Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Danish String Quartet speelt Ravel en Stravinsky

Danish String Quartet speelt Ravel en Stravinsky

Kleine Zaal
29 mei 2026
20.15 uur

Print dit programma

Danish String Quartet:
Frederik Øland viool
Rune Tonsgaard Sørensen viool
Asbjørn Nørgaard altviool
Fredrik Schøyen Sjölin cello

Dit programma maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Suite italienne (1932)
oorspronkelijk voor cello of viool en piano, kwartetbewerking door Rune Tonsgaard Sørensen
Introduzione
Serenata
Aria
Tarantella
Minuetto e Finale

Maurice Ravel (1875-1937)

Strijkkwartet in F gr.t. (1902-03)
Allegro moderato — Très doux
Assez vif — Très rythmé
Très lent
Vif et agité

pauze ± 21.05 uur

eigen composities en arrangementen, tussendoor toegelicht door de musici

einde ± 22.15 uur

Kleine Zaal 29 mei 2026 20.15 uur

Danish String Quartet:
Frederik Øland viool
Rune Tonsgaard Sørensen viool
Asbjørn Nørgaard altviool
Fredrik Schøyen Sjölin cello

Dit programma maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Suite italienne (1932)
oorspronkelijk voor cello of viool en piano, kwartetbewerking door Rune Tonsgaard Sørensen
Introduzione
Serenata
Aria
Tarantella
Minuetto e Finale

Maurice Ravel (1875-1937)

Strijkkwartet in F gr.t. (1902-03)
Allegro moderato — Très doux
Assez vif — Très rythmé
Très lent
Vif et agité

pauze ± 21.05 uur

eigen composities en arrangementen, tussendoor toegelicht door de musici

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Toelichting

door Jacqueline Oskamp

Ook al ogen de leden van het Danish String Quartet nog jong, toch is het viertal al bijna vijfentwintig jaar bij elkaar – althans de drie Denen, de Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin maakt sinds 2008 deel uit van het kwartet. Ze waren amper pubers toen ze elkaar leerden kennen op een zomerkamp voor amateurmusici en binnen de kortste keren werden ze dikke vrienden. 

Ravel en Stravinsky

Altviolist Asbjørn Nørgaard herinnert zich hoe Ravels strijkkwartet meteen op de lessenaars stond. ‘Toen we elkaar net kenden speelden we veel à vue. Het kwartet van Ravel was veel te moeilijk, dus de lastige maten sloegen we over; nu staat het alweer jaren op ons repertoire.’

De stap van Ravel naar Stravinsky is niet groot, meent Nørgaard, want Stravinsky schreef zijn ballet Pulcinella terwijl hij in Parijs woonde. ‘Stravinsky was dol op Parijs, hij was een graag geziene gast in de Parijse salons en in die tijd was zijn idioom direct gelieerd aan de Franse klankwereld. Zijn Pulcinella-­bewerking had misschien beter Sui­te parisienne kunnen heten dan Su­ite italienne.’

Stravinsky maakte begin jaren dertig zelf twee bewerkingen van Pulcinella: zowel voor viool en piano als voor cello en piano, beide Sui­te italienne getiteld. ‘Die bewerkingen van Stravinsky zijn geweldig. Het was een idee van onze violist Rune Tonsgaard Sørensen om een arrangement voor strijkkwartet te maken, gebaseerd op een combinatie van de cello- en de vioolbewerking. We hebben de strijkkwartetversie nu al een paar keer gespeeld en het werkt erg goed.’

Ook al ogen de leden van het Danish String Quartet nog jong, toch is het viertal al bijna vijfentwintig jaar bij elkaar – althans de drie Denen, de Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin maakt sinds 2008 deel uit van het kwartet. Ze waren amper pubers toen ze elkaar leerden kennen op een zomerkamp voor amateurmusici en binnen de kortste keren werden ze dikke vrienden. 

Ravel en Stravinsky

Altviolist Asbjørn Nørgaard herinnert zich hoe Ravels strijkkwartet meteen op de lessenaars stond. ‘Toen we elkaar net kenden speelden we veel à vue. Het kwartet van Ravel was veel te moeilijk, dus de lastige maten sloegen we over; nu staat het alweer jaren op ons repertoire.’

