Belinfantes collega Daniël Ruyneman een briefje van de Joodse Raad met het verzoek bewijsmateriaal te verzamelen waaruit zou blijken dat Belinfante een gewaardeerd componist was en in aanmerking zou komen voor Barneveld, een kamp voor Joden met bijzondere verdiensten.

Ruyneman schakelde zijn netwerk in en binnen enkele dagen stroomden de briefjes binnen. Collega-componist Henk Badings schreef: ‘Gaarne voldoe ik aan uw verzoek en verklaar hierbij dat de heer Daniël Belinfante mij bekend is als een begaafd componist.’ Verder kwamen er verklaringen binnen van componisten, musici, dirigenten (onder wie Eduard van Beinum, dirigent van het Concertgebouworkest), musicologen en uitgevers, dertien in totaal. Het mocht niet baten.

Een ander ooggetuigenverslag over Daniël Belinfante in Kamp Westerbork is te lezen in de dagboeken van Philip Mechanicus. Hij beschrijft hoe Belinfante aan de vooravond van zijn deportatie naar Auschwitz een gesprek voert bij het prikkeldraad rond de strafbarak. Een gesprek tussen Belinfante en een onbekende persoon ontvouwt zich:

‘Hallo!’
‘Dag Dan, waar zit je toch?’
‘Ik moest nog eten.’
‘Hoe staat ’t ermee?’
‘’t Is mis, mijn Calmeyer is afgewezen; ik ga op transport; niks meer an te doen.’
‘Schrijf maar een brief aan je vrouw; dan zal ik wel zorgen dat-ie doorkomt.’

De volgende ochtend, op 16 november, werd Daniël Belinfante naar Auschwitz gestuurd. Een brief aan Martha is tot op heden niet gevonden.

Het is goed mogelijk dat de onbekende persoon in dit gesprek Hans Krieg is geweest, docent jazz-piano aan Belinfantes muziekschool. Met zijn vrouw Regine en dochters Suze en Mirjam was hij op 20 juni 1943 aangekomen in Westerbork; zijn Sperre van de Liberaal Joodse Gemeente had slechts tijdelijk uitstel geboden.

Krieg verbleef in de barak naast die van Belinfante en had toestemming gekregen om een van de barakken te gebruiken om met kinderen te zingen om de moed erin te houden. Een verfomfaaid briefje, bewaard in het archief, is de stille getuige van dit zogenaamde privilege. Daarnaast was Krieg als pianist werkzaam voor het Westerborkcabaret. Een tijdlang beschermden deze activiteiten het gezin voor deportatie. De Kriegs hadden bovendien moeite gedaan om op de Palestinalijst te komen, een lijst met mensen die geruild konden worden tegen Duitse krijgsgevangenen, omdat ze toestemming hadden om naar Palestina te emigreren.

Nog net op het nippertje, enkele dagen voor vertrek naar Westerbork, hadden ze van de Joodse Raad bericht gekregen dat hun aanvraag goedgekeurd was. Het gevolg was dat ze uiteindelijk niet naar Auschwitz gestuurd werden, maar op 11 januari 1944 met meer dan duizend anderen naar Bergen-Belsen vertrokken.

Naoorlogse getuigenverklaringen beschrijven hoe Krieg ook daar Nederlandse en Hebreeuwse liedjes zong met de kinderen. Met zijn prachtige baritonstem bracht hij zijn medegevangenen troost en verlichting, onder wie J. Weisz, die na de oorlog schreef: ‘Meer nog dan door het zingen van de kinderen, bereikte de heer Krieg met zijn eigen zangvoordrachten in de barakken, [en met] zijn zingen tijdens zijn vliegeralarmwachten e.a. gelegenheden. Het luisteren naar zijn zeer bezielde en diep gevoelde voordrachten was altijd een bron, die het ontzettende leed verzachtte en die vreugde en nieuwe weerstandskrachten gaf.’

Carine Alders is muziekwetenschapper en -journalist. In 2025 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar componisten in Nederland die tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgd werden. Eerder publiceerde zij samen met Eleonore Pameijer Vervolgde componisten in Nederland. Op 16 april kwam de publieksversie uit van haar promotieonderzoek: In een web van stilte – Hoe Nederlandse componisten door de Tweede Wereldoorlog vergeten raakten (Uitgeverij Balans).

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!