Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Consone Quartet in Schuberts 'Rosamunde' en Mozarts 'Dissonanten'

Consone Quartet in Schuberts 'Rosamunde' en Mozarts 'Dissonanten'

Kleine Zaal
06 mei 2026
20.15 uur

Print dit programma

Consone Quartet:
Agata Daraškaite viool
Hatty Haines viool
Elitsa Bogdanova altviool
George Ross cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op Woensdag.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in C gr.t.,
KV 465 (1785)
‘Dissonanten’
Adagio – Allegro
Andante cantabile
Menuetto: Allegro – Trio
Allegro

Oliver Leith (1990)

On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire (2025)
On a horse, on a hill, faraway, 
    through fog and bonfire

Flamberge
Crowd at the bonfire
Horse breath and muzzle smoke
The departing glance
Moonshadow on Dirge Hill
Forever gallop
in opdracht van Borletti-Buitoni Trust, Spitalfields Festival, New Commission Fund;
Nederlandse première

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in a kl.t.,
D 804 (1824)
‘Rosamunde’
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro moderato

einde ± 22.05 uur

Kleine Zaal 06 mei 2026 20.15 uur

Consone Quartet:
Agata Daraškaite viool
Hatty Haines viool
Elitsa Bogdanova altviool
George Ross cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op Woensdag.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in C gr.t.,
KV 465 (1785)
‘Dissonanten’
Adagio – Allegro
Andante cantabile
Menuetto: Allegro – Trio
Allegro

Oliver Leith (1990)

On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire (2025)
On a horse, on a hill, faraway, 
    through fog and bonfire

Flamberge
Crowd at the bonfire
Horse breath and muzzle smoke
The departing glance
Moonshadow on Dirge Hill
Forever gallop
in opdracht van Borletti-Buitoni Trust, Spitalfields Festival, New Commission Fund;
Nederlandse première

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in a kl.t.,
D 804 (1824)
‘Rosamunde’
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro moderato

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

‘Dissonantenkwartet’

door Stephen Westra

‘Una lunga e laboriosa fatica’ – een zware en vermoeiende arbeid. Zo noemde Wolfgang Amadeus Mozart het componeren van zijn eerste zes volwassen strijkkwartetten uit 1785, opgedragen aan de grote meester op dat gebied, Joseph Haydn (1732-1809). Hard werken geblazen, zo’n veeleisend strijkkwartet, voor de anders zo ­razendvlot componerende Mozart. Het sluitstuk van de reeks kreeg de bijnaam ­‘Disso­nantenkwartet’. Dat is niet overdreven; het begin ervan was voor die tijd revolutionair, ja ongehoord. Nog altijd wordt men niet helemaal wijs uit deze vreemde samenklanken onder aanvoering van de cello, in die tijd doorgaans een instrument dat juist een ondergeschikte rol had. Dit begin blijft fascinerend, ook als je weet dat het compositorisch gezien een soort overpeinzing is op wat komen gaat en later een ‘bindmiddel’ wordt. De tobbende cello keert op beslissende momenten in het stuk terug: hij opent de expositie, de doorwerking, de reprise en de coda van het eerste deel; bovendien loopt hij vooruit op de ijle stemming van het Trio van het derde deel. 

Hoe Mozart erop kwam? Sommigen denken dat hij met die grillige, haast schurende 22 openingsmaten de barens­weeën van zijn vrouw Constanze wilde uitbeelden toen zij hun tweede zoon Carl Thomas ter wereld bracht. En dan is er nog iets heel anders. In de tijd dat Mozart het ­‘Disso­nantenkwartet’ schreef, verkreeg hij de graad van gezel in de Weense vrijmetselaarsloge ‘Zur wahren Eintracht’. Er wijst nogal wat op dat hij in het kwartet op deze gebeurtenis zinspeelt; de donkere, schijnbaar chaotische Adagio inleiding zou een ziel verloren in aardse duisternis verklanken, die dan met de lichtflits van het doorbrekende Allegro toetreedt tot een hoger inzicht.