De stap van Ravel naar Stravinsky is niet groot, meent Nørgaard, want Stravinsky schreef zijn ballet Pulcinella terwijl hij in Parijs woonde. ‘Stravinsky was dol op Parijs, hij was een graag geziene gast in de Parijse salons en in die tijd was zijn idioom direct gelieerd aan de Franse klankwereld. Zijn Pulcinella-­bewerking had misschien beter Sui­te parisienne kunnen heten dan Su­ite italienne.’

Stravinsky maakte begin jaren dertig zelf twee bewerkingen van Pulcinella: zowel voor viool en piano als voor cello en piano, beide Sui­te italienne getiteld. ‘Die bewerkingen van Stravinsky zijn geweldig. Het was een idee van onze violist Rune Tonsgaard Sørensen om een arrangement voor strijkkwartet te maken, gebaseerd op een combinatie van de cello- en de vioolbewerking. We hebben de strijkkwartetversie nu al een paar keer gespeeld en het werkt erg goed.’

  • Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

    Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

  • Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

    Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

Zelf arrangeren

Arrangeren is het handelsmerk van het Danish String Quartet – met name Sørensen en Sjölin blinken daarin uit. Is er dan niet voldoende origineel repertoire voor strijkkwartet? ‘Nee!’ antwoordt Nørgaard schaterend. ‘We hebben de luxe dat er zoveel literatuur voor onze bezetting bestaat, maar de meeste partituren hebben al eens op de lessenaars gestaan. Op het moment dat je zelf gaat arrangeren kun je een eigen stempel drukken op je concerten. Neem Ravel: er zijn waarschijnlijk honderd fantastische opnamen en honderd uitstekende kwartetten die met dit stuk rondreizen. Wij spelen het zo goed mogelijk, maar onze interpretatie verschilt niet fundamenteel van wat anderen doen. Op het moment dat we het gaan combineren met eigen arrangementen zetten we onze eigen handtekening onder een programma. Dan kunnen we ons onderscheiden.’

‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit’

Daarmee treedt het Danish String Quartet in de voetsporen van illustere kwartetten als het Kronos Quartet. ‘Wij leggen onszelf geen beperkingen op,’ antwoordt Nørgaard op de vraag of het Kronos een voorbeeld is. ‘Maar we moeten wel het gevoel hebben dat het authentiek is wat we doen. We hebben veel volksmuziek uit Scandinavië bewerkt omdat we die muziek goed aanvoelen. We gaan geen samba-album maken, want wij weten niet hoe je de samba speelt. Dus we kiezen alleen muziek die we beheersen.’

Volksmuziek

Het Danish String Quartet bracht drie albums uit met bewerkingen van Noordse volksmuziek, de muziek waarmee twee van de musici van jongs af aan opgroeiden. ‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit. Dat is een orale traditie. Je gaat naar een festival, je hoort een melodie of motief, en neemt dat mee naar huis. Je kunt ook naar de Koninklijke Deense Bibliotheek gaan waar verscheidene muziekcollecties worden bewaard. Bijvoorbeeld verzamelingen met materiaal van achttiende-eeuwse violisten. Wij gebruiken wat op ons pad komt, we hebben geen systematisch onderzoek verricht.’

Het arrangeren van volksmuziek is onderdeel van een lange traditie, net als het gebruik van specifieke instrumenten. Nørgaard benadrukt dat in Denemarken de ‘gewone’ viool centraal staat in de volksmuziek, maar bijvoorbeeld in Noorwegen kent men de Hardangerviool en in Zweden is de klompviool overgeleverd, een soort armeluisviool, die Sørensen af en toe bespeelt. 

Met het uitvoeren van traditionele volksmuziek oogst het Danish String Quartet groot succes. Nørgaard schrijft dat toe aan het vakmanschap van zijn collega’s (‘geniale arrangeurs’) en aan de prachtige melodieën die maken dat elk publiek, ongeacht in welk land, zich ‘welkom’ voelt. In dezelfde muzikale taal hebben Sørensen en Sjölin nieuwe composities geschreven. ‘Als je in de zaal zit is het misschien niet eens hoorbaar of je luistert naar een honderd jaar oude melodie of een die Fredrik vorig jaar schreef.’

Via een webshop biedt het kwartet de arrangementen te koop aan. ‘We kregen vaak post van strijkers die onze stukken willen spelen. Op een gegeven moment hebben we besloten dat een beetje te organiseren. Na afloop van concerten komen mensen nu vaak naar ons toe met de bladmuziek. Zij spelen die stukken zelf en sturen ons hun videoregistraties, die wij weer op onze website zetten. Zonder dat er een masterplan achter zit, ontstaat zo een community. Dat is ontzettend leuk.’

Zelf arrangeren

Arrangeren is het handelsmerk van het Danish String Quartet – met name Sørensen en Sjölin blinken daarin uit. Is er dan niet voldoende origineel repertoire voor strijkkwartet? ‘Nee!’ antwoordt Nørgaard schaterend. ‘We hebben de luxe dat er zoveel literatuur voor onze bezetting bestaat, maar de meeste partituren hebben al eens op de lessenaars gestaan. Op het moment dat je zelf gaat arrangeren kun je een eigen stempel drukken op je concerten. Neem Ravel: er zijn waarschijnlijk honderd fantastische opnamen en honderd uitstekende kwartetten die met dit stuk rondreizen. Wij spelen het zo goed mogelijk, maar onze interpretatie verschilt niet fundamenteel van wat anderen doen. Op het moment dat we het gaan combineren met eigen arrangementen zetten we onze eigen handtekening onder een programma. Dan kunnen we ons onderscheiden.’

‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit’

Daarmee treedt het Danish String Quartet in de voetsporen van illustere kwartetten als het Kronos Quartet. ‘Wij leggen onszelf geen beperkingen op,’ antwoordt Nørgaard op de vraag of het Kronos een voorbeeld is. ‘Maar we moeten wel het gevoel hebben dat het authentiek is wat we doen. We hebben veel volksmuziek uit Scandinavië bewerkt omdat we die muziek goed aanvoelen. We gaan geen samba-album maken, want wij weten niet hoe je de samba speelt. Dus we kiezen alleen muziek die we beheersen.’

Volksmuziek

Het Danish String Quartet bracht drie albums uit met bewerkingen van Noordse volksmuziek, de muziek waarmee twee van de musici van jongs af aan opgroeiden. ‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit. Dat is een orale traditie. Je gaat naar een festival, je hoort een melodie of motief, en neemt dat mee naar huis. Je kunt ook naar de Koninklijke Deense Bibliotheek gaan waar verscheidene muziekcollecties worden bewaard. Bijvoorbeeld verzamelingen met materiaal van achttiende-eeuwse violisten. Wij gebruiken wat op ons pad komt, we hebben geen systematisch onderzoek verricht.’

Het arrangeren van volksmuziek is onderdeel van een lange traditie, net als het gebruik van specifieke instrumenten. Nørgaard benadrukt dat in Denemarken de ‘gewone’ viool centraal staat in de volksmuziek, maar bijvoorbeeld in Noorwegen kent men de Hardangerviool en in Zweden is de klompviool overgeleverd, een soort armeluisviool, die Sørensen af en toe bespeelt. 

Met het uitvoeren van traditionele volksmuziek oogst het Danish String Quartet groot succes. Nørgaard schrijft dat toe aan het vakmanschap van zijn collega’s (‘geniale arrangeurs’) en aan de prachtige melodieën die maken dat elk publiek, ongeacht in welk land, zich ‘welkom’ voelt. In dezelfde muzikale taal hebben Sørensen en Sjölin nieuwe composities geschreven. ‘Als je in de zaal zit is het misschien niet eens hoorbaar of je luistert naar een honderd jaar oude melodie of een die Fredrik vorig jaar schreef.’

Via een webshop biedt het kwartet de arrangementen te koop aan. ‘We kregen vaak post van strijkers die onze stukken willen spelen. Op een gegeven moment hebben we besloten dat een beetje te organiseren. Na afloop van concerten komen mensen nu vaak naar ons toe met de bladmuziek. Zij spelen die stukken zelf en sturen ons hun videoregistraties, die wij weer op onze website zetten. Zonder dat er een masterplan achter zit, ontstaat zo een community. Dat is ontzettend leuk.’

door Jacqueline Oskamp

Toelichting

door Jacqueline Oskamp

Ook al ogen de leden van het Danish String Quartet nog jong, toch is het viertal al bijna vijfentwintig jaar bij elkaar – althans de drie Denen, de Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin maakt sinds 2008 deel uit van het kwartet. Ze waren amper pubers toen ze elkaar leerden kennen op een zomerkamp voor amateurmusici en binnen de kortste keren werden ze dikke vrienden. 