‘Una lunga e laboriosa fatica’ – een zware en vermoeiende arbeid. Zo noemde Wolfgang Amadeus Mozart het componeren van zijn eerste zes volwassen strijkkwartetten uit 1785, opgedragen aan de grote meester op dat gebied, Joseph Haydn (1732-1809). Hard werken geblazen, zo’n veeleisend strijkkwartet, voor de anders zo ­razendvlot componerende Mozart. Het sluitstuk van de reeks kreeg de bijnaam ­‘Disso­nantenkwartet’. Dat is niet overdreven; het begin ervan was voor die tijd revolutionair, ja ongehoord. Nog altijd wordt men niet helemaal wijs uit deze vreemde samenklanken onder aanvoering van de cello, in die tijd doorgaans een instrument dat juist een ondergeschikte rol had. Dit begin blijft fascinerend, ook als je weet dat het compositorisch gezien een soort overpeinzing is op wat komen gaat en later een ‘bindmiddel’ wordt. De tobbende cello keert op beslissende momenten in het stuk terug: hij opent de expositie, de doorwerking, de reprise en de coda van het eerste deel; bovendien loopt hij vooruit op de ijle stemming van het Trio van het derde deel. 

Hoe Mozart erop kwam? Sommigen denken dat hij met die grillige, haast schurende 22 openingsmaten de barens­weeën van zijn vrouw Constanze wilde uitbeelden toen zij hun tweede zoon Carl Thomas ter wereld bracht. En dan is er nog iets heel anders. In de tijd dat Mozart het ­‘Disso­nantenkwartet’ schreef, verkreeg hij de graad van gezel in de Weense vrijmetselaarsloge ‘Zur wahren Eintracht’. Er wijst nogal wat op dat hij in het kwartet op deze gebeurtenis zinspeelt; de donkere, schijnbaar chaotische Adagio inleiding zou een ziel verloren in aardse duisternis verklanken, die dan met de lichtflits van het doorbrekende Allegro toetreedt tot een hoger inzicht.

  • Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

    Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

  • Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

    Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

door Stephen Westra

Oliver Leith (1990)

On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire

door Lonneke Tausch

Ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan in 2025 gaf het ­Consone Quartet met steun van de Borletti-Buitoni Trust een nieuw strijkkwartet in opdracht bij de jonge Britse componist Oliver Leith. De wereldpremière klonk op 4 juli 2025 tijdens het Spitalfields Festival in Londen.

Uitgangspunt voor ‘Op een paard, op een heuvel, ver weg, door mist en kampvuur’ was de chaconne, een hypnotiserende dans uit de zestiende eeuw. Het stuk is namelijk opgedragen aan de met het kwartet bevriende violist Philip ­Yeeles, die in 2021 overleed en erg van kamermuziek hield. ‘Philip had altijd veel plezier in het vinden van chaconne­motieven in muziekstijlen waar je het niet verwacht,’ aldus alt­violiste Elitsa Bogdanova. ‘We kennen Oliver Leith al langer en hadden sterk het gevoel dat hij, met […] de ­fantasierijke wijze waarop hij met verschillende texturen en kleuren speelt, bij Philip in de smaak zou vallen.’

Oliver Leith beschrijft zijn On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire zelf als een werk met zeven eindes. Elk van de zeven delen biedt een ander perspectief op hetzelfde einde – ­close-ups, vluchtigheden, duikende en rollende landschappen spelen allemaal hun rol naast een centrale figuur te paard. Hoewel bekende chaconnetrekjes zoals herhalingen en dalende, treurende melodielijnen te herkennen zijn, benadrukt de componist: ‘Die dingen gaan meer over een gevoel dan over vorm. Net zoals de ruiter staat de chaconne op afstand.’

Ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan in 2025 gaf het ­Consone Quartet met steun van de Borletti-Buitoni Trust een nieuw strijkkwartet in opdracht bij de jonge Britse componist Oliver Leith. De wereldpremière klonk op 4 juli 2025 tijdens het Spitalfields Festival in Londen.

Uitgangspunt voor ‘Op een paard, op een heuvel, ver weg, door mist en kampvuur’ was de chaconne, een hypnotiserende dans uit de zestiende eeuw. Het stuk is namelijk opgedragen aan de met het kwartet bevriende violist Philip ­Yeeles, die in 2021 overleed en erg van kamermuziek hield. ‘Philip had altijd veel plezier in het vinden van chaconne­motieven in muziekstijlen waar je het niet verwacht,’ aldus alt­violiste Elitsa Bogdanova. ‘We kennen Oliver Leith al langer en hadden sterk het gevoel dat hij, met […] de ­fantasierijke wijze waarop hij met verschillende texturen en kleuren speelt, bij Philip in de smaak zou vallen.’

Oliver Leith beschrijft zijn On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire zelf als een werk met zeven eindes. Elk van de zeven delen biedt een ander perspectief op hetzelfde einde – ­close-ups, vluchtigheden, duikende en rollende landschappen spelen allemaal hun rol naast een centrale figuur te paard. Hoewel bekende chaconnetrekjes zoals herhalingen en dalende, treurende melodielijnen te herkennen zijn, benadrukt de componist: ‘Die dingen gaan meer over een gevoel dan over vorm. Net zoals de ruiter staat de chaconne op afstand.’

  • Oliver Leith

    Oliver Leith

  • Oliver Leith

    Oliver Leith

door Lonneke Tausch

Franz Schubert (1797-1828)

‘Rosamunde’

door Lies Wiersema

Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Ludwig van Beethoven, zijn 25 jaar oudere vakgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe ‘oefende’ hij met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beethoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, D 804, waarin de componist ruimschoots gebruik maakt van liedachtige thema’s uit zijn vroegere werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante.

Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Zypern (1823). Prinses Rosamunde, voorbestemd om over Cyprus te regeren, kiest voor terugkeer naar haar vroegere beschermde omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert in 1819 schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Mooie wereld, waar ben je?’ Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett. Dat gezelschap verzorgde ook de première op 14 maart 1824.

Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Ludwig van Beethoven, zijn 25 jaar oudere vakgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe ‘oefende’ hij met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beethoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, D 804, waarin de componist ruimschoots gebruik maakt van liedachtige thema’s uit zijn vroegere werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante.

Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Zypern (1823). Prinses Rosamunde, voorbestemd om over Cyprus te regeren, kiest voor terugkeer naar haar vroegere beschermde omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert in 1819 schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Mooie wereld, waar ben je?’ Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett. Dat gezelschap verzorgde ook de première op 14 maart 1824.

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

door Lies Wiersema

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

‘Dissonantenkwartet’

door Stephen Westra

‘Una lunga e laboriosa fatica’ – een zware en vermoeiende arbeid. Zo noemde Wolfgang Amadeus Mozart het componeren van zijn eerste zes volwassen strijkkwartetten uit 1785, opgedragen aan de grote meester op dat gebied, Joseph Haydn (1732-1809). Hard werken geblazen, zo’n veeleisend strijkkwartet, voor de anders zo ­razendvlot componerende Mozart. Het sluitstuk van de reeks kreeg de bijnaam ­‘Disso­nantenkwartet’. Dat is niet overdreven; het begin ervan was voor die tijd revolutionair, ja ongehoord. Nog altijd wordt men niet helemaal wijs uit deze vreemde samenklanken onder aanvoering van de cello, in die tijd doorgaans een instrument dat juist een ondergeschikte rol had. Dit begin blijft fascinerend, ook als je weet dat het compositorisch gezien een soort overpeinzing is op wat komen gaat en later een ‘bindmiddel’ wordt. De tobbende cello keert op beslissende momenten in het stuk terug: hij opent de expositie, de doorwerking, de reprise en de coda van het eerste deel; bovendien loopt hij vooruit op de ijle stemming van het Trio van het derde deel. 

Hoe Mozart erop kwam? Sommigen denken dat hij met die grillige, haast schurende 22 openingsmaten de barens­weeën van zijn vrouw Constanze wilde uitbeelden toen zij hun tweede zoon Carl Thomas ter wereld bracht. En dan is er nog iets heel anders. In de tijd dat Mozart het ­‘Disso­nantenkwartet’ schreef, verkreeg hij de graad van gezel in de Weense vrijmetselaarsloge ‘Zur wahren Eintracht’. Er wijst nogal wat op dat hij in het kwartet op deze gebeurtenis zinspeelt; de donkere, schijnbaar chaotische Adagio inleiding zou een ziel verloren in aardse duisternis verklanken, die dan met de lichtflits van het doorbrekende Allegro toetreedt tot een hoger inzicht.

‘Una lunga e laboriosa fatica’ – een zware en vermoeiende arbeid. Zo noemde Wolfgang Amadeus Mozart het componeren van zijn eerste zes volwassen strijkkwartetten uit 1785, opgedragen aan de grote meester op dat gebied, Joseph Haydn (1732-1809). Hard werken geblazen, zo’n veeleisend strijkkwartet, voor de anders zo ­razendvlot componerende Mozart. Het sluitstuk van de reeks kreeg de bijnaam ­‘Disso­nantenkwartet’. Dat is niet overdreven; het begin ervan was voor die tijd revolutionair, ja ongehoord. Nog altijd wordt men niet helemaal wijs uit deze vreemde samenklanken onder aanvoering van de cello, in die tijd doorgaans een instrument dat juist een ondergeschikte rol had. Dit begin blijft fascinerend, ook als je weet dat het compositorisch gezien een soort overpeinzing is op wat komen gaat en later een ‘bindmiddel’ wordt. De tobbende cello keert op beslissende momenten in het stuk terug: hij opent de expositie, de doorwerking, de reprise en de coda van het eerste deel; bovendien loopt hij vooruit op de ijle stemming van het Trio van het derde deel. 

Hoe Mozart erop kwam? Sommigen denken dat hij met die grillige, haast schurende 22 openingsmaten de barens­weeën van zijn vrouw Constanze wilde uitbeelden toen zij hun tweede zoon Carl Thomas ter wereld bracht. En dan is er nog iets heel anders. In de tijd dat Mozart het ­‘Disso­nantenkwartet’ schreef, verkreeg hij de graad van gezel in de Weense vrijmetselaarsloge ‘Zur wahren Eintracht’. Er wijst nogal wat op dat hij in het kwartet op deze gebeurtenis zinspeelt; de donkere, schijnbaar chaotische Adagio inleiding zou een ziel verloren in aardse duisternis verklanken, die dan met de lichtflits van het doorbrekende Allegro toetreedt tot een hoger inzicht.

  • Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

    Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

  • Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

    Wolfgang Amadeus Mozart

    Geschilderd rond 1790 door Johann Georg Edlinger

door Stephen Westra

Oliver Leith (1990)

On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire

door Lonneke Tausch

Ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan in 2025 gaf het ­Consone Quartet met steun van de Borletti-Buitoni Trust een nieuw strijkkwartet in opdracht bij de jonge Britse componist Oliver Leith. De wereldpremière klonk op 4 juli 2025 tijdens het Spitalfields Festival in Londen.

Uitgangspunt voor ‘Op een paard, op een heuvel, ver weg, door mist en kampvuur’ was de chaconne, een hypnotiserende dans uit de zestiende eeuw. Het stuk is namelijk opgedragen aan de met het kwartet bevriende violist Philip ­Yeeles, die in 2021 overleed en erg van kamermuziek hield. ‘Philip had altijd veel plezier in het vinden van chaconne­motieven in muziekstijlen waar je het niet verwacht,’ aldus alt­violiste Elitsa Bogdanova. ‘We kennen Oliver Leith al langer en hadden sterk het gevoel dat hij, met […] de ­fantasierijke wijze waarop hij met verschillende texturen en kleuren speelt, bij Philip in de smaak zou vallen.’

Oliver Leith beschrijft zijn On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire zelf als een werk met zeven eindes. Elk van de zeven delen biedt een ander perspectief op hetzelfde einde – ­close-ups, vluchtigheden, duikende en rollende landschappen spelen allemaal hun rol naast een centrale figuur te paard. Hoewel bekende chaconnetrekjes zoals herhalingen en dalende, treurende melodielijnen te herkennen zijn, benadrukt de componist: ‘Die dingen gaan meer over een gevoel dan over vorm. Net zoals de ruiter staat de chaconne op afstand.’

Ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan in 2025 gaf het ­Consone Quartet met steun van de Borletti-Buitoni Trust een nieuw strijkkwartet in opdracht bij de jonge Britse componist Oliver Leith. De wereldpremière klonk op 4 juli 2025 tijdens het Spitalfields Festival in Londen.

Uitgangspunt voor ‘Op een paard, op een heuvel, ver weg, door mist en kampvuur’ was de chaconne, een hypnotiserende dans uit de zestiende eeuw. Het stuk is namelijk opgedragen aan de met het kwartet bevriende violist Philip ­Yeeles, die in 2021 overleed en erg van kamermuziek hield. ‘Philip had altijd veel plezier in het vinden van chaconne­motieven in muziekstijlen waar je het niet verwacht,’ aldus alt­violiste Elitsa Bogdanova. ‘We kennen Oliver Leith al langer en hadden sterk het gevoel dat hij, met […] de ­fantasierijke wijze waarop hij met verschillende texturen en kleuren speelt, bij Philip in de smaak zou vallen.’

Oliver Leith beschrijft zijn On a horse, on a hill, faraway, through fog and bonfire zelf als een werk met zeven eindes. Elk van de zeven delen biedt een ander perspectief op hetzelfde einde – ­close-ups, vluchtigheden, duikende en rollende landschappen spelen allemaal hun rol naast een centrale figuur te paard. Hoewel bekende chaconnetrekjes zoals herhalingen en dalende, treurende melodielijnen te herkennen zijn, benadrukt de componist: ‘Die dingen gaan meer over een gevoel dan over vorm. Net zoals de ruiter staat de chaconne op afstand.’

  • Oliver Leith

    Oliver Leith

  • Oliver Leith

    Oliver Leith

door Lonneke Tausch

Franz Schubert (1797-1828)

‘Rosamunde’

door Lies Wiersema

Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Ludwig van Beethoven, zijn 25 jaar oudere vakgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe ‘oefende’ hij met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beethoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, D 804, waarin de componist ruimschoots gebruik maakt van liedachtige thema’s uit zijn vroegere werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante.

Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Zypern (1823). Prinses Rosamunde, voorbestemd om over Cyprus te regeren, kiest voor terugkeer naar haar vroegere beschermde omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert in 1819 schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Mooie wereld, waar ben je?’ Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett. Dat gezelschap verzorgde ook de première op 14 maart 1824.

Franz Schubert had een mateloze bewondering voor Ludwig van Beethoven, zijn 25 jaar oudere vakgenoot, voorbeeld en inspiratiebron. Hij woonde alle premières bij van Beethovens late kwartetten en droeg werken aan hem op. Door hem geïnspireerd wilde Schubert, in zijn tijd vooral gezien als liedcomponist, zich wagen aan het grotere werk, instrumentale stukken, een grote symfonie. En daartoe ‘oefende’ hij met strijkkwartetten. In een brief aan zijn vriend Leopold Kupelwieser in maart 1824 schreef hij dat hij net als Beethoven een concert met een nieuw werk wilde geven: ‘Wat betreft liederen heb ik niet veel nieuws geschreven, maar ik heb me wel gewaagd aan verschillende instrumentale werken, want ik heb twee kwartetten geschreven […] en ik wil nog een kwartet schrijven, op deze manier wil ik mijn weg naar de grote symfonie plaveien…’ Een van die kwartetten was het Strijkkwartet in a klein, D 804, waarin de componist ruimschoots gebruik maakt van liedachtige thema’s uit zijn vroegere werk. Het werd een van zijn meest aangrijpende bijdragen aan het genre, vooral populair geworden door het Andante.

Alle delen beginnen pianissimo. Het lange eerste deel opent na een korte inleiding met een melancholisch thema, contrasterend begeleid door rusteloze figuren in de andere instrumenten. In het Andante laat vooral de liedcomponist zich horen met een melodie die hij ontleende aan zijn Entr’acte voor het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Zypern (1823). Prinses Rosamunde, voorbestemd om over Cyprus te regeren, kiest voor terugkeer naar haar vroegere beschermde omgeving. Het thema wordt gevolgd door een reeks variaties met af en toe stormachtige episodes. Ook het Menuet grijpt terug op een vroegere melodie: een weemoedig klagend motief uit een lied dat Schubert in 1819 schreef op een strofe uit Friedrich Schillers Die Götter Griechenlands, een gedicht vol nostalgisch verlangen naar het verloren paradijs van de Griekse oudheid: ‘Mooie wereld, waar ben je?’ Een vrolijke rondo-finale met een dansend hoofdthema, contrasterend met de sombere voorgaande delen, sluit het werk luchtig af. Schubert droeg het kwartet op aan zijn vriend Ignaz Schuppanzigh, eerste violist van het Schuppanzigh Quartett. Dat gezelschap verzorgde ook de première op 14 maart 1824.

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

door Lies Wiersema

Biografie

Consone Quartet, kwartet

Het Consone Quartet, het eerste historisch geïnformeerde strijkkwartet dat is geselecteerd als BBC New Generation Artist, staat bekend om zijn interpretaties van met name klassiek en romantisch repertoire en besteedt ook graag aandacht aan hedendaagse composities. De musici spelen op authentieke instrumenten met darmsnaren en historische strijkstokken.

Het ensemble werd opgericht aan het Royal College of Music in Londen en startte zijn professionele carrière in 2015. Al snel volgden belangrijke onderscheidingen, waaronder twee prijzen op de York Early Music International Young Artists Competition, de Royal Over-Seas League Ensemble Prize (2016) en een beurs van de Borletti-Buitoni Trust in 2022.

Sinds 2021 wordt het kwartet ondersteund door de Continuo Foundation, waarmee het innovatieve programma’s realiseert op uiteenlopende locaties in het Verenigd Koninkrijk. Het Consone Quartet werd enthousiast ontvangen in de belangrijkste Londense concertzalen en trad daarnaast op tijdens festivals en concertseries in Polen, Zwitserland, Italië, Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije en Slovenië.

Onder de hoogtepunten van het huidige seizoen zijn een Noord-­Amerikaanse tournee met pianist Kristian Bezuidenhout, samenwerkingen met het Chiaroscuro Quartet respectievelijk mezzosopraan Helen Charlston en concerten in Italië met pianist Alexander Gadjiev. Het Consone Quartet speelt voor het eerst in Het Concertgebouw. Tweede violiste Magdalena Loth-Hill is met zwangerschapsverlof en wordt vervangen door Hatty Haynes.