Ravel en Stravinsky

Altviolist Asbjørn Nørgaard herinnert zich hoe Ravels strijkkwartet meteen op de lessenaars stond. ‘Toen we elkaar net kenden speelden we veel à vue. Het kwartet van Ravel was veel te moeilijk, dus de lastige maten sloegen we over; nu staat het alweer jaren op ons repertoire.’

De stap van Ravel naar Stravinsky is niet groot, meent Nørgaard, want Stravinsky schreef zijn ballet Pulcinella terwijl hij in Parijs woonde. ‘Stravinsky was dol op Parijs, hij was een graag geziene gast in de Parijse salons en in die tijd was zijn idioom direct gelieerd aan de Franse klankwereld. Zijn Pulcinella-­bewerking had misschien beter Sui­te parisienne kunnen heten dan Su­ite italienne.’

Stravinsky maakte begin jaren dertig zelf twee bewerkingen van Pulcinella: zowel voor viool en piano als voor cello en piano, beide Sui­te italienne getiteld. ‘Die bewerkingen van Stravinsky zijn geweldig. Het was een idee van onze violist Rune Tonsgaard Sørensen om een arrangement voor strijkkwartet te maken, gebaseerd op een combinatie van de cello- en de vioolbewerking. We hebben de strijkkwartetversie nu al een paar keer gespeeld en het werkt erg goed.’

Ook al ogen de leden van het Danish String Quartet nog jong, toch is het viertal al bijna vijfentwintig jaar bij elkaar – althans de drie Denen, de Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin maakt sinds 2008 deel uit van het kwartet. Ze waren amper pubers toen ze elkaar leerden kennen op een zomerkamp voor amateurmusici en binnen de kortste keren werden ze dikke vrienden. 

Ravel en Stravinsky

Altviolist Asbjørn Nørgaard herinnert zich hoe Ravels strijkkwartet meteen op de lessenaars stond. ‘Toen we elkaar net kenden speelden we veel à vue. Het kwartet van Ravel was veel te moeilijk, dus de lastige maten sloegen we over; nu staat het alweer jaren op ons repertoire.’

De stap van Ravel naar Stravinsky is niet groot, meent Nørgaard, want Stravinsky schreef zijn ballet Pulcinella terwijl hij in Parijs woonde. ‘Stravinsky was dol op Parijs, hij was een graag geziene gast in de Parijse salons en in die tijd was zijn idioom direct gelieerd aan de Franse klankwereld. Zijn Pulcinella-­bewerking had misschien beter Sui­te parisienne kunnen heten dan Su­ite italienne.’

Stravinsky maakte begin jaren dertig zelf twee bewerkingen van Pulcinella: zowel voor viool en piano als voor cello en piano, beide Sui­te italienne getiteld. ‘Die bewerkingen van Stravinsky zijn geweldig. Het was een idee van onze violist Rune Tonsgaard Sørensen om een arrangement voor strijkkwartet te maken, gebaseerd op een combinatie van de cello- en de vioolbewerking. We hebben de strijkkwartetversie nu al een paar keer gespeeld en het werkt erg goed.’

  • Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

    Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

  • Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

    Volksmuzikanten uit de Noorse provincie Norland

Zelf arrangeren

Arrangeren is het handelsmerk van het Danish String Quartet – met name Sørensen en Sjölin blinken daarin uit. Is er dan niet voldoende origineel repertoire voor strijkkwartet? ‘Nee!’ antwoordt Nørgaard schaterend. ‘We hebben de luxe dat er zoveel literatuur voor onze bezetting bestaat, maar de meeste partituren hebben al eens op de lessenaars gestaan. Op het moment dat je zelf gaat arrangeren kun je een eigen stempel drukken op je concerten. Neem Ravel: er zijn waarschijnlijk honderd fantastische opnamen en honderd uitstekende kwartetten die met dit stuk rondreizen. Wij spelen het zo goed mogelijk, maar onze interpretatie verschilt niet fundamenteel van wat anderen doen. Op het moment dat we het gaan combineren met eigen arrangementen zetten we onze eigen handtekening onder een programma. Dan kunnen we ons onderscheiden.’

‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit’

Daarmee treedt het Danish String Quartet in de voetsporen van illustere kwartetten als het Kronos Quartet. ‘Wij leggen onszelf geen beperkingen op,’ antwoordt Nørgaard op de vraag of het Kronos een voorbeeld is. ‘Maar we moeten wel het gevoel hebben dat het authentiek is wat we doen. We hebben veel volksmuziek uit Scandinavië bewerkt omdat we die muziek goed aanvoelen. We gaan geen samba-album maken, want wij weten niet hoe je de samba speelt. Dus we kiezen alleen muziek die we beheersen.’

Volksmuziek

Het Danish String Quartet bracht drie albums uit met bewerkingen van Noordse volksmuziek, de muziek waarmee twee van de musici van jongs af aan opgroeiden. ‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit. Dat is een orale traditie. Je gaat naar een festival, je hoort een melodie of motief, en neemt dat mee naar huis. Je kunt ook naar de Koninklijke Deense Bibliotheek gaan waar verscheidene muziekcollecties worden bewaard. Bijvoorbeeld verzamelingen met materiaal van achttiende-eeuwse violisten. Wij gebruiken wat op ons pad komt, we hebben geen systematisch onderzoek verricht.’

Het arrangeren van volksmuziek is onderdeel van een lange traditie, net als het gebruik van specifieke instrumenten. Nørgaard benadrukt dat in Denemarken de ‘gewone’ viool centraal staat in de volksmuziek, maar bijvoorbeeld in Noorwegen kent men de Hardangerviool en in Zweden is de klompviool overgeleverd, een soort armeluisviool, die Sørensen af en toe bespeelt. 

Met het uitvoeren van traditionele volksmuziek oogst het Danish String Quartet groot succes. Nørgaard schrijft dat toe aan het vakmanschap van zijn collega’s (‘geniale arrangeurs’) en aan de prachtige melodieën die maken dat elk publiek, ongeacht in welk land, zich ‘welkom’ voelt. In dezelfde muzikale taal hebben Sørensen en Sjölin nieuwe composities geschreven. ‘Als je in de zaal zit is het misschien niet eens hoorbaar of je luistert naar een honderd jaar oude melodie of een die Fredrik vorig jaar schreef.’

Via een webshop biedt het kwartet de arrangementen te koop aan. ‘We kregen vaak post van strijkers die onze stukken willen spelen. Op een gegeven moment hebben we besloten dat een beetje te organiseren. Na afloop van concerten komen mensen nu vaak naar ons toe met de bladmuziek. Zij spelen die stukken zelf en sturen ons hun videoregistraties, die wij weer op onze website zetten. Zonder dat er een masterplan achter zit, ontstaat zo een community. Dat is ontzettend leuk.’

Zelf arrangeren

Arrangeren is het handelsmerk van het Danish String Quartet – met name Sørensen en Sjölin blinken daarin uit. Is er dan niet voldoende origineel repertoire voor strijkkwartet? ‘Nee!’ antwoordt Nørgaard schaterend. ‘We hebben de luxe dat er zoveel literatuur voor onze bezetting bestaat, maar de meeste partituren hebben al eens op de lessenaars gestaan. Op het moment dat je zelf gaat arrangeren kun je een eigen stempel drukken op je concerten. Neem Ravel: er zijn waarschijnlijk honderd fantastische opnamen en honderd uitstekende kwartetten die met dit stuk rondreizen. Wij spelen het zo goed mogelijk, maar onze interpretatie verschilt niet fundamenteel van wat anderen doen. Op het moment dat we het gaan combineren met eigen arrangementen zetten we onze eigen handtekening onder een programma. Dan kunnen we ons onderscheiden.’

‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit’

Daarmee treedt het Danish String Quartet in de voetsporen van illustere kwartetten als het Kronos Quartet. ‘Wij leggen onszelf geen beperkingen op,’ antwoordt Nørgaard op de vraag of het Kronos een voorbeeld is. ‘Maar we moeten wel het gevoel hebben dat het authentiek is wat we doen. We hebben veel volksmuziek uit Scandinavië bewerkt omdat we die muziek goed aanvoelen. We gaan geen samba-album maken, want wij weten niet hoe je de samba speelt. Dus we kiezen alleen muziek die we beheersen.’

Volksmuziek

Het Danish String Quartet bracht drie albums uit met bewerkingen van Noordse volksmuziek, de muziek waarmee twee van de musici van jongs af aan opgroeiden. ‘In Scandinavië bestaat een omvangrijke scene van musici die zich met volksmuziek bezighouden en daar maken wij deel van uit. Dat is een orale traditie. Je gaat naar een festival, je hoort een melodie of motief, en neemt dat mee naar huis. Je kunt ook naar de Koninklijke Deense Bibliotheek gaan waar verscheidene muziekcollecties worden bewaard. Bijvoorbeeld verzamelingen met materiaal van achttiende-eeuwse violisten. Wij gebruiken wat op ons pad komt, we hebben geen systematisch onderzoek verricht.’

Het arrangeren van volksmuziek is onderdeel van een lange traditie, net als het gebruik van specifieke instrumenten. Nørgaard benadrukt dat in Denemarken de ‘gewone’ viool centraal staat in de volksmuziek, maar bijvoorbeeld in Noorwegen kent men de Hardangerviool en in Zweden is de klompviool overgeleverd, een soort armeluisviool, die Sørensen af en toe bespeelt. 

Met het uitvoeren van traditionele volksmuziek oogst het Danish String Quartet groot succes. Nørgaard schrijft dat toe aan het vakmanschap van zijn collega’s (‘geniale arrangeurs’) en aan de prachtige melodieën die maken dat elk publiek, ongeacht in welk land, zich ‘welkom’ voelt. In dezelfde muzikale taal hebben Sørensen en Sjölin nieuwe composities geschreven. ‘Als je in de zaal zit is het misschien niet eens hoorbaar of je luistert naar een honderd jaar oude melodie of een die Fredrik vorig jaar schreef.’

Via een webshop biedt het kwartet de arrangementen te koop aan. ‘We kregen vaak post van strijkers die onze stukken willen spelen. Op een gegeven moment hebben we besloten dat een beetje te organiseren. Na afloop van concerten komen mensen nu vaak naar ons toe met de bladmuziek. Zij spelen die stukken zelf en sturen ons hun videoregistraties, die wij weer op onze website zetten. Zonder dat er een masterplan achter zit, ontstaat zo een community. Dat is ontzettend leuk.’

door Jacqueline Oskamp

Biografie

Danish String Quartet, kwartet

In 2025 kreeg het Danish String Quartet de Léonie Sonning Music Prize; voor het eerst ging deze niet naar een individu maar naar een ensemble. Argumentatie voor de toekenning was onder meer dat het kwartet de klassieke kamermuziek, nieuwe composities en de Scandinavische volksmuziek in zijn programmering integreert op basis van gelijkwaardigheid. De musici maken geregeld eigen arrangementen, bijvoorbeeld van traditionele muziek uit hun regio of van hun favoriete ­Schubert-liederen.

Drie leden van het Danish String Quartet kennen elkaar van een zomerkamp voor kinderen waar werd gevoetbald en gemusiceerd. Al rond hun vijftiende studeerden ze bij Tim Frederiksen aan de Koninklijke Muziek­academie in Kopenhagen. De Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin voegde zich in 2008 bij de drie Denen, en het kwartet won de Wigmore Hall International String Quartet Competition en het Nederlandse Charles Hennen Concours.

Het Danish String Quartet ontving een Borletti-­Buitoni Trust Award en de Carl Nielsen Prijs 2011, en werd in 2020 door Musical America uitgeroepen tot ‘ensemble of the year’. In seizoen 2022/2023 was het in residence in Wigmore Hall in Londen en vierde het zijn twintigste verjaardag. In thuisstad Kopenhagen organiseert het Danish String Quartet sinds 2007 jaarlijks het DSQ Festival en richtte het in 2016 het nieuwemuziekfestival Series of Four op. In het vierjarige project Doppel­gänger koppelden ze wereldpremières van Bent Sørensen, Lotta Wennäkoski, Anna Thorvaldsdóttir en Thomas Adès aan het late werk van Schubert.

In het vijfdelige ECM-opnameproject PRISM onderzoekt het kwartet de symbiotische relaties tussen Bachs fuga’s, Beethovens strijkkwartetten en werken van Sjostakovitsj, Schnittke, Bartók, Mendelssohn en Webern; de eerste editie werd in 2019 beloond met een Grammy­nominatie. Bij de vorige optredens van het Danish String Quartet in de Kleine Zaal, op 20 en 22 maart 2025, klonk muziek van Shaw, Britten, Sjostakovitsj en Schubert